Você está na página 1de 9

Aantekeningen Strafrecht I

Hamed Hashimi

Thema 1: Strafrechtelijke aansprakelijkheid

IJzerdraad-arrest
Rechtsvraag: Onder welke voorwaarden kan een leidinggevende vervolgd worden voor de gedragingen van zijn ondergeschikten? Relevante feiten: De verdachte, een werknemer van een exportbedrijf, heeft bij het aanvragen van een vergunning voor de export van ijzerdraad in de benodigde formulier een werknemer onjuiste gegevens laten invullen. Leerstuk: In dit arrest geeft het Hoge Raad twee criteria voor functioneel daderschap, namelijk beschikking en aanvaarding. - Beschikkingsciterium: De verdachte heeft feitelijke zeggenschap over degene die de verboden handeling uitvoert. - Aanvaardingscriterium: De verdachte was zicht bewust van de verboden handeling en had het aanvaard. Zie evt. Wikipedia

Thema 2: Causaliteit en wederrechtelijkheid


Theorien Causaliteit:
- Coditio sine que non: Onmisbare schakel in de keten. Zonder deze schakel, zou het gevolg niet plaatsvinden. - Causa proxima: Laatste keten in de schakel. Dit is de meest dichtstbijzijnde oorzaak van het gevolg. - Relevantietheorie: Meest relevante oorzaak (volgens wetgever). - Adequeatietheorie: Voorzienbaarheid van het gevolg. - Redelijke toerekening

Redelijke Toerekening
De Hoge Raad heeft de redelijke toerekening als beslissend criterium aanvaard. De redelijke toerekening wordt beoordeeld aan de volgende factoren: - Concrete omstandigheden van het geval - Aard van het gedrag - Aard en strekking van het delict - Ernst van het letsel Noot Dwarslaesie-arrest - Bij opzet is er eerder toerekening mogelijk - Complexiteit van de causale keten en de tijdsverloop daarin

* Niet elke schakel in de keten heeft een zodanige invloed, dat het de toerekening weg kan laten vallen. [HR Dwarslaesie] * Latere incidenten hoeven geen belemmering te zijn voor de toerekening [HR Kroeggeweld] * Hoogst onwaarschijnlijke mogelijkheid verhindert niet het aannemen van causaal verband. Maar naar mate meer tijd is verstreken tussen gedraging en intreden gevolg, des groter de kans dat causaliteitsketen wordt doorbroken [HR Bloedvergiftiging]

Wederrechtelijkheid
Wederrechtelijkheid als element wordt verondersteld. Verdachte moet zich dan beroepen op een rechtvaardigingsgrond. Wederrechtelijkheid als bestanddeel moet worden bewezen. Als dit niet gebeurt, dan volgt er vrijspraak. Definitie van wederrechtelijkheid Hetgeen wat in strijd is met de wet HR Flatverbod: Aanwezigheid van eigen recht houdt niet in dat het gedrag per definitie niet wederrechtelijk is. HR Dreigbrief: Er is (ook) sprake van wederrechtelijkheid als de grenzen van het maatschappelijk betamelijke zijn overschreden.

Thema 3: Opzet en schuld


Opzet
Defenitie: Willens en wetens een verboden gedraging verrichten. Wilscomponent: Verdachte besluit een verboden handeling uit te voeren. Kenniscomponent: Verdachte is zich hier ook bewust van. Ondergrens: Voorwaardelijk opzet Het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans. Vereisten voorwaardelijk opzet [Volgens Hiv I-Arrest] 1. Risicocomponent: aanmerkelijke kans - Aard van de gedraging [Let op: Niet van gevolg] - Omstandigheden - Ervaringsregel [HR Ongeoefende schutter] - Bewijsmiddelen [Enkel bestaan van gevaarlijke situatie is niet voldoende HR Schieten op bovenwoning] 2. Kenniscomponent: : wetenschap van het risico Feitelijke kennis wordt over het algemeen verondersteld. 3. Wilscomponent: bewuste aanvaarding - Verklaring verdachte/getuige

- Aard van de gedraging - Omstandigheden waaronder deze is verricht [Evt. Uiterlijke verschijningsvorming] - NB: Hou ook rekening met contra-indicaties [aanwijzingen tegendeel]

