Você está na página 1de 17

aangifte delikten Asjes e.a.

CRM-20120911

Mr. ir. C.R. Martinus, Kaya Basralokus 48, Curaao, Ned. Antillen; tel. 869-3726/694-7528/696-7044; e-adres emzmirlam@gmail.com

Aan de Prokureur-Generaal Mr. D. A. Piar Wilhelminaplein 16 Punda ALHIER


onderwerp: aangifte tegen Statenvoorzitter Asjes e.a. wegens schending SrNA 129; 190; 374bis; 374ter; 374quater; 381.

Willemstad, 11 september 2012 Hoogedelgestrenge Heer, Mr. Piar, Hopende dat u geen onoverkomelijke bezwaren heeft, inhoudelijk kennis te nemen van een aangifte afkomstig van een burger die weigert zijn land Nederlandse Antillen de rug toe te keren en die, in verband hiermee, de beschuldigingen die hij bij deze tegen dhr. drs. Ivar Asjes, in diens kwaliteit van Statenvoorzitter, wegens het plegen van een aantal strafbare feiten inbrengt, baseert op wettelijke regelingen, welke op 9 oktober 2010, buiten enige twijfel, nog rechtskracht op Curaao bezaten, vraagt ondergetekende uw aandacht voor de uitvoerig toegelichte strafbare feiten waarvan hij dhr. Asjes en ook anderen beticht. Voelt u zich bij uw beordeling van deze aangifte vooral vrij, de hierin door mij aangehaalde en of gesiteerde wetsvoorschriften te transformeren in wettelijke bepalingen die, in uw overtuiging en naar uw beste weten, momenteel op Curaao gelding hebben. Voor de gegrondheid van een aangifte gaat het uiteindelijk toch erom of de daarin vermelde feiten, bij bewezenverklaring, de bestanddelen van een of meer deliktsomschrijvingen blijken te omvatten. Hier te lande gehouden parlementsvergaderingen waarin rechtsgeldige besluiten kunnen worden genomen, zijn, zo blijkt uit Lr 60-1 (= het eerste lid van artikel 60 van de Landsregeling van de Nederlandse Antillen), normaliter openbaar. Bij wijze van uitzondering kan de Staten ook met gesloten deuren vergaderen en besluiten nemen (Lr 60-2/-4). Ingevolge ROSNA 21-1 zs. 1/zs. 2, zs. 4/szs (= zinsnede 1 tot en met 2, alsmede zinsnede 4 tot en met de slotzinsnede van het eerste lid van artikel 21 van het
Reglement van Orde voor de Staten van de Nederlandse Antillen)

belegt [d]e voorzitter de vergaderingen zo dikwijls ... dit [hem]

door drie leden schriftelijk met opgave van redenen is verzocht. Mits op evenbeschreven wijze aangevraagd, worden zulke vergaderingen binnen 14 dagen gehouden (ROSNA 21-3). De taak om gedurende openbare

aangifte delikten Asjes e.a.

CRM-20120911

vergaderingen van de Staten het woord aan deelnemers aan deze bijeenkomsten te verlenen, berust - met zo veel woorden - bij de voorzitter van dit kollege (ROSNA 6 sub d). Geen lid voert het woord dan na het aan de voorzitter verzocht en van deze verkregen te hebben (ROSNA 28-1). Ruimte voor willekeur bij toekenning van het woord is de voorzitter evenwel (gelukkig) niet gelaten. ROSNA 28-2 bepaalt namelijk in gebiedende wijs dat [d]e voorzitter ... het woord [verleent] in de volgorde, waarin het is gevraagd. Die volgorde zal blijken uit de inschrijving op een lijst, welke voor elk te behandelen onderwerp ter [in]tekening bij de griffier ligt. De enige uitzondering op voornoemde regel is neergelegd in ROSNA 29-1, bepalende, dat [d]e volgorde van de sprekers ... verbroken [kan] worden, wanneer een lid het woord vraagt over een persoonlijk feit, om een voorstel van orde te doen betreffende het in behandeling zijnde onderwerp of het stellen van een vraagpunt. Krachtens ROSNA 30-1 kan [h]et lid dat het woord voert ... daarbij moties over het in behandeling zijnde onderwerp indienen. Zulk een motie moet op schrift gebracht en door de voorsteller ondertekend zijn. Zij kan alleen in behandeling komen, indien zij door tenminste twee andere leden mede-ondertekend of ondersteund wordt. De mogelijkheid voor een Statenlid om tijdens zijn spreekbeurt een motie in te dienen over iets dat betrekking heeft op het onderwerp van de aan de gang zijnde openbare vergadering ontvalt echter, als dit iets de positie van de (onder)voorzitter inhoudt. Wanneer een meerderheid der Statenleden het wenselijk of nodig vindt om de bekleder van het voorzitterschap of van het ondervoorzitterschap danwel beiden door een ander lid, respektievelijk twee andere leden te vervangen, moet namelijk elk van de leden die de betreffende meerderheid vormen, dit voornemen van te voren bij de voorzitter bekendmaken, door in de schriftelijk bij deze ingediende, van elk hunner handtekening voorziene aanvraag tot belegging van een openbare vergadering, spesifiekelijk te vermelden dat de te houden vergadering de ontzetting van hun kollega-parlementarir(s) uit de funktie van voorzitter (en) of vice-voorzitter als onderwerp heeft (ROSNA 5-3). In zulke gevallen geldt de regel lex specialis derogat legi generali, zodat de toepasbaarheid van de in het eerste en derde lid van artikel 21 alsmede in lid 1 van artikel 30 van het Reglement van Orde voor de Staten van de Nederlandse Antillen (ROSNA 21-1,-3; 30-1) besloten bepalingen slechts behouden blijft, indien en voor zover ze naar hun inhoud en strekking geen strijd met de bepalingen van het derde lid van artikel 5 van dezelfde regeling (ROSNA 5-3) opleveren. Een konform het voorgaande aangevraagde openbare vergadering ter afzetting van de voorzitter of ondervoorzitter dan wel beide, dient krachtens ROSNA 21-2, volgens welk artikellid de voorzitter, met inachtneming van hetgeen omtrent de openbare vergaderingen ... in dit Reglement van Orde is voorzien, dag en uur van de vergadering bepaalt, uiterlijk na dertien dagen hier neemt de generalis het weer van de specialis over door de voorzitter te worden belegd. Vindt zon vergadering plaats en maakt een meerderheid van de daarin aanwezige leden de benoeming van zowel de voorzitter als vice-voorzitter ongedaan, dan treedt direkt hierna, in dezelfde vergadering dus, een nieuwe voorzitter aan. Van rechtswege (ROSNA 5-4) fungeert, [i]n geval van gelijktijdig tussentijds openvallen van het voorzitterschap en het ondervoorzitterschap, als zodanig het lid van de ... Staten, dat onder de leden, die het langst zitting hebben

aangifte delikten Asjes e.a.

3
vz. 1, zs. 3/szs., sz.).

