Você está na página 1de 156

ALJECHIN-EUWE 1935

O
X

O
7^

rn

m m
O
ï
z I
m

m i™

§C
NEDERLANDSE SPORT FEDERATIE, ifd. Research en
Sportgeneeskunde (Bibliotheek),
1s-Gravenhage, Burgern. Van Karnebeeklaan 6

(telefoon: 632963, toestel 33)

Geleend op: jTerug te zenden op:

'7 SEP. 1965 1 5 OKT. 1965

RS(D): 14
ALJECHIN-EUWE 1935
DE STRIJD OM HET WERELDKAMPIOENSCHAP
SCHAKEN, GESPEELD IN NEDERLAND IN 1935
DOOR

DR. A. ALJECHIN
EN

DR. M. E U W E

LEIDEN - 1936
A . W . S I J T H O F F ' S U I T G E V E R SMAATSCHAPPIJ N.V.
VOORWOORD.

De strijd is gestreden, de beslissing gevallen. De ex-wereld­


kampioen is naar zijn land teruggekeerd, de nieuwe wereld­
kampioen heeft zijn lessen aan het Meisjeslyceum te Amsterdam
hervat.
Als herinnering aan den tweekamp Euwe—Aljechin verschijnt
dit door de beide rivalen en ons Comité samengestelde wed-
strijdboek en het is mij een aangename taak, als secretaris­
penningmeester van het Nationaal Nederlandsch Comité Wereld-
kampioenschap Schaken, het Euwe-Aljechin Comité, een inlei­
dend woord te schrijven.
Een aangename taak, want zij stelt mij in staat, uiting te geven
aan de dankbaarheid, die ons Comité gevoelt voor de duizenden,
die gaarne en spontaan hebben medegewerkt om dit tournooi
tot een gebeurtenis te maken van den eersten rang en die (wij
mogen dit als Nederlandsche Comité-leden erkennen) ons de
vreugde bracht, dat een Nederlander wereldkampioen werd.
Ongetwijfeld is de strijd Euwe—Aljechin een succes geworden
en in het kort hoop ik uiteen te zetten, waardoor dit mogelijk
is geweest.
Het was de juiste geestesgesteldheid, die het tournooi Euwe—
Aljechin en de voorbereiding er toe, gekenmerkt heeft.
Van hoog tot laag, van den voorzitter van het Eere-Comité tot
den jongsten bediende, die de postzegels plakte, was iedereen
overtuigd, dat hij zijn steun gaf aan een onderneming, die het
schaakspel, en vóór alles de reputatie van Nederland, ten goede
zou komen. Daarom is het mij in de eerste plaats een behoefte,
allen, die op de een of andere wijze hun medewerking hebben
verleend, voor het forum van de talloozen, die uit dit boek de
schoonheid van het nobele schaakspel kunnen genieten, van onze
erkentelijkheid blijk te geven.
Dank aan de leden van het Eere-Comité, dank aan de vele
sub-Comité's. Hun namen zijn bekend. Hun streven zal door
de Nederlandsche en de internationale schaakwereld niet ver­
geten worden.
Onbekend echter zijn de velen, die niet minder met hart en
ziel aandeel hebben in het succes en die allen vervuld waren
met de idee : hier kan iets groots verricht worden. Zij allen
hebben naar hun capaciteiten medegewerkt om den wedstrijd
Euwe—Aljechin tot een onvergetelijke gebeurtenis te maken.
Aan allen ons respect, aan allen onzen dank.
v
DE VOORGESCHIEDENIS.

Ik zou de volledigheid van dit boek te kort doen, als niet de


aanleiding tot en de voorgeschiedenis van dezen tweekamp
nader belicht werd. Als niet naar voren gebracht werd, hoe het
groeide. Het was dan in een persoonlijk onderhoud tusschen
Dr. Euwe en een onzer, dat voor het eerst het onderwerp in
kwestie aangesneden werd. Euwe voelde zich tot groote dingen
in staat, en diep in allen leefde de overtuiging, dat een wedstrijd
om den hoogsten titel tegen den toenmaligen wereldkam­
pioen, Dr. Aljechin, hem schitterende perspectieven zou bieden.
Zeker waren er moeilijkheden, die vele en velerlei waren.
Ook hier gold: „am Golde hangt, um Golde drangt doch
alles in der Welt", en wij wisten dus, dat het uit den aard
der zaak voornamelijk de financieele moeilijkheden zouden zijn,
die een uitdaging tot den wereldkampioen in den weg stonden.
Tijdens dit onderhoud meende de ander, dat financieele moeilijk­
heden er waren, om overwonnen te worden. Voelhorens wer­
den uitgestoken. Besprekingen, heel onofficieel, voorzichtig
tastend en speurend naar eventueele uitvoerbaarheid werden
gevoerd, en ... . er werd een Comité gevormd.
Inderdaad bleek alras, dat het bedrag, dat voor een dergelijken
tweekamp benoodigd was, aanzienlijk zou zijn, effectief en
relatief. Want de economische omstandigheden waren ook in
den winter van 1933/'34 niet zoodanig, dat men er op rekenen
kon, dat op vlotte en royale wijze gelden ter beschikking
gesteld zouden worden. Doch in verhouding tot de buiten­
gewone belangrijkheid van den binnen onze grenzen te organi-
seeren tweekamp, was de som gelds niet abnormaal groot.
Wij meenden, dat het organiseeren van de match Euwe—
Aljechin een enorme opbloei van het schaakspel hier te lande
met zich mede zou brengen en wij waren er van overtuigd, dat
vele Nederlanders, die het edele schaakspel tot dusverre niet
beoefend hadden, door het feit, dat een landgenoot ging strijden
om den hoogsten titel, geïnspireerd zouden worden, zich aan
het schaakspel te gaan wijden.
In ieder mensch schuilt, bewust of onbewust, een tikje chau­
vinisme. Ieder mensch gevoelt zich bewust of onbewust, ver­
heugd, indien een landgenoot tot een uitzonderlijke prestatie in
staat blijkt, en zoo zou de schaaksport in Nederland, indien
de tweekamp in ons land plaats zou vinden en indien de strijd
VI
voor Dr. Euwe eervol zou verloopen, een tijdperk van ongekenden
bloei tegemoet gaan.
Het was deze overtuiging, die ons de kracht gaf, met de
organisatie een aanvang te maken. Daartoe was in de eerste
plaats de steun van de pers noodig. Een steun, die de pers
gaarne bleek te geven, een steun, waarvoor wij niet genoeg
dankbaar kunnen zijn, en waardoor in wijden kring de belang­
stelling gewekt werd.

#
Al dadelijk in 1934, nadat ons Comité bij monde van den Voor­
zitter van den Koninklijken Nederlandschen Schaakbond ge­
ïnstalleerd was, wijdden de bladen uitvoerige artikelen aan de
uitdaging, die Dr. Euwe tot Dr. Aljechin gericht had, en zij
publiceerden in extenso de vragen, die onze kampioen tot den
wereldkampioen had gericht nl. :
1. Is u bereid na uw match met Bogoljubow met mij een match
om den wereldtitel te spelen, indien u als overwinnaar uit
den strijd zijt gekomen ?
2. Is u bereid mij optie te verleenen tot 31 December 1934 ?
3. Gaat u alsdan accoord met de door mij genoemde financieele
voorwaarden ?
4. Gaat u accoord met de bepalingen betreffende het aantal te
spelen partijen, neergelegd in vroegere verdragen ?
Op al deze vragen luidde het antwoord bevestigend, zoodat
met de voorbereidingen een aanvang gemaakt kon worden,
voorbereidingen, waarbij het Comité een handicap had. Eerst
toch moest Dr. Aljechin Bogoljubow bestrijden, en eerst na
laatstgenoemde overwonnen te hebben, zou Dr. Aljechin zijn
handen vrij hebben. In het tegenovergestelde geval zou eerst de
revanche tegen Bogoljubow plaats hebben, waarna onze kam­
pioen den winnaar der revanche zou ontmoeten.

DE VOORBEREIDINGEN.

En zoo werd een aanvang gemaakt met de voorbereidingen.


Sub-Comité's werden gevormd, spaarzegels bij tienduizenden
gedistribueerd, bridge-drives georganiseerd, loten verkocht, dank
vil
zij de goedgunstige beschikking van Z. E. den Min. v. Justitie
dd. 6 Maart 1935 No. 821, kortom alles wat maar met eenige
mogelijkheid de belangstelling kon stimuleeren werd ter hand
genomen. En simultaan-séances van de beide grootmeesters en
een massa-simultaan-wedstrijd van 15 meesters tegen 300 schakers
stonden in het middelpunt van de belangstelling. Het Eere-Comité,
waarvan de toenmalige Minister van Onderwijs, Kunsten en
Wetenschappen, Mr. H. P. Marchant, het presidium had aanvaard,
gaf ten volle zijn steun en medewerking en .... zienderoogen
groeide de belangstelling.
Doch ook de beide grootmeesters bereidden zich ernstig voor.
Het was voor onzen landgenoot een bijzonder drukke schaaktijd,
waarin hij uitkwam in de groote tournooien van Zürich, Leningrad
en Hastings.
Zoo schreed de tijd voort.
1934 ging heen, 1935 kwam.
1935, het jaar waarin de groote strijd zou plaats vinden. Met
koortsachtigen ijver werkten de in geheel Nederland opgerichte
sub-Comité's. Het tournooi in Hastings, waar Dr. Euwe uit­
stekende resultaten boekte, gaf nieuw voedsel aan het enthousiasme
bij de duizend en één werkers, en bij de huldiging na zijn thuis­
komst uit Hastings kon Dr. Euwe constateeren, dat Holland
„rijp" was voor den strijd om het wereldkampioenschap, dat
Holland meeleefde en dat Holland een favoriet gekozen had.
28 Mei 1935 werd een belangrijke datum in de voorbereidings­
periode. Op dien dag kwam vast te staan, dat de wedstrijd tus-
schen Dr. Euwe en Dr. Aljechin plaats zou en moest vinden.
Onder zeer groote belangstelling teekenden Dr. Euwe, Dr. Al­
jechin en ons Comité het contract. Een gebeurtenis, waarbij
de vertegenwoordiger van de Nederlandsche regeering, de Fran-
sche consul Judas, de toenmalige Amsterdamsche wethouder
van Onderwijs, Dr. Vos en vele anderen het woord voerden.
Op dit moment sloegen de golven van enthousiasme steeds
hooger en de zomermaanden, die nog restten voor de strijd een
aanvang zou nemen, werden gebruikt voor besprekingen, bridge­
drives, verkoop van loten, correspondeeren en begrooten.
Tot op 2 October, den dag, waarop de wedstrijd een aanvang
zou nemen, ieder die meegewerkt had aan de voorbereiding,
overtuigd was, dat wat mogelijkerwijze gedaan kon worden,
gedaan was.

ft
VIII
DE STRIJD.

De strijd begon, nadat de wedstrijd door den tegenwoordigen


voorzitter van het Eere-Comité, Z.E. Prof. Dr. G. J. Slotemaker
de Bruïne, Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen,
officieel was geopend en de eerste zet door den Burgemeester van
Amsterdam Dr. W. de Vlugt was gedaan, en het was alsof de
nationale en de internationale schaakwereld geëlectriseerd waren.
De botsing van genialiteit en ijzeren logica biologeerde de schaak­
wereld op een wijze, die vrijwel eenig was in de schaakhistorie
en iedere zet werd tot een bron van studie en analyse.
Van het terrein achter de coulissen was de strijd thans in het
licht der openbaarheid gekomen. De voorbereidingen waren
afgeloopen, doch de organisatie van de ontmoetingen zelf eischte
een niet minder minutieuze zorg en nauwgezetheid.
De strijd ging voort met wisselende kansen, maar toch met
een voorsprong voor den wereldkampioen. Te dezer plaatse wil
ik mij niet wagen aan een technische bespreking van de gespeelde
partijen. In de hierna volgende bladzijden zijn die partijen
geanalyseerd en de schaakkenners kunnen de diepgaande schoon­
heid ten volle genieten en overpeinzen.
Hier moge het licht vallen op de merkwaardige verandering
bij het Nederlandsche publiek in al zijn geledingen. Want het
groote publiek heeft een nimmer falend instinct, wanneer het
een favoriet kiest, een favoriet, die, hetzij door geestelijke,
hetzij door lichamelijke prestatie's, plotseling in het volle licht
der openbaarheid komt, doch die „dat zeker iets" moet bezitten,
wil het publiek hem tot favoriet kiezen.
Doch is die keuze gedaan, heeft Holland zijn vertrouwen ge­
schonken, dan volgt die telepathische wisselwerking, die den
gebenedijde, die tot uitverkorene gekozen is, tot steeds grooter
daden inspireert ; want het publiek geeft dan voor 100 % zijn
vertrouwen en brengt iets van dat vertrouwen, van dat rustige
geloof over op hem, die op zijn gebied den Nederlandschen naam
moet hoog houden. Het publiek gaf zijn vertrouwen aan Max
Euwe, want om dan toch hier even, zij het uit den aard der zaak
zeer vluchtig, de psychologische zijde te belichten, Euwe bleek
alle eigenschappen, die de Hollanders apprecieeren, in zich te
vereenigen. Geen overmoed bij succes, geen terugslag bij neder­
laag, en bovenal een onverwoestbare taaiheid, die hem een achter­
stand, die in een dergelijk tournooi vrijwel fataal is, in deed
loopen en in een, zij het kleinen voorsprong, deed veranderen. Euwe
IX
toonde zich „a good sport" bij overwinning en bij nederlaag
en zoo kwam ook het contact met het niet-schakend deel van
de Nederlandsche bevolking.
Zeker, het Comité was optimistisch, doch een dergelijke belang­
stelling bij het Nederlandsche publiek, een dergelijk medeleven
met de faits et gestes van onzen Nederlandschen kampioen hadden
ook wij ons in de meest optimistische oogenblikken niet kunnen
droomen.
Carlton en Militie-zaal boden flinke ruimte, doch, met het
naderbij komen van de beslissing, bleken ook deze localiteiten
te klein. Wie onzer had tijdens de frappez, frappez toujours-
periode van voorbereiding durven realiseeren, dat enkele maanden
later gedacht zou moeten worden aan het huren van de groote
zaal van het Concertgebouw, Bellevue of Apollo-hal. Wie onzer
had kunnen denken, dat de redactie-bureau s van de groote
dagbladen overstelpt zouden worden met de vragen hunner
lezers over den stand van den wedstrijd.
Doch het publiek had gekozen en het had instinctief goed ge­
kozen. Uit de veelheid van indrukken uit de twee jaar, dat
gewerkt werd aan den wedstrijd Euwe—Aljechin, was wel het
sterkste en ontroerendste : de honderden menschen, die in den
gierenden sneeuwstorm op den avond van den 15en December
uren stonden te wachten, tot Euwe wereldkampioen zou worden,
tot zij, al was het dan maar een oogenblik, hem zouden kunnen
toejuichen. .
Twee duizend menschen in Bellevue, een bijna zoo groot aantal
in het gebouw van de A.M.V.J. en op de Voorburgwal, hon­
derden in de Marnixstraat en op de Leidschekade. Drommen
menschen voor het Carlton Hotel, Bellevue en Joh. Verhulst-
straat de apotheose van dezen onvergetelijken December­
avond, die met den laatsten zet van de laatste partij de beslissing
bracht, was een meer dan redelijkerwijze verwachte bevestiging
van ons optimisme, dat Euwe werkelijk kampioen zou kunnen
worden, meer nog, dat de strijd om het wereldkampioenschap
bevruchtend zou werken op de belangstelling voor het edele
schaakspel in Nederland.
SLOTWOORD.

Ik begon deze inleiding met een woord van dank. Ik eindig haar
met een woord van hulde en dank. Ik dankte reeds hen, die den
wedstrijd Euwe—Aljechin mogelijk maakten. Ik dank de heeren
G. van Harten, Mr. M. Levenbach en Th. M. E. Liket, met wie ik
het genoegen had, in een goede verstandhouding gedurende twee
jaren te kunnen samenwerken. Eveneens dank ik den heer
L. G. Eggink, die staande de voorbereidingen vertrok naar Indië,
waardoor hij geen deel meer van ons comité kon uitmaken.
Boven alles echter gaat dank en hulde uit naar de twee rivalen,
die den wedstrijd speelden, wier genialiteit en inzicht de bewonde­
ring wekten van allen die met onverminderde spanning het ver­
loop der partijen volgden. Deze serie van dertig partijen, die ruim
twee en een halve maand in beslag namen en waarbij de uiterste
eischen gesteld werden aan zenuwgestel en zelfbeheersching, was
van een grandeur en veelal van een schoonheid en technische
volmaaktheid, dat de schaakwetenschap er oneindig door werd
verrijkt. De twee meesters, die dit tournooi hebben gespeeld
en die den strijd streden met den volledigen inzet van hun
kennis en techniek, verdienen daarvoor den dank van de geheele
schaakwereld.
Aan het einde van de inleiding tot dit boek, dat naar ik vertrouw
een kostbaar bezit zal blijken te zijn voor een ieder die in het
schaakspel een der fraaiste uitingen ziet van het menschelijk
vernuft, maak ik de woorden tot de mijne, die de Fransche
consul op 28 Mei te Amsterdam heeft geuit:
„Gloire au vainqueur, honneur au vaincu".

G. VAN DAM
Secr.-Penningm. van het N.C.W.S.
Euwe-Aljechin Comité.

NASCHRIFT VAN Dr. M. EUWE.

Gaarne grijp ik de gelegenheid aan, een en ander aan bovenstaand


voorwoord toe te voegen. In de eerste plaats om de leden van het
Comité nog eens van harte dank te zeggen voor het bovenmensche-
lijke werk, dat zij op zich genomen en tot een goed einde gebracht
hebben. Mede namens mijn tegenstander spreek ik groote waar-
XI
deering uit voor den arbeid van het Comité, die voor schaakspelend
Nederland zoo vruchtdragend is geweest.
In de tweede plaats geldt mijn dank alle schaakbonden, schaak-
vereenigingen en schaakliefhebbers, die de bemoeiingen van het
Comité met woord en daad gesteund hebben en daarmede niet
alleen de kans op de totstandkoming van den wedstrijd verhoogden,
maar mij tevens door hun warme belangstelling de overtuiging
schonken, dat mijn wedstrijd de wedstrijd van geheel Nederland
was, wat een geweldige stimulans en moreele steun beteekende.
In de derde plaats geef ik uiting aan mijn voldoening, dat de hier
gestreden strijd de aanleiding zal zijn tot het spelen van een tweeden
wedstrijd in het najaar van 1937, tusschen dezelfde tegenstanders.
Ik breng Aljechin hulde voor de nobele wijze, waarop hij van zijn
titel afstand deed en voor de sportieve bewoordingen waarin hij
zich nadien over onzen wedstrijd uitliet.
Zoowel Aljechin als ik verheugen ons reeds nu op den revanche­
wedstrijd. „ _
M. EUWE
Amsterdam, 7 Maart 1936.