Culpa
Definitie: Verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid 1. Aanmerkelijke onvoorzichtigheid: Behoorde verdachte anders te handelen? - Gedragingen - Aard en ernst ervan - Omstandigheden - Evt. toetsen aan zorgvuldigheidsnorm [Blackout-arrest] 2. Verwijtbaarheid: Kon de verdachte anders handelen? - Dit wordt meestal verondersteld. Verdachte moet zich op een schulduitsluitingsgrond beroepen. - Hier moet ook rekening gehouden worden met de Garantenstellung [HR Apothekersassistente in opleiding]

Bewuste culpa: Gedrag waarbij iemand de gevolgen van zijn gedrag wel voorzag maar hoopte op een goede afloop Onbewuste culpa: Gedrag waarbij iemand de gevolgen niet had voorzien maar had kunnen voorzien door onderzoek te verrichten en ook had moeten doen

Thema 4: Strafuitsluitingsgronden

Rechtvaardigingsgronden
Overmacht i.d.z. noodtoestand (art. 40 Sr) Verdachte had conflicterende belangen of plichten. Hij moest kiezen tussen twee kwaden. Vereisten: - Actuele (= acute) nood - Concrete nood - Conflicterende plichten - Keuze van verdachte was objectief gezien redelijk. Gemaakte keus voldoet aan de eisen van a) Subsidiairiteit: Er was geen beter alternatief voorhanden.

b) Proportionaliteit: Er was een juiste verhouding c) Adequatievereiste: Handeling van de verdachte was geschikt om het doel te beoogde doel te bereiken

Noodweer (art. 41 lid 1 Sr) Verdachte wilde eigen of andermans lijf, eerbaarheid of goed beschermen. Vereisten: - Ogenblikkelijk: Er was onmiddellijk dreigend gevaar voor wederrechtelijke aanranding - Eigen of andermans lijf, eerbaarheid of goed werd beschermd. - Verdediging was noodzakelijk [Subsidiaire] - Geboden verdedigingswijze [Proportionaliteit] Let op: Hou rekening met Garantenstellung

Overige rechtvaardigingsgronden Wettelijk voorschrift (art. 42 Sr) Bevoegd ambtelijk bevel (art. 43 lid 1 Sr) Ontbreken materile wederrechtelijkheid (ongeschreven)

Schulduitsluitingsgronden
Psychische overmacht (art. 40 Sr) Door grote (psychische) druk kon van de verdachte mocht niet worden verwacht anders te handelen. [Dit kan gezien worden als een vorm van tijdelijke ontoerekenbaarheid, veroorzaakt door externe omstandighheden]. Zie: HR Moord Capelle aan den IJssel Vereisten - Aanwezigheid externe nijpende omstandigheden die een drang doen ontstaan. - Redelijkerwijs [= normatief] kon en behoefde te bieden aan de drang. - Reactie was subsidiaire en proportioneel. - Hou evt. rekening met Garantenstellung.

Noodweerexces (art. 41 lid 2 Sr) Hierbij is er tijdens de verdachte tijdens een beroep op noodweer doorgeschoten. Dit kan op twee manieren, namelijk door disproportioneel te handelen [= intensief noodweerexces] of door niet op tijd te stoppen [= extensief noodweerexces] Zie: HR Koevoet

Vereisten - Criteria v. Noodweer (m.u.v. datgeen waarbij ze zijn uitgeschoten) - Hevige gemoedsbeweging, vrees, angst, e.d. -Dubbele causaliteit: Causaal verband tussen a) Hevige aanranding en paniekerige gedraging b) Door de paniekerige gedraging moet verdachte zijn doorgeschoten. Ontoerekeningsvatbaarheid (art. 39 Sr)

Overige strafuitsluitingsgronden Onbevoegd ambtelijk bevel (art. 43 lid 2 Sr) Avas: Afwezigheid van alle schuld (ongeschreven) Culpa in causa Een correctie op de strafuitsluitingsgronden. Als de verdachte zelf de situatie heeft veroorzaakt en het dus zijn eigen schuld is, kan hij zich niet beroepen op een strafuitsluitingsgrond.

Thema 5: Poging en voorbereiding


Poging (art 45 Sr)
- Het moet gaan om een (specifiek) misdrijf. - Er moet een voornemen (= voorwaardelijk opzet) zijn. - Er moet een begin van uitvoering zijn: Een gedraging moet naar haar uiterlijke verschijningsvorm worden beschouwd als te zijn gericht op de voltooiing van het misdrijf. [HR Cito]

Voorbereiding (art 46 Sr)


- Strafmaximum van het misdrijf is minimaal 8 jaar. - Verdachte heeft de intentie (= voorwaardelijk opzet) - Voorbereidingshandelingen tot het begaan van misdrijf. - Voorbereidingsmiddelen tot het begaan van misdrijf: Middelen moeten naar hun uiterlijke verschijningsvorm dienstig (=bestemd) zijn voor het beoogde misdrijf [HR Samir A.]