CRM-20120911

gehad in het College, het oudste lid in jaren [is]. Als zodanige persoon mocht ontbreken, treedt het oudste lid in leeftijd als voorzitter op (ROSNA 1-2 Voor de benoeming van een nieuwe (onder)voorzitter van de Staten schrijft het Reglement van Orde een aparte vergadering voor, te weten, de eerstvolgende openbare vergadering van dit kollege. Het als interim-voorzitter optredende Statenlid dat netbedoelde vergadering moet oproepen, is verplicht als eerste punt van de agenda van de daarin te behandelen onderwerpen, de benoeming van een nieuwe voorzitter, onderscheidelijk vice-voorzitter te vermelden. Zo volgt uit het in ROSNA 5-2 gebezigde woordje meteen. Het geeft tevens aan, dat het aanwijzen v.e. nieuwe (onder)voorzitter van rechtswege gecht wordt, te behoren tot de spoedeisende gevallen als bedoeld in ROSNA 21-4. Reden waarom, bij gelijktijdig tussentijds openvallen van beide funkties, de vers aangetreden interim-voorzitter, zo alle leden aanwezig zijn, direkt na afsluiting van dezelfde vergadering waarin deze post hem van rechtswege is toegevallen, de voorgeschreven vergadering ter benoeming van een nieuwe voorzitter en vice-voorzitter moet houden. De oproeping tot laatstbedoelde vergadering geschiedt dan uiteraard mondeling. De aan een parlementsvoorzitter ex ROSNA 21-1 zs. 1 toekomende bevoegdheid om de vergaderingen zo dikwijls hij dit nodig oordeelt, te beleggen, wordt, met andere woorden, in zulke gevallen vervangen door een verplichting om tot bijeenroeping van een openbare vergadering over te gaan. Dat daadwer-kelijke behandeling en afronding van dat agendapunt op die vergadering eveneens verplicht is, behoeft eigenlijk geen betoog. Toch bepaalt het Reglement van Orde in expliciete bewoordingen dat (eigen
onderstreping/vette druk)

de Staten in de eerstvolgende openbare vergadering meteen over[gaan] tot de benoeming


zs. 4/szs.).

van de voorzitter dan wel de ondervoorzitter (ROSNA 5-2

Indien een lid (meerdere leden) bij de

afzettingsvergadering heeft (hebben) ontbroken, stelt de interim-voorzitter dit lid (deze leden) dadelijk na afloop van die vergadering, mondeling dan wel schriftelijk van het resultaat daarvan in kennis en roept hem (hen) bij dezelfde gelegenheid tot partisipatie aan de eerstvolgende openbare vergadering op; de vergadering dus, waarin de Staten tot benoeming van een nieuwe voorzitter en ondervoorzitter zullen overgaan. Uit de strekking van ROSNA 21-4 jo. 5-2 volgt, dat het door de interim-voorzitter aan te geven tijdstip voor het houden van de zogenaamde benoemingsvergadering, wegens het spoedeisend karakter van het onderwerp, niet later dan 95 uur 1 na sluiting van de afzettingsvergadering vermag te liggen. De verplichting om in de eerstvolgende openbare vergadering meteen tot de benoeming v.e. nieuwe voorzitter en vice-voorzitter over te gaan, impliceert een presentieplicht. Zonder zon, op elk der Statenleden rustende verplichting, is verzekering van vervulling van het in Lr 62-1 jo. ROSNA 22-2 neergelegde quorumvereiste immers niet mogelijk.
Ingevolge ROSNA 6 sub b, zs. 2/szs. berust het toezicht op de naleving van het reglementsvoorschrift dat de benoemingsvergadering binnen 4 x 24 uur moet worden gehouden bij de interim-voorzitter. In de laatste twee zinsneden van het eerste lid van artikel 190 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen dreigt de wetgever een ieder die zich aan passieve wederspannigheid schuldig maakt met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste

(4 x 24) - 1 = 95

aangifte delikten Asjes e.a.

CRM-20120911

vijfduizend gulden. Aan voornoemd misdrijf maakt zich onder meer schuldig [h]ij die opzettelijk niet voldoet aan een bevel of eene vordering krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van eenig toezicht belast. Het tweede lid van hetzelfde artikel (SrNA 190-2) spesificeert wat in casu onder de term ambtenaar dient te worden verstaan. Met den in het eerste gedeelte van het vorige lid bedoelden ambtenaar wordt gelijkgesteld ieder die, krachtens wettelijk voorschrift, voortdurend of tijdelijk met eenigen openbaren dienst is belast. Vervulling van de presentieplicht is dus strafrechtelijk afdreigbaar. Trouwens, ook zonder de in SrNA 190-2 gegeven definitie van ambtenaar is de interim-voorzitter van de Staten als zodanig aan te merken, want ingevolge SrNA 86-1 moeten [o]nder ambtenaren worden gegrepen alle personen verkozen bij krachtens wettelijk voorschrift uitgeschreven verkiezingen. Krachtens SvNA 73-1 (= artikel 73, lid 1 van het Wetboek van Strafvordering van de Nederlandse Antillen) is [i]n geval van ontdekking op heterdaad van enig strafbaar feit ... ieder bevoegd de verdachte aan te houden. Een Statenlid die weigert een benoemingsvergadering bij te wonen, kan dus door een willekeurige burger worden aangehouden. De betreffende burger levert de aangehoudene onverwijld aan een opsporingsambtenaar over ... (SvNA 73-4). Statenleden die zich aan hun presentieplicht onttrekken, kunnen danook beter onderduiken. Ten einde de (onder)voorzitter, waar de meerderheid der Statenleden vanaf wil, de mogelijkheid te ontnemen, de stemming alsmaar voor zich uit te schuiven door ellenlange redevoeringen te houden of toe te laten, kunnen drie van de op de vergadering in kwestie aanwezige leden van hun in ROSNA 36 neergelegde bevoegdheid gebruikmaken. Alsdan kan de meerderheid korte redevoeringen afdwingen. Valt ook van de van rechtswege benoemde interim-voorzitter te verwachten dat deze de benoeming v.e. nieuwe voorzitter en of vice-voorzitter zal traineren, dan kan de meerderheid ook in de daartoe op te roepen vergadering hetzelfde resept toepassen.

In een situatie, waarin de voorzitter van het parlement van een van de landen die gezamelijk de Staat der Nederlanden vormen, overweegt (niet langer) vergaderingen over bepaalde onderwerpen bijeen te roepen, niettegenstaande het feit dat deze door het reglementair benodige (minimum)aantal volksvertegenwoordigers en op overigens geheel korrekte wijze worden aangevraagd, loopt het rechtsstatelijk karakter v.h. betreffende koninkrijksdeel onmiskenbaar gevaar. Te lande waar u het ambt van Prokureur-Generaal bekleedt, heeft de huidige voorzitter van het parlement dit jaar herhaaldelijk geweigerd bepaalde onderwerpen op de agenda van door hem bijeengeroepen openbare vergaderingen van de Staten te plaatsen; voor het eerst in januari, en deze maand (september 2012) wederom. Ter illustratie en als bewijs treft u bijgesloten een kopie aan van een door elf Statenleden, te weten door 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. mw. Mr. Marilyn M. Alcala-Wall; dhr. Pedro J. Atacho; mw. Malvina N. Cecilia; dhr. Eugene G. Cleopa; dhr. Humphrey A. Davelaar; mw. Emily S. de Jongh-Elhage; dhr. Anthony A. Godett; mw. Magali M. Jacoba; dhr. drs. Dennis H. Jackson; mw. Zita A.M. Jesus-Leito MBA; en dhr. drs. Glenn T. Sulvaran ondertekende, aan Statenvoorzitter, dhr. drs. Ivar Asjes, gerichte aanvraag voor het houden van

aangifte delikten Asjes e.a.