XII
VAN 1926 TOT 1936.

Over den in den winter van 1926 op '27 gehouden wedstrijd


van tien partijen tusschen Aljechin en Euwe is een boekje ver­
schenen x) voorzien van een voortreffelijk voorwoord van
Mr. E. Straat. De auteur beschrijft de loopbaan van de beide meesters,
waarbij hij hen niet alleen van uit schaaktechnisch oogpunt beziet,
maar hen tevens tracht voor te stellen als exponenten van hun tijd.
In tien hoofdstukken behandelt Mr. Straat de jaren, waarin de
namen Aljechin en Euwe langzamerhand beroemd zijn geworden.
Hij besluit zijn uiteenzettingen op een kardinaal oogenblik in de
schaakgeschiedenis, waarvan de laatste woorden van zijn artikel
blijk geven : „Bij het ter perse gaan van dit boekje strijdt Aljechin
te Buenos Aires met Capablanca om de hoogste eer. De stand van
de match is : Aljechin 4, Capablanca 2, remise 22. Is het chauvi­
nisme te gelooven, dat de groote Rus in zijn tien partijen tegen
Euwe ervaringen heeft opgedaan, die thans van onschatbare waarde
v o o r h e m zijn V '
Daar nu weer de tijd gekomen is om voor een match-boek Alje­
chin—Euwe een woordje te schrijven, kan deze opgave niet
op betere wijze opgelost worden dan door de uiteenzettingen van
Mr. Straat chronologisch voort te zetten. Mr. Straat heeft de karak­
ters der beide tegenstanders reeds voldoende gekenschetst en in
dit opzicht kunnen we hier dus met een verwijzing volstaan.
Wij beginnen derhalve met het einde van het jaar 1927. De
schaakwereld bejubelt den nieuwen wereldkampioen Dr. Alexan-
der Alexandrowitsch Aljechin. Capablanca, de onoverwinnelijke,
werd verslagen. Het wonder is geschied. In den strijd van genie
tegen genie gaven ten slotte de grootere ijver, wilskracht en moed
den doorslag. Wij doen goed den nadruk te leggen op deze beslis­
sende factoren !
De nieuwe wereldkampioen blijft voorloopig op zijn lauweren
rusten : hij onderneemt verre reizen en geniet van zijn overwinning.
Pas in het midden van 1929 is er sprake van zijn deelneming aan
een groot tournooi, nl. aan den vierden internationalen wedstrijd
te Karlsbad. Maar dan gooit een andere gebeurtenis roet in het
eten : de uitdaging van Bogoljubow. Daar de wedstrijd tegen
Bogoljubow reeds in October zou beginnen, achtte Aljechin den
tijd tusschen beide evenementen te kort, om zoowel het een als
het andere waar te nemen en hij geeft er daarom de voorkeur aan,

*) Uitgeversmaatschappij Swets en Zeitlinger, Amsterdam.

XIII
het tournooi te Karlsbad als toeschouwer en verslaggever bij te
wonen.
De match met Bogoljubow vindt voor het grootste deel in
Duitschland plaats ; zes partijen worden in Nederland gespeeld.
Aljechin behaalt een sprekende overwinning : 11 gewonnen, 5
verloren, 9 remise. Kort daarop neemt Aljechin deel aan den
wedstrijd te San Remo, zijn eerste tournooi in zijn kwaliteit van
wereldkampioen. Deze wedstrijd wordt een verbluffend succes
voor den wereldkampioen : 14 punten uit 15 partijen. Aljechin
maakt slechts twee partijen remise en behaalt daarmede hèt succes
van zijn leven. Terecht wordt dit resultaat te San Remo de parel
van Aljechin's prestaties genoemd. In geen enkele partij bevindt
zich Aljechin in het nadeel, hoewel alle grootmeesters, met uitzon­
dering van Capablanca en Euwe, tot de deelnemers behooren.
Nimzowitsch, de 2e-prijswinnaar, heeft 31/2 punt minder. Het
is wel de mooiste overwinning, die ooit in een tournooi bevochten
werd. Alle andere roemrijke namen : Rubinstein, Nimzowitsch,
Bogoljubow, Spielmann, Vidmar, Maroczy, Tartakower e.a.
verbleeken naast den naam van den wereldkampioen. Het is defi­
nitief gebleken, dat Aljechin van de zijde van deze strijders geen
gevaar voor den eeretitel te duchten heeft. Nog steeds wordt
Capablanca als eerste concurrent genoemd, doch na de open­
baring van San Remo geeft men zelfs hem slechts weinig kans.
Zoo blijft de situatie, tot 1% jaar later opnieuw een groot tour­
nooi plaats vindt: Veldes 1931. Intusschen zijn een aantal nieuwe
grootheden naar voren gekomen: Stoltz, Kashdan, Flohr e.a.
Een jongere generatie klopt gebiedend aan de deur en vindt te
Veldes gehoor. Maar het vermoeden, dat uit dezen kring van
jongeren een ernstige mededinger te voorschijn zou komen, wordt
niet bewaarheid. Opnieuw behaalt Aljechin een overwinning, die
op één lijn te stellen is met die van San Remo ; 201 /2 punt uit 26
partijen, geen verliespartijen, 5x/2 punt voorsprong.
Toch kon de kenner tusschen de successen van San Remo en
Veldes essentieele verschillen constateeren. Terwijl in San Remo
alleen de kracht den doorslag gaf, werd de wereldkampioen in
Veldes ook door het fortuin geholpen. Van eenig gevaar voor den
eeretitel, kon echter ook na Veldes geen sprake zijn. Tusschen
Aljechin en de oude garde gaapte een diepe kloof. Toen Nimzo­
witsch in 20 zetten door Aljechin vernietigd werd, liet deze zich
bitter ontvallen : „Ongelooflijk, eenige jaren geleden hoorden wij
allemaal ongeveer tot dezelfde klasse en nu behandelt hij ons als
knoeiers." Dit waren de woorden van den eersten vertegenwoor-

xiv
diger van de oude garde, die destijds nog ver boven de jonge
generatie uitstak. Capablanca behoorde ook te Veldes niet tot de
deelnemers, evenmin Euwe.
Als er in dezen tijd nog wel eens sprake van was, wie als tegen­
stander van Aljechin in aanmerking zou komen, gebeurde het
slechts zelden, dat men aan Nederland dacht. Euwe 1 Ja zeker,
men sprak van hem met de meeste hoogachting, maar in verband
met het wereldkampioenschap zag men hem niet voor vol aan.
Wel genoot de Hollander de reputatie van een der eerste groot­
meesters, wel had hij in zijn match tegen Aljechin, Capablanca
en Bogoljubow eervolle resultaten bereikt, maar hij had deze
wedstrijden ten slotte toch allemaal verloren en wel met de
volgende cijfers : Aljechin +3 — 2=5, Bogoljubow + 3 —
2=5 resp. +2 — 1 = 7, Capablanca + 2 — 0 = 8. De schaak­
wereld klampte zich daarom bij haar berekeningen, vermoedens
en verwachtingen hetzij aan de oude namen of aan de namen
van de allerjongste generatie vast, terwijl Euwe meestal over­
geslagen werd.
Daar kwam het jaar 1932 met het belangrijke tournooi te Bern.
Wel namen aan dit tournooi slechts zes buitenlanders deel, maar
de kwaliteit vergoedde de kwantiteit ten volle, het waren zes mees­
ters van den allereersten rang : Aljechin, Bernstein, Bogoljubow,
Euwe, Flohr en Sultan Khan. Men verwachtte een wedloop tus-
schen de oude en jonge generatie, waarbij men aan den eenen kant
op Aljechin en Bogoljubow rekende, aan den anderen kant op
den plotseling beroemd geworden Flohr, die in dezen tijd het eene
succes na het andere oogstte.
Deze wedloop bood echter verschillende verrassingen. Wel
werd Aljechin ook ditmaal winnaar, maar nu alleen dank zij onge­
looflijk veel geluk. De tweede prijs werd gedeeld door Euwe en
Flohr, waarbij bleek, dat men den laatsten weliswaar goed getaxeerd,
Euwe daarentegen onderschat had. De jonge Amsterdammer
had aanzienlijke vorderingen gemaakt en kon zelfs, gezien de
kwaliteit van zijn partijen, als moreele winnaar van het tournooi
beschouwd worden. Zoo zien wij dan aan den eenen kant teekenen
van achteruitgang van den titelhouder, aan den anderen kant tee­
kenen van gestadigen vooruitgang der pretendenten. Was Euwe
reeds einde 1926 een ernstig tegenstander van Aljechin geweest,
thans moesten zijn kansen in een eventueelen nieuwen wedstrijd
nog belangrijk beter zijn. Maar voorloopig werd van een der-
gelijken wedstrijd nog in het geheel niet gesproken. De publieke
opinie oordeelde naar het puntenaantal en de deskundigen hoed-
xv
den er zich voor, aan Aljechin's kwalitatief minder goede pres­
tatie groote waarde toe te kennen. Zij wisten maar al te goed,
dat deze in zijn dikwijls overweldigenden drang naar de overwin-
ning liever groot risico nam, dan voorzichtig te spelen en zich
desnoods met den 2en of 3en prijs tevreden te stellen.
Opnieuw verging ongeveer ll/2 jaar. Euwe had intusschen een
nieuwe proef van zijn bekwaamheid afgelegd door een mat
gelijk te spelen. Toen „n Aljechin aan het Kersttour.
„ooi te Hastings had deelgenomen en het
inspanning slechts tot deeling van den 2en en 3en prijs ge brac
had voelde Dr. Euwe zijn tijd gekomen en daagde den were d-
kampioen uit. Dit besluit kwam voor iedereen als een donder­
slag bij helderen hemel, maar Aljechin nam de uitdaging zonder
meer Ln en als tijdstip van den wedstrijd werd het najaar van
1935 bepaald. Nu sprak plotseling de geheele wereld over Euwe
en men verdiepte xFch in gissingen « voo-pelhnjen. Gesug^
reerd door de geweldige successen van Aljechin, waren er slechts
weLigen die den Hollander een ernstige kans gaven op het

TotaleenVgeheein ander^resultaat leidde echter een nauwkeurige


beschouwing der onderlinge partijen. Want ging men na, hoe de
meesters z? tot nu toe tegen elkaar gespeeld hadden, dan moest
men tot de overtuiging komen, dat Euwe de
Aljechin uit te dagen, en men moest hem zelfs als diens meest kans

didvak^an" h^^'begin" der voorbereiding (Jan. 1934) tot


het uitbreken der vijandelijkheden op 3 October 1935, vonden

pffSi;
Ksen zÏ btt-enP\nd; itnteTn 1934 sp^/eAhechin

s^
winnaar wekte echter bevreemding in de schaakwereld. Aljechin
rrHtrvaak in een hoek gedrongen, kreeg slechte^stellmgen en
kon slechts door zijn geweldige tactiek zegevxeren -.Hoe za
dat worden, als Aljechin op deze wijze tegen Euwe speelt^ v o
de schaakwereld zich af. Men was er namehjk van overtmgd d
de Hollander over veel sterkere zenuwen beSC^k^h^detiv°0"0r,
jubow en dat het maar zelden gelukken zou, hem behaalde voo
deelen op tactische wijze te ontfutselen. 7,;rirli
Tn Tuli 1934 volgt dan het internationale tournooi te Zurich
met een buitengewoon sterke bezetting : Aljechin, ogcVU
Sr Lakker, Nimzowitsch, Bernstein vertegenwoordigen de oude
xvi
garde, Euwe, Flohr en Stahlberg de jongere. De beide toekomstige
tegenstanders bevinden zich in goeden vorm, wat in het bijzonder
bij Aljechin weldadig aandoet, daar men hem in langen tijd niet
op deze hoogte aanschouwd had. Dat was niet de overwinnaar
van Bogoljubow, dat was bijna weer de geweldenaar van San Remo.
De einduitslag is dezelfde als twee jaar geleden te Bern : Aljechin
nummer 1, Euwe en Flohr 2 en 3 gedeeld (13 resp. 12 punten).
Zonder twijfel heeft de wereldkampioen met deze successen weer
veel goed gemaakt en men zou er uit kunnen concludeeren, dat
Aljechin toch sterker was dan Euwe, maar deze gevolgtrekking
faalt slechts op een kleinigheid. Aljechin verloor weliswaar in
Zürich slechts één partij, maar deze juist tegen dien dekselschen
Hollander ! Merkwaardig : terwijl Euwe door de critici voorname­
lijk als de man van de wetenschap en als openingstheoreticus
voorgesteld werd, toonde hij zich tegen Aljechin in de eerste plaats
een voortreffelijk practicus en middenspelkunstenaar. Daar men
dit ook uit de te Bern gespeelde remise-partij kon opmaken, moet
hierop zeer de nadruk gelegd worden ; deze factor gaat ook later
een groote rol spelen. Alles bijeengenomen leverde Zürich het
bewijs, dat Euwe ook een Aljechin in beste conditie goed partij
zou kunnen geven.
Van Zürich begeeft Euwe zich onmiddellijk naar Rusland, neemt
deel aan het nationale tournooi te Leningrad en lijdt daar een ern­
stig échec. De schaakwereld, gewend het heele leven naar punten
te beoordeelen, denkt er het hare van. In de couranten staat te
lezen, dat Euwe tijdens het tournooi met zijn gezondheid sukkelde,
en dat klopt ook wel. Maar dat Euwe zich sedert jaar en dag geen
rust gunde, dat hij roofbouw pleegde op zijn constitutie, dat drong
niet tot de openbaarheid door en zoo wierp het tournooi te
Leningrad een schaduw op de toekomst van den Hollander, nadat
de perspectieven even te voren nog zoo rooskleurig schenen.
In het Kersttournooi te Hastings gingen echter de papieren
van Euwe weer de hoogte in. Met Flohr en Thomas deelde hij
den eersten tot derden prijs en liet concurrenten als Capablanca,
Botwinnik en Lilienthal achter zich. Zelfs had Euwe nog groote
kansen, den eersten prijs geheel alleen te winnen, maar de laatste
partij gaf hij iets te vroeg remise.
Den laatsten graadmeter voor den komenden strijd bood het
Warschausche landentournooi, dat in Augustus 1935 gehouden
werd. Helaas was Nederland niet vertegenwoordigd, maar Frank­
rijk wel en Aljechin was de aanvoerder van zijn nieuw vaderland.
Hij hield zich goed, maar zijn prestaties waren toch niet overwel-
XVII
digend : hij leverde veel remise-partijen en er deden zich ook enkele
gevallen van geluk voor.
Toen naderde de groote gebeurtenis met rassche schreden. De
geheele wereld verkeerde in gespannen verwachting. In Nederland
heerschte een schaakkoorts. Beide helden werden nogmaals onder
de loupe genomen. Men besprak en berekende de kansen. Voort­
durend werden nieuwe argumenten te berde gebracht. Om nie­
mand te benadeelen sprak men gewoonlijk van gelijke kansen, maai­
er waren slechts weinigen, die dit ook werkelijk geloofden. Men
is niet ver van de waarheid, als men veronderstelt, dat de meesten
heimelijk een overwinning van den wereldkampioen verwachtten.
Wij zien hier de eeuwige wet van de traagheid bevestigd : in 19Z /
had men algemeen verwacht, dat Capablanca Aljechin's aanval
glanzend zou kunnen weerstaan en nu zou Euwe het onderspit
moeten delven. Ook Aljechin kon niet aan zijn eventueele neder­
laag gelooven en verklaarde bij herhaling, dat hij, bij alle respect
welke hij voor Euwe had, zich dezen toch niet als wereldkampioen
kon voorstellen. In een kort voor het begin van den wedstrijd te
Rioa gehouden interview, stelde hij Capablanca boven rlohr en
dezen weer boven Euwe; boven allen echter zichzelf. Hij verklaarde,
dat hij op het oogenblik in niemand een ernstigen candidaat voor
het wereldkampioenschap kon zien. Over Euwe zei hij, dat deze
in de eerste plaats een voortreffelijk kenner van de openingen was
en het eindspel goed beheerschte. Den kunstenaar van het midden­
spel had hij vergeten, den meester van de zelfbeheersching niet
in aanmerking genomen, de groote wilskracht van zijn tegenstander
uit het oog verloren. Deze liet intusschen niet anders van zich
hooren, dan dat hij den wedstrijd volgens zijn beste weten had
voorbereid. HANS KM OCH.

