Você está na página 1de 3

Tekortkomingen van leraren in het onderwijs moeten strenger aangepakt

worden,,
Mijn betoog gaat over tekortkomingen van en door leraren in het
onderwijs. Dit is de afgelopen paar jaar constant in het nieuws geweest en
ik vond het een zeer relevant onderwerp, omdat ik graag het onderwijs in
wil later en me zorgen maak over hoe het hier steeds slechter aan toe
gaat. Ik heb zelf veel gemerkt van de vermindering van de kwaliteit in het
onderwijs. Ik ben
voorstander van het strenger aanpakken van dit dilemma.
Er zijn voornamelijk vier redenen van de achteruitgang in het onderwijs.
Met name de vergrijzing, afname van het aantal leerlingen,
aantrekkelijkheid van het beroep en beleidsontwikkelingen.
Over de vergrijzing: het is al een groot algemeen onderwerp in Nederland.
Men wordt tegenwoordig steeds ouder en gaat op een latere leeftijd met
pensioen. In het Nederlandse onderwijs is 30-40%e deel 55 jaar en ouder
en zal in 10 jaar het werkveld verlaten. Dan zou je denken dat nieuwe
leraren het vak kunnen overnemen, maar dat is lang niet het geval.
Doordat de oudere leraren vaak een lang gedeelte van hun carrire in het
onderwijs hebben doorgebracht en daarmee zoveel ervaring hebben
opgedaan, kunnen jonge leraren lang niet aan de bak doordat zij lang niet
zoveel ervaring hebben en zo niet aan de eisen kunnen voldoen. Er is zo
een groot verschil tussen deze twee soorten leraren. Hierdoor groeit de
vraag naar leraren, maar kan niet worden vervuld door het steeds
groeiende aantal jonge leraren vanwege het gebrek aan ervaring. Deze
reden in combinatie met grote bezuinigingen in het onderwijs hebben
Nederland uit de top 5 kenniseconomien late zakken.
Het tweede punt is het dalende aantal leerlingen: dit is ook iets wat met
de vergrijzing te maken heeft. Nederlanders worden tegenwoordig veel
ouder dan vroeger, maar krijgen ook steeds minder kinderen, de zogehete
ontgroening. Tegenwoordig daalt het aantal leerlingen op scholen tot op
zo een grote schaal dat scholen geen andere oplossing hebben dan te
sluiten. Het lage aantal geboortes zorgt er ook voor dat in de toekomst
minder leraren zijn.
Daarnaast valt het beroep leraar niet in de smaak bij velen. Uit onderzoek
is gebleken dat bijna de helft van het uitstromend personeel minder dan
vijf jaar bij de werkgever heeft gewerkt. Er wordt veel geklaagd over het
schoolbestuur en de werkdruk. Ook kwam uit het onderzoek dat docenten
ontevreden is over doorgroeimogelijkheden, wat ligt aan de schoolleiding.
Om dit tegen te gaan heeft de overheid het mogelijk gemaakt voor
professionals uit het bedrijfsleven het onderwijs in te stromen. Deze
zogeheten zij-instromers hebben werkervaringen opgedaan en/of een

opleiding afgerond die relevant is voor het vak waarin zij willen lesgeven.
Zij ondergaan een geschiktheidsonderzoek in opdracht van de
schoolcommissie en krijgen eventueel begeleiding/scholing naast het
lesgeven. Op mijn vorige opleiding Voeding en Ditetiek had ik een leraar
die uit het bedrijfsleven kwam en projectmanager is geweest van grote
bedrijven, een boek had geschreven en in all veel achter zijn rug had. Als
professional en persoon was hij hartstikke interessant en wilde ik maar al
te graag horen over zijn werk, maar als leraar was hij werkelijk
waardeloos. Hij zat nog steeds te erg in de mentaliteit van het
bedrijfsleven en had geen sympathie voor de leerling. Qua didactische
vaardigheden had hij ook niet veel ervaring. Men is op school om te leren
en te discussiren, maar bij hem was dat nooit het geval. Hij had geen
geduld voor leerlingen die duidelijk ADHD of andere functiebeperkingen
hadden en wat meer geduld en begeleiding hebben en verwachte altijd
een professionele uitstraling. Ook vergeleek hij de sfeer in klas met het
bedrijfsleven en bleef altijd hameren op het feit dat 90% van de klas het
op zo een manier geen kans zou maken. Hij was te gewend aan het leiden
van ervaren medewerkers en formaliteiten. Ik vind dat het bevoegd
stellen van mensen uit andere werkvelden in theorie een goed plan, maar
in werkelijkheid zijn bepaalde mensen zeer ongeschikt om leraar te
worden of dan zitten ze te lang in een andere werkveld om zich snel
genoeg aan te kunnen passen in het onderwijs.