CRM-20120911

een openbare vergadering die de verkiezing v.e. nieuwe voorzitter en onder-voorzitter v.d. Staten tot onderwerp zou moeten hebben. Niet gehinderd door grondige kennis van de toepasselijke regels, noch geholpen door inzicht en gezond verstand, of misschien in hun haast, beseffen de aanvragers niet, casu quo zien ze over het hoofd dat de benoeming van een nieuwe voorzitter en ondervoorzitter pas aan de beurt is, nadat de openbare vergadering ter afzetting van de huidige voorzitter en ondervoorzitter gehouden is en tot het beogde resultaat heeft geleid. Gemakshalve siteer ik hierna de op 24 augustus 2012 opgestelde en ingediende zie stempel aanvraag: Sr. Presidente [di Parlamentu di Krsou], Pa medio di esaki suskritonan ta pidi bo persona pa konvok mas proto posibel un reunion pbliko di Staten ku e siguiente punto di agnda: Eskoho di Presidente i Vise Presidente nobo di Staten. E petishon aki ta konforme artkulo 6 insiso 3 di e Reglamento di rden di Staten. Zelfs bij wegdenking van de door hen begane vergissing blijft de aanvraag een zwakte vertonen. Door beziging van de woorden mas pronto posibel gunnen de aanvragers voorzitter Asjes nl. meer tijd voor bijeenroeping van de door hen aangevraagde type vergadering dan hem rechtens toekomt. De aanvragers schijnen de mening te zijn toegedaan dat op een openbare vergadering ter benoeming van een nieuwe voorzitter en vice-voorzitter de in ROSNA 21-3 vermelde termijn van toepassing is. Sommige van hen hebben zich trouwens uitdrukkelijk in voornoemde zin in interviews op de radio uitgelaten. Zols reeds (p. 3) gezien, moet de interim-voorzitter die, met het oog op de benoeming van een nieuwe voorzitter en vice-voorzitter, een openbare vergadering van de Staten dient te beleggen, dit echter binnen viermaal vierentwintig uur doen. Het is dankzij de laatste alinea van de aanvraag, waar ze bepaaldelijk naar artkulo 6 insiso 3 di e Reglamento di rden verwijzen 2 en daarbij bovendien te kennen geven dat hun aanvraag in het licht van dit artikellid begrepen moet worden, dat duidelijk wordt dat men hier met oneigelijke dwaling van doen heeft. Terwijl hun wil kennelijk op het aanvragen van een vergadering ter ongedaanmaking van de benoeming van de voorzitter en de ondervoorzitter gericht is, duidt hetgeen ze in de eerste alinea van hun aanvraag hebben verklaart, op een vergadering ter verkiezing van een nieuwe voorzitter en ondervoorzitter. Er bestaat dus een diskrepantie tussen wil en verklaring. BWNA 3:35 (= artikel 35 van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek van de Nederlandse Antillen) voorziet in dergelijke situaties:

Artikel 6, lid 3 van het Reglement van Orde voor de Staten van Curaao komt overeen met het derde lid van artikel 5 van het Reglement van Orde voor de Staten van de Nederlandse Antillen (ROSNA 5-3). Eerstgenoemd reglement is niet in het publikatieblad geplaatst, zodat het externe werking mist.Ingevolge artikel 1 van de Algemeene Bepalingen der Wetgeving van Curaao is immers [g]eene algemeene verordening ... verbindend, zoolang zy niet volgens de bepalingen van de Curaaosche Staatsregeling is afgekondigd. Partikulieren kunnen geen rechten aan zulke regelingen ontlenen, en zeker niet door hen verplicht worden iets te doen of na te laten.

aangifte delikten Asjes e.a.

CRM-20120911

BWNA 3:35 Tegen hem die eens anders verklaring of gedraging, overeenkomstig de zin die hij daaraan onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht toekennen, heeft opgevat als een door die ander tot hem gerichte verklaring van een bepaalde strekking, kan geen beroep worden gedaan op het ontbreken van een met deze verklaring overeenstemmende wil.

Onder de gegeven omstandigheden van het onderwerpelijke geval, in het biezonder de spesifieke vermelding van artikel 6, lid 3 van het Reglement van Orde voor de Staten van Curaao aan het slot van de aanvraag; de vele uitlatingen van de kant van de aanvragers in de pers en zelfs in het bijzijn van Statenvoorzitter Asjes, dat ze hem en de dhr. Thod het voorzitterschap, respektievelijk vicevoorzitterschap zullen ontnemen; alsmede het door de aanvragers kennelijk van toepassing achten van de in ROSNA 21-3 vermelde termijn mag dhr. Asjes de door voornoemde (p. 4) elf Statenleden tot hem gerichte aanvraag tot het houden van een openbare vergadering om een nieuwe voorzitter en ondervoorzitter v.d. Staten te kiezen, redelijkerwijs niet anders opvatten dan als een door de betreffende parlementarirs tot hem gerichte verklaring strekkende tot belegging van een openbare vergadering met ontneming van zijn voorzitterschap en de vicevoorzitterschap van dhr. Thod als onderwerp. Thans de reaktie van voorzitter Asjes op de aanvraag van 24 augustus 2012. In plaats van elk van de leden van het parlement een oproepingsbrief te doen toekomen, waarin hij hen uitnodigt om deel te nemen aan de aangevraagde, en door hem op een bepaalde, eerdere datum dan 7 september 2012 te beleggen openbare vergadering, stuurt hij de elf 3 aanvragers op 6 september 2012 de volgende brief toe: Nos a tuma nota di boso karta fech 24 di ougsts ltimo. Lamentablemente nos mester inform boso ku e petishon den boso karta no ta konforme e Reglamento di rdu di Parlamento. Pa e motibu aki, i pa e echo ku nos no ta bai kopera ku un (posibel) violashon di Reglamento di rdu, nos no por cumpl ku boso petishon pa yama e reunion pid. Finalmente, nos ta reconfirma ku tur frakshon den Parlamento por ta sigur ku nos lo ehers tur nos tareanan i outoridat pa salvaguardia e derechi demokrattiko di nos Pueblo di por vota dia 19 di ktober awor. Louter afgaande op de eerste alinea van de aanvraag van 24 augustus 2012, heeft voorzitter Asjes gelijk, als hij zegt dat die aanvraag niet konform het Reglement van Orde is gedaan. Men kan immers geen vergadering tot verkiezing van een nieuwe (vice-)voorzitter aanvragen, terwijl de huidige (vice-)voorzitter nog in funktie is. Zon aanvraag zou voorbarig zijn. Zols boven gezien, mocht de voorzitter de aanvraag in kwestie echter niet in die zin verstaan. Maar dan is zijn weigering om de aanvraag te honoreren volkomen onterecht. Een
3

Statenvoorzitter Asjes richt zijn brief van 6 september 2012 aan twaalf Statenleden. Per abuis of gemakshalve voegt hij ook Statenlid Dean Rozier aan het elftal toe.

aangifte delikten Asjes e.a.

CRM-20120911

voorzitter van de Staten komt absoluut geen bevoegdheid toe, te oordelen of het onderwerp welk een ander lid van dit kollege op de agenda van een door hem op te roepen openbare vergadering geplaatst wil zien, ter zake doet of om, vooruitlopend op de opening van zon vergadering, te beslissen dat besluitvorming over het onderwerp of zelfs de noodzakelijkerwijs hieraan voorafgaande beraadslaging, niet-naleving van het Reglement van Orde inhoudt of hiertoe leidt. Als een lid van de Staten een onderwerp in een openbare vergadering behandeld wil zien en hij de voorzitter hiertoe, schriftelijk en met vermelding v.h. betreffende onderwerp, verzoekt de door hem gewenste vergadering te beleggen en hij bovendien twee kollega-parlementarirs tot medendertekening van de aanvraag in kwestie bereid heeft gevonden, dan is de voorzitter verplicht binnen 14 dagen een een openbare vergadering over dat onderwerp te beleggen; dit nu, krachtens ROSNA 21-3. Houdt het onderwerp de afzetting van de voorzitter en of van de vice-voorzitter in, dan dient de aanvraag door meer dan drie en zelfs meer dan de helft van het wettelijke aantal Statenleden ondertekend te zijn. De termijn binnen welke een vergadering als laatstbedoeld moet worden gehouden, blijft gelijk: uiterlijk op de dertiende dag na indiening van de aanvraag. Het is ndat de voorzitter de aangevraagde openbare vergadering gepend heeft en hij het woord aan het eerste lid heeft gegeven, dat hij het betreffende lid wegens aansporing tot onwettige handelingen mag vermanen (ROSNA 34-2
vz. 1, zs. 1, zs. 9).