XVIII
EERE-COMITÉ :
Prof. Dr. G. J. Sloteinaker de Bruine, Minister Th. van Hoorn, Amsterdam.
van Onderwijs, Kunsten en Wetenschap­ Prof. Mr. A. C. Josephus Jitta, 's-Gravenhage.
pen, 's-Gravenhage, Eere-Voorzitter. Dr. A. Keesing, Amsterdam.
Jlir. Mr. Dr. L. H. N. Bosch Ridder van Th. M. Ketelaar, Amsterdam.
Rosenthal, Commissaris der Koningin in Mr. Fr. A. Kokosky, Amsterdam.
de Provincie Utrecht. Mr. G. C. J. D. Kropman, Amsterdam.
Dr. W. de Vlugt, Burgemeester van Ir. J. F. L. Krügers, Tilburg.
Amsterdam. M. J. Kuyper, Amsterdam.
S. J. R. de Monchy, Burgemeester van Dr. A. Y. v. d. Meulen, Haarlem.
's-Gravenhage. Dr. W. W. v. d. Meulen, 's-Gravenhage.
Mr. P. Droogleever Fortuyn, Burgemeester Dr. R. J. Th. Meurer, Amsterdam.
van Rotterdam. C. W. G. Mieremet, Groningen.
L. Judas, Consul van Frankrijk, Amsterdam. Jhr. Dr. J. C. Mollerus, Haarlem.
Comte J. de Barbeyrac de St. Maurice, Ir. H. M. de Munck, 's-Gravenhage.
Amsterdam. Dr. M. Niemeyer, Wassenaar.
Mr. A. Rueb, Voorzitter der Fédération H. Nygh, Rotterdam.
Internationale des Echecs, 's-Gravenhage. Mr. G. C. A. Oskam, Rotterdam.
B. J. van Trotsenburg, Voorzitter van den Prof. Dr. G. A. v. Poelje, 's-Gravenhage.
Nederlandschen Schaakbond, Amsterdam. Dr. Henri Polak, Laren (N.-H.).
F. L. G. d'Aumerie, Scheveningen. Dr. D. van Prooye, Rotterdam.
Mr. Joh. J. Belinfante, 's-Gravenhage. Jhr. L. J. Quarles van Ufford, Hilversum.
Jhr. I. L. v. d. Berch van Heemstede, Dr. J. H. O. Reys, 's-Gravenhage.
's-Gravenhage. Prof. Dr. A. H. M. J. van Rooy, Amsterdam.
Mr. E. J. v. d. Berg, Apeldoorn. Jac. Rustige, Amsterdam.
J. J. v. d. Berg, Amsterdam. H. Salomonson, 's-Gravenhage.
E. Boekman, Amsterdam. M. A. Salvador Nolte, Amsterdam.
N. Broekhuyzen, Baarn. Gen. G. A. Scheffer, 's-Gravenhage.
Prof. Dr. D. Cohen, Amsterdam. Mr. A. Baron Schimmelpenninck van der
Ir. D. Croll, Rotterdam. Oye, Bloemendaal.
D. H. van Dam, Amsterdam. L. Slijper, Amsterdam.
E. van Dien, Amsterdam. Prof. Dr. I. Snapper, Amsterdam.
Prof. J. C. van Eerde, Amsterdam. A. Staal, 's-Gravenhage.
Jhr. A. E. van Foreest, Bilthoven. A. J. G. Strengholt, Amsterdam.
Jhr. Dr. D. van Foreest, Bussum. Jhr. H. Strick van Linschoten, Delft.
Dr. J. Frik, Bedum. Mr. Dr. J. A. van Thiel, Amsterdam.
Prof. Dr. K. R. Gallas, Amsterdam. M. S. Vaz Dias, Amsterdam.
M. Goldschmidt, Amsterdam. Mr. C. H. v. d. Velden, Amsterdam.
Mr. E. C. Goudsmit, Amsterdam. H. J. Versteeg, Amsterdam.
Mr. F. W. Goudsmit, Amsterdam. Dr. I. H. J. Vos, Amsterdam.
Dr. M. de Hartogh, Amsterdam. Prof. Dr. H. K. de Vries, Amsterdam.
J. F. Heemskerk, Middelburg. J. v. d. Water, Hilversum.
Ir. A. Heldring, Amsterdam. Prof. Dr. R. Weitzenböck, Laren (N.-H.).
Pater F. L. E. M. Hendrichs, 's-Gravenhage. Mr. R. H. Woltjer, Amsterdam.
Pater H. Hermans, Rotterdam. A. H. v. Wijngaarden, Utrecht.
F. H. J. Holdert, Amsterdam. G. W. J. Zittersteyn, 's-Gravenhage.
A. de Hoop, Amsterdam. C. L. Zeilinga, Arnhem.

COMITÉ :
Mr. M. Levenbach, Voorzitter. G. van Harten.
G. van Dam, Secretaris-Penningmeester. Th. M. E. Lfket.

SUB-COMITÉ'S.
COMITÉ AMSTERDAM
A. M. Smit. W. Ch. Oosterink.
D. K. Wielenga.

COMITÉ 'S-GRAVENHAGE
K. J. Nieukerke. A. de Jongh
C. v. d. Bos.

XIX
COMITÉ NOORD-HOLLAND.
M. J. Kuyper. M. J. de Tello.
A. .). G. ter Haar. J. Seays.
J. G. van Burken.

COMITÉ 'T STICHT GOOI.


p. Jungman. J. v. d. Water.
J. Timmer. C. L. C. Dekker.
Drs. S. T. Jarigjarigsma.

COMITÉ ROTTERDAM.
Mr. G. C. A. Oskam. A. de Bruijn.

COMITÉ GRONINGEN.
B. W. Kremer. H. W. Lenstra.
B. A. Flentge Jr.

COMITÉ LEIDEN.
P. Herfkens. C. L. Weissenburg.
L. Ph. Schreinemachers.

COMITÉ ERMELO.
J. W. O. Breimer.
DONATEURS.
G. H. Aalfs, Gouda. J. H. H. Beijer, Amsterdam.
Schaak-en Damclub „Aalsmeer", Aalsmeer. J. Bezemer J.Pzn., Rotterdam.
F. Abbringh, 's-Gravenhage. R. Bieren, Amsterdam.
Dr. W. Adriani, Haarlem. A. Blaauw, Leiden.
F. H. Agterbos, 's-Gravenhage. R. K. A. von Blaschke, Amsterdam.
H. Akker, Appingedam. C.' Blatt, Amsterdam.
D. C. v. Alewijk, Amsterdam. G. Blok, Amsterdam.
C. P. Amelunsen, Soestdijk. L. Blok, Zandvoort.
E. v. Amerongen, Amsterdam. E. Blokzijl, Zeist.
Amsterd. Christ. Schaakverg., Amsterdam. W. J. Blonden, 's-Gravenhage.
Amsterd. Kantoorschaakbond, Amsterdam. L. J. Bodaan, 's-Gravenhage.
J. Andrea, 's-Gravenhage. 1. I. Boedijn, Amsterdam.
N. M. Boekdrukker, Hilversum.
A. Andriesse, Amsterdam. A. S. Boekman, Amsterdam.
S. S. Anema, Bilthoven. A. J. Boer, Diemen.
A. J. Anger, Amsterdam. K. D. W. Boissevain, Amsterdam.
J. T. Ania, Amsterdam. Dr. E. j. F. Bon, Aalsmeer.
E. Arrias, 's-Gravenhage. Dr. B. K. Boom, Amsterdam.
P. v. Assendelft, Rotterdam. S. Boorsma, Utrecht.
Ir. F. B. v. Asperen, Amsterdam. C. v. d. Bos, 's-Gravenhage. ^ _
h! G. Baars, Amsterdam. Jhr. Dr. J. H. O. v. d. Bosch, Amsterdam.
L. Balke, Amsterdam. S. P. Bosch, Amsterdam.
S. Bamberger, Hilversum. P. v. d. Bosch, Amsterdam.
Mei. M. W. Bannink, Haarlem. Jhr. H. Bosch v. Drakesteyn, Utrecht.
D. J. Barink, 's-Gravenhage. G. Bosscha, Leiden.
H. K. G. Bartstra, Groningen. V. Bottenheim, Amsterdam.
C. H. Beek, Amsterdam.. A. Breet, Haarlem.
G. Beekman Jr., Amsterdam. J W. O. Breimer, Ermelo.
D. Been, 's-Gravenhage. Ch. v. d. Broeke, Amsterdam.
A. Behagel, Scheveningen. J. D. Brongers, Groningen.
] C. Beim, Amsterdam. A. J. de Bruin, Amsterdam.
Mr. H. G. Belinfante, 's-Gravenhage. G. H. Bruins, Utrecht.
L. W. Belzer, 's-Gravenhage. ]. Bruyn, Nieuwer-Amstel.
C. Bergman, Amsterdam. A. de Bruyn, Rotterdam.
B. v. Berkel, 's-Gravenhage. H. Buchi, IJmuiden.
F. Bernard, Amsterdam. J. G. v. Burken, Alkmaar.
Ir. J. Bethlem, Amsterdam.

XX
P. Buriks, 's-Gravenhage. H. Goldsmit, Amsterdam.
W. J. v. Buuren, Amsterdam. J. de Gooyer, Zwolle.
J. S. Buy, De Bilt. Gorinchemsche Schaakclub, Gorinchem.
C. F. Buijs, Rotterdam. J. H. Goud, Utrecht.
J. v. Charldorp, Amsterdam. Dr. J. de Graaf, IJmuiden.
Schaakverg. Columbus, Amsterdam. J. Graves, Amsterdam.
Directie N.V. Continent. Handelsbank, Am­ L. G. Greiner, Amsterdam.
sterdam. Mr. S. Groen, Haarlem.
N. Cortlever, Amsterdam. W. Groenendijk, Gouda.
J. J. da Costa Senior, Amsterdam. J. Grondman, Amsterdam.
F. Croese, Amsterdam. A. de Groot, Rotterdam.
P. C. Dalmeyer, Haarlemmermeer. A. D. de Groot, Santpoort.
H. v. Dam, Amsterdam. Kap. J. C. de Groot, Amsterdam.
C. L. C. Dekker, Bussum. M. Groot, Amsterdam.
M. P. Dekkers, Rotterdam. H. L. Guurink, Rotterdam.
W. J. J. den Dekker, Amsterdam. Haagsche Christelijke Schaakver., 's-Gra­
C. Deijs, Amsterdam. venhage.
Dierensche Schaakverg., Dieren. Haagsche Schaakvereeniging, 's-Gravenhage.
Schaakver. Discendo Discimus, 's-Graven­ Corn. v. d. Haak, Haarlem.
hage. C. L. den Haan, 's-Gravenhage.
A. v. Dokkum, Groningen. L. de Haan, Amsterdam.
Dr. G. Alb. v. Dongen, Rotterdam. A. J. G. ter Haar, Driehuis-Velsen.
P. A. Donker, Rotterdam. W. J. van Haeften, 's-Gravenhage.
J. F. v. Doornik, Utrecht. A. Hamburger, Amsterdam.
H. J. Dorpema, Amsterdam. A. W. Hamming, Leiden.
W. Dortwegt, Delft. S. Harkema, Hilversum.
J. Draisma, Groningen. H. Harmsen, Amsterdam.
C. Duif, 's-Gravenhage. F. W. Harsman, Zandvoort.
H. A. B. Dupuy & Co., Amsterdam. J. G. Hartogensis, 's-Gravenhage.
J. H. v. Dijk, Utrecht. A. den Hartoog, Utrecht.
P. Dijkstra, Amsterdam. J. ten Have, Bussum.
W. v. Dijl, Rotterdam. N. A. Hazenbroek, Rotterdam.
W. Ebert, Amsterdam. D. van Heel, Deventer.
C. Eckhardt, Rotterdam. P. Herfkens, Leiden.
Prof. Dr. C. H. Edelman, Wageningen. C. Hermans, Amsterdam.
C. Eemkema, Haren (Gr.). C. H. den Hertog, Amsterdam.
Schaakclub Effectenbeurs, Amsterdam. A. Hes Mzn., Amsterdam.
J. W. Eiff, Amsterdam. W. Heyboer, Amsterdam.
W. J. Eiff, Amsterdam. Mej. T. A. Heijn, Amsterdam.
E. Eisinga Zimmerman, Scheveningen. P. Hidding, Bussum.
Elck Wat Wils Rubriek, Utrecht. J. Hillebrand, Haarlem.
Ir. M. Ellerbroek, Tandjong-Karang. F. Hochheimer, Amsterdam.
Dr. N. J. Elzenga, Norg. H. Hoen, 's-Gravenhage.
Dr. W. Euwe, 's-Gravenhage. Mr. S. J. van der Hoeven, Groningen.
G. C. v. Eyk, Gouda. H. H. v. d. Hoff, 's-Gravenhage.
J. Eymvachter, Gouda. H. W. Hogenbirk, Bloemendaal.
F. Faassen, Amsterdam. Th. M. de Hon, Amsterdam.
B. A. Flentge Jr., Groningen. A. Hollander Jr., Amersfoort.
W. Fok, Amsterdam. H. Hollander, Amsterdam.
Mr. G. S. Fontein, 's-Gravenhage. Dr. E. W. J. Holleman, 's-Gravenhage.
H. G. Fousek, Amsterdam. J. Hommes, 's-Gravenhage.
Dr. B. Frank, Amsterdam. G. Hoogendoorn, Utrecht.
M. Frank, Amsterdam. A. P. Hoogwerf, Rotterdam.
G. Franken, Harderwijk. E. v. Hoogstraten, Amsterdam.
W. Friedrich, Amsterdam. J. M. Hörcher, Amsterdam.
A. Fröger, Haarlem. G. H. L. Huguenin, Amsterdam.
Alex Fryda, Amsterdam. L. Israëls, 's-Gravenhage.
H. B. Galema, 's-Gravenhage. S. v. Italië, Amsterdam.
Schaakver. ,,Gambiet", Amsterdam. A. Jacobs, 's-Gravenhage.
L. Gans, Amsterdam. J. Jacobs, Amsterdam.
M. Garschagen, Amsterdam. Y. Jacobs, Scheveningen.
O. Garschagen, Amsterdam. Ir. I. Jacobson, Amsterdam.
J. D. van Gelder, Amsterdam. G. Jansen, Amsterdam.
W. G. van Gelder, Rotterdam. J. M. A. P. J. Jansen, Utrecht.
C. L. Geiger, Amsterdam. J. R. Janssen, Bussum.
D. G. Gerrits, Amsterdam. Ed. Jonas, Amsterdam.
L. Gerzon, Huizen. B. de Jong, Gouda.
C. Giltjes, Utrecht. A. de Jongh, 's-Gravenhage.
J. van Ginkel, Amsterdam. J. C. Jonker, Amsterdam.
G. H. Goethart, 's-Gravenhage. J. B. Joustra, 's-Gravenhage.

XXI
P. Jungman, Utrecht. W. Masdorp, 's-Gravenhage.
W. J. Jungman, 's-Gravenhage. C. Meiners, s-Gravenhage.
J. F. Kaan, Delft. Melchior, Amsterdam.
P. C. Kaiser, Hilversum. H. A. Mellegers, Amsterdam.
K. J. v. d. Kamp, Hengelo. J. H. v. d. Merwe, Dordrecht.
W. Kamp, Amsterdam. J. F. W. Meyer, Schiedam.
H. H. Kamstra, 's-Gravenhage. J. Meyer Ranneft, Amsterdam.
W. Kaper, Amsterdam. J. L. Meyering, Amsterdam.
L. J. Keizer, 's-Gravenhage. Mr. P. W. Meylink, Delft.
R. Keizer, Amsterdam. N. Migchelsen, Amsterdam.
F. Keyzer, 's-Oravenhage. Mr. M. de Mol, Gouda.
W. Klasema, Bussum. P. de Mol, Gouda.
A. Klein, Amsterdam. A. Moldauer, Amsterdam.
E. J. M. Kleyn, Utrecht. J. Molenbroek, 's-Gravenhage.
G. Kleijn, Rotterdam. G. H. V. Mondfrans, Hilversum.
J J. Kliften, Amsterdam. W. Moret, Rotterdam.
R. v. d. Klip, 's-Gravenhage. G. v. Mourik, Amsterdam.
Küstoff, Amsterdam. S. Muinen, Ermelo.
D. Klopper, Heemstede. Th. Mul, Amsterdam.
A. Th. Knoppes, Amsterdam. R. Muring, Dordrecht.
F. Knuttel, 's-Gravenhage. W. Muysers, Amsterdam.
J. Koedood, Rotterdam. H. Nagele, 's-Gravenhage.
D. J. Koelhof, Rotterdam. C. Nanning, 's-Gravenhage.
H. A. Koen, Amsterdam. J. B. Nas, Amsterdam.
M. Koert, Leiden. Ver. Nationaal Schaakgebouw, 's-Graven-
G. Koetsier, Assen. hage. . „
W Koevoet, Rotterdam. Nederl. Schaakbond, 's-Gravenhage.
J. v. d. Kogel, Amsterdam. A. H. Nessen, Haarlem.
A. C. Kok, Driehuis-Velsen. J. B. Nieber, Hilversum.
J. R. Kok, Rotterdam. J. F. A. Nielsen, Amsterdam.
V. Ph. v. d. Kolk, Beverwijk. A. Th. Niemans, Amsterdam.
W. P. Konink, Amsterdam. Dr. G. de Niet, Scheveningen.
S. Kooi, IJmuiden. K. J. Nieukerke, 's-Gravenhage.
K. Koopman, Amsterdam. Schaakclub Nieuwendam, Tuindorp-Nieu-
P. M. v. Kooten, Tuindorp-Nieuwendam. wendam. ...
M. A. Kortekaas, Wassenaar. Nots. A. ten Noever de Brauw, Wijk bij
Prof. A. G. v. Kranendonk, Amsterdam. Duurstede.
B. W. Kremer, Groningen. J. Noordenbos, Amsterdam.
Adolph Krijn, Amsterdam. C. Noordhoek, Aalsmeer.
D. Kuiper, Ermelo. N.H.S.B., Alkmaar.
L. de Kwant, Rotterdam. N. L. J. Noorlander, Rotterdam.
Schaakclub „Kijkuit", ijmuiden. C. van Noort, 's-Gravenhage.
C. Laagwater, Amsterdam. Dr. J. Nijhoff, Stedum.
J. C. Lahnstein, Amsterdam. J. Nijman, 's-Gravenhage.
Mr. L. A. Nijpels, 's-Gravenhage.
M. Lakerveld, Gouda. Schaakver. N.H.M., Amsterdam.
J. J. Lambeek, Hilversum.
J. Lankamp, Bloemendaal. H. D. v. d. Oien, Haarlem.
W. J. v. d. Leeden, 's-Gravenhage. D. W. Okker, Dordrecht.
Mr. C. J. Leembruggen, 's-Gravenhage. F. Olie, Utrecht.
H. de Leeuw den Bouter, Rotterdam. G. Olie, Amsterdam.
Mevr. R. Onvlée—Lans, Heemstede.
J. v. Leeuwen, Rijswijk.
P. v. Leeuwen, Amsterdam. I. v. Oort, Rotterdam.
Schaakver. „Het Oosten", Amsterdam.
J. j. Lehr, Rotterdam. F. A. v. Oostveen, Rotterdam.
H. W. Lenstra, Groningen. K. F. A. v. Oostveen, Amsterdam.
M. Lenstra, Coevorden.
h! Ophof, Rotterdam.
H. Levie, Assen. D. Oskamp, Bussum.
J. Levie, 's-Gravenhage.
A. v. d. Lev, Amsterdam. D. Ouwehand, Amsterdam.
Drs. P. Limburg, 's-Gravenhage. A. H. K. Ox, Amsterdam.
Schaakver. „Ludendo Studemus", Groningen. A. Park, Amsterdam.
J. P. A. Luirink, Amsterdam. A. J. Paulis, Amsterdam.
J. Lutomirski, Amsterdam. C. Pels, Santpoort.
W. J. v. d. Maën, Amsterdam. A. Perquin, 's-Gravenhage.
Joh. L. Piersma, Amsterdam.
Mammen, Amsterdam. Schaakver. „De Pion", Amsterdam.
H. v. Manen & 7.n., Amsterdam.
G. J. P. ter Plegt, Delft.
W. Mantel, Haarlem.
Mr. H. P. Marchant, 's-Gravenhage. A. Plette, Ermelo.
J. Marczak, 's-Gravenhage. J. A. J. Polak, Amsterdam.
S. v. Marion, Rotterdam. J. Polderman, IJmuiden.
J H. Martens, Amsterdam. H. Poort, Groningen.

XXII
K. Popp, Amsterdam. J. Timmer Soest.
W. Pree, 's-Gravenhage. L. Timmer, Ermelo.
P. F. Prinsen Geerlings, Amsterdam. G. Tinis, Amsterdam.
W. L. Pronk, Amsterdam. H. Tinis, Amsterdam.
Schaakclub „De Raadsheer", Amsterdam. Schaakclub ,,Tjatoer", 's-Gravenhage.
O. Rebholz, Amsterdam. G. H. J. v. Tongeren, 's-Gravenhage.
W. Redeker, Groningen. C. F. v. Tongerlo, Gouda.
Mej. Reeders, Amsterdam. A. C. v. d. Tooien, 's-Gravenhage.
J. Reneman, Gouda. N. Torenstra, Amsterdam.
P. L. F. van Rensen, Amsterdam. Dr. A. Toxopeus, 's-Gravenhage.
J. Reij, Hilversum. H. M. van Triet, Gouda.
A. Rietdijk, Gouda. K. J. Uchtman, Groningen.
C. Rimann, Amsterdam. H. v. Veen, 's-Gravenhage.
J. Rintel, 's-Gravenhage. M. J. Veenstra, Rotterdam.
H. J. Robijns, Utrecht. P. J. v. d. Velde, Voorburg.
G. Rogge, Bussum. J. W. Veltman, Harderwijk.
K. de Roo, 's-Gravenhage. A. Verbeek, 's-Gravenhage.
A. H. Roose, Groningen. R. Verberne, Bloemendaal.
J. A. van Rooyen, Hilversum. W. Verdenius, Groningen.
Het Rotterd. Schaakgenootsch., Rotterdam. F. M. Verhoeckx, Rotterdam.
J. B. N. Ruben, 's-Gravenhage. J. Vermeer, Bloemendaal.
P. de Ruiter, Hilversum. P. J. Vermeulen, Amsterdam.
J. S. Runeman, Hilversum. Ir. I. M. Verwey de Winter, Hengelo.
J. Rus, Amsterdam. D. Veth, Rijk Haarlemmermeer.
J. de Ruyter, Utrecht. F. Visser, Utrecht.
A. G. Scheffer, Amsterdam. A. J. P. J. Vogel, Rijswijk (Z.-H.)
T. D. v. Scheltinga, Amsterdam. C. Vogel, Amsterdam.
M. Schneider, Rotterdam. J. Vos, Utrecht.
S. J. Schol, Amsterdam. J. R. Vos, Ermelo.
Mej. A. Scholte, Hengelo. H. de Vries, Amsterdam.
C. F. W. Schöttelndreier, 's-Gravenhage. R. de Vries, 's-Gravenhage.
G. J. Schöttelndreier, 's-Gravenhage. E. de Waal, Alkmaar.
S. Schoustra, Heerenveen. F. L. Wackers, Amsterdam.
P. A. Schouten, Amsterdam. Fa. Wallich & Matthes, Amsterdam.
L. Schrijver, Huizen. S. S. van Walree, Nijmegen.
Dr. A. Schuekink—Kool, Utrecht. S. Walst, Amsterdam.
B. H. J. Schumann, Amsterdam. Schaakclub „Watergraafsmeer", Amsterdam.
C. Schuuring, Amsterdam. A. J. v. d. Weerd, Zuilen.
G. W. Segaar, Amsterdam. J. J. v. Weering, Overveen.
J. J. v. Seinten, Utrecht. J. H. A. Wenting, Amsterdam.
F. Sievers, Amsterdam. J. H. Wertheim, 's-Gravenhage.
J. v. d. Slacht, Utrecht. G. W. Wesselman, Dordrecht.
W. de Smalen, Hilversum. M. H.- J. Westbroek, Utrecht.
A. M. Smit, Amsterdam. Schaakver. „Het Westen", Amsterdam.
E. Smit, Bussum. J. G. Wester, Leiden.
E. W. J. v. d. Smit, 's-Gravenhage. F. J. Wiedenhoff, Ermelo.
Alb. Smits, 's-Gravenhage. J. H. Wieffering, Aalsmeer.
J. Smits, Amsterdam. Jac. Wiemen, Rotterdam.
A. Smitskamp, 's-Gravenhage. D. Wiersma, Amsterdam.
C. Smitskamp, 's-Gravenhage. F. te Winkel, Utrecht.
A. Snijder, Amsterdam. F. de Wit, Amsterdam.
Sonnenberg, Bussum. J. de Witt, Amsterdam.
D. Spanjaard, Utrecht. Mr. J. A. Wolthuis, Groningen.
Ed. Spanjaard, Utrecht. Prof. Dr. W. v. d. Woude, Leiden.
Ir. A. K. Speerstra, Rijswijk (Z.-H.). J. E. Wiistenhoff, Amsterdam.
C. W. Spinhoven, Amsterdam. Ir. A. M. A. Wijmans, 's-Gravenhage.
M. Splinter, Leiderdorp. A. M. Wijnhoff, Amsterdam.
Schaakver. „Staunton , Groningen. A. M. A. Wijntjes, Amsterdam.
A. v. Staveren, Rotterdam. J. A. Zaagman, Amsterdam.
A. v. Steenis, 's-Gravenhage. Mr. Alb. Zagt Jr., Amsterdam.
Ir. H. J. v. Steenis, Utrecht. Corn. Zanen, Gouda.
H. Steggerda, Amsterdam. S. de Zoete, Soestdijk.
Dr. F. W. Stiel, 's-Gravenhage. P. Zonneveld, 's-Gravenhage.
S. Swart, Amsterdam. J. A. B. Zoontjes, Wijk aan Duin.
G. v. d. Tak, Amsterdam. Schaakclub „Het Zuiden", Amsterdam.
K. Tates, Zandvoort. „Zuidzandsche Schaakclub", Zuidzande.
Th. R. Teillers, 's-Gravenhage. „Zutphensche Schaakclub", Zutphen.
Dagblad de Telegraaf, Amsterdam. J. M. Zuydam, Gouda.
G. F. Tels, 's-Gravenhage.

XXIII
De spelers met secondanten tijdens de tweede partij in de Militiezaal te Amsterdam.
v.r.n.1. H. KMOCH, DE. M. EUWE, G. MAROCZY, S. LANDAU, DR. A. ALJECHIN.
DR. MAX EUWE.
EERSTE PARTIJ
GESPEELD OP 3 OCTOBER TE AMSTERDAM
(CARLTON HOTEL)
Slavische verdediging van het Damegambiet
WIT : ALJECHIN ZWART : EUWE
1. d2—d4 d7—d5 als 15. Pc3—b5 gevolgd door
2. c2—c4 c7—c6 Pb5—d4. Het is nu trouwens
3. Pgl—f3 Pg8—f6 moeilijk voor zwart te verhin­
4. Pbl—c3 d5Xc4 deren, dat wit een van zijn paar­
5. a2—a4 Lc8—f5 den tegen een vijandelijken
6. Pf3—e5 Pb8—d7 looper ruilt.
7. Pe5Xc4 Dd8—c7 14 Ta8—d8
8. g2—g3 e7—e5 Ook op 14 Dc7—a5
9. d4Xe5 Pd7Xe5 had wit 15. Pc3—b5 kunnen
10. Lel—f4 Pf6—d7 spelen.
11. Lfl—g2 Lf5—e6
15. Tfl—dl 0—0
Niet het beste, omdat na een 16. Pc3—b5 Td8xdlf
verticalen aanval van de witte
dame het veld c2 beschikbaar Met de bedoeling Dc7—a5,
wordt. De juiste volgorde heeft wat onmiddellijk nadeelig zou
Euwe gekozen in de 21e zijn wegens 17. Tdlxd8, Tf8X
partij: 11 Ta8—d8 ; 12. d8 ; 18. Lf4Xe5, c6xb5 ; 19.
Ddl—cl, f7—f6 ; 13. 0—0, Lg2xb7 (Td8—d2 20. Dc2—
Lf5—e6 ; 14. Pc4Xe5, enz. met c6). Maar ook in de gekozen
ongeveer gelijke kansen. vorm brengt de dame-uitval
zwart in groote moeilijkheden.
12. Pc4Xe5 Pd7Xe5 Het beste was nog 16
13. 0—0 Lf8—e7 Dc7—b8
Merkwaardigerwijze brengt 17. Talxdl Dc7—a5
deze plausibele ontwikkelings- 18. Pb5—d4 Le6—c8
zet zwart in het nadeel. In
verhouding was altijd nog beter 19. b2—b4 !
13 f7—f6; 1.) om den Een korte, scherpe combi­
looper nog even de keuze te laten natie, waarmede wit tot de vol­
tusschen de velden b4 en e7 en gende noodlottige terugtocht
2.) om door een verdere dekking van de dame dwingt. Indien
van het paard de dame meer namelijk 19 Le7 Xb4 dan 20.
bewegingsvrijheid te geven. Pd4—b3, Da5—c7 21. Dc2—e4,
14. Ddl—c2 Lb4—c3 (Lb4—d6 22. De4—d4
Dreigt zoowel 15. Pc3—d5 en wint) 22. Tdl—cl Lc3—b2
Schaken 1 1
Stelling na 18 .... Le6—c8 Ook andere zetten geven geen
hoop meer. Indien b.v. 24
ZWART Tf8—d8, dan eenvoudig 25.
Lf4Xe5 ; f6Xe5 26. Dc2—f5
enz. met gemakkelijke winst.
25. Pe3—f5 Da5—elf
26. Kgl—g2 Le7—d8
27. Lf4Xe5 f6Xe5
Stelling na 27 f6Xe5
ZWART

WIT

(of f7—f5 23. De4—c2) 23.


Tel—c2 f7—f5 24. De4—b4 !
met winststelling.
19 Da5—c7
20. b4—b5 ....
Verovert het uiterst belang­ WIT
rijke centrumveld d5.
20 c6—c5 28. Td5—d7!
21. Pd4—f5 f7—f6(?) Wit benut de gelegenheid,
Na deze verdere verzwakking het gevecht door een mat-aan-
der witte velden wordt de val te beëindigen.
zwarte positie hopeloos. Maar 28 Ld8—f6
ook 21 Le7—f6 22. Pf5— 29. Pf5—h6f! Kg8—h8
d6, Tf8—d8 23. Pd6—c4 enz. 30. Dc2Xc5 ....
zou op den duur niet te hou­ Indien nu 30 Tf8—e8
den geweest zijn. dan 31. Dc5—d5 ! g7xh6 32.
22. Pf5—e3 Lc8—e6 Dd5—f7, Lf6—e7 33. Td7X
23. Lg2—d5 ! Le6xd5 e7 benevens mat.
24. Tdlxd5 Dc7—a5 Zwart geeft op.
Geanalyseerd door Dr. A. Aljechin

2
TWEEDE PARTIJ
GESPEELD OP 6 EN 7 OCTOBER TE AMSTERDAM,
(MILITIEZAAL)
Koningsindische opening
WIT : EUWE ZWART : ALJECHIN
1. d2—d4 Pg8—f6 8. . . . . Le6—d7
2. c2—c4 g7—g6 De eenige manier om de
3. Pbl—c3 d7—d5 verzwakking van den damevleu­
4. Ddl—b3 gel te beletten.
De Botwinnik-zet, welke d5 9. Pe5xd7 Dd8xd7
aanvalt en zwart er toe brengt, 10. d4—d5 Pc6—d4
het centrum op te geven. 11. Db5—d3
4 d5Xc4 Dameruil was nu niet zoo
Misschien is c6 beter. De aangenaam voor wit, daar de
meest consequente voortzetting dreiging Pc2f wit tot Kdl of
is dan 5. Lg5 met vernieuwden Kd2 dwingt.
druk op d5.
11 e7—e5
5. Db3Xc4 Zwart heeft in de positie
De witte dame staat geëxpo­ van Pd4 eenige compensatie ver­
neerd, maar niet slecht. kregen voor het witte looper­
5. . . . . Lc8—e6 paar.
Voorbarig ; in de vierde en 12. e2—e3
twaalfde partij geschiedde beter Na 12 de6 : e. p. Pe6 : 13.
5 Lg7. Dd7 : f, Kd7 : heeft zwart een
6. Dc4—b5f Pb8—c6 grooten voorsprong in de ont­
7. Pgl—f3 wikkeling.
Natuurlijk niet Db7 : wegens 12 Pd4—f5
Pd4 : 13. e3—e4 ?
7 Ta8—b8 Te scherp gespeeld. Wit laat
8. Pf3—e5 het zwarte paard weer terug
Wit streeft naar een spoedige naar d4. Met 13. Le2 kon wit
afwikkeling, waarbij hij het een klein voordeel behouden.
looperpaar verkrijgt. Beter was 13 Pf5—d6 1
echter 8. e4 en na 8 a6 Juist was 13 Pd4 ! b.v.
9. Dd3! Lg4 10. d5, Lf3 : 11. 14. f4, Ld6 15. fe5 : Le5 : 16.
gf3 : Pe5 12. Ddl met over­ Lf4, Dd6 ! of 16. Le3, c5 !
wegend spel voor wit. 14. f2—f4
3
Niet eerst 14. Le3, omdat na Met de kleine pointe, dat op
14 a6 15. f4 de zet Pg4 met ef4 : 19. Dd4 ! volgt. Wit be­
tempowinst geschiedt. houdt daardoor zijn pluspion.
14 Dd7—e7 18 Lf8—g7
Gedwongen, daar op 14 19. Dd3—e3
Pg4 15. h3 volgt. Om f5 te kunnen spelen
zonder dat zwart Dg5 ant­
Stelling na 14 Dd7—e7
woordt. Wit kan echter toch
ZWART
niet verhinderen, dat zwart de
lijn g5—e3 in bezit neemt.
19 Ta7—a5
20. f4—f5 Lg7—f6 !
Brengt den looper op een
belangrijken post.
21. a2—a4 !
Wit's overwicht ligt op den
damevleugel. Het is daarom
belangrijk, de pionnen van de­
zen vleugel zoo spoedig mogelijk
naar voren te brengen, echter
zoodanig, dat er geen zwakten
ontstaan.
15. Lel—e3 ? 21 Lf6—h4f
Beter was 15. fe5 : De5 : Tempoverlies, want wit
16. Le3 ! Zwart kan dan niet moest g3 in ieder geval spelen.
op e4 slaan wegens 17. Ld4 ! 22. g2—g3 Lh4—g5
15 Pf6—g4 ? 23. De3—f3
Opnieuw beantwoordt zwart Wit moet e4 dekken, omdat
een witten foutzet onjuist. En hij anders niet b4 kan spelen
dan twijfelt men nog aan de (zie de volgende opmerking).
psychologische waarde van een 23 0—0
verkeerden zet!Juist was 15 24. b2—b4
ef4 waarna 16. La7 : niet zoo Stond de witte dame op f2,
goed was wegens Pfe4: 17. Pe4: dan zou deze zet door Pe4 :
Ta8 ! Wit zou in dat geval met
weerlegd worden.
16. Ld4 een echt gambiet heb­
ben moeten spelen. 24 Ta5—a8
16. Le3Xa7 Tb8—a8 25. Tal—a2
17. h2—h3 Ta8Xa7 Met de dreiging 26. Tah2,
18. h3Xg4 hfi 27. Thfi : ! Lh6 : 28. f6 !

4
enz. Wit dwingt aldus Pd6 tot blijkt later een groot gevaar
den terugtocht. voor zwart. Daarom verdiende
25 , Pd6—e8 hier hg6: de voorkeur.
26. Ta2—b2 Pe8—f6 34. b5—b6 De7—b7
27. Lfl—e2 c7—c6 35. Kg2—h3
Zwart wil niet afwachten tot Onttrekt den koning aan de
wit zijn koning veilig opbergt indirecte bedreiging van Db7.
en den anderen toren in actie
Stelling na 35. Kg2—h3
brengt. De tekstzet heeft echter
het nadeel, dat wit onmiddel­ ZWART
lijk een vrijpion verkrijgt.
28. d5xc6 b7Xc6
29. 0—0 Ta8—d8
Zwart's beste tegenkansen lig­
gen langs de d-lijn. Het lag
hier voor de hand den f-toren
naar d8 te spelen. Zwart doet
dit niet, omdat hij gevaar langs
de f-lijn vreest.
30. Kgl—g2
Om b5 te spelen, zonder
door Dc5f lastig gevallen te
worden. WIT
30 Td8—d4 35 Td4—d6
31. b4—b5 c6Xb5 Pe4: ging niet wegens 36.
31 Da3 op dezen of op Pe4: Te4: (36 De4: 37.
den volgenden zet wordt met Df7f) 37. Db3f, Kg7 38. Lf3.
32. Ta2 beantwoord. 36. Pc3—d5 Kg8—g7
32. a4xb5 Tf8—b8 Niet Pd5: wegens 37. Lc4.
Zwart heeft het zeer moeilijk. 37. Tb2—c2
Na 32 Ld2 kan wit als Een moeilijk oogenblik en
volgt afwikkelen : 33. fg6 : fg6 : nog wel in tijdnood ! Hoewel
34. Pd5, Pd5 : 35. Df8 :f, Df8 : de tekstzet een belangrijken pion
36. Tf8 :f Kf8 : 37. ed5 : en wit kost, blijft wit winstkansen
heeft zijn voordeel naar het behouden.
eindspel overgebracht. Niet beter dan de gekozen
33. f5Xg6 f7Xg6 voortzetting was 37. Tal we­
gens Pd5: ! 38. Ta7, Pb6: 39.
De opening van de lijn c4—f7 Tb7:f, Tb7: met vrij zekere
5
remise. Het best was echter onmiddellijke afwikkeling wint
37. Ta2 !, waarna 37 Pd5: (41 Tf8 42. Df8:f enz. of
38. Ta7, Pb6: op 39. Tb7:f, 41 Lf6 42. Df6:f, Df6: 43.
Tb7: 40. Df8 mat faalt. Speelt Tf6: Kf6: 44. La6 enz.).
zwart 37 Ta8 dan volgt Behalve de door Aljechin
zeer sterk 38. Tfal. gekozen voortzetting kwam nog
37 Pf6xd5 41 Kh8 in aanmerking : 42.
38. e4xd5 Td6xb6 Dd5 ! Td8 (anders volgt Tf7)
39. Tc2—c6 TbóXcó 1 43. De6 ! e4 (zwart moet zoo
lang mogelijk wachten met rui­
Leidt geforceerd tot verlies.
len) 44. Tf7, De6: 45. Le6: e3
Noodig was Tb6—b3, waarna
46. Tfl (46. c7 ? dan e2 ! !)
wit nog altijd iets beter staat,
46 e2 47. Tel, Tdl 48.
maar waarna geen duidelijke
c7, Tel: 49. c8Df, Kg7 50.
winst zichtbaar is.
Dc3f en wint.
40. d5Xc6 Db7—e7
41 Kg7—h6
41. Le2 —c4(wit's afgegeven
42. Df3—hl!
zet).
Dreigt Tf7 gevolgd door Kg2f
Stelling na 41. Le2—c4
42 Tb8—b2
43. Tfl—f7 De7—e8
Leidt onmiddellijk tot ver­
lies. De hoofdvariant luidt:
43 Dc5 44. Dd5 ! (dreigt
Th7:f enz.) Dd5: 45. Ld5: Le3 !
46. c7, Lgl 47. Lg2 ! (verlei­
delijk maar slecht was hier
47. g5f Kg5: 48. g4 wegens
Th2f 49. Kg3, Tc2 50. Lb7,
Lh2f ! 51. Kf3, e4f resp. 51.
Kh2, Lf4) 47 Tc2 48.
Kh4 ! g5f 49. Kh3, Lb6 (anders
volgt Th7:f en Le4f) 50. Tf6f
WIT
en wint.
44. c6—c7 Tb2—c2
De voornaamste dreiging is
45. Dhl—b7!
nu 42. Df7f, Kh6 of Kh8 43.
La6 ! gevolgd door c7. Het is Zwart geeft op, daar de drei­
duidelijk, dat zoowel na 41. ging Th7:f gevolgd door c8Df
Tf8 als na 41 Lf6 de niet te pareeren is.

Geanalyseerd door Dr. M. Euwe

6
DERDE PARTIJ
GESPEELD OP 8 OCTOBER 1936 TE AMSTERDAM
(CARLTON HOTEL)
Fransche partij
WIT : ALJECHIN ZWART : EUWE
1. e2—e4 e7—e6 Door dezen inconsequenten
2. d2—d4 d7—d5 zet, die slechts de witte dame
3. Pbl—c3 Lf8—b4 naar een beter veld drijft,
4. a2—a3 .... komt zwart in beslissend na­
Volgens mijn meening is dit deel. Het voor de hand liggende
Dd8—a5 zou inderdaad het
een der beste tegenzetten. Na
den nu volgenden ruil heeft beste zijn. In ieder geval heeft
zwart geen voldoende tegen­ wit in de stelling, die na 11.
wicht voor het vijandelijk loo- Lel—d2, Da5—a4 ; 12. d4Xc5
perpaar. ontstaat, met zijn tallooze moge­
lijkheden het betere spel.
4 Lb3Xc3f 11. Dh6—e3 Pf6—d5
5. b2Xc3 d5Xe4 Zwart moet compensatie
6. Ddl—g4 Pg8—f6 voor den ondekbaren e-pion
zoeken.
Hierdoor worden de zwarte
velden der koningsstelling, wel­ 12. De3Xe4 Pd5Xc3
ke reeds verzwakt waren, nog 13. De4—d3 Pc3 —d5
meer verzwakt. Een betere op­ Na 13 c5xd4 ; 14. Dd3
stelling zou zijn : 6 Ke8 Xd4, Dd8—f6; 15. Dd4xf6,
—f8 ; 7. Dg4Xe4, Pb8—d7 en Pd7xf6 ; 16. Lfl—d3, Tg6—
f6 en de ontwikkeling van het g7 ; 17. Lel—d2 zou wit even­
andere paard via e7. eens belangrijk beter staan.
14. Lfl—e2 Dd8—f6
7. Dg4Xg7 Th8—g8 15. c2—c3 c5xd4
8. Dg7 —h6 c7—c5 16. c3Xd4 Pd7—b6
9. Pgl—e2 Pb8—d7 Ook de ruil Pd5—f4;
Om de dame te ontslaan Lel Xf4, Df6xf4 ; 0—0 (hier
van haar taak, Pf6 te bescher­ of op den vorigen zet) zou,
men. Een verklaarbare poging wegens den achterstand in ont­
den druk tegen d4 te verster­ wikkeling, geen verlichting heb­
ben beteekend.
ken door Pb8—c6, zou met (Zie diagram op blz. 8).
10. d4Xc5 beantwoord worden.
17. Le2—h5 !
10. Pe2—g3 Tg8—g6 ? Door deze looper-manoeuvre,
7
Stelling na 16 Pd7—b6 Stelling na 24. a4—a5
ZWART
ZWART

WIT WIT

welke uit vier zetten bestaat, spelen, want na 25 Kg8


dwingt wit tot den zet f7—f5 —h8 ! ; 26. Lf3xd5 ; 27. Dd3
hetgeen een nieuwe, beslissende —g3, zou de ruil der dames
verzwakking der zwarte stelling zwart een remisemogelijkheid
beteekent. verschaft hebben ; veel krach­
17 Tg6—g7 tiger is 25. La3—c5 !, Pc4—e5 ;
18. Lh5—f3 Df6—g6 26. d4Xe5, Tc7Xc5 ; 27. Tfl
—cl, Ta8—c8 ; 28. TclXc5,
19. Lf3—e4 ! f7—f5
Tc8Xc5 ; 29. Dd3— d4 ! Hier­
20. Le4—f3 Ke8—f8
op zou zwart den a-pion
21. a3—a4 !
moeten opgeven. (29
Op de diagonaal a3—f8 kan b7—b6 ; 30. a5xb6, a7xb6 ;
de looper het sterkst ingrijpen. 31. Tal—a8f enz. en spoedig
21. .... Tg7—c7 daarop een beslissende aanval)
22. 0—0 Lc8—d7 en het vervolg zou gemak­
23. Lel—a3f Kf8—g8 kelijk te vinden zijn. Hier volgt
24. a4—a5 .... de ietwat nonchalante afslach­
(Zie diagram). ting.
24 Tc7—c3 25. Dd3—bl Pb6—a4
Wit verliest een pion, terwijl 26. Lf3xd5 e6xd5
de stelling toch al hopeloos is. 27 Dblxb7 Dg6—c6
Ook het schijnbaar betere 28. a5—a6 ....
24 Pb6—c4 zou de partij
niet gered hebben. Wit zou Vermijdt dameruil (28
hierop niet b.v. 25. Pg3xf5 Dc6xb7 ? ; 29. a6xb7, Ta8—

8
b8; 30. Tfl—bl, Pa4—b6 ; Verhindert eeuwig schaak
31. La3—b4 benevens TalXa7 door Tg8Xg2f enz.
enz.).
34 Tg8—g7
28 Pa4—b6 35. Db7—b8f
29. La3—c5 f5—f4
30. Pg3—f5 Na 35. Lb6Xa7 ! zou zwart
Dit is nauwkeuriger dan 30. wel dadelijk hebben opgegeven.
Pg3—e2, hetgeen natuurlijk ook 35 Tc3—c8
goed genoeg was. 36. Pe5—g6f Tg7xg6
30 Kg8—h8 37. Db8xf4 De6xb6
31. Pf5—e7 Dc6—e6 38. Df4—e5f Tg6—g7
32. Lc5xb6 Ld7—c6 39. De5xd5 Tc8—d8
33. Pe7Xc6 Ta8—g8 40. Dd5—e5 Db6xd4
34. Pc6—e5 .... 41. De5xd4 Opgegeven.
Geanalyseerd do< Dr. A. Aljechin

9
VIERDE PARTIJ
GESPEELD OP 10 EN 11OCTOBER1935 TE s'-GRAVENHAGE
(HOTEL DE WITTE BRUG)
Koninssindische obenine
WIT : EUWE ZWART : ALJECHIN
1. d2—d4 Pg8—f6 Dreigt 8 Lc8—e6 en
2. c2—c4 g7—g6 dwingt derhalve tot den vol­
3. Pbl—c3 d7—d5 genden terugtocht.
4. Ddl—b3 .... 8. Lf4—d2 b7—b5 ?
Een zet, welke beslist niet Hiermede wordt de c-pion
naar mijn smaak is, want na ter wille van problematische aan-
den volgenden ruil staat de valskansen ten doode opgeschre­
dame onnoodig aan verschil­ ven. Dit was des te minder
lende tempo-aanvallen bloot. juist, omdat zwart na 8
Ook Euwe schijnt tot dit in­ Da5—b6; 9. Ld2—cl, Lc8—
zicht gekomen te zijn, daar hij in f5 benevens 0—0, zonder eenig
de veertiende partij den een- risico een niet te onderschatten
voudigen en goeden ontwikke- ontwikkelingsvoorsprong, be­
lingszet 4. Lel—f4 verkoos. houden zou.
4 d5Xc4 9. Dc4—b3 b5—b4
5. Db3Xc4 Lf8—g7 Natuurlijk niet 9 Lc8
Beslist beter dan 5 Lc8 —e6 wegens 10. d4—d5.
—e6 (2de partij). Het is niet 10. Pc3—a4 Pb8—a6
raadzaam voor zwart zich te 11. e2—e3 Lc8—e6
overhaasten met aanvallen op
de vijandelijke dame. Dit alles is de consequentie
van den met den zevenden zet
6. Lel—f4 c7—c6
begonnen riskanten stellingsop-
7. Tal—dl ?
bouw. Op het rustiger 11
Wederom gekunsteld, en Ta8—b8 zou eenvoudig 12.
reeds daarom te verwerpen, Pgl—f3 (Pf6—e4; 13. Db3—
omdat wit zich hiermede van c2 of Lc8—g4 ; 13. Pf3—e5 !)
de mogelijkheid berooft lang gevolgd zijn.
te rocheeren. Consequent zou
12. Db3—c2 0—0
zijn 7. Pgl—f3, Ö—0 ; 8. e2
e4, om den tegenstander met 13. b2—b3
het probleem van het sterk- Op 13. Dc2Xc6 was zwart
zwakke centrum bezig te hou­ van plan 13 Pa6—c7 met
den. de dreigingen 14 Le6Xa2
7 Dd8—a5 ™ 14 Le6—d7 te spelen.

10
13 Ta8—b8 Stelling na 15. Pgl—e2
14. Lfl—d3
ZWART
Wederom versmaadt wit het
aangeboden cadeau te accep­
teeren — en wederom terecht —
ondanks de tegenovergestelde
meening van de heeren des­
kundigen. Na 14. Dc2Xc6, Le6
—c8 zou natuurlijk de c-lijn
een uitstekende aanvalsbasis
voor zwart vormen, welke het
verlies van den pion rijkelijk
gecompenseerd zou hebben ;
b.v. 15. Pgl—f3, Lc8—b7 ; 16.
Dc6—c2 ; 17. Dc2—bl, Pf6—
e4 benevens eventueel Pe4—c3 WIT
enz.
waardoor zwart zich verzekert
14 Tf8—c8
van een bestendig initiatief.
15. Pgl—e2 ....
Als indirecte schadeloosstelling
Wit onderschat blijkbaar de verkrijgt hij : 1) het looperpaar
gevaren, waaraan hij na het 2) het vasthouden van den
volgende pionoffer van zwart witten koning in het centrum
blootgesteld wordt. Want an­ 3) de binding der witte stukken
ders zou hij door 15. Ld3Xa6, op de c-lijn.
Da5Xa6 ; 16. Pa4—c5 het 16. Ld3Xa6 Da5Xa6
gewichtige voorpostveld c5 be­ 17. Pa4Xc5 Da6—b6
machtigd hebben en na 16 18. Pe2—f4 1
Da6—b5 ; 17. Pgl—f3 ! (en
niet 17. Pc5Xe6, f7Xe6 bene­ In deze moeilijke stelling
vens eventueel c6—c5 met goed vindt wit niet den besten zet
spel voor zwart) Pf6—d7 ; 18. en ontketent daardoor een ver­
Tdl—cl enz. zou wit de iets nietigenden aanval. Met e3—e4
betere vooruitzichten voor het (natuurlijk niet 18. Dc2—d3 ?,
eindspel behouden hebben. Tc8Xc5) was de partij voor-
Deze variant laat zien, dat de loopig te houden geweest b.v.
door zwart op den 8sten zet 18 Pf6—d7 ; 19. Ld2—e3,
begonnen speelwijze onsolide Lg7xd4; 20. Pe2xd4, Db5Xc5;
was. 21. Dc2Xc5, Pd7Xc5 enz. met
een mogelijke remise.
15. . . . . c6—c5 ! 18 Le6—g4 !
Een zeer kansrijk pionoffer, 19. f2—f3
11
Ook op 10. Tdl—cl volgt 23. a2—a3 (Lb4—a3, Db5—
zeer sterk 19. e7—e5 (20. d4 a5f) a7—a5 ; 24. Dc2—c4 !
Xe5, Pf8—d7). a5xb4 ! 25. Dc4xd5, b4Xa3 ;
19 e7—e5 26. Thl—fl (of 26. b3—b4,
20. Pf4—d3 Lg7—c3fxb4) a3—a2 ! ; 27.
Tfl X f7, Lg7 —c3f 28. K
Eveneens onbevredigend zou
willekeurig Tc8Xc5 en wint.
zijn 20. f3Xg4, e5xf4 enz.
22 Pf6Xg4
Stelling na 20. Pf4—d3 23. Le3—f4
ZWART Ook andere zetten baten niet
b.v. 23. Le3—gl, Lg7—c3f 24.
Kei—fl, Tb8—b6 of 23. Le3
—f2, Tc7—c6 ; 24. Kfl—gl,
Pg4xf2 ; 25. Dc2xf2, Tb8—d8
met gewonnen stelling.
23 Lg7—c3f
24. Tdl—d2
Blijkbaar gedwongen !
24 Tc8Xc5 !
25. Pd3Xc5 ....
Op 25. Lf4xb8 wint 25
Db5—e8f onmiddellijk.
WIT 25 Db5Xc5
r 20 e5 X d4 ! Nu was echter 25 Tb8
Deze laatste offer-combinatie —e8f ! een technisch eenvou­
is van beslissenden aard — of diger oplossing, omdat na 26.
wit den looper neemt of niet: Pc5—e4 (26. Kei—dl, Lc3X
want in het laatste geval zou d2 enz.) f7—f5 ; 27. Kei—dl,
op 21. e3—e4, Pf6—d7, op Te8Xe4 ; 28. Td2—d8f Kg8—
21. e3Xd4 echter 21 Pf6 f7 zou wit totaal hulpeloos zijn.
—d5 ! enz. met een niet moeilijk 26. Lf4xb8 Dc5—e7f
te winnen spel volgen. 27. Kei—dl Pg4—e3f
21. f3Xg4 d4Xe3 28. Kdl—cl Pe3Xc2
22. Ld2Xe3 29. Td2Xc2
(Zie diagram bladz. i3).
Hierop ontwikkelt zich de
29 h7—h5
aanval vanzelf ondanks het
stuk minus. Het moeilijkst In de nu ontstane stelling
vooruit te rekenen was voor heeft zwart behalve het materi-
zwart de volgende variant: eele overwicht twee gewichtige
22. Ld2 X b4, Pf6 — d5!; stellingstroeven : 1) de blijvende

12
Stelling na 29. Td2Xc2 35. b3Xa4 b4—b3
ZWART 36. a2xb3 De3Xb3f
37. Kbl—cl Lg7—hóf
38. Tdl—d2 Db3Xa4
39. Lc7—e5
Met 39. Kcl—dl had wit
de partij inderdaad kunnen ver­
lengen, doch niet redden. Zwart
zou in de eerste plaats den
witten koning van de pionnen
verwijderen (39 Lh6xd2 ;
40. Kdlxd2, Da4—e4 ! ; 41.
Kd2—cl, De4—elf) dan zijn
koning en pionnen langzamer­
hand vooruit brengen, en ten
WIT slotte den g-pion vrijmaken en
voor hem den looper veroveren.
onveiligheid van de witte ko­
ningsstelling 2) de ongedurig­ 39 Kg8—h7
heid van den witten looper, 40. Le5—c3 Da4—b5 !
welke geen steunpunt kan vin­ Dezelfde zet zou op 40.
den. Bij juiste uitbuiting moeten Kcl —dl gevolgd zijn.
deze voordeelen den strijd te
41. Lc3—d4
zijnen gunste beslissen.
30. Thl—dl Lc3—g7 Wit verkeert in tempodwang.
31. h2—h3 a7—a5 Op 41. Lc3—al volgt 41
32. Lb8—f4 De7—e4 Db5—flf benevens 42
33. Lf4—c7 De4—e3f Lh6—g7f
34. Kcl—bl a5—a4 ! 41 Db5—e2
Door deze doorbraak, welke 42. g2—g4 De2—elf
wit op den duur niet beletten 43. Kcl—b2 Lh6xd2
kon, wordt minstens de kwali­ 44. Tc2—c8 Ld2—elf !
teit veroverd. Opgegeven.
Geanalyseerd door Dr. A. AIjechin

13
VIJFDE PARTIJ
GESPEELD OP 12 OCTOBER 1935 TE DELFT
Fransche partij
WIT : ALJECHIN ZWART : EUWE

1. e2—e4 e7—e6 Het punt d4 heeft meer


2. d2—d4 d7—d5 bescherming noodig. De weg,
3. Pbl —c3 Lf8—b4 dien wit te volgen heeft, is
4. Pgl —e2 d5Xe4 duidelijk voorgeschreven.
5. a2—a3 Lb4—e7 12 Ta8—d8
6. Pc3Xe4 Pb8—c6! 13. Tfl—dl Dd7—c8
Een sterke zet, dien Rjumin Met de eventueele dreiging
in het tournooi te Moskou Pc6Xd4 gevolgd door e6—e5
1935 in twee partijen met succes of c7—c5.
geprobeerd heeft. Hierna kan 14. Dd2—el ....
wit nauwelijks meer dan gelijk
Stelling na 14. Dd2—el
spel verkrijgen.
7. Lel—e3 .... ZWART

c2—c3 zou met e6—e5


goed beantwoord worden. Voor
7. g2—g4 ! 1 zie de 7e partij.
7 Pg8—f6
8. Pe2—c3 ....
Reeds in dit vroege stadium
dicteert zwart om zoo te zeggen
de wetten. Weinig bevredigend
voor wit is hier zoowel : 8.
Pe2—g3, Pf6—d5 als ook 8.
Pe4xf6f, Le7xf6 ; 9. c2—c3,
e6—e5 enz.
8 0—0
Met de dreiging 9 Pf6 14 e6—e5 1
Xe4 gevolgd door f7—f5—f4 Zwart heeft een stelling
enz. weten op te bouwen, waarin
9. Pe4—g3 b7—b6 de figuren harmonisch samen­
10. Lfl—e2 Lc8—b7 werken ; deze zet echter ge­
11. 0—0 Dd8—d7 schiedt overhaast, en daardoor
12. Ddl—d2 •••• geraakt hij in moeilijkheden.

