Você está na página 1de 12

Analyse van een zelfbouw ionisatiekamer

jwr47

In Zelf een simpele ionisatiekamer bouwen beschrijft Roel Hendriks1 een fascinerende schakeling, waarmee men ioniserende effecten, bijvoorbeeld straling, of ook een kaarsvlam, detecteren kan. De schakeling is hoogst eenvoudig en wordt als volgt treffend geschetst

Fig. 1: Principeschema uit "Zelf een simpele ionisatiekamer bouwen" Roel Hendriks levert daartoe een getallenvoorbeeld. Hij neemt aan, dat de ionisatiestroom op de centrale pen 1 p! bedraagt en de stroomversterking van elke Darlingtontrap "1 en "# $%.%%% is. De collectorstroom van "# bedraagt dan &'1%() !, dus bijna 1 m!. De*e stroom veroor*aakt een spanningsafval over R1 van ongeveer #,$+. De stroomversterking van 1 p! ,1%(1# !- naar 1m! ,1%($ !- is een enorme transformatie#, die niet van*elfsprekend is en door allerlei instabiliteit in de temperatuurbeheersing, aanloopeffecten en kruipstromen kan worden verstoord. "1 en "# *ijn geen gewone transistoren, maar Darlingtontrappen van het t.pe /0112$, die elk uit twee in cascade geschakelde npn(transistoren bevatten. De stroomversterking bedraagt minimaal $%.%%%, maar dat geldt alleen voor een collectorstroom van #%m!, wat in de toe te passen schakeling vrijwel uitgesloten is. De Darlingtons leveren een gigantische versterking, maar ik wilde eens *ien, of men ook met gewone 343(transistoren de*elfde prestatie kan bereiken. In eerste instantie controleerde ik de gelijkstroominstelling met een simulator. 5mdat ik de berekeningen wilde controleren en slechts over vier weerstanden van 167 beschikte, werd met de*e waarden ook gesimuleerd.

1 Roelhendriks.eu # $%.%%% 8 $%.%%% levert een totaalversterking van &%%.%%%.%%%, d.w.*. bijna 1%& op. $ BC517 datasheet ( Datasheet 0atalog

De Darlington-cascade
9ijn ontwerp ,fig. #- bevat behalve de ingangsweerstand, die slechts voor de meting van de stroomversterking wordt aangelegd, slechts ::n begren*ingsweerstand R1, die op 1 k7 wordt vastgelegd. De*e weerstand beveiligt de transistoringang tegen kortsluitingen. Door het weglaten van alle overbodige componenten wordt de werking van de schakeling verduidelijkt. !lle transistoren versterken eenvoudig de emitterstroom van de voorganger. !fge*ien van de multimeter wordt er nergens een spanning versterkt. In de 9icrocap 11 simulator werden twee instellingen van een Darlington(cascade getest, die demonstreren, dat de stroomversterking bij lage stroomsterkten ongeveer dui*endmaal lager ligt dan bij een viermaal hogere stroomsterkte. +oor de simulatie kies ik uit de beperkte voorraad, die de kostelo*e demoversie biedt, de #3$2#1, die het beste bij de meetresultaten past. De #3$2%% is in de professionele versie van de simulator beschikbaar, maar ik betwijfel of de modellen van de simulator wel het e8treme werkbereik van de toegepaste Darlington(cascade kunnen afbeelden. Het lijkt me niet de moeite waard, daarvoor een simulator aan te schaffen. De gemeten waarden wijken dan ook sterk van de simulaties af. In de praktijk vallen de stroomversterkingswaardes vallen duidelijk veel hoger uit. Het model van de #3$2#1 leverde de hoogste waardes op. De simulator kan voor elke aansluiting de stroomsterkten weergeven. 5ok kan men de transistoren gemakkelijk op andere t.pes omschakelen. Het afbeelden van de D+9 is natuurlijk een leuke gag, maar niet erg correct. De meter wordt *onder inwendige weerstand gemodelleerd. 5mdat de transistoren maar weinig stroom trekken en als stroombronnen geschakeld worden, speelt dat echter geen grote rol.