Het betreffende Statenlid wordt door de voorzitter in zon geval in de gelegenheid gesteld de
vz. 2).

woorden die tot de waarschuwing aanleiding hebben gegeven, terug te nemen (ROSNA 34-2

Pas

[w]anneer een spreker geen gehoor geeft aan de vermaningen van de voorzitter, of van de gelegenheid in het vorig lid bedoeld geen gebruik maakt, dan wel voortgaat ... aan te sporen tot onwettige handelingen, kan de voorzitter hem of haar het woord ontnemen en gelasten dat de betreffende passages niet in de notulen van de vergadering worden opgenomen (ROSNA 34-3 zs. 1/zs. 5, zs. 13/szs.). Ziet hier de omstandigheden, waaronder de voorzitter kan ingrijpen, wanneer hij meent dat een of meer Statenleden hun spreekbeurt misbruiken om anderen tot onwettige handelingen aan te sporen. I.c. zouden zulke onwettige handelingen dan moeten bestaan uit het zoeken van steun voor het voornemen van de elf aanvragers van de vergadering om hun kollega-parlementarir Asjes en Thod het voorzitter- respektievelijk ondervoorzitterschap te ontnemen. Maar hetzelfde Reglement van Orde voorziet nu juist bepaaldelijk in die mogelijkheid, en wel in ROSNA 5-3, zodat de voorzitter een statenlid, dat hiervan gebruik wil maken, nooit en te nimmer van het aansporen tot onwettige handelingen kan betichten. Het belangrijkste is dat hiermee het (sluitend) bewijs is geleverd dat zelfs al vindt de voorzitter, dat een bepaald onderwerp gelijkgesteld moet worden aan aansporing tot onwettige handelingen, hij verplicht is, een over het betreffende onderwerp aangevraagde vergadering, binnen de in het Reglement van Orde aangegeven termijnen bijeen te roepen. Des te zwaarder drukt die verplichting nu onder de uitdrukkelijk in het Reglement van Orde voor de Staten van de Nederlandse Antillen vermelde taken van de voorzitter van dit kollege zich met name bevinden:

aangifte delikten Asjes e.a.

CRM-20120911

het leiden van de werkzaamheden van de Staten, met inachtneming van dit reglement (ROSNA 6 sub a); en het naleven ... van het Reglement van Orde (RemOSNA 6 sub b, zs. 1, in fine).

Kortom, waar de voorzitter in zijn brief van 6 september jl. als reden om de door elf Statenleden aangevraagde vergadering niet te beleggen, aangeeft dat dit is, omdat e petishon den boso karta no ta konforme e Reglamento di rdu di Parlamento ... , kan dit argument zijn beslissing totaal niet dragen. Er is danook sprake van grove schending van het motiveringsvereiste. 4 ROSNA 21-3 jo. 5-3 gunt de voorzitter bovendien geen beleidsvrijheid. Hij is verpicht een aanvraag toe te wijzen die aan de limitatief daarin genoemde criteria voldoet. Reden waarom zijn beslissing op een aanvraag tot het houden van een openbare vergadering als een gebonden beschikking gekwalificeerd dient te worden. Beleidsvrijheid komt een orgaan toe, wanneer het hem rechtens vrijstaat van uitoefening van zijn bevoegdheid af te zien, alhoewel de voorwaarden voor rechtmatige gebruikmaking ervan eigenlijk vervuld zijn. 5 In casu is duidelijk sprake van misbruik van bevoegdheid, omdat de bevoegdheid waarover de voorzitter van de Staten beschikt om aanvragen tot het houden van openbare vergaderingen al dan niet toe te wijzen, hem niet verleend is om zichzelf in het zadel te houden. Blijkens BWNA 3:13-2 kan [e]en bevoegdheid ... onder meer worden misbruikt door haar uit te oefenen ... met een ander doel dan waarvoor zij is verleend ... . Het bestuursrecht spreekt in zulke gevallen van dtournement de pouvoir. Het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen (SrNA) sanktioneert misbruik van bevoegdheid, indien dit door een ambtenaar geschied. De ambtenaar die door misbruik van gezag iemand dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren (SrNA 381). Het strafrecht begrijpt onder ambtenaren onder andere alle personen verkozen bij krachtens wettelijk voorschrift uitgeschreven verkiezingen (SrNA 86-1). Strafrechtelijk bezien, zijn de voorzitter van de Staten en alle andere leden van dit kollege dus ambtenaren. Door misbruik te maken van de bevoegdheid die hem ex ROSNA 21-1 als voorzitter toekomt om zijn kollegaStatenleden te dwingen zijn voorzitterschap te dulden, maakt dhr. Asjes zich schuldig aan ambtelijke dwang, het in SrNA 381 omschreven strafbare feit, waarop een strafmaximum van twee jaar gevangenisstraf staat. Doch [i]ndien een ambtenaar ... bij het begaan van een strafbaar feit gebruik maakt van macht ... hem door zijn ambt geschonken, kan de straf met een derde worden verhoogd (SrNA 46 zs. 1, zs. 4/zs. 6, zs. 9/szs.). Huidige Statenvoorzitter Asjes wacht dus uit hoofde van schending van SrNA 381 een gevangenisstraf van 32 maanden ofte wel 2 jaar en 8 maanden! Ter voorkoming dat hem het voorzitterschap door een meerderheid der Statenleden met gebruikmaking van de in ROSNA 5-3 geboden mogelijkheid hiertoe zou kunnen worden ontnomen en dat zijn opvolger vervolgens de indiening en behandeling van en stemming over moties van wantrouwen tegen een of meer ministers van
4 5

Algra & Janssen, 1989, Rechtsingang, p. 195. Duk, Beoordelingsvrijheid en Beleidsvrijheid, 1988, p. 157.

aangifte delikten Asjes e.a.