Vrijwillig terugtred (art 46b Sr) - Het is een autonoom wilsbesluit: verdachte komt zelf tot inkeer. - De vrijwillige terugtred moet aannemelijk zijn: Het redengevend zijn voor niet voltooien van het misdrijf.
Zelfs na een voltooide poging kan er nog een vrijwillig terugtred zijn [HR Remkabel]. Na een voltooide misdrijf kan dat echter niet meer. Let op: Vrijwillig terugtred op de poging sluit strafbaarheid van de voorbereiding niet uit [volgens het Juwelierszaak-arrest].

Thema 6: Deelneming
Daders (art 47 Sr)
Kunnen volledig strafmaximum krijgen Feitelijk Plegen (art. 47 lid 1 sub 1 Sr) Doen Plegen (art. 47 lid 1 sub 1 Sr) - Accessoriteit - Dubbel opzet: Opzet op a) het laten verrichten van de gedraging. b) de grondfeit. - Laat een ander de feitelijke gedraging verrichten - Feitelijke pleger is straffeloos Medeplegen (art. 47 lid 1 sub 1 Sr) - Accessoriteit - Bewuste samenwerking Subjectief Dubbel opzet: Opzet op a) de samenwerking. b) de grondfeit. - Nauwe samenwerking Objectief * Substantile bijdrage * Gezamenlijke uitvoering * Inwisselbaarheid rollen/taakverdeling * Fysiek aanwezigheid is niet vereist [HR Containerdiefstal] * Niet distantiren kan ook gezien worden als medeplegen Let op: Deze criteria zijn niet cumulatief. Uitlokken (art. 47 lid 1 sub 2 Sr) - Accessoriteit - Dubbel opzet: Opzet op a) het uitlokken (gebruiken van het middel). b) de grondfeit. - Er is een gebruikte middel - dat wilsbesluit brengt bij de dader (psychische causaliteit). - Initiatief ligt bij uitlokker.

Medeplichtigen (art 48 Sr)


Kunnen helft van strafmaximum krijgen. - Opzettelijk behulpzaam zijn bij het plegen van het misdrijf of opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen tot het plegen van het misdrijf. - Dubbel opzet:

a) Opzet op medeplichtigheid. b) Opzet op grondfeit. - Medeplichtigheid moet een bijdrage hebben geleverd.

Thema 7: Daderschap en schuld bij rechtspersonen


Rechtspersonen
Daderschap Rechtspersoon Criteria Drijfmest-arrest - Grondslag: Redelijke toerekening - Orintatiepunt: Sfeer rechtspersoon - Een of eer van de volgende omstandigheden a) Dienstbetrekking b) Normale Bedrijfsvoering c) Baatcriterium d) Criteria IJzerdraadarrest 1. Beschikking 2. Aanvaarding (met nuancering dat niet voldoen aan zorgplicht hier ook onder valt) Opzet/Culpa 1. Toerekening gedraging natuurlijke persoon aan rechtspersoon HR Gezondheidscertificaat 2. Perspectief rechtspersoon zelf

Feitelijk leidinggeven (art 51 lid 2 sub 2)


- Accessoriteit - Dubbel opzet: Opzet op a) Feitelijk leidinggeven b) Gedraging - Criteria HR Slavenburg II * Bevoegdheid, zeggenschap * Gehouden (aan zorgplicht) * Laat maatregelen achterwege * Voorwaardelijk opzet: Wetenschap van concrete delicten is niet vereist.

Thema 8: Georganiseerde misdaad


Deelneming aan misdadige organisatie (art 140 Sr)
Misdadige organisatie - Duurzaam en gestructureerde samenwerking (van minstens 2 personen). *Niet iedereen hoeft elkaar te kennen en de samenstelling kan fluctueren. - Heeft oogmerk op plegen van meerdere misdrijven. *Er hoeft geen sprake te zijn van een voltooide misdrijf. * Legitiem hoofddoel doet niet af aan strafbare naaste doelen Deelneming - Lidmaatschap - Deelnemingsgedraging: Levert bijdrage aan verwezenlijking oogmerk. -Dubbel opzet: Opzet op a) deelnemingsgedraging. b) oogmerk van de organisatie. Wetenschap van concrete misdrijven is niet vereist. Let op: Voorwaardelijk opzet voldoet hier niet Onvoorwaardelijk opzet [HR Duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband]