Você está na página 1de 11

VADERLANDSCH MUSEUM

V0011
NEDERDIIITSCHE LETTERKENDE , 011DHEID
EN
GESCHIEDENIS,
J.T1TGECEVEN DOOR
Qr. J3. Serrure,
PROFESSOR BY DE FACULTEIT DER WETSBECEERTE EN LETTEREN AEN DE HOOGESCHOOL
TE GENT.
DERDE DEEL.
-GENT,
H. HOSTE, BOEKHANDELAER , VELDSTRAET, Nr 43.
1859-1860.
NUMISMATIEK.
I. Onnitgegevene mitten Der graven van #jottanb en
Der lyeren van thanen.
Dank aen den onvermoeiden yver van den leidschen hoog-
leeraer Vander Chijs, bestaet er thands voor de munten der
graven van Holland, een boek, hetwelk de verouderde werken
van Van Houwelinghen en Van Alkemade ruimschoots vervangt.
Zooals in zyne voorgaende verhandelingen heeft de heer Vander
Chijs een aental onuitgegevene stukken voor het eerst bekend
gemaekt, en zijn werk is verrijkt met platen waervan de uitvoering
allerkeurigst is.
Het is my gelukt het getal der oude grafelyke munten van
Holland nog te vermeerderen met eenige tot hiertoe onbe-
kende stukken (1 ). Ook te dezer gelegenheid zal ik eenen vluch-
tigen blik werpen op de verhandeling van den leidschen professor.
(1 ) De platen van het AlliSell271 waren reeds gesteendrukt vOOrdat de Verhande-'
ling van professor Vander Chijs verscheen 1 k had eater de gelegenheid de platen
van zijn werk, maer niet die van zijn Vervolg te zien. Hierdoor bleven slechts
de nummers 3 en 4 van myne plaet 1 onuitgegeven , de twee andere komen
in gerneld Vervolg voor.
5
( a; )
WILLEM IV. (1337-1345).
4. + MONETA M x S x GERT. (Dit is : moneta Montis sanctae Ger-
trudis). Klimmende leeuw, waer boven de tweekoppige rijks-
arend binnen eenen rand van bladeren.
KEERZYDE. (Binnenste omschrift) GL'C-OME-S x HO-LAD (dit is :
Guillelmu s comes Hoi/andiae.(Bui ten ste omschrift) : 4- BNDICTU:
SIT : NOMEN i DOMINI i NRI : DEI : IHU : XRI. (Dit is :
Benedictum sit nomen domini nostri Jesu Christi). Kruis, het-
welk de binnen-legende doorsnijdt.
Groot met den leeuw, te Geertruidenberg geslagen. ZILVER.
Eenig bekend exemplaer, in de verzameling van professor C. P. SERRURE.
MAXIMILIAEN EN PHILIPS DE SCHOONE (1489-1492).
2. MAXIMIL -IAN REX- ROMANO- PAT. (Dit is : Maximilianus rex .
Romanorum, pater). Kruis op welks midden het gekroonde schild
met den rijksarend. Boven in het omschrift het jaertal 1489.
KEERZYDE : PHI : ARCHIDUC 1 AU BG-B. CO. Z. (Een
roosjen). (Dit is : Philippi archiducis Austriae,.Burgundiae, Bra-
bantiae , comitis Hollandiae, Zelandiae). Sint Andries recht-
staende, steunende op zijn kruis; voor hem het negenveldige
schild met de wapens van het Keizerrijk, van Oostenrijk, oud-
en nieuw Burgondie, Holland en Brabant.
Gulden.

GOUD.
Eenig bekend exemplaer, in de verzameling van wylen den beer DE CRANE.
D' HEYSSELAER , te Mechelen.
PHILIPS DE SCHOONE (1492-1506).
i. OSTENDE NOBIS DNE MlAM TUAM. (Dit is : Ostende nobis, Do-
mine, misericordiam tuam). Een rooselaer te midden in het
veld der count.
( 67 )
KEERZYDE : ET SALVIARE TUUM DA NOBS (dit is : et salviare
tuum da nobis). Vijfveldig gekroond wapenschild hebbende
de kwartieren : Oostenrijk, oud- en nieuw-Burgondie , Brabant
en Holland.
KOPER.
Verzameling van professor C. P. SERRURE.
KEIZER KAREL , MEERDERJARIG (1520-1555).
4. KAROLUS D G ROM IMP Z HISP RE (dit is : Karolus dei
gratia Romanorum imperator et Hispaniarum rex). Het zelfde
gekroond vijfveldig wapensehild als op Nr 3.
KEERZYDE : DA MICH VIRTUTEM CONT. HOS. (Dit is : da
michi virtutem contra hostes tuos.) Kruis in welks.midden de
dortsche roos.
KOPER.
Verzameling van professor C. P. SERRURE.
Na dit weinige ter vermeerdering van het werk des leid-
schen hoogleeraers te hebben bygedragen, ga ik over tot het
maken van eenige bemerkingen en bedenkingen omtrent de
rangschikking of toeeigening van somniige stukken in die ver-
handeling. Wat my vooreerst in het oog viel was de reeks
der zoogezegde munten van graef Willem II, zoo licht-
jens door den schryver uit Van Houwelinghen of uit Van
Alkemade overgenomen. Ik kan niet begrypen hoe het aen
den geleerden professor niet dadelyk gebleken is, dat noch
nummer I , noch 2, noch 3, noch 4, kunnen bestaen zooals
ze afgebeeld zijn( 1 ). Nummer I is wellicht een sleek gelezene
count van Willem, hertog van Gelderland, te Arnhem geslagen;
nummer 3 schijnt een denier van Reinoud II van Gelderland te
(1 ) Men zie die stukken op plaet H van de Verhandeling van professor
Vander Chijs.
( 68 )
Nymegen gemunt. Sterlingen zooals NT 2 mag men voor 1 25 6
niet veronderstellen, vermits dat slach van munten slechts twintig
jaren later in de Nederlanden voorkomt. NT 4 behoort ongetwy-
feld tot de XIVe eeuw. %Vat eindelyk Nr 5 betreft , dat niet het
minste opschrift draegt, best had men bet, mijns inziens, met een
vraegteeken uitgegeven.
Eens deze penningjens uit den weg geruimd, komt men aen
de denieren, welke wezenlyk tot de XlIe en XIlIe eeuw behooren.
De reeks der hollandsche grafelyke munten wordt door den heer
Vander Chijs geopend met twee stukjens van de zelfde type als
de gewoone van Floris. Of deze muntjens wezenlyk tot Holland
behooren, schijnt my meer dan twyfelachtig. In de verzameling
van den beer Geelhand, te Brussel, berust een dusdanig muntjen
met het lange kruis op de keerzyde, waertusschen : WE-SE-LE-CI
(Wesele civitas) te lezen staet, zijnde dus het penningjen van Dirk
graef van Cleef. Op een der door den beer Vander Chijs aen graef
Dirk VI toegeschrevene ziet men op de keerzyde eene H, en dan
vier uitgesletene letters , die ik liever door HUSEN (Huissen, eene
stall vroeger in het Cleefsche gelegen) dan door de aenvangletters
van Holland, verklaren zou. Stellig is het verder voor my dat deze
penningjens jonger zijn dan dergelyke met FLORENS, en verder dat
zy slechts tot de XIII eeuw en niet tot de Xll e behooren. Op den
Catalogus der verzameling van graef van Renesse-Breidbach , in
1 85 6 te Antwerpen verkocht(i ), vindt men dusdanig eene munt
beschreven waerop men : IDE... las, en die men aen gravin Ida
(1 20'5 ) toeschreef, ik zag het stukjen * in de verzameling van
Geelhand waerin het overging en vond er DIDE(ric) op.
Het gouden lam, zoogezegd van Floris V, behoort slechts tot
de tweede helft der XIVe eeuw. De groot van Willem III aen
Zierikzee toegeschreven, draegt niet het opschrift SERISHE , maer
(1) 3./es Loisirs, Amusements Numi.smaliques, D. III, U1 .49, Nr 25 ,75 5 .
( 69 )
wel GERISHE. Hy behoort toe aen Gerisheim , in het graefschap
Berg. Het bekend zijn met een fraeijer exemplaer dezer munt,
dan dat welk de heer Vander Chijs voor oogen had , laet my toe
deze terechtwyzing te doen.
De geleerde schryver beschouwt met reden als veeleer tot Gulik
dan tot Holland behoorende de zoo dikwijls voorkomende toursche
grooten met het opschrift : WILHELMUS COMES of WILHELMUS DUX. lk
beb immers voor my een exemplaer liggen, waerop zeer duidelyk
te lezen staet WILLELMUS COM. IL, dat is : Willelmus corn(es) i(u)-
1(iacensis). Doch omtrent de toeeigening der gouden schilden kan
ik het in 't geheel met den heer Vander Chijs niet eens zijn. De
schryver kent aen Willem V toe de zoogezegde klinkaerts van slecht
en bleek goud, waerop men het schild van Beijeren ontmoet, en
die ongetwyfeld aen Willem VI toebehooren, terwijl by aen dezen
laetsten graef het schild met den adelaer voorstelt toe te wyzen. lk
begrijp des aengaende den twyfel niet door den te vroeg gestorvenen
geleerden heer Keer geopperd, en houde my volstrekt by de mee-
ning van den heer Chalon, die den eersten het schild met den adelaer
in de Revue numismatique ( 1 ) bekend maekte. Het gehalte en de
gravuer van deze laetste munt moet alien twyfel doen verdwynen.
Nr 1 1 , plaet IX, is een afgesnoeid exemplaer van den gewoonen
groot met den leeuw, verbeeld op pl. VI, Nr 1 6.
lk kan het opnemen van verscheidene munten (pl. X), door
hertog Jan IV van Brabant , voor Brabant of Henegouwe ge-
slagen, in een werk aver de munten van Holland, niet goed
keuren.
Ik zal hier opmerken dat de gouden engel, pi. VIII, Nr 2, diert
ook de heer Chalon (2) volgends Van Houwelinghen uitgaf,, beter
(1) D. H, bl. 426.
(2) Recherches sor les mummies des comics de Hainaut, Pl. XVII, No 130.
( 70 )
afgebeeld staet in de beschryving van het keizerlyk penning-kabi-
net van Weenen (1 ).
Voor de munten uit het tijdstip der minderjarigheid van Philips
de Schoone heeft de heer Van der Chijs de verdeeling in verschei-
dene reeksen, welke ik vroeger in myne Beknopte schets eener
yeschiedenis van het Muntwezen in Vlaenderen aenstipte , niet
gevolgd. Deze stukken worden door den hollandschen geleerde
zonder eenige historische volgorde gerangschikt. Zie hier hoe zy
louden moeten verdeeld worden :
EERSTE REEKS.
Munten geslagen in den gemeenschappelyken naem van Maxima-
liaen , aertshertog van Oostenryk en in lien van Philips den Schoo-
nen (1482-1486); dit zijn al de stukken met moneta archiducum
Austriae, Burgundiae, comitum Hollandiae, enz. :
Tot deze behooren : Het dubbel vueryzer Nr 8 en 9 ; het enkel
vueryzer NI. 10; het half vueryzer en de groot met de gotische M
Nr 7, 11, 12, 13, 14 ; de dubbele stuiver Nr 15, 16, pl. XXXVII Nr 30 ,
de enkele stuiver Nr 17, '18; halve stuiver Nr 19, 20. pl. XXXVII
Nr 31, 32; de onderdeelen van het vueryzer . Nr 28, 35, pl. XXXVII
Nr 33; pl. XLI1I Nr 4, 2.
TWEEDE REEKS.
illunten in 1487 en 1488 op last van Maximiliaen roomsch koniny
geworden geslagen, en op welke meestal de naem van Philips de
Schoone verzwegen werd; welke achterlating tot den opstand van
Vlaenderen en van de overige provincien aenleiding gal. Het op-
schrift dezer penningen is : Maximilianus. Dei gratia Romanorum
rex, of
Maximilianus Dei gratia Romanorum rex et Philippus,
archiduces Austriae, Burgundiae , enz.
Tot dezen slag behooren : de groote gouden reael Nr 1 en 2; de
gouden reael Nr 3 en 4 ; het gouden schuitken of halve reael Nr 5
(1) (DuvAL), Supplement au Catalogue des monnoies en or du Cabinet imperial.
Vienne, 1769, in-fol., bi. 49.
( 71 )
en 6; de groote zilveren reael Nr 21 ; de dubbele griffoen-stuiver Nr 22;
25 ; de griffoen , Nr 24; de halve, kwart en andere onderdeelen van,
den griffoen-stuiver Nr 25 -27; 49-5 2.
DERDE REEKS.
Munten in 1 488 door de party des opstands tegen Maximiliaen gesla-
gen (met : moneta comitis Hollandiae et Zelandiae).
De dubbele stuiver Nr 36; pl. XXXVII Nr 34.
VIERDE REEKS.
Munten van 1 489 tot 1 492, nu den vrede geslagen, waerop Maximi-
liaen als varier van Philips, en niet mede als vorst onzer landen
voorkomt (met : Maximilianus Romanorum rex, pater Philippi ar-
chiducis Austriae, Burgundiae, comitum Hollandiae, enz.).
De goudgulden pl. XXXVI Nr 29 (Nr 2 onzer plaet); de dubbele
stuiver en onderdeelen Nr 5 7-48 , pl. XXXVII Nr 5 5 .
Voor de munten van later tijd heb ik geene oprnerkingen van
belang te doen. Behalve de munten door de graven geslagen, bevat
het werk van den heer Van der Chijs nog die door de mindere
heeren van Holland in omloop gebracht. In verscheidene onzer
provincien oefenden , zooals men weet , niet alleen onze vorsten
maer ook somtijds kleine vryheeren op hunne leengoederen het
muntrecht uit ; zoo word er te Asperen door Walraven van Valken-
burg, te Heukelom door Jan van Arkel, to Vianen door Hendrik
van Brederode en door Geertruid van Bronkhorst geld geslagen.
Onder doze hoof belangryke heerlyke munten verdienen wel
zeker die van Hendrik van Brederode, den beroemden aenleider
der Geuzen, de voile aendacht. Wat onder die penningen vooral
zonderling voorkomt zijn de nabootsingen der pauselyke Carlinen
van Bologna. Be heer Van der Chijs deelde van dusdanigen twee
verschillende mede, pl. XLII, iv' 24 en 25 , het eene volgends Stiir-
( 72 )
mers Muntboek, het andere volgends eene teekening van een stuk
uit het kabinet van professor C. P. Serrure. Dewij1 beide afdee-
lingen niet zeer nauwkeurig zijn heb ik gemeend geenen ondienst
te does deze twee stukken op nieuw uit te geven met eene
derde tot hiertoe onbekende varieteit.
Ziet hier de beschryving dezer drie penningen. De type is op
alle de zelfde. Op de voorzyde staet een rechtziende pauselyk
borstbeeld , op de keerzyde een leeuw, die een vaendel vast-
houdt. De opschriften zijn :
4. S. PETRUS III PONT. MAX. (sanctus Petrus III pontifex maxi-
mus).
KEERZYDE : MONETA NOVA ARGEN. D. I. VY. (nzoneta nova argen-
tea domini in Vyanen).
Van der Chijs, pl. XIII Nr 21 Verzameling van professor C. P. SERRURE.
2. S. PETR. IIII PONT. MAX. (sanctus Petrus IIII pont. maximus) (1).
KEERZYDE : MONETA NOVA ARGEN. D. I. VY. (moneta nova argen-
tea domini in Vyanen).
Verzameling van professor C. P. SERRURE.
3. S. PETRUS APOSTOLUS PONT. MAX. (sanctus Petrus apostolus,
pontifex maximus).
KEERZYDE : H. D. D. BR. L. D. IN V. ETSI MORTUUS UR. (Henricus
dominus de Brederode, Tiber dominus in Vyanen, etsi mortuus
urit), zijnde deze laetste woorden de kenspreuk van Hendrik.
Van der Chijs, p1. XLII, Nr 24, verzameling van professor C. P. SERRURE.
C. A. SERRURE.
.

(1) De cyfers III of IIII werden achter den naem van St. Pieter geplaetst om des
te getrouwer de pauselyke munten na te bootsen.
PL. I .
I .
z.
w I
a.
j .
K.
X.

Interesses relacionados