CRM-20120911

de huidige, demisionaire regering zou toestaan, is de betreffende parlementsvoorzitter, dhr. drs. Asjes onlangs, en wel op Vrijdag, 24 aug. 2012, zelfs verder gegaan. Hij heeft toen namelijk geweigerd nog langer de indiening van moties toe te laten en de aan gang zijnde openbare vergadering voor onbepaalde tijd geschorst; zulks zo motiveerde hij zijn optreden - ter voorkoming van een parlementaire staatsgreep. Bij dezelfde gelegenheid heeft voorzitter Asjes tevens openlijk te kennen gegeven, noch uit eigen beweging, noch op aanvraag openbare vergaderingen van de Staten meer vr de op 19 oktober aanstaande plaats te vinden parlementsverkiezingen te zullen bijeenroepen. Bovenbeschreven houding van de voorzitter komt tot uiting in de volgende pasages van zijn brief van 6 september 2012: pa e echo ku nos no ta bai kopera ku un (posibel) violashon di Reglamento di rdu, nos no por cumpl ku boso petishon pa yama e reunion pid. Finalmente, nos ta reconfirma ku tur frakshon den Parlamento por ta sigur ku nos lo ehers tur nos tareanan i outoridat pa salvaguardia e derechi demokrattiko di nos Pueblo di por vota dia 19 di ktober awor. Zodoende tracht de Statenvoorzitter niet alleen zijn eigen positie te behouden, maar hoopt hij bovendien te voorkomen dat de Goeverneur alsnog Lr 39-2 op ministers van het kabinet Schotte van toepassing verklaart; ook hier weer dtournement de pouvoir. Laatstgenoemd artikellid kent de Goeverneur, als vertegenwoordiger van de Koning in diens hoedanigheid van hoofd van de Regering van de onderscheidelijke landen van de Staat der Nederlanden, 6 als landsorgaan dus, de Raad van Advies gehoord (Lr 32-4 zs. 1, zs. 5), de bevoegdheid toe om, [i]ndien [hem,] de Gouverneur blijkt, dat een Minister het vertrouwen van de Staten niet langer heeft, ... bij gemotiveerd besluit tot tussentijds ontslag van die Minister over[ te ]gaan.
Lr 32-4 zs. 1, zs. 5 komt ook bij toepassing van Lr 66-1, id est bij uitoefening van het ontbindingsrecht, om de hoek kijken. Ontbinding van de Staten, het enige rechtstreeks door het volk gekozen overheidsorgaan hier te lande, kan toch zeker niet anders dan als een buitengewoon geval van gewichtige aard gekwalificeerd worden. Niet enkel de Raad van Advies dient bij uitoefening van het recht van ontbinding geraadpleegd te worden,. Uit het tot de algemene beginselen van behoorlijk bestuur behorend zorgvuldigheidsbeginsel vloeit stellig de verplichting voort, om telkens wanneer gebruikmaking van het ontbindingsrecht overwogen wordt, tevens de direkte belanghebbende bij de te nemen beslissing, in casu het parlement, te horen. Noch het een, noch het ander is bij de laatselijk genomen beslissing om tot ontbinding van de Staten over te gaan, gebeurd. Het ontbindingsbesluit in kwestie is danook, zowel staats- als bestuursrechtelijk gezien, onrechtmatig! Als zelfs een orgaan dat door het volk gekozen is, een door hem zelf benoemd orgaan, welke bovendien verantwoording aan hem schuldig is, niet zonder te horen, althans gelegenheid geboden te hebben om gehoord te worden, kan en mag ontslaan, hoe is dit andersom wel mogelijk? In de Nederlandse Antillen maken de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (abbb), zowat allemaal deel uit v.h. ongeschreven publiekrecht; 7 dt, in tegenstelling tot Nederland, waar de meeste in de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) zijn gekodificeerd. Gezien de analogiese toepasselijkheid in de Nederlandse Antillen van de Nederlandse jurisprudentie en doktrine op het terrein van het bestuursrecht, 8 vormt het gemis aan gekodificeerde abbb echter geen onoverkomelijk bezwaar hier te lande. In de verhouding burger/ overheid gelden, wat de hoorplicht van de overheid betreft, met name de volgende regels, die mijn inziens van analoge toepassing zijn op de hier te lande gerezen situatie in de relatie tussen regering en parlement:

zie S 2-1 vz. 1 jo. Lr 11 vz. 1, of te wel: volzin 1 van het eerste lid van artikel 2 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden in samehang met de eerste volzin van artikel 11 van de Landsregeling van de Nederlandse Antillen gelezen. 7 Rogier e.a., 2003: Landsverordening Administratieve Rechtspraak Nederlandse Antillen en Aruba, p. 57. 8 Rogier e.a., 2003: Landsverordening Administratieve Rechtspraak Nederlandse Antillen en Aruba, p. 59.

aangifte delikten Asjes e.a.

10

CRM-20120911

AWB 4:8 (eigen onderstreping/vette druk) -1. Voordat een bestuursorgaan een beschikking geeft waartegen een belanghebbende die de beschikking niet heeft aangevraagd naar verwachting bedenkingen zal hebben, stelt het die belanghebbende in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen indien: a. b. de beschikking zou steunen op gegevens over feiten en belangen die de belanghebbende betreffen, en die gegevens niet door de belanghebbende zelf ter zake zijn verstrekt.

-2. Het eerste lid geldt niet indien de belanghebbende niet heeft voldaan aan een wettelijke verplichting gegevens te verstrekken. AWB 4:9 Bij toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 kan de belanghebbende naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren brengen.

Waar in de Algemene Wet Bestuursrecht van belanghebbende wordt gesproken, wordt hieronder verstaan (AWB 1:2-1): degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. S 48 (= artikel 48 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden) verplicht [d]e landen ... bij hun ... bestuur de bepalingen van het Statuut in acht te nemen. Een zon bepaling n is neergelegd in S 43-1, te weten, dat elk der landen zorg draagt voor de deugdelijkheid van zijn bestuur. Hoewel de in voornoemde artikelen vervatte regels van Nederlands bestuursrecht voor Curaao als regels van ongeschreven bestuursrecht hebben te gelden, en zich voor analoge toepassing in de onderlinge verhouding tussen overheidsorganen lenen, zijn ze niet bij de resente uitoefening van het ontbindingsrecht toegepast. Coenraad van Beuningen placht te vertellen hoe zijn grootmoeder hem zei, toen hij aarzelde zeker hoog ambt te aanvaarden: Ben je mal, jongen! Neem maar aan; je zoudt van je leven niet geloven met hoe weinig verstand men het land regeren kan .

Bovenomschreven gang van zaken houdt een evidente en flagrante aantasting v.d. landelijke rechtsstatelijkheid in. In een rechtsstaat hoort immers het gezag van alle overheidsorganen, en hiermee iedere vorm van bevoegdheidsuitoefening door elk hunner onderscheidelijke ambten, zijn grenzen te vinden in het recht. 9 Krachtens SvNA 199 vz. 1 (= de eerste volzin van artikel 199 van het Wetboek van Strafvordering van de Nederlandse Antillen) is een ieder die kennis draagt van een strafbaar feit, bevoegd hiervan aangifte te doen. Zulks dient te geschieden bij de tot ontvangst van de aangifte bevoegde ambtenaar (SvNA 201-1). Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (S) bevatte in zijn oorspronkelijke versie zie Staatsblad nummer 596 van 1954 danwel Publikatieblad 121 van hetzelfde jaar (Pb 1954-121) een overgangsbepaling dat het ambt van ProkureurGeneraal spesifiekelijk noemde, en wel in de derde volzin van het vierde lid van artikel 59. Ook de vierde, tevens laatste volzin van netgenoemd artikellid (1954-S 59-4 vz. 4) handelde over het heden ten dage door u beklede ambt van Prokureur-Generaal. Ik vraag uw aandacht voor de volgende passage uit de offisile toelichting op 1954-S 59-4 (eigen onderstreping/vette druk): Bij deze aanpassing verdient het aanbeveling, dat de aard van de functie van de procureur-generaal duidelijk wordt aangegeven. Uit zijn functie vloeit voort, dat tot zijn taak behoort te waken voor de rechtszekerheid en het behoud van de rechtsstaat. Hoewel het hele artikel sedert lang vervallen is, valt uit niks op te maken dat de statutaire regelgever met zijn huidige visie op de rechtsstaat met de gedachte heeft willen breken dat op landsnivo de Prokureur-Generaal de aangewezen funktionaris is om het rechtsstatelijk karakter van het territoor waar hij het openbaar ministerie uitoefent, te bewaken. In tijden waarin de voorzitter van het parlement van een van de landen waaruit de Staat
Algra & Gokkel, 1977, Fockema Andreaes Rechtsgeleerd Handwoordenboek, p. 509; Voermans (red. Koekkoek), 2000, De Grondwet; een Systematisch en Artikelgewijs Commentaar, nr. 5.1.2, p. 424..
9

aangifte delikten Asjes e.a.

