Você está na página 1de 3

Biologie Voortplanting

Onderwerp: Hormonen

Waarvoor dienen hormonen?


- groei (groeihormoon)
- menstruatie (oestrogeen)
- secundaire geslachtskenmerken (beharing e.d  niet al vanaf je
geboorte aanwezig)
- zaad + eicelvorming
- seksueel gedrag
-suikerhuishouding (insuline)
- EPO  zorgt ervoor aanmaken van rode bloedlichaampjes
- FFF hormoon  Flight, Fright, Fight (ardenaline) bloedvaten in o.a gezicht
trekken samen
- spieropbouw; steroïden (corticosteroiden)
- hoeveelheid vocht in je lichaam, dus heeft ook met urine
(vochtafscheiding) te maken
- verbranding (schildklierhormoon)
- afscheiden van maagsap

Wanneer noem je iets een hormoon?

Hormonen zijn stoffen die in een hormoonklier gemaakt worden.


Hormoonklieren zijn klieren zonder afvoergang. Een gewone klier is bijv.
speekselklier; afvoergang gaat naar mond. Hormoonlieren raken hun
hormonen kwijt door het af te geven aan bloedvaten. Dit betekent dat ze
altijd op een totaal andere plek gemaakt worden dan nodig is. Er zijn dan
ook zogenaamde 'targetorgans', bij bepaalde organen werkt het wel, maar
bij andere niet. Een eigenschap van hormonen is dat ze al in heel geringe
hoeveelheid werkzaam zijn.

Interne Secretie: lett. inwendige afscheiding.

Dit is wat hormoonklieren doen  zie volgende blz.

Waar zitten hormoonklieren in je lijf?

- hypofyse (volledig centraal in je hoofd)


- schildklier
- eierstokken
- zaadballen
- kapje op je nieren  bijnieren
- alvleesklier  eilandjes van Langerhans
Hypofyse heet 'hersenaanhangsel' in het Nederlands. Lijkt een soort
druppel aan hersen. In scheelbasis zit speciaal holletje als bescherming
voor de hypofyse. In het Engels heet het 'mastergland' door de
belangrijkheid hiervan. Het is de belangrijkste klier omdat hij (1) verreweg
de meeste hormomen maakt. (2) De hypofyse bestuurt haast ook alle
andere klieren, (3) en hij zorgt dat ons regelsysteem goed werkt. We
hebben 2 regelsystemen: zenuwstelsel + hormoonstelsel. Zij moeten
gecoördineerd worden. Het blijkt dat hypofyse uit twee delen bestaat.

SOA

Seksueel overdraagbare aandoeningen in Nederland.

Algemeen

1. Jaarlijks 100.000 nieuwe gevallen


2. tot 25 jaar: 1 op de 10 besmet
3. Overgedragen via: bloed, sperma, vaginaal vocht.

aantallen  2005  dus in echt nog meer patiënten met SOA's

SOA Aantal nieuwe infecties

1. Chlamydia 60.000
2. Genitale wratten 25.000
3. Herpes genitalis 12.000
4. Gonorroe 6.000
5. Hepatitis B 2.000 Gaat door bloed
6. Syfillis 750 Kan dodelijk zijn
7. HIV 700 Kan ook dodelijk zijn
8. Overige 3000

Totaal 109.450 (nu dus nog meer)

Klachten

- afscheiding of pus uit penis, vagina of anus


- pijn bij plassen
- zweertjes, wratjes, blaartjes, penis, schaamlippen of anus
- aanhoudende jeuk bij geslachtsdelen/anus
- gezwollen klieren in de liezen
- pijn in een of beide (bij)ballen
- pijn in onderbuik
- pijn bij vrijen
- onregelmatige of abnormaal geslachtsverlies uit geslachtsorganen
7. Hiv/aids

- Virus dringt bepaalde cellen (T-helpercellen, zitten in je bloed, type witte


bloedlichaampjes), binnen
- T-helpercellen zijn betrokken bij afweer, maken antistoffen
- Door het virus wordt aanmaak van antistoffen gestopt
- vatbaar voor veel (alle) ziekten

Ziekteverloop Hiv/Aids

1. klachten luchtwegen
2. koorts, diaree, gewichtsverlies
3. klachten aan zenuwstelsel, hersenliesontsteking
4. klachten aan ogen
5. Non-Hodguin-Lymfoon (kankertype)
6. klachten aan huid  slijmvlies  bijv. Haposi's sarcoom

Haposi's sarcoom is een vorm van van huidkanker