Fig. : !troom"ersterker "an ingangsstroom 1#7n$ %bi& '()* +, uitgangsstroom 5#1-$

Ri Ingangs( ,ingang- stroom "1

;itgangsstroom ") ;itgangsstroom ") <troom( ,gesimuleerd,gemetenversterking "1 (= ") ,gesimuleerd1.1%%n! ?>&.%%%n! $,11 m! ),?m! #.>$$8 11$.%%%8

<troom( versterking "1 (= ") ,gemeten1.2%%.%%%8 21).%%%8

) 67 1 67

1,>n! ?,1n!

.abel 1: !troom"ersterkingsfactoren %/fe* "oor 0e "ier transistoren De transistoren ,#3$2#1- werken elk theoretisch met een *eer variabele stroomversterking, die wij uit de simulator kunnen afle*en Hfe ,met Ri @ )67"1 "# "$ ") # $,# 2,1 #1,) Hfe ,met Ri @ 167$,) >,$ #>,2 &1,#

.abel : "ariabele stroom"ersterking "an 0e transistoren 11# 1 # 12 en 1'

Fig. 2: !troom"ersterker "an "an ingangsstroom 3#1n$ %1()* +, uitgangsstroom 345-$

5mdat de uitgangstrap van de versterker door de begren*ingsweerstand slechts ma8imaal 1%m! kan leveren is de versterker met Ri @ 1 67 en een gemeten uitgangsstroom van ),?m! vermoedelijk al in de ver*adiging geraakt. De waarde 21).%%%8 voor de stroomversterking markeert waarschijnlijk al een niet lineair bereik. Het geplande meetbereik ligt echter ook duidelijk lager dan de ingangsstroom 1,>n!. Het is de bedoeling het oplossend vermogen naar 1 p! ,1%(1# !- omlaag te brengen. Daartoe paste ik als meter een digitale voltmeter met een meetbereik #%%m+ en een Ri @ 1 97 toe. De stroomversterking bereikt vermoedelijk een waarde van ongeveer 1.%%%.%%%8. Het kan ook een factor 1% lager of hoger *ijn. Aventueel kan men voor iedere transistor de basis( en collectorstroom meten. /ij de kleine stromen is het moeilijk daarvoor een passende meter te vinden. In feite moet de*e e8tra gebouwd en geijkt worden.

In het Internet gepubliceerde Meetsystemen


De in BouCube gepubliceerde meets.stemen) voor een ionisatiekamer baseren meestal op de schakeling in Radon Detector for the <tudent, die op een 94<D)1! Darlington s.steem en een multimeter ,D+9- opbouwt. De door mij toegepaste digitale voltmeter 1 heeft voor het spanningsbereik #%% m+ een oplossend vermogen van %,1m+ en een ingangsweerstand van 1 97. 1%m+ op de meter over een Ri van 197 corresponderen met een ingangsstroom van 1%n! ,1%(>!-. !ls de stroomversterking van de voorgeschakelde versterkercascade $%,%%% bedraagt de ingangsstroom van "1 dus 1% n! E $%,%%% @ $$ f! or %.%%%%%%%%%%%%%$$ !mpere?. /ij een stroomversterking van 1.%%%.%%%8 komen 1%m+ op de meter overeen met 1%f! ,1%(1)!-.

Fig. ': 6a0on 7etector for the !tu0ent De*e schakeling in Radon Detector for the <tudent werkt slechts met ::n Darlington. Dit wordt vaak als te weinig bekritiseerd. <ommigen ontwerpen een Darlington met twee losse 343( transistoren /0#$2/, die echter veel te lage stroomversterkingen opleveren. 5ok bevalt het mij niet de lange, *ware antenne aan de basis van een gevoelige transistor te solderen. De basisaansluiting kan door de *ware draad los worden gewrikt. Fiever gebruik ik een draadsteun. De gevoeligheid voor parasitaire capaciteiten vallen best mee. 9ijns in*iens is ook de montage op pertina8 printjes riskant, omdat er lekstromen kunnen optreden.