11

CRM-20120911

der Nederlanden is samengesteld, weigert openbare vergaderingen van dit orgaan te beleggen, niettegenstaande het feit dat deze vergaderingen door het reglementair benodige (minimum)aantal volksvertegenwoordigers en op overigens geheel korrekte wijze zijn aangevraagd, is de door de statuutgever zelve beschreven aard der funktie van de Prokureur-Generaal van uiterst groot belang. Gezien het feit dat de strafbare feiten die met zekerheid gepleegd zijn het rechtsstatelijk karakter van het land flink hebben aangetast, bent u onder de kompetente landelijke autoriteiten volgens mij de meest aangewezene om van deze aangifte kennis te nemen. Van de artikelen van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen die ik geschonden acht, heb ik tot nu slechts artikel 381 in kombinatie met artikel 46 en artikel 86 genoemd. Maar er zijn er nog meer. Strafbaar is bv. ook [h]ij die ... opzettelijk een [parlements]lid verhindert [om in een (openbare of besloten) vergadering van de Staten] ... vrij en onbelemmerd zijn plicht te vervullen (SrNA 129 zs.1, zs. 17/zs. 19, zs. 21/szs.) Het artikel in kwestie luidt in zijn geheel als hierna en is door mij, ter meerdere inzichtelijkheid, in de daarna aangegeven zinsneden opengehakt en, waar relevant gecht, onderstreept:
SrNA 129 Hij die door geweld of bedreiging met geweld een vergadering van de Staten of van hun krachtens het reglement van orde gevormde of benoemde commissies uiteenjaagt, tot het nemen van enig besluit dwingt, een lid uit die vergadering verwijdert of opzettelijk een lid verhindert die vergadering bij te wonen of daarin vrij en onbelemmerd zijn plicht te vervullen, wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25. 26. 27. Hij die; door; geweld; of bedreiging; met geweld; een vergadering van de Staten; of van hun; krachtens het reglement van orde; gevormde; of benoemde; commissies; uiteenjaagt;, tot het nemen van enig besluit dwingt;, een lid; uit die vergadering; verwijdert; of opzettelijk; een lid; verhindert; die vergadering bij te wonen; of daarin; vrij; en onbelemmerd; zijn plicht te vervullen;, wordt gestraft met; levenslange gevangenisstraf; of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren.

aangifte delikten Asjes e.a.

12

CRM-20120911

Merk op dat de bepaling hij die ... opzettelijk een lid verhindert ... daarin vrij en onbelemmerd zijn plicht te vervullen, tweerlei betekenissen heeft, te weten: 1e. Hij die opzettelijk een lid van de Staten verhindert om in een vergadering van dit kollege diens vrij en onbelemmerd te vervullen; alsmede 2e. Hij die opzettelijk een lid van de Staten, die een vergadering van dit kollege bijwoont, verhindert in die vergadering diens plicht vrij en onbelemmerd te vervullen. In het eerste geval wordt daarin- zie zinsnede 21 - beschouwd betrekking te hebben op de 6e zinsnede, alwaar gerept wordt van een vergadering van de Staten, terwijl in het tweede geval hetzelfde woordje daarin ziet op een vergadering van de Staten die door een lid hiervan wordt bijgewoond; op de vergadering bedoeld in zinsnede 20 dus. In het onderhavige geval wordt de bepaling in SrNA 129 zs. 1, zs. 17/zs. 19, zs. 21/szs in de eerste betekenis opgevat, wat niet of nauwelijks bezwaarlijk kan zijn. Waarom zou iemand die een Statenlid verhindert, in een vergadering van de Staten diens plicht vrij en onbelemmerd te vervullen, nit strafbaar zijn, terwijl wl strafbaar is dezelfde persoon, wanneer hij hetzelfde Statenlid verhindert om tijdens een vergadering v.d. Staten diens plicht vrij en onbelemmerd te vervullen? Door een lid dat een vergadering bijwoont, via diens zaktelefoon te bedreigen met enig kwaad tegen bv. zijn gezin thuis, indien dit lid tgen of voor het aannemen v.e. bepaald voorstel stemt, kan de bedreiger bereiken dat het lid in kwestie diens plicht niet vrij en onbelemmerd vervuld. De verhindering van een lid der Staten om diens plicht vrij en onbelemmerd in een vergadering van dit kollege te vervullen, kan bereikt worden door hem bv. door middel van bedrog van de vergadering weg te houden. Ook door hem met fysiek geweld of bedreiging hiermee te beletten een vergadering van de Staten bij te wonen. Het betreffende lid krijgt in dergelijke situaties niet eens de kans om ter vergadering te verschijnen, laat staan dat hij er zijn plicht vrij en onbelemmerd plicht zou kunnen vervullen. Ook kan de voorzitter, zonder hiertoe bevoegd te zijn, weigeren een vergadering bijeen te roepen, waardoor hij niet slechts n, maar zelfs alle leden van de Staten de hen rechtens toekomende gelegenheid onthoudt om in een vergadering van dit kollege hun plicht vrij en onbelemmerd te vervullen. En waarom zou nu juist het ergste geval onbestraft moeten blijven? Neen, Statenvoorzitter Asjes is strafbaar wegens schending van SrNA 129, tegenover welk strafbaar feit levenslange gevangenisstraf is gesteld. Een eventule toepasbaarheid van SrNA 46 is in zon geval irrelevant. Wel ter zake doend is het gegeven dat [b]ij veroordeling wegens het in artikel 129 omschreven misdrijf ... ontzetting van de in artikel 32, no. 1-3, vermelde rechten [kan] worden uitgesproken (SrNA 136-1); zeker als bedacht wordt dat zich onder bedoelde rechten zich bevinden het stemrecht, het recht om verkozen te worden en het recht om (bepaalde) openbare ambten te bekleden! Aangezien de parlementaire onschendbaarheid, die m.n. de leden van de Staten ex Lr 64 genieten, hen slechts ten aanzien van wat ze in de vergadering gezegd of schriftelijk overgelegd hebben, bescherming

plicht

aangifte delikten Asjes e.a.

13

CRM-20120911

tegen gerechtelijke vervolging biedt, kan dhr. Asjes zich niet met sukses op zijn als parlementarir genoten immuniteit beroepen. Het niet versturen van oproepingsbrieven is zeggen, noch schriftelijk overleggen. De schriftelijke weigering van 6 sep. 2012 om aan een genoegzaam duidelijke en ondersteunde aanvraag tot het houden van een openbare vergadering het terecht verwachte gevolg te geven, is niet ter vergadering geschied. Hetzelfde geldt voor zijn aankondiging geen openbare vergaderingen voor de verkiezingen van 19 oktober 2012 te beleggen. Konform het in de Landsregeling neergelegde beginsel van vrij mandaat, welks gelding door de Hoge Raad in het Aruba-arrest 10 is bevestigd, staat het elke parlementarir geheel vrij zijn eigen invulling te geven aan wat hj beschouwt tot zijn plicht te behoren, mits hij hierbij maar zijn ambtseed in acht neemt.
Het beginsel van vrij mandaat komt onder meer in Lr 61 tot uitdrukking. Netgenoemd beginsel is van publieke orde, hetgeen ABNA 16 (= artikel 16 van de Algemene Bepalingen der Wetgeving van de Nederlandse Antillen) toepasselijk doet zijn. Met het oog op uw leesgemak hierna sitaat van laatstgenoemde twee artikelen:
Lr 61 De leden der Staten stemmen naar eed en geweten, zonder last van of ruggespraak met hen, door wie zij zijn gekozen. ABNA 16 Door geene handelingen of overeenkomsten kan aan de algemeene verordeningen die op de publieke orde of goede zeden betrekking hebben, hare kracht ontnomen worden.