Bijv: een werkgroepdocent Christoph werkt bij een universiteit en heeft


een contract van 38u/week, maar het werk dat hij in werkelijkheid doet
loopt wel op tot 60uur. In theorie kan hij weigeren de overuren te maken
en zichzelf aan de 38 uur houden, maar dan zouden zijn collegas het
uiteindelijk moeten overnemen en dat is ethisch gezien erg lastig toe te
laten. Ook is er veel competitie voor zijn positie en zijn er velen anderen
die graag in Christophs schoenen zouden staan. De sociale druk en
competitieve werkveld laten hem weinig toe. Tegenwoordig heeft dit veel
geleid tot stakingen onder leraren. Een campagne waarin leraren
beschermd worden tegen zulke situaties en de overuren tegen een
speciale vergoeding maken zou een prima oplossing kunnen zijn.
Op mijn middelbare school hadden we een sterk lerarentekort, het beleid
begon waarschijnlijk uit wanhoop laks te worden bij de eisen voor leraren.
Ik had een leraar Frans, het was een Marokkaanse man die vloeiend Frans
sprak maar zowat geen woord Nederlands. Zowel de klas als leraar waren
zeer gefrustreerd hierdoor en de meneer gaf het uiteindelijk op. Hierna
hadden we een gehele periode van lesuitval. Ook was er een
Natuurkunde-leraar die enkel bevoegd was de onderbouw les te geven,
maar door een tekort ook de bovenbouw begeleidde. Hiernaast was hij wel
bezig met zijn masters en binnenkort werkelijk bevoegd.

Veel leraren geven net als mijn oude natuurkunde-leraar onbevoegd les,
omdat het bestuur geen beter oplossing hebben. Zij hebben wel ervaring,
maar niet de bevoegdheid om de functie officieel te vervullen. In deze
instanties is het een goed idee om masters-opleidingen en/of speciaal
afgestelde cursussen goedkoper aan te bieden.
Als vierde de beleidsontwikkelingen. Doordat er zoveel bezuinigd is, vooral
de invoering van het leenstelsel, de verhoging van de pensioensleeftijd in
ingesteld, de doorstroming in het onderwijs, is het onderwijs nogal
toegetakeld. De overheid heeft geprobeerd budgetten vrij te maken, bijv.
Bussenmaker 150 miljoen aangewezen om 3000 leraren op de been te
helpen door om extra banen te garneren. Deze zijn overgedragen aan
schoolbesturen die het plan moesten uitvoeren. Helaas zijn ze anders
gespendeerd door allerlei verliezen op te vangen. Het feit dat leraren
geen inzage/invloed hebben hierin is een enorm minpunt. De overheid
moet hier een harde hand in hebben en actief de uitgaves van budgetten
controleren. Daarnaast moeten leraren meer invloed hebben op de
beslissingen van budgetten die voor hen is bedoeld.
Hiermee komen we aan het eind van mijn betoog. Ik heb vier redenen
gegeven voor de crisis in het onderwijs en suggesties waarmee men dit
kan verhelpen. Zij-instromers moeten door een strengere screening gaan,
er moet een campagne worden opgesteld om leraren van de enorme
werkdruk te beschermen, er moeten goede masterprogrammas en/of
speciaal afgestelde cursussen komen voor leraren in het voortgezet
onderwijs en hogerop en de overheid moet strenger de uitgaven van
budgetten controleren plus leraren moeten een grotere invloed hierop
hebben. Ik denk dat als dit probleem zo door blijft gaan, het Nederlandse
onderwijs er nog verder op achteruit zal gaan. De tekortkomingen van
leraren in het onderwijs moeten dus strenger aangepakt worden.