Afscherming
Del belangrijk is echter de afscherming, die de schakeling stabiliseert. !ls het afdekblik weggelaten wordt, is de schakeling enorm gevoelig.

) how to build a geiger counter G dit s.steem werkt met een Darlington van het t.pe /0112 ,hfe @ $%.%%%- en bijvoorbeeld 0heapest nuclear radiation detector ( Ion chamber ,video- met twee losse transistoren /0#$2/ ,/0#$2/ datasheet1 Che DC>$%/ pocket(si*e digital multimeter ( Hobb. Hour ? Aen enkele femto(ampere correspondeert overigens met een stroomsterkte van ?,#)% elektronen per seconde.

Het schoonmaken van onderdelen


De onderdelen moeten *o schoon mogelijk *ijn. Ik heb gele*en, dat oude onderdelen, *oals de draadsteunen en transistoren na jarenlange opslag ,ook in kasten of do*en- in de vrij schone kelder een lage vuil kunnen oplopen, dat gedeeltelijk een Hmetalige geurI afscheidt. Aen deel van dat laagje vuil is eventueel lood, dat door het verval van radon uiteindelijk in lood is veranderd. Dit vuil moet voor een gevoelige schakeling als de ionisatiekamer worden verwijderd. Aventueel kan men de draadsteun in een afwasmachine mee laten draaien. Daardoor worden de onderdelen brandschoon. Ik heb er kunststoffen met succes e8treem schoon door kunnen maken. De transistoren *ijn als 9IF(t.pes hermetisch dicht en moeten liefst ongebruikt *ijn, omdat gebruikte transistoren eventueel e8tra kruipstromen kunnen vertonen. 5ok lang opslagen onderdelen kunnen natuurlijk door een laagje vuil ,waaronder de loodresten van het jarenlang neergeslagen en nu in lood veranderde radon- verontreinigd *ijn. "1 is natuurlijk het gevoeligste onderdeel voor lekstromen.

Opbouwvoorbeeld
De schakeling, werd uitgaande van een Darlington met twee 343(transistoren van het 9IF(t.pe #3$2%% begonnen en eerst met een derde en tenslotte met een vierde #3$2%% volgens het schema van fig. # ,*onder de ingangsweerstand Ri- uitgebreid. !ls opbouwvoorbeeld geldt de tussenstap met de eerste twee transistoren. !llereerst werd een koffiebus van vertind ,magnetisch- blik voorbereid. De koffiebus ,met diameter ca. >cm- werd ingekort op ca. >(1%cm hoogte, om gemakkelijker de schroeven te kunnen bereiken. Het blik is ongelofelijk buig*aam en moeilijk te *agen met een ij*er*aag. Het blik neigt bij het *agen en vijlen ,om de scherpe randen te verwijderen- te worden vervormd. Ik laat de randen liever *oals *ij *ijn. Die een oude schaar heeft kan het vermoedelijk ook knippen. Dat lukt natuurlijk niet bij een groenteblik, maar die hebben meestal al het juiste formaat. +ervolgens werd er op de onder*ijde een draadsteun met 1# lipjes geschroefd. In het dunne blik kan ik met een priem moeiteloos gaten prikken. !an steun nummer ? werd de ca. > cm lange staaf van *ilversoldeer ,diameter 1,1mm- vast gesoldeerd. Zilversoldeer laat *ich gemakkelijk solderen en bijknippen. De staaf mag de koffiebus natuurlijk niet aanraken. Cip 5m de staaf op de juiste afstand te installeren kan men er tijdens het solderen een stukje isolatiekous overheen schuiven en na het solderen weer verwijderen.