Uit de eed die een verkozene vr het aanvaarden van het Statenlidmaatschap dient af te leggen, leert men dat een Statenlid o.a. de verplichting op zich neemt het welzijn van zijn land naar zijn vermogen voor te staan (Lr 52). Een lid van de Staten dat van mening is dat afzetting van de voorzitter van dit orgaan en of het ontslaan van een of meer ministers, het welzijn van zijn land bevordert, is in het kader van zijn plichtsvervulling geheel vrij een hiertoe strekkend voorstel ter stemming in te dienen of ten faveure van zon voorstel te stemmen. Elk handelen of nalaten van de Statenvoorzitter om het recht van zijn kollega-parlementarirs tot het indienen van moties en om vervolgens hun goed of afkeuring hierover uit te spreken, teniet te doen of aan te tasten, is onrechtmatig; gelijk ook elk handelen of nalaten van de Statenvoorzitter wat de tenietdoening, althans aantasting van deze rechten ten gevolge heeft! Wanneer een lid van de Staten ter vergadering, niettegenstaande het feit dat de voorzitter hem bij herhaling niet in de gelegenheid heeft willen stellen, een volgens het Reglement van Orde door voldoende kollega-parlementarirs ondersteunde motie in te dienen, stug in zijn pogingen persisteert en de voorzitter hem wegens ordeverstoring SrNA 191 heeft het over veroorzaken van opschudding - uit de vergadering laat verwijderen, handelt de betreffende voorzitter dan ook onbevoegd. De ordebewaker die desondanks het bevel opvolgt, en het weerspannige lid door geweld of bedreiging met geweld ... uit die vergadering verwijdert ..., is ex SrNA 129 strafbaar.

10

HR 18 nov. 1988, AB 1989-185.

aangifte delikten Asjes e.a.

14

CRM-20120911

Hij die ... ter plaatse waar een ambtenaar in het openbaar in de rechtmatige uitoefening zijner bediening werkzaam is, opschudding veroorzaakt en na het door of van wege het bevoegd gezag gegeven bevel zich niet verwijdert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee weken of geldboete van ten hoogste honderd gulden (SrNA 191 zs. 1, zs. 3/szs.). Ziet hier de strafrechtelijke sanktie die mogelijk is om ROSNA 35 meer en scherpere tanden te geven. Een voorzitter van de Staten die tegen de wil van een meerderheid van de leden de aan het voorzitterschap verbonden bevoegdheden blijft uitoefenen, kan niet beschouwd worden in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening werkzaam te zijn. Derhalve is een opschudding veroorzakend lid, dat zich in zon geval, niettegenstaande het door de voorzitter gegeven bevel daartoe. niet uit de vergaderzaal verwijdert, niet wegens aktieve wederspannigheid strafbaar.

Aangezien tevens als daders van een strafbaarfeit hebben te gelden, zij die door ... misbruik van gezag ... het feit opzettelijk uitlokken (SrNA 49-1 ten 2e, zs. 1, zs. 4, zs. 11/in fine), is zon parlementsvoorzitter eveneens strafbaar. Is het verwijderingsbevel konform het Reglement van Orde voor de Staten gegeven, dan hoeft de betreffende bewaker niks te vrezen; immers, [n]iet strafbaar is hij die een feit begaat ter uitvoering van een ambtelijk bevel, gegeven door het daartoe bevoegde gezag (SrNA 45-1). Ordebewakers die in een gebouw dienst doen waar het parlement pleegt te vergaderen, moeten goed beseffen dat een onbevoegd, vanwege de parlementsvoorzitter aan hen gegeven bevel, hun uit SrNA 129 voortvloeiende strafbaarheid niet opheft, tenzij dit bevel door hen te goeder trouw als bevoegd gegeven werd beschouwd en de nakoming daarvan binnen den kring ... [hunner] ondergeschikheid was gelegen (SrNA 45-2). Wanneer nu een voorzitter die, naar algemene bekendheid, niet de steun van een meerderheid der Statenleden geniet, een ordebewaker bevel geeft, een rebelerend lid uit de zaal te zetten of zelfs uit het gebouw te verwijderen, kan de betreffende ordebewaker zich onmogelijk op goede trouw beroepen. Het Burgerlijk Wetboek van de Nederlandse Antillen geeft de volgende definitie van goede trouw, welke definitie ingevolge de schakelbepaling in BWNA 15 ook in het staats- en strafrecht toepasselijk is:
BWNA 11 Goede trouw van een persoon, vereist voor enig rechtsgevolg, ontbreekt niet alleen, indien hij de feiten of het recht, waarop zijn goede trouw betrekking moet hebben, kende, maar ook indien hij ze in de gegeven omstandigheden behoorde te kennen. Onmogelijkheid van onderzoek belet niet dat degene die goede reden tot twijfel had, aangemerkt wordt als iemand die de feiten of het recht behoorde te kennen. BWNA 15 De artikelen 11-14 vinden buiten het vermogensrecht toepassing, voor zover de aard van de rechtsbetrekking zich daartegen niet verzet.

Met het schorsen van de vergadering komt dhr. Asjes evenmin ongestraft weg, want [d]e ambtenaar die, met het oogmerk om in de uitoefening van een openbare dienst stremming te veroorzaken of te doen voortduren, nalaat ... werkzaamheden te verrichten, waartoe hij zich ... uit kracht van zijn ambt heeft verbonden, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden (SrNA 374bis). Daar dhr. Asjes in zijn kwaliteit van voorzitter van de Staten er heel goed in is geslaagd de demokratiese besluitvorming in dit kollege te traineren, ziet zijn toekomst er nog somberder uit. De sanktie op geslaagde ambtelijke obstruktie bedraagt, wat het gedeelte van vrijheidsontneming

aangifte delikten Asjes e.a.

15

CRM-20120911

betreft, immers het dubbele; gevangenisstraf van ten hoogste een jaar dus (SrNA 374quater

ten 1e).

Het

telkenmale en zonder enige opgaaf van redenen schorsen van Statenvergaderingen, is dus tot vrijwel ieders verbazing - strafbaar. Trouwens ROSNA 33, waarin bepaald wordt dat [e]en voorstel tot schorsing der beraadslaging ... door ten minste drie leden [moet] worden ondersteund, impliceert samenspanning. Samenspanning bestaat zoodra twee of meer personen overeengekomen zijn om een misdrijf te plegen (SrNA
82). In artikel 374ter dreigt de wetgever zowel de schuldigen, als de leiders of aanleggers der samenspanning

met een gevangenisstraf van maximaal twee jaar, in geval twee of meer personen tengevolge van samenspanning het misdrijf plegen in het vorig artikel [(SrNA 374bis)] omschreven. Als het goed is, gaan er dus meerdere koppen rollen! Ziezo, het bovenstaande lijkt mij meer dan genoeg stof om dhr. Asjes en wellicht ook dhr. Thod achter de tralies te werpen. Ik herinner u eraan dat [e]en bevel tot voorlopige hechtenis kan worden gegeven in geval van verdenking van ... een misdrijf, waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld (SvNA 100-1 sub a). Interessant is ook dat [e]en bevel, als bedoeld in artikel 100 ... slechts [kan] worden gegeven, indien uit feiten en omstandigheden blijkt van ernstige bezwaren tegen de verdachte ter zake van de in dat artikel vermelde misdrijven, en voorts ... indien uit bepaalde omstandigheden blijkt van een gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid, die de onverwijlde vrijheidsontneming vordert (SvNA 101-1
sub b).

Het wordt zelfs bloedspannend, wanneer beseft wordt dat [e]en gewichtige reden van maatschappelijke

veiligheid ... voor de toepassing van het eerste lid slechts in aanmerking [kan] worden genomen ... indien wegens het vermoedelijk begane feit levenslange gevangenisstraf ... kan worden opgelegd of de rechtsorde ernstig door dat feit is geschokt (SvNA 101-2 sub a, zs. 1/zs. 3, zs. 6/szs.). Het geval van de heer Asjes voldoet immers aan alle genoemde eisen. Er staat levenslang op het in SrNA 129 beschreven misdrijf en door zijn minachting van de normen van een demokratiese rechtsstaat is de rechtsorde als nooit tevoren geschokt. Het hangt uitsluitend van uw moed af of hij in voorlopige hechtenis wordt genomen. En als Carel Martinus, een gewone burger, het lef heeft alle voorgaande aantijgingen aan het adres van dhr. Asjes te doen, dan kan ik niet voorstellen dat het hoofd van het Openbaar Ministerie niet de moed kan opbrengen, te doen waartoe hij geroepen en bovendien volledig bevoegd is! De rechtsstatelijkheid van het land is aan u toevertrouwd. Beschaam het vertrouwen niet! Wat (in redelijkheid) nit van u afhangt, is of u daadwerkelijk tot strafvervolging van dhr. Asjes overgaat, want [v]an vervolging kan worden afgezien op gronden aan het algemeen belang ontleend (SvNA 207-2 vz. 1). Nu het ten ene male en in de verste verte niet valt in te zien, hoe niet-vervolging van iemand die moedwillig en onder hoongelach fundamentele normen van een demokratiese rechtsstaat heeft vertrapt en geredikuliseerd, het algemeen belang enig goed kan doen, is gebruikmaking van uw bevoegdheid tot seponering uitgesloten. Daarentegen ligt gebruikmaking van uw bevoegdheid ex SrNA 136-1 jo. 32 ten 1e, ten 3e

aangifte delikten Asjes e.a.

16

CRM-20120911

om bij de rechter ontzetting uit het recht van benoembaarheid in ambtelijke dienst en of uit het kiesrecht te vorderen zeer voor de hand. Het zou niet juist zijn als ik in deze aangifte niet ook zou wijzen op de strafbaarheid van leden van de Staten die de openbare vergadering ter sluiting en die ter opening van het parlementaire zittingsjaar niet bijwonen. De Landsregeling, door anderen Staatsregeling van de Nederlandse Antillen genoemd, schrijft in het eerste lid van artikel 55 bindend voor dat [h]et zittingsjaar van de Staten ... door de Voorzitter geopend en gesloten [wordt]. Het gewone zittingsjaar vangt aan op de tweede dinsdag van de maand september. Krachtens ROSNA 21-2 bepaalt [de voorzitter], met inachtneming van hetgeen omtrent de openbare vergaderingen in de Staatsregeling van de Nederlandse Antillen en in dit Reglement van Orde is voorzien, dag en uur van de vergadering. Wat de opening van het parlementaire zittingsjaar betreft, is de voorzitter van de Staten gebonden aan de tweede Dinsdag van september. Op voornoemde datum zo schrijft de Landsregeling in het tweede lid van artikel 55 gebiedend voor wordt door of namens de Gouverneur een uiteenzetting van het door de Regering te voeren beleid gegeven. Nu zowel de dag waarop de openingsvergadering moet worden gehouden, het onderwerp van deze vergadering, als de spreker reeds door de konstitutionele regelgever is bepaald, valt er voor de Staten niks te beraadslagen, noch te besluiten. De in Lr 62-1 neergelegde quorumvereiste is danook niet op de openingsvergadering van toepassing. De aankondiging van het nieuwe parlementaire zittingsjaar door de voorzitter van de Staten heeft het karakter van een deklaratore, ofte wel rechtsvaststellende beschikking. Het konstateert een toestand; verder niks. Ondanks het feit dat het quorumvereiste er niet aan toe doet, moeten alle leden van het parlement voor de openingsplechtigheid komen opdraven. Zo valt uit ROSNA 13-2 af te leiden. Konform het zojuist genoemde artikel dienen de leden van de ontvangstkommissie de Gouverneur of diens vertegenwoordiger te geleiden ... naar de voor hem bestemde plaats en nemen [ze] alsdan hun plaatsen in. Zowel bij aankomst als vertrek van de Gouverneur staan de overige leden op ter begroeting. Nit staat er in, dat de overige aanwezige leden bij de aankomst en bij het vertrek van de Goeverneur ten teken van groet moeten opstaan. Het Reglement van Orde van de Staten schrijft dus voor dat alle leden bij de plechtige openingsvergadering tegenwoordig moeten zijn. Het is de taak van de voorzitter van de Staten om erop toe te zien dat de overige leden van dit kollege zich aan het Reglement van Orde houden (ROSNA 6 sub b, zs. 2/szs.). Aan de oproepingsbrieven die de voorzitter, in verband met het op de tweede Dinsdag van september van elk jaar te houden openingsvergadering, aan alle leden verstuurt, zijn ze dus verplicht gevolg te geven. Daar [h]ij die opzettelijk niet voldoet aan een ... vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast ... wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste vijfduizend gulden (SrNA 190-1 zs. 1/zs. 3, zs. 5/zs. 10, zs. 27/szs.), kan de voorzitter van de Staten die de overige leden van dit kollege heeft opgeroepen, deel te nemen aan de plechtige vergadering die de opening

aangifte delikten Asjes e.a.

17

CRM-20120911

van het parlementaire zittingsjaar inluidt, aangifte doen tegen de leden die geen gevolg hebben gegeven aan deze oproep. Daarbij kan hij het Openbare Ministerie wijzen op de strafvermeerderingsgrond die in SrNA 46 zs. 1/zs. 6, zs. 9/szs. js. 86-1, Lr 52 besloten ligt. Indien [namelijk] een ambtenaar door het begaan van een strafbaar feit een bijzondere ambtsplicht schendt ... , kan de straf met een derde worden verhoogd. Alvorens het lidmaatschap van de Staten te aanvaarden, zweert, dan wel belooft elk der verkozenen o.a. dat hij [d]e Staatsregeling van de Nederlandse Antillen steeds zal helpen onderhouden ... (Lr 52). De door Statenleden afgelegde eed impliceert aldus dat ze verplicht zijn de voorzitter hun medewerking te verlenen, opdat deze het parlementaire zittingsjaar kan afsluiten. De Landsregeling schrijft immers de afsluiting van het parlementaire zittingsjaar dwingendrechtelijk voor. Anders dan bij de opening van het parlementaire zittingsjaar bepaalt de konstitutionele regelgever niet zelf de datum waarop de sluiting van een parlementair zittingsjaar dient te geschieden, noch wie er het woord voert en evenmin wat, behalve de aankondiging van de sluiting, het onderwerp ervan zal zijn. Daarover dienen besluiten genomen te worden, die tot het houden van voorafgaande beraadslagingen kunnen nopen. Het in in Lr 62-1 jo. ROSNA 22-2 gelegen quorumvereiste komt derhalve om de hoek kijken, zodat een sluitingsvergadering geen doorgang kan vinden zo niet meer dan de helft van het wettige aantal Statenleden de presentielijst heeft getekend. Doch de enige manier om er zeker van te zijn dat de voor de sluitingsvergadering benodigde quorum wordt gehaald, is dat iedereen de oproep om ter vergadering te verschijnen en hieraan deel te nemen gehoorzaamd. Pas bij de Statenzaal aangekomen, kan het blijken dat niet alle leden die naar de vergadering zijn gekomen, ook eraan moeten deelnemen; dit, omdat reeds een meerderheid der leden de presentielijst heeft geteken. Onder de konkrete omstandigheden van het onderhavige geval, zal de Offisier van Justitie echter al gauw geneigd zijn de zaak te seponeren. Een parlementarir die, door weg te blijven van een konstitutioneelrechtelijk verplichte vergadering (L 55-1), braaf protesteert tegen schending van diezelfde konstitutie het is immers [d]e Staten [die] ... uit de leden een voorzitter en een ondervoorzitter benoemt (Lr 56) kan toch in redelijkheid bevonden worden, zodoende het algemeen belang te dienen. In ieder geval kan niet met ernst beweerd worden dat diens protest strijdig is met het algemeen belang! Met het oog op het algemeen belang, welke zeker gediend zal zijn met enige hoop dat wij op een ordelijke manier uit deze chaotiese tijden kunnen geraken, hou ik mij het recht voor dit schrijven openbaar te maken. Hopende, verwachtende en eisende dat u deze aangifte zeer serieus neemt, verblijf ik.

...........................................