De draadsteun wordt van twee afstandsschroeven voor*ien, waarop de busdeksel als afscherming past. 5p de foto *ijn de twee transistoren en de weerstand als ook de aansluitdraden te *ien.

4in 1 is via een soldeerlipje aan het blik geaard. !an dit punt wordt de D+9 en de pluspool van de batterij bevestigd. 5p pin ),1,? wordt "1 vastgesoldeerd. 5p 1,2 en > wordt "# aangesloten. De weerstand bevindt *ich tussen > ,emitter van "#- en 11 ,minuspool van de batterij-. 5p pin 1 bevindt *ich de aansluiting voor de collectoren en de D+9.

Meetsysteem met vastgeschroefde afschermingsdeksel

Meetresultaten
Lekstroom
3ormaal gesproken mag de schakeling met een openliggende basis voor "1 geen stroom trekken. Cheoretisch is de lekstroom nul, maar dat wordt in de praktijk bij een cascade van vier transistoren in serie natuurlijk niet bereikt. De beginnen de tests met een aluminium afdekking, eventueel van aluminium. Ik*elf gebruikte een leeg, passend aluminium schaaltje van een lege Hfondue(branderI, maar men kan ook een tweede deksel ,van een ander koffieblik- toepassen. Het meets.steem met vier transistoren #3$2%% volgens fig. # ,*onder de ingangsweerstandproduceert met de*e aluminium afdekking ,maar in de regel ook *onder afdekking- een relatief stabiel meetwaarde van ca. 1% tot #% of #1 m+. De*e waarde moet als een soort basislekstroom worden beschouwd. De lekstroom kan ook door temperatuurwisselingen variJren. 9en kan de*e basislekstroom compenseren door middel van een potentiometer, *oals dat in fig. 1 is aangegeven, maar ik vindt het onnodig de meterschaal op nul te ijken. 9en kan de nulwaarde gewoon als een offsetwaarde van het meetresultaat aftrekken. 5m de lekstroom te testen werd het s.steem op een verwarming met )%K0 gebracht. Dan loopt de lekstroom op tot een circa tienvoudige waarde. De afle*ing bedraagt ca. 1%% m+ bij )%K0 in vergelijking met ca. 1%m+ bij ##K0. Door de kaarsvlam wordt de afgele*en waarde echter veel hoger.

Oversturing
De meter slaat sterk uit, als men met de vinger de centrale draad aanraakt. De meter wordt nu overstuurd en heeft ca. drie seconden nodig om tot de lekstroomwaarde terug te keren. Het s.steem gedraagt *ich betrouwbaar en stabiel. Ar is geen neiging tot oscilleren, omdat er nergens spanningen worden versterkt.

Brandende kaarsen
9omenteel heb ik geen radioactief preparaat. Dat moet eerst nog worden geproduceerd uit de Hdochters van radonI ,in het Angels Hradon daughters 2I-. Dat is niet moeilijk. 9en moet lucht uit een afgesloten kelder een uur lang met een ventilator of stof*uiger door een filter laten stromen. Dit is dan een paar dagen radioactief. De halveringstijd van radon(### ,###Rn>- bedraagt $,>#$1 dagen. Het probleem is echter, dat men niet weet, of het preparaat wel werkt. De eerste test moet betrouwbaarder *ijn. Ionisatie vindt onder andere plaats bij vuur, een gasvlam of een kaarsvlam. !ls testobject voor de ionisatie wordt dus in eerste instantie een theelichtje ,of een kaars, resp. aansteker- gebruikt, dat ook al voor een eenvoudige schakeling met een Darlingtontrap een heftige uitslag op de D+9 oplevert. Het theelichtje is een standaardbron, die in tegenstelling tot een aansteker een reproduceerbare vlam oplevert. De ionisatiekamer reageert *onder afdekking op een theelichtje als men de kamer direct op een afstand van ca. #1 cm boven de vlam houdt. De uitslag van de meter loopt snel op tot 1% m+ of daarboven. De geladen deeltjes moeten dus door de warmtestroom direct de blikken omhulling binnendringen. 5mdat de transistoren en met name "1 goed afgeschermd en thermisch geLsoleerd in de bovenkamer opgesloten liggen, is een thermisch opwarmen van de transistoren binnen enkele seconden onwaarschijnlijk.
2 Dhat are the 6a0on 4rogen. ,formerl. 6a0on 7aughters-M > Zie 8sotopen "an ra0on

Fanger dan # tot $ seconden mag men de meter niet boven de vlam houden, omdat de hitte de transistoren opwarmt en de lekstroom toeneemt en uiteindelijk de meter door vuil en hitte beschadigd kan worden.

De vlammantel
!an de buiten*ijde bevindt *ich een Non*ichtbareN vlammantel. In werkelijkheid is de vlammantel niet on*ichtbaar, maar de kleur van de*e *one van de vlam heeft een geringe lichtsterkte ten op*ichte van de intense gele kleur. In de vlammantel vindt door de overvloed aan *uurstof "olle0ige "erbran0ing plaats tot koolstofdio8ide en waterdamp. In de*e *one is de temperatuur het hoogst ca 1)%%K0. Hier vindt het grootste gedeelte van de ionisatie plaats. De meter registreert slechts een restant van de ionisatie. De meeste geladen deeltjes *ijn ter plekke al gerecombineerd. 9en kan de ionisatiekamer dus toepassen om de vorm en afmetingen van een vlammantel te registreren.

Zwaartekracht
!ls men de ionisatiekamer vlak naast de theelichtje op*ij plaatst, is de uitslag van de meter vrijwel onbeduidend. De ionisatie bevindt *ich dus uitsluitend in de loodrecht opstijgende vlammantel boven het theelichtje. De vorm van de vlam is sterk afhankelijk van de *waartekracht. Hoe groter de *waartekracht, hoe hoger de vlam. Zonder *waartekracht brandt een kaars *wakker en heeft de vlam een perfecte bolvorm. De kleur is dan blauw en de temperatuur is hoger. Zie de foto van de 3asa &

Fig. 5: ;aars"lam <on0er <waartekracht


& .his file is in the public domain because it was solel9 create0 b9 3!<!. :$!$ cop9right polic9 states that ":$!$ material is not protecte0 b9 cop9right unless noted".

!ls wij dit e8periment *onder *waartekracht uitvoeren, moet de meter op*ij naast het theelichtje ook al op #1 cm afstand van de vlam reageren *oals de proef loodrecht boven de kaars.

Samenvattting
De ionisatiekamer kan uitstekend worden uitgerust met vier standaard 343(transistoren in cascade. De stabiliteit van de schakeling is uitstekend. De transistoren *ijn goed afgeschermd tegen e8terne velden of mechanische invloeden en thermisch vrij goed ontkoppeld van de meetkamer. 5f de schakeling ook op radioactieve straling gevoelig reageert, moet nog worden getest. De meter reageert op kaarsvlammen *oals verwacht en het meetbereik is in staat de randen van de vlammantel af te tasten.

Inhoud
De Darlington(cascade.........................................................................................................................# In het Internet gepubliceerde 9eets.stemen........................................................................................1 !fscherming.....................................................................................................................................1 Het schoonmaken van onderdelen...................................................................................................? 5pbouwvoorbeeld................................................................................................................................2 9eets.steem met vastgeschroefde afschermingsdeksel.......................................................................& 9eetresultaten....................................................................................................................................1% Fekstroom......................................................................................................................................1% 5versturing....................................................................................................................................1% /randende kaarsen.........................................................................................................................1% De vlammantel...............................................................................................................................11 Zwaartekracht................................................................................................................................11 <amenvattting.....................................................................................................................................1#