14
Zeer goed was hier geweest de na 21. DelXc3 ? zou zwart een
voorbereidingszet 14 Tf8 geweldigen druk kunnen uit­
—e8 om in geval van 15. Le2— oefenen, belangrijker dan de
b5, te antwoorden met 15 verzwakking der pionnen: 21....
a7—a6 ; 16. Lb5—a4, Dc8— Dc7—b8 ! ; 22. Ta7—a4 (of
a8 ! met ietwat betere pers­ 22. Pg3—h5, Td8—d4 ; 23.
pectieven. Het nu volgend deel Ta7—a4, g7—g6 enz.) Le7—
der partij is voor beide spelers f6; 23. Dc3—b3, Lb7—d5 ;
allesbehalve makkelijk. 24. c2—c4, Ld5—a8 ! met een
15. d4—d5 Pc6—d4 aantal moeilijk te pareeren drei­
16. Le3xd4 e5xd4 gingen.
17. Tdlxd4 c7—c5 ! Stelling na 21. b2Xc3
Zwart maakt van den nood
ZWART
een deugd en besluit een pion
te offeren om de gevaren, die
b.v. in de variant: 17
Le7—c5 (17. Pf6xd5 is fout
wegens 18. Le2—g4 !) 18. Td4
—h4. Pf6xd5 ; 19. Le2—d3,
f7—f5; 20. Ld3—c4, Kg8—
h8 ; 21. Ddl—e2 enz., zijn
koning bedreigen, uit den weg
te gaan.
18. Td4—a4 !
Bij dezen torenzet moest wit
reeds rekening houden met de
mogelijkheid van het kwaliteits­ WIT
offer dat op den 22en zet
gebracht wordt. 21 Td8—a8 !
18 Pf6Xd5 De eenige zet die kans op
19. Le2—g4 Dc8—c7 redding biedt. Het plausibele
20. Ta4Xa7 21 Dc7—b8 zou nl. door
En niet b.v. 20. Pc3—b5, het volgende weerlegd worden :
DC7—c6 ; 21. c2—c4, a7— 22. DelXe7 ! Db8Xa7 (23.
a6 ! ; 22. c4xd5, Dc6xb5 enz. Lg4—f3, Td8—b8) ; 23. Pg3 —
h5 ! (Pg3—f5 zou slechts tot
20 Pd5Xc3 remise leiden). I. Kg8—h8 (er
21. b2Xc3 dreigde 25. De7—g5, g7—g6 ;
Helaas moet wit met deze 25. Ph5—f6f, Kg8—g7 ; 26.
versplintering van zijn pionnen- Dg5—e5 ! enz.) 25. Lf3—-d5 !,
stelling genoegen nemen, want Da7—a8 ; 26. De7—g5, Tf8—
15
g8 ; 27. Ld5xf7 met herovering niet goed vermijden b.v. 28.
van de kwaliteit bij betere De2—b5, Ta4—a5 ; 29. Db5 —
stelling. II. h7—b6 ; 24. Lf3 d3, c5—c4 ; 30. Dd3—d8, g7 —
d5 ! (dreigt De7—e5 en mat) g6 enz. met veelbelovend tegen­
Kg8—h8 ; 25. De7—e5, f7— spel.
f6 ; 26. De5—e7 met hetzelfde 28. De2Xe6 f7Xe6
resultaat als in 1. Overigens 29. Tal—bl !
echter dreigt wit 22. Lg4—f3. Anders volgt c5—c4.
29 Ta4Xa3
22. Ta7xb7 Dc7Xb7
30. Pg3—e4 Ta3—a6
23. Lc4—f3 Db7—d7
31. Kgl—fl Ü8—e7
24. Lf3Xa8 Tf8Xa8
25. Del—e4 Natuurlijk niet dadelijk Kg8
—f7 wegens Pe4—g5f
Het is uiterst moeilijk, zooal
niet onmogelijk gebruik te ma­ 32. Kfl—e2 Kg8—f7
ken van het geringe materieele 33. Ke2—e3
overwicht, want in de meeste Wit komt juist een tempo
varianten moet wit rekening te kort ! (33. Ke2—d3, Kf7
houden met de mogelijkheid e8 ; 34. f2—f3, Ke8—d7 en
c5—c4 en b6—b5. Op 25. de zwarte koning bereikt op
h2—h3 b.v. zou goed kunnen tijd c6).
volgen 25 b6 b5 ; op 33 Le7—d8 !
a3—a4 volgt 25 Le7—f6.
Met de tekstvoortzetting pro­ Pareert de dreiging Ke3 —
beert wit de zwarte basis te f4—e5.
ondermijnen. 34. Tbl—dl Kf7—e7
25 Ta8—a4 Zonder vrees voor de moge­
26. De4—e2 Le7—f8 lijkheid Pe4—g5 (met de dub­
Een rustige solide positiezet. bele bedoeling 36. Pg5xh7 en
27. h2—h3 Dd7—e6 ! 36. Pg5Xe6.) daar deze zet
door 35 Ta7 a2 ! ge­
Met het juiste inzicht dat het makkelijk gepareerd wordt.
nu volgende eindspel, ondanks Nu heeft wit geen kans meer de
de sterke positie van het paard partij te winnen.
in het centrum, toch remise te
houden is. Wit kan dameruil Remise.

Geanalyseerd door Dr. A. Aljechin

16
ZESDE PARTIJ
GESPEELD OP 15 EN 16 OCTOBER TE ROTTERDAM,
(HOTEL COOMANS)
Slavische verdediging van het Damegambiet.
WIT : EUWE ZWART : ALJECHIN
1. d2—d4 d7—d5 9 Lg4—h5
2. c2—c4 c7—c6 10. e3—e4 Pd5—b6
3. Pgl—f3 Pg8—f6 11. Lc4—b3 Lf8—e7
4. e2—e3 Lc8—f5 12. a2—a4!
5. c4xd5 Pf6xd5 Als wit volgens de „Scha-
Beter cd5: blone" met 12. Pc3 en 13. Lf4
of Le3 voortzet, bevrijdt zwart
6. Lfl—c4 zijn spel met c6-—c5, waarna
hij een uitstekende stelling ver­
Na 6. Pbd2, Pf6 staat het krijgt.
witte damepaard de andere stuk­
12 0—0
ken in den weg. De tekstzet
bevordert een natuurlijke ont­ Na 12 a5 13. Pc3, 0—0
wikkeling der stukken en bereidt 14. Lf4 is c5 reeds minder
o.a. een later De2 en e4 voor, raadzaam wegens Pb5. Het is
waarmee wit een sterke cen­ echter de vraag of 12 a6
trum-positie verkrijgt. niet verstandiger geweest was.

6 e7 —e6 13. a4—a5 Pb6—c8


7. 0—0 14. a5—a6 Dd8—b6
15. a6xb7 Db6xb7
Nauwkeuriger eerst De2. Na 16. Lb3—a2
den tekstzet had zwart (op
De witte looper moet d5
7 Pbd7 en 8.De2) 8
blijven bestrijken.
P7f6 kunnen spelen, om aldus
den centrum-opmarsch van wit 16 c6—c5
te vertragen.
Typisch Aljechin. Hij dwingt
7 Pb8—d7 zijn tegenstander hem in het
8. Ddl—e2 Lf5—g4 nadeel te brengen, in de hoop,
9. h2—h3 dat deze op het kritieke oogen-
blik voor de consequenties
Belangrijk, omdat nu een terugschrikt. Dit is in deze
later Pe5 (zie den 17den zet) partij inderdaad geschied, maar
met g4 beantwoord kan worden. ongelukkig voor Aljechin be-
Schaken 2 17
hield wit ook met zijn rustige ven onoverzichtelijke verwikke­
voortzetting nog een zeer goed lingen. Objectief beter was ech­
ter 21. de6: feót 22. Le6;f>
spel.
Kh8 23. De2.
17. d4—d5 Pd7—e5
18. g2—g4 Pe5xf3f 21 e6—e5
19. De2Xf3 Lh5—g6 22. Lel—e3 a7—a6
20. Pbl—c3 23. h3—h4

Stelling na 20. Pbl—c3 Met de dreiging h4—h5,


welke zwart dwingt zijn c-pion
voor den h-pion te geven. Daar­
door verhoogt wit zijn kansen
op den damevleugel, hoewel
latere gevaren op den konings­
vleugel niet onderschat mogen
worden.

23 Le7xh4
24. Le3Xc5 Tf8—c8
25. Lc5—e3 Lh4—e7
26. Tfl—cl
Ruil van een der torens is de
beste manier, om pion a6 met
succes te kunnen bedreigen.
WIT
26 Le7—d6
Het eerste twijfelachtige Ta8—b8
27. Pc3—dl
oogenblik. Wit stelt zich te­ Tb8Xc8
28. TclXc8f
vreden met een gezonden ont-
29. La2—bl
wikkelingszet i.p.v. 20. de6:
Le4: (fe6: ? 21. Le6:f Kh8 22. Reeds is a6 ten doode opge­
Ld5) 21. ef7:f, Kh8 te pro- schreven.
beeren.
29 Pb6—c4
20 Pc8—b6
Zwart moet den pion nog Aldus verkrijgt zwart ten
steeds ,,en prise" laten, daar minste het looperpaar. Het is
20 e5 op 21. d6 ! Ld6: duidelijk, dat zwart na 29
22. Ld5 faalt. Ta8 30. Ld3, a5 31. Lb5 snel
zou verliezen.
21. Df3—e2
30. Lbl—d3 Pc4Xe3
Wit verkiest een rustige partij
met strategische voordeelen bo­ 31. Ld3Xa6 ?

18
Stelling na 31. Ld3Xa6 1 35 h7—h5 !
ZWART
De inleiding tot een zeer ster­
ken aanval.
36. Tel—c3 Tb8—b4
Beter 36 Kh7. (37.gh5:,
Dg5f 38. Tg3 ? Dg3:f). Echter
was 36 Ld4 niet zooveel
waard, omdat wit na 37. Tc8f,
Tc8: 38. Lc8: (gevolgd door
Lf5) niet veel te vreezen heeft.
37. La6—d3 Tb4—b8
Beide spelers verkeerden in
tijdnood. Vandaar, dat zwart
WIT heen en weer speelt. Sterker
was direct Ld4.
Het rustige Pe3: verdiende
de voorkeur om de eenvou­ 38. Ld3—bl
dige reden, dat het paard op Verstandiger was 38. La6.
e3 sterker staat voor de verde­ De looper staat op bl niet zeer
diging van den koningsvleugel. goed.
31 Db7—a7 38 Lc5—d4
32. De2Xe3 Ld6—c5 39. Tc3—h3
33. De3—d3 1
Na 39. Tg3, Dg5 40. Kg2
Opnieuw foutief. Op e2 zou (40. gh5: ? Dg3:f) 40 h4
de witte dame dezelfde diensten 41. Th3 of Ta3, Lh5 is zwart's
verrichten en bovendien het aanval eveneens zeer krachtig.
lastige h7—h5 voorloopig ver­
hinderen. Op te merken valt 39 De7—g5
nog, dat de afwikkeling 33. Lc8: 40. Kgl—g2 h5xg4
wegens Dal: 34. Dc5:, Ddl:f 41. Th3—g3 (wit's afgege­
35. Kh2, Le4: niets oplevert. ven zet) Lg6—h5
42. Lbl—c2 Tb8— b6
33 Tc8—b8
34. Dd3—e2 Zwart's beste systeem. Hij
wil den toren via f6 naar f3
Wit erkent zijn fout van den
vorigen zet. brengen, waarna de geweldige
concentratie der zwarte stukken
34 Da7—e7 den witspeler voor onoplos­
35. Tal—cl bare problemen zou plaatsen.
De tegenactie h5 was in geen Terecht laat zwart zich niet in
geval te voorkomen. op pionwinst (42 Lb2:),
19
welke tot vereenvoudiging zou 45. Tg3Xe3 Tb2—b6
leiden. Na deze vereenvoudi­ 46. Dc4—c8f
ging (43. Pb2: Tb2:) kan de Als wit niet op deze wijze
witte vrijpion zeer gevaarlijk de dames ruilt, volgt weer Tf6
worden (44. Dc4 !)• en f3.
43. Pdl —e3 46 Kg8—h7
Wit's eenige kans. Hij offert 47. Dc8—f5f Dg5xf5
pion b2, om zoo mogelijk zijn 48. e4xf5 f7—f6
paard naar f5 te brengen. 49. Te3—d3
43 Tb6Xb2 Oogenschijnlijk sterker was
44. De2—c4 49. Kg3. Wanneer zwart dan
49 Td6 speelt, ontstaat na
Stelling na 44. De2—c4
50. Le4 een stelling, die wit
onmogelijk kan verliezen. Zwart
heeft echter beter: 49
Lf7 ! 50. Le4, Tb4 ! 51. d6,
Le8 en zwart laat spoedig Td4
volgen met gewonnen stelling.
De bedoeling van den tekstzet
is, den zwarten toren onmid­
dellijk op non-actief te stellen.
49 Tb6—d6
50. Td3—dl
Wit moet dit tempo wel ver­
liezen, om den looper in het
spel te brengen.
WIT
50 Kh7—h6
44 Ld4Xe3 51. Kg2—g3 Kh6—g5
52. Lc2—e4
Zwart mocht zijn stelling
niet overschatten. Wit dreigde Vergemakkelijkt zwart's taak,
met d6 of Pf5 een zeer sterke maar er zou in ieder geval
stelling te verkrijgen, welke spoedig g6 en f5 gevolgd zijn.
niet alleen de remise zou ver­ 52 g7—g6 !
zekeren, maar zelfs de zwarte
kansen ernstig in de waagschaal De juiste weg naar de winst.
zou stellen. De door zwart 53. f5Xg6 f6—f5
gekozen afwikkeling leidt in 54. g6—g7
ieder geval tot een gunstig eind­
Ziet er zeer gevaarlijk uit
spel.
20
voor zwart, maar deze heeft 58. g7—g8Df Lf7Xg8
de consequenties goed berekend. 59. Th8Xg8f Kg5—f5
54 Lh5—f7 Het is pech voor zwart, dat
55. Tdl—hl het pionneneindspel na 59
Stelling na 55. Tdl—hl. Tg6 60. Tg6:f, Kg6: 61. Kg4:,
Kf6 62. f4 ! remise is (62
e3 63. fe5:f).
60. Tg8—f8f Kf5—e6
Ook thans leidt torenruil
tot remise : 60 Tf6 61.
Tf6:f, Kf6: 62. Kg4:, Kg6 63.
f4! e3 64. f5f.
61. Kg3xg4 Td6—d3
Iets moeilijker was het ge­
worden na 61 Tdl.
62. Tf8—e8f Ke6—f6
63. f2—f4
De snelste weg naar remise.
WIT
63 e4xf3 e.p.
Wit's eenige kans 1). 64. Te8—f8f Kf6—e6
65. Tf8xf3 Td3—d2
55 f5Xe4? 66. Tf3—f8 Td2—d3
Deze looper liep niet weg ; 67. Tf8—f3 Td3—dl
zwart moest eerst den witten 68. Kg4—g3 e5—e4
vrijpion onschadelijk maken : 69. Tf3—f8 Tdl—d2
55 Tg6 (niet 55 Kg6 70. Tf8—e8f Ke6—f5
wegens Th4) 56. Th8, Tg7: 71. Te8—e7 Td2—a2
57. d6, Le6 58. Lc6, Ld7 enz. 72. Te7—e8 Ta2—b2
73. Te8—e7
56. Thl—h8! Td6—g6
57. d5-—d6 Tg6xd6 Remise.
Geanalyseerd door Dr. M. Euive

1) Grigoriew geeft de volgende remisevoortzetting aan: 55. Tci, Tg6;


56. Tc7, Tg7 ; 57. d6, Kf6; 58. Jdo, 59. K h 2, Tli7f; 60. Kg1, dreigend
6 1 . Lf7 Tf7 :; 6 2 . d7 of 55 fyt; 56. Kh2, Kf6; 57. Tc6, Tc6 :; 58. dc6
Kg7 :; 5g. 07, L e 6 ; 6 0 . Lbj.

21
ZEVENDE PARTIJ
GESPEELD OP 17 OCTOBER TE UTRECHT
(GEBOUW VOOR KUNSTEN EN WETENSCHAPPEN)
Vransrhe hartii
WIT : ALJECHIN ZWART : EUWE
1. e2—e4 e7—e6 8. Lfl—g2 Lc8—b7
2. d2—d4 d7—d5 9. c2—c3 Pg8—f6
3. Pbl—c3 Lf8—b4 10. Pe2—g3 0—0 ?
4. Pgl—e2 d5Xe4 Ook als er bewezen kon wor­
5. a2—a3 Lb4—e7 den, dat zwart zich nog juist
6. Pc3Xe4 Pb8—c6 voldoende tegen den volgenden
7. g2—g4 .... aanval zou kunnen verdedigen, is
Daar — zooals o.a. de 5e de korte rochade toch princi­
party Dewysi — < • pieel als een onnoodig en
geen voordeel oplevert en ook gevaarlijk experiment af te keu­
7. c2—c3 met 7 e6—e5 ren. Na het eenvoudige 10.
met goed spel beantwoord kan .... Dd8—d7 benevens even­
worden, geeft wit er de voor­ tueel 0—0—0 had wit slechts
keur aan het punt e4 op geweld­ een onbeduidend voordeel ge­
dadige wijze in zijn macht te had.
behouden. Mijns inziens werd 11. g4—g5 Pf6Xe4
de tekstzet te scherp afgekeurd. 12. Pg3Xe4 Kg8—h8
Bij een juist antwoord had hij
tot een gecompliceerd spel met Een voorbereiding tot f7—f5,
wederzijdsche kansen kunnen welke mogelijkheid wit met
leiden, en geenszins onvoor­ zijn volgenden zet verhindert.
waardelijk den witspeler in het 13. Ddl—h5 ! Dd8—e8
nadeel behoeven te brengen. Dreigt wederom 14
7 b7—b6 f7—f5 (dat onmiddellijk we­
Het beste was zonder twijfel gens g5—-g6 niet ging), laat
7 e6—e5 met het gevolg echter de volgende combinatie
8. d4—d5, Pc6—d4 ; 9. Pe2— toe. Eerder kwam in aan­
c3 (niet 9. Pe2Xd4, Dd8Xd5 ; merking 13 Pc6—a5
10. Ddl—f3, e5xd4!) ; indien waarop wit geforceerd niets
dan 9 f7—f5, zoo 10. bereiken kon. B.v. 14. b2—b4,
g4xf5, Lc8Xf5 ; 11. Lel—e3, Pa5—b3 ; 15. Pe4—f6, g7Xf6 ;
indien echter 9 h7—h5, 16. Lg3 Xb7 (of g5xf6, Lb7Xg2)
zoo 10. g4xh5, f7—-f5 ; 11. f6—f5 enz. Hij had dienten­
Pe4—g3 enz., in beide gevallen gevolge met een rustige ver­
met ongeveer gelijke kansen. sterking van zijn stelling

22
zooals b.v. 14. Lel—f4 — 17. Lel—f4
genoegen moeten nemen. Geen voor de hand liggende
Stelling na 13. Dd8—e8. voortzetting van den aanval,
welks pointe in den volgenden
ZWART terugtocht bestaat.
17 e6—e5 ?
Zwart kan de verleiding van
een tegenactie in het centrum
niet weerstaan en komt hier­
door sterk in het nadeel. Het
minst nadeelig was nog het
terugofferen 17 f6—f5,
b.v. 18. Dh4xd8, Ta8xd8;
19. Lf4Xc7, Td8—d7 ; 20. Lc7
—f4, Pc6—a5, 21. Thl—gl!
enz. met eenig eindspelvoor­
deel voor wit.
WIT 18. Lf4—g3 f6—f5
14. Pe4—f6 ! Goede raad is reeds duur.
Op 18 e5xd4 zou 19.
Een correct pionoffer, waar­ 0—0—0 met gemakkelijke ver­
mede wit zich van bestendig dere ontwikkeling van den aan­
initiatief verzekert. val gevolgd zijn.
14 Le7Xf6 19. d4Xe5 ....
Het alternatief was 14 Ook hier was 19. 0—0—0
g7Xf6 ; 15. g5xf6, Pc6—a5 zeer sterk. Maar het eenvoudige
(Le7Xf6 ; 16. Lg2—e4 bene­ herstellen van het materieele
vens mat.) 16. f6Xe7, De8Xe7 ; evenwicht bij overwegende stel­
17. Lg2xb7, Pa5xb7 ; 18. ling is eveneens voldoende
Lel—g5, f7—f6 ; 19. Lg5—h6, overtuigend.
Tf8—g8 ; 20. 0—0—O, Pb7— 19 Tf8—g8
d6 ; 21. Thl—el met duidelijk, 20. Lg2—f3 ?
maar misschien nog niet be­
slissend stellingsvoordeel voor Dit is stellig een onnauw­
wit. keurigheid, welke, zooals blij­
ken zal, den tegenstander
15. g5xf6 g7xf6
een verborgen reddingsmoge­
16. Dh5—h4 De8—d8
lijkheid toestaat. Juist was 20.
Gedwongen, omdat 16 Dh4—h3 ! waarop 20
De8—e7 na 17. Lg2—e4 een Dd8—d3 wegens 21. Lg3—h4 !
stuk verloren doet gaan. nadeelig zou zijn ; indien echter
23
20 Tg8—g4 (om beide is het jammer, dat zwart de
dreigingen 21. Lg3—h4 en 21. voortreffelijke kansen, welke
Dh3Xf5 te pareeren) dan het hem de onbedachte 20ste zet
eenvoudigst 21. 0—0, drei­ van zijn tegenstander had ver­
gend o.a. 22. f2—f3 enz. Een schaft, niet geheel en al uit­
afdoende verdediging voor zwart buit : want na 21 Dd3—
zou in dit geval niet aanwezig c2 ! zou de effectvolste stelling
zijn. van de match — een waar
20 Dd8—d3 ! middenspelprobleem — ont­
staan zijn waarvan de oplossing
Met deze verrassende tegen- in de volgende, voor beide
uitval verkrijgt zwart plotse- partijen tamelijk moeilijk te vin-
seling een krachtig tegenspel. Hpn 7.et-tenreeks zou bestaan :
Zijn tactische rechtvaardiging 22. Dh4—f6f, Tg8—g7; 23.
vloeit voort uit de volgende Thl—gl!; a) Dc2xb2; 24. e5
variant: 21. Lf3Xc6?, Lb7— —e6 ! ! Db2Xalf ; 25. Le2—
a6 ! ; 22. Dh4—h5, Tg8—g4 ! dl, Pc6—d4 !! ; b) 26. Df6x
en wint. g7f !; c) Kh8Xg7, 27. Lg3—h4\,
21. Lf3—e2 .... Kg7—h6 !; d) 28. Lh4—g5f,
K willekeurig 29. Lg5—H4t enz.
Zooals niet moeilijk te zien
Remise door eeuwig schaak !
is, de eenige zet.
a) Niet het plausibele 23.
Stelling na 21. Lf3—e2 e5—e6 wegens 23 Ta8—
ZWART e8 ! ; 24. Thl—gl ! Lb7—a6 • !
(Te8Xe6 ? 25. Lg3—e5 ! met
winststelling voor wit) 25. Le2
Xa6, Te8Xe6f ; 26. Lg3—e5,
Dc2—e4f 27. Kei—fl, De4X
e5 enz. met voordeel voor
zwart.
b) Zoowel door 25 Ta8
—d8 als ook op 25 Dal
—bl wint wit door 26. Lg3—-
d6 ! ! enz.
c) Na 26. Df6Xd4, f7—f6 !
27. Dd4xf6, Lb7—f3 ; 28. Kei
WIT
—d2, Dal—a2f ; 29. Ldl—c2,
Lf3—e4 zou wit eveneens geen
21 Dd3—e4 1 winstkansen gehad hebben.
Leidt tot een verloren eind­ d) Niet 27 Kg7—f8
spel. Van objectief standpunt wegens 28. e6—e7f, Kf8—e8 ;

24
29. Tgl—g8f, Ke8—d7 ; 30. Of 29 Te8—c8 ; 30.
Tg8—d8f en wint. b2—b4 met winststelling.
22. Dh4Xe4 f5Xe4 30. Td7xf7f Kh7—g6
23. Lg3—h4 ! 31. Tf7Xc7 Pc5—d3f
De winnende zet. Na 23. Lc4 32. Kcl—bl Kg6—f5
daarentegen zou het kwaliteits­ 33. Thl—dl Pd3Xe5
offer 23 Tg8Xg3 benevens 34. Tdl—flf Kf5—e4
Pc6 Xe5 enz. zwart nog uitste­ 35. Tc7Xa7 ....
kende remise-kansen verschaft Aangezien de looper hier
hebben. veel sterker is dan het paard,
23 h7—h6 zou het zeer onlogisch zijn,
24. 0—0—0 Ta8—e8 zich met 35. Lf6Xe5 enz. op
25. Lh4—f6f Kh8—h7 een toreneindspel in te laten.
26. f2—f4 ! e4xf3 (e. p.) 35 Pe5—c4
27. Le2xf3 ....
Indien 25 Pe5—f3, dan
Met 27. Le2—d3f kon wit 36. Ta7—a4f, Ke4—e3 ; 37.
de kwaliteit voor een pion Lf6—d4f enz. Het zwarte spel
winnen. De stelling belooft is hopeloos.
echter meer. 36. Ta7—d7 Ke4—e3
27 Pc6—a5 37. Tfl—elf Ke3—f3
28. Lf3xb7 Pa5xb7 38. TelXe8 Tg8Xe8
29. Tdl—d7 39. Td7—d4 Pc4—e3
Het begin van de executie. 40. Td4—h4 Pe3—f5
29 Pb7—c5 41. Th4—b4 Opgegeven.
Geanalyseerd door Dr. A. AIjechin

25
ACHTSTE PARTIJ
GESPEELD OP 20 EN 21 OCTOBER TE AMSTERDAM
(MILITIEZAAL)
Slavische verdediging van het Damegambiet
WIT: EUWE ZWAKI :
1. d2—d4 d7 —d5 Zoo agressief mogelijk ge­
2. c2—c4 c7—c6 speeld. Zwart zet niet voort
3. Pgl—B Pg8—f6 met 10 Ld7, omdat wit
4. e2—e3 e7—e6 dan met 11. Pe5 het looperpaar
5. Pbl—c3 a7—a6 zou verkrijgen.
Om de Meraner-opstelling 11. Tal—cl
in te nemen zonder het risico Niet 11. La5 wegens Db2:
te loopen, dat wit de Blumen- 12. Dc6:f, Pd7 en zwart's aan­
feld-variant kiest (5 Pbd7 val is sterker dan de witte.
6. Ld3, dc4: 7. Lc4: b5 8. Ld3, 11 Lc8—d7
c5 9. e4). 12. Pf3—e5 Db6xb2
6. c4—c5 Zwart zet alles op éen kaart
Verhindert de zwarte plan­ en stelt zijn tegenstander daar­
nen. mee voor moeilijke problemen.
6 b7—b6 13. Pe5xd7 Pf6xd7
14. Lfl—d3
De andere manier, om de
Het beste. Pion c6 loopt
zwarte keten aan te vallen be­
staat in een vroeg of laat niet weg. (14. Dc6: zou beant­
e6—e5. Het staat niet vast, woord worden met 14
welke van deze twee methodes Lb4 en 14. Tc6: met La3 15.
de beste is, evenmin of één Tc7, Dblf 16. Ke2, Db5f.
van deze mogelijkheden „über­ 14 Ta8-b8
haupt" voldoende is, om gelijk 15. Kei—e2
spel te verkrijgen. Nu verkeert zwart plotseling
7. c5xb6 Pb8—d7 in groote moeilijkheden ; de
8. Pc3—a4 Pd7xb6 pionnen a6 en c6 zijn zwak,
9. Lel—d2 de zwarte koning staat onveilig
en wit dreigt vroeg of laat Tbl.
Dwingt tot een verdere ver­
15 Tb8—b6
eenvoudiging, welke het witte
spel ten goede komt. De eenige manier om een
direct verlies af te wenden.
9 Pb6Xa4
10. DdlXa4 Dd8—b6 16. Tel—bl

26
Wit stelt zich tevreden met Na 21. Lb7, Tb8 22. Tb3,
een klein voordeel in het eind­ Kd6 komen de zwarte stukken
spel. Volgens Aljechin had hier snel in een goede verdedigende
16. Tc6: Tc6: 17. Tbl ! moeten positie. Dit nu wordt met den
geschieden (17 Da3: faalt tekstzet belet.
dan op 18. Dc6:). Wel heeft 21 La3—d6
zwart dan de gelegenheid met 22. La6—b7 c6—c5
17 Dbl: een strijd aan 23. a2—a4
te binden van twee torens tegen
de dame, maar wit's voor­ Hoe sneller deze opmarsch
sprong in ontwikkeling is van geschiedt, des te gevaarlijker
voor zwart.
dien aard, dat de zwarte torens
niet bijtijds verbonden kunnen 23 Ld6—b8
worden. Alleen op deze wijze kan
16 Db2—a3 zwart den vrijpion nog stoppen.
17. Da4Xa3 Lf8Xa3 24. Tb3—b5
18. TblXbó Pd7xb6 Het voor de hand liggende
19. Thl—bl Pb6—d7 24. Lc6 wordt met Tc8 beant­
20. Ld3Xa6 Ke8—e7 woord : 25. Ld7: Kd7: 26.
Stelling na 20 Ke8—e7 Tb7f, Lc7 27. bc5: Kc6, of
26. bc5: La7.
ZWART
24 Lb8—a7
25. d4xc5
Ook direct a5 was mogelijk,
daar zwart niet op d4 mag
slaan (25 cd4: 26. ed4:
Ld4: 27. a6 gevolgd door Le3).
25 Pd7Xc5
O p 2 5 . . . . Lc5: volgt 26. a5
en a6 dreigend Tc5: en Lb4.
Zwart heeft dan niet genoeg
materiaal bij de hand, om a6
tegen te houden, daar wit Ld2
—c3—d4 dreigt.
WIT
26. Ld2—b4 Ke7—d6
Wit heeft nu behalve het 27. a4—a5 Kd6—c7
looperpaar ook het voordeel Zwart moet onmiddellijk ont-
van den verren vrijpion ver­ pennen, daar wit reeds a6,
kregen.
gevolgd door het kwaliteits­
21. Tbl—b3 offer op c5 dreigde.
27
28. Lb4Xc5 Stelling na 43. h2—h4
Of 28. a6 beter was, is de ZWART
vraag. Zwart zet dan voort met
28 Pd7 waarna het be­
langrijke veld b6 ter beschik­
king staat. (De afwikkeling 29.
Ld5: ed5: 30. Tb7f, Kc6 31.
Ta7: is nog niet overtuigend
genoeg).
28 La7Xc5
29. Lb7Xd5
Aldus wint wit een pion.
29 Kc7—d6
Terecht ruilt zwart de loopers WIT
niet. Het is merkwaardig, dat
30. Ld5—b7 Lc5—a7 zwart zich hier in tempodwang
31. a5—-a6 Th8—d8 bevindt. Op 43 Td7 volgt
32. Tb5—b2 Td8—d7 44. Lc8, op 43 Td8 44.
33. Tb2—d2f Kd6—e7 Lc8 (dreigt Tc7f) Kd6 45. Td3f
34. Td2—c2 Td7—d6 met torenruil. De toren kan
35. Tc2—c7f Td6—d7 dus niet spelen, als zwart Tc3
36. Tc7—c2 ten minste niet op de zevende
Een paar afwachtende zetten. rij wil toelaten. Echter mag
ook 43 La7—b6 niet ge­
36 Td7—d6 schieden : 44. Tc8, Td8 45.
Anders volgt Lc8. Tc6, Td6 (45 La7 46.
Lc8) 46. Tb6:! Evenmin 43
37. f2—f4 Kd8 of Kd7 44. Tc8(f), Ke7
Om e3—e4—e5 te laten vol 45. Lc6 (of ook Ta8) Lb6 46.
gen, hetgeen zwart verhindert Lb5, Td5 47. Tb8, Tb5: 48. a7
37 f7—f5 enz.
Daar dus het binnendringen
38. Tc2—c8 Td6—d8
van den witten toren niet door
39. Tc8—c7f Td8—d7
zwart verhinderd kan worden,
40. Tc7—c3 Td7—d6
zorgt deze er voor, dat de buit
41. Tc3—c7f (wit's afgege van den toren tot een minimum
ven zet) Td6—d7 beperkt blijft, door zijn pionnen
42. Tc7—c3 Td7 —d6 van de zevende lijn te ver­
43. h2—h4 wijderen.

28
43 g7—g6 Oogenschijnlijk was 54. Tb6f
44. Tc3—c2 h7—h5 sterker : 54 Ka7 55. Kb5
45. Tc2—c3 met verschrikkelijke dreigingen.
De kortste weg naar de winst Er volgt echter 55 Ta5f !
bestond in 45. Tc8, daar wit 56. Ka5: Lc7 en zwart maakt
den ruil der torens niet meer remise.
behoefde te vreezen : 45 54 Lf4—c7
Td8 46. Td8: Kd8: 47. e4! 55. Ld5—b7 Kb8—a7
Ke7 48. ef5: ef5: en wit wint, Beter, maar eveneens onvol­
daar de zwarte pionnen zich doende was 55 Ta5 (om
op de verkeerde kleur bevin­ 56. Tg5 met f4 te beantwoor­
den. De witte koning kan zich den) 56. Kb4 ! Te5 57. Lf3 !
dus op een goed oogenblik naar met de dreiging 58. Tg8f, Ka7
den damevleugel begeven, zon­ 59. Tg7, Kb6 60. Tc7: ! enz.
der dat zwart hem kan volgen. Speelt zwart in deze variant
Dit nl. zou verlies van alle zwarte 56 f4 dan volgt 57. Tg8f
pionnen ten gevolge hebben. Ka7 58. Tg7, Ld8 59. Td7,
45 Td6—b6 Lb6 60. Lf3 ! enz.
De zwarte tegenactie, die Vanzelfsprekend was i.p.v.
blijkens de opmerking bij den den tekstzet 55 Ta4f 56.
43sten zet, gedwongen is. Kb5, Th4: geheel foutief we­
46. Tc3—c7f Ke7—d6 gens 57. Tg8f enz.
Niet 46 Kf6 wegens 56. Tg6—g5
47. Lc8. Stelling na 56. Tg6—g5.
47. Tc7—g7 Tb6—b2f ZWART
48. Ke2—d3 Tb2—a2
49. Tg7Xg6 Ta2—a3f
50. Kd3—c4 La7Xe3
Zwart moet er voor zorgen,
dat hij ook het noodige mate­
riaal verovert en daarom was
50 Te3: hier minder sterk.
51. Lb7—d5 Le3xf4
Of 51 Ta4f 52. Kb5,
Ta6: 53. Te6:f (beter dan 53.
Ka6:, Kd5: met remise-kansen)
53 Kd5: 54. Te5f en?.
52. Tg6Xe6f Kd6—c7
WIT
53. Te6—c6f Kc7—b8
54. Tc6—g6 Verovert een pion, daar 56....
29
Ta4f 57. Kb5, Th4: op 58. Tg8 62. Kd4—e4 Kc7—d6
faalt (58 Lb8 59. Lf3 enz.). 63. Tb3—d3f Kd6—e6
56 Lc7—d8 64. Lb7—c8f Ke6—e7
57. Tg5xh5 Ld8xh4 65. Td3—d5 Ta5—a4f
66. Ke4—f5 Lf2—g3
58. Th5xf5
67. Td5—d7f Ke7—f8
Met twee pluspionnen, die
veilig gedekt staan, kan de winst Iets langer kon zwart met
wit niet meer ontgaan. 67 Ke8 standhouden. De
tekstzet geeft gelegenheid tot
58 Ka7—b6
een aardig slot.
59. Tf5—b5f Kb6—c7
60. Tb5—b3 Ta3—a5 68. a6—a7 Lg3—f2
61. Kc4—d4 Lh4—f2f 69. Lc8—a6! Zwart geeft op.

Geanalyseerd door Dr. M. Euwe

30
NEGENDE PARTIJ
GESPEELD OP 22 OCTOBER TE AMSTERDAM
(MEISJES LYCEUM)
Fransche partij
wil : JCA^JIIIN ZWART : EUWE
1. e2—e4 e7—e6 en wit danst op een vulkaan.
2. d2—d4 d7—d5 Derhalve is de zet 4. Ddl—g4
3. Pbl—c3 Lf8—b4 niet aan te bevelen.
4. Ddl—g4 .... 8. Lfl—d3 !
Een poging om een tempo Daarop moet zwart, terwijl
te winnen ten opzichte van de de damevleugel slaapt, zijn
variant 4. a2—a3 (3e partij). koningsstelling verder compro-
De aanwezigheid van den ko- mitteeren. Op 8 Pe4Xc3
ningslooper zou zwart echter zou wit immers eenvoudig den
voldoende tegenkansen hebben toren nemen.
moeten verschaffen.
8 f7—f5
4 Pg8—f6 9. Pgl—e2 c7—c5
Op Ke8—f8 zou o.a. 5. 10. Ld3Xe4 ....
e4xd5, e6Xd5 ; (Pg8—f6 ; 6. Het was van belang het
Lel—g5) 6. Dg4—g3 enz. in lastige paard juist op dit oogen-
aanmerking komen. blik buiten gevecht te stellen.
5. Dg4Xg7 Th8—g8 Het alternatief 10. 0—0 (10.
6. Dg7—h6 Tg8—g6 f2—f3 ?, Dd8—h4f enz.) Pb8
7. Dh6—e3 Pf6Xe4 ? —c6 enz. was lang niet zoo
Daarop gelukt het wit zeker duidelijk.
in ontwikkelingsvoordeel te ko­ 10 f5Xe4
men. Weliswaar zou in plaats Deze wijze van terugnemen
van den tekstzet het verlei­ is m.i. ten onrechte afgekeurd
delijke 7 e6—e5 wegens want op 10 d5Xe4 zou
het antwoord Lel—d2 evenmin eenvoudig 11. d4Xc5 benevens
overtuigend zijn geweest b.v. De3—h3 en Lel—e3 enz. ten
8 e5xd4 ; 9. De3Xd4, voordeele van zwart zijn ge­
c7—c5 ; 10. Dd4—e5f bene­ volgd.
vens 11. e4xd5 enz. maar met
11. De3—h3 !
7 c7—c5 ! was het moge­
lijk een niet ongevaarlijk tegen­ Een belangrijke aanvalszet die
offensief in te leiden. Indien ien tegenstander reeds tot een
dan b.v. 8. Lel—d2 dan 8 /ertwijfelingsactie verleidt.
Pf6—g4 ; 9. De3—d3, Pb8—c6 11 Pb8—c6 ?
31
Er gebeure wat wil, hier had De dameruil, die zwart in
zwart toch ten minste moeten geen geval kan ontgaan,
probeeren het materieele even­ ware hier voorbarig b.v. 14.
wicht te bewaren b.v. door Dh7Xg6f, Df6Xg6 ; 15. Pf4x
11 Dd8—e7 en indien g6, d4Xc3 ; 16. b2—b3, Ke8—
12. Pe2—f4 dan 12 Tg6 f7 ; 17. Pg6—f4, Pc6—d4 met
—g5 ! (anders 13. Pf4xd5) 13. verovering van den c-pion daar
0—0, Pb8—c6 ; 14. Pf4Xe6 !, 18. Kei—dl faalt op 18
De7Xe6 (ook Lc8Xe6 benevens e6—e5 enz.
De7—f7 komt in overweging) 14 d4Xc3
15. Dh3Xe6f, Lc8Xe6; 16. 15. b2—b3 Pc6—e7
LclXg5, c5xd4 ; 17. Pc3—b5,
Ke8—d7 enz. met betere red­ Op 15 Pc6—d4 zou
dingskansen dan in de partij. eerst 16. 0—0 ! en pas na
16 Pd4Xc2 ; 17. Dh7—
12. Dh3Xh7 Dd8—f6
g8f, Ke8—d7 ; 18. Lel—g5 !
Stelling na 12. Dh3xh7 enz. met beslissenden aanval vol­
gen.
16. Pg6Xe7 Lb4Xe7
17. h2—h4
Dwingt tot dameruil.
17 Df6-f7
18. Dh7—h8f Df7—f8
19. Dh8Xf8f Ke8xf8
20. Lel—g5
Goed was ook 20. Lel—hóf,
Kf8—f7 ; 21. 0—0—0, om e6
—e5 te bemoeilijken. De tekst­
zet moest echter nog sneller
WIT tot het doel leiden.

13. Pe2—f4 ! 20 . . . . e6—e5


Wint, terwijl het initiatief 21. f2—f3 !
voortduurt, de kwaliteit daar Een noodzakelijke tusschen-
de toren geen zet heeft : Op zet: Na 21. Lg5Xe7f, Kf8Xe7 ;
13 Tg6—g7 of h6 of g5 zou f2—f3 met e4—e3 bene­
volgt 14. Pf4—h5 !, op 13 vens eventueel d5—d4 beant­
Tg6—g4 ; 14. Dh7—h5f ! enz. woord kunnen worden.
13 c5xd4
21 e4Xf3
14. Pf4Xg6 I ....
32
Stelling na 21. . e4Xf3 j De pointe van de met den
ZWART 23en zet begonnen manoeuvre;
wanneer c3 eenmaal gevallen
is, zullen de witte vrijpionnen
ondanks de ongelijke loopers
zich als een machtige winst­
factor ontpoppen.
26 La3Xcl
27. TflXcl Lc2—f5
28. TclXc3 Ta8—c8
29. Tc3-f3
Ook torenruil gaf goede kan­
sen op winst, maar was in
zijn uiterste consequenties stel­
WIT lig niet gemakkelijk te bereke­
nen. Na den tekstzet hoopte
22. g2xf3 ? wit eenvoudiger werk te hebben.
Wit vergeet de loopers te 29 Tc8—f8
ruilen, wat op den vorigen
zet beslist de bedoeling geweest Niet beter was 29 Lf5
was. Na 22. Lg5Xe7f,Kf8Xe7 ; —e4; 30. Tf3—f6, d5—d4 :
23. g2xf3 benevens 0—0—0 31. Tf6—d6, d4—d3 ; 32. e5
en het oprukken van den —e6, of 29 Lf5—e6 ; 30.
h-pion zou zwart geen remise­ Tf3—f6, Tc8—c6; 31. Lg5-
kansen gehad hebben. e3, en daarna verschijnt de
koning op het tooneel van
22 Le7 —a3 ! den strijd.
De samenwerking der vijan­ 30. Lg5—f6 Lf5—e4
delijke loopers dwingt wit nu 31. Tf3—g3f Kg8—f7
naar een gunstige gelegenheid 32. h4—h5
om de kwaliteit terug te offeren,
uit te zien. Daar 32 Tf8—g8 op
33. e5—e6f faalt.
23. f3—f4 ! Lc8—f5
32 Tf8—c8
En niet 23 e5—e4 ; 24. 33. Tg3—g7f Kf7-e6
Tal—dl, Lc8—e6 ; 25. f4—f5 34. h5—h6 ! d5—d4
enz.
Op 34 Tc8—elf ; 35.
24. f4Xe5 Lf5Xc2 —f2, Tel—hl wint 36.
25. 0—Of Kf8—g8 rg7—e7f, Ke6—f5 ; 37. h6
26. Tal—cl ! —h7.
Schaken 3 33
35. h6—h7 Tc8—elf 37 Le4xh7
36. Kgl—f2 Tel—c2f 38. Tg7Xh7 Tc2Xa2
37. Kf2—g3 39. Kg3—f4 b7—b5
40. Kf4—e4 Ta2—e2f
Indien noodig was ook 37.
41. Ke4xd4
Kf2—el, d4—d3 ; 38. Tg7—
e7f ! enz. voldoende geweest. ! Opgegeven,

Geanalyseerd door r. A. AIjechin

34
TIENDE PARTIJ
GESPEELD OP 24 OCTOBER TE GOUDA.

Slavische verdediging van het Damegambiet


WIT : EUWE ZWART: ALJECHIN
1. d2—d4 d7—d5 Werkt opnieuw de witte
2. c2—c4 c7—c6 ontwikkeling in de hand. Wit's
3. Pgl—f3 Pg8—f6 koningslooper vindt op g2 een
4. e2—e3 e7—e6 goed veld.
5. Pbl—c3 a7—a6
6. c4—c5 Pb8—d7 12. g2—g3 Dh4—h6
13. Ddl—e2 Lf8—e7
Zwart ziet dus (in tegen­
stelling met zijn spel in de e5 zou niets meer opleveren
achtste partij) van een vroeg­ (14. fe4: ed4:, 15. ed4:, f4 16.
tijdig b6 af en schijnt op e6—e5 Pf3). Geen wonder na zooveel
aan te sturen. verloren zetten !
7. b2—b4 a6—a5 14. Lfl—g2
Een vrijwillige versterking Wit neemt het pionoffer niet
van den witten aanval op den aan, omdat na 14. fe4: fe4:
damevleugel, welke slechts ge­ 15. Pe4: 0—0 zijn rochade
motiveerd zou zijn, als zwart verhinderd zou worden. Hoe­
later met succes e6—e5 had wel het niet zeker is, dat zwart
kunnen spelen. Maar zwart pro­ in dit geval voldoende com­
beert dezen tegenstoot in het pensatie voor zijn pion gehad
geheel niet, zooals het vervolg zou hebben, staat wel vast, dat
leert. een rustige voortzetting van den
8. b4—b5 Pf6—e4 opbouw hier de voorkeur ver­
Inconsequent. Beter was in dient. Wit kan nl. op allerlei
ieder geval e6—e5. manieren een pion winnen (o.a.
9. Pc3Xe4 d5Xe4 met b5—b6), als eerst zijn
10. Pf3—d2 f7—f5 koning maar in veiligheid ge­
11. f2—f3 bracht is.
Op deze wijze profiteert wit 14 0—0
van de verzwakking, welke na 15. 0—0 Pd7—f6
zwart's achtsten zet ontstaan is ; Indirecte verdediging van
°P 11 ef3: volgt nl. 12. pion e4: op 16. fe4: volgt Pg4.
Df3: met bedreiging van c6. 16. Pd2—c4
11 Dd8—h4f ? Dekt e3, zoodat wit wèl fe4:
35
kan spelen (een later Pg4 wordt 19 Ld8—e7
dan met h3 beantwoord). 20. Pd6—c4 Dg6—g5
16 Le7—d8 Anders wordt het zwarte
spel met 21. Pe5 geheel vast­
Om ten minste de gevaarlijke
dreiging Pb6 uit te schakelen. gelegd.
21. Lel—d2
17. f3Xe4 f5Xe4
18. Pc4—d6 Foutief zou zijn 21. Pe5
wegens Lc5: ! Thans echter
Stelling na 18. Pc4—-dó
wordt 22. Pe5 wèl mogelijk
gemaakt, daar Lc5: beantwoord
kan worden met 23. h4, Dg3:
24. Lel en wit wint de zwarte
dame.
21 e6—e5 !
Zwart verhindert tot eiken
prijs de insluiting van zijn spel.
22. Pc4Xe5 Lc8—e6
Nu ging Lc5: in het geheel
niet meer wegens 23. Dc4f.
23. Tfl—f4
Ontneemt rzwart het veld g4.
23 Dg5—h6
24. a2—a3
Wit had hier een zeer ruime Om Tal in het spel te kunnen
keuze aan goede voortzettingen. brengen.
B.v. direct b6, of a4 gevolgd
24 g7—g5
door Pe5 en aanval op c6. De
tekstzet is vermoedelijk niet het Onder de gegeven omstan­
sterkst, hoewel ook deze wel digheden het beste. Zwart bouwt
tot positief voordeel leidt. een aanvalsstelling op, welke
het wit moeilijk maakt van zijn
18 Dh6—g6
materieel overwicht te profï-
19. b5—b6
teeren.
Wit wilde in ieder geval
25. Tf4—f2 Dh6—g7
verhinderen, dat de zwarte loo-
26. Tal—fl h7—h5
per naar c7 komt en later
27. Kgl—hl Dg7—h7
misschien zou medewerken aan
28. Ld2—c3 h5—h4 1
een aanval tegen g3 en h2. Het
is duidelijk, dat de 19de zet Een grove fout. Een van de
tegenover den 18den zet een ernstigste van den geheelen wed­
inconsequentie beteekent. strijd. Wit stond goed, maar

36
nog geenszins gewonnen. Zwart 32 Pf6xd5
moest het aan wit overlaten, 33. Tf2xf8f Le7xf8
de stelling te forceeren. Vroeg 34. Lc3—d4 Lf8—e7
of laat was daartoe het pion­ 35. De2—f2
offer d4—d5 wel noodzakelijk
geweest. Dreigt den aanval met Dg3
beslissend te versterken. Wit
29. g3xh4 Dh7xh4 wint nu gemakkelijk.
Op gh4: volgt natuurlijk 30.
Tgl. 35 Dh7 —h4
36. Df2xh4 g5xh4
30. Pe5—g6 Dh4—h7
37. Lg2 X e4 Le7 —d8
31. Pg6Xf8 Ta8xf8
38. Le4—f5 Le6xf5
32. d4—d5
39. TflXf5 Pd5—e7
Brengt Lc3 in actie, hetgeen 40. Tf5—f6 Pe7—c8
snel beslist. 41. TfóXcó Zwart geeft op.
Stelling na 32. d4—d5

37
ELFDE PARTIJ
GESPEELD TE 's-GRAVENHAGE OP 27 OCTOBER
(HOTEL DE WITTE BRUG)
^lsiaijerhp mprAedieins van het dcwi£'gciTnbiet
ZWART : EUWE
WIT : ALJECHIN
1. d2—d4 d7—d5 11. Lfl—e2 Pd7Xe5
2. c2—c4 c7—c6 12. d4Xe5 0—0
3. Pgl—f3 Pg8—f6 13. Pc3—b5
4. e2—e3 Lc8—f5 Een poging toch een — zij
5. c4Xd5 c6xd5 het dan minimaal — positie­
6. Pbl—c3 e7—e6 voordeel te behouden, waarop
7. Pf3—e5 zwart wederom niet het een­
voudigste antwoord geeft.
Zoowel in deze als in de 13 Dc8—d7
16de partij (waarin wit den
14. 0—0 a7—a6 ?
paardzet naliet) wordt bewezen,
Na 14 Tf8—c8 zou
dat de zet: 4 Lc8—f5
zeer goed speelbaar is, en dat wit namelijk den afruil van beide
wit derhalve met 4. e2—e3 torens op de c-lijn — zonder
uit de opening niets kan halen. zijn stelling te verzwakken —
niet hebben kunnen verhin­
7 Pf6—d7 ! deren en daarmede ware remise
De eenige juiste zet. Sedert verzekerd. De tekstzet is een
de partij Bogoljubow—Gothilf zuiver tempo-verlies.
(Moskou 1925) is het bekend, 15. Pb5—d4 ! . Pc6xd4
dat 7 Pb8—d7 wegens het •NT-, 15 PrfiXe5 16. Pd4
antwoord 8. g2—g4 ! een fout is. Xf5, e6Xf5 17. Tfl—dl ! met
8. Ddl—b3 Dd8—c8 de dreiging 18. Ld2—c3 zou
9. Lel—d2 Pb8—c6 wit den pion bij overwegende
10. Tal—cl Lf8—e7 stelling terugwinnen.
16. e3xd4 Ta8—c8
Dit is stellig niet geheel 17. Ld2—b4!
nauwkeurig gespeeld, want wit Door het behouden van den
zou nu met 11. Pe5xd7, Dc8X „goeden" (van de tegenover­
d7, 12. Pc3—a4 kunnen pro-
gestelde kleur van zijn pionnen-
beeren zich het overwicht dei
constellatie in het centrum)
beide loopers te verschaffen,
looper verzekert wit zich van
Met 10 Pd7Xe5 11. d4x
iets beter spel.
e5, Lf8—e7 enz. was de voort
zetting van de partij af t( 17 Lc7Xb4
18. Db3Xb4 Tc8—c2 !
dwingen.
38
Nog het beste. Op 18 wit reeds op een eventueel
Tc8Xcl 19. TflXcl, Tf8—c8 kwaliteitsoffer (op den 24sten
zou wit door 20. Tel—c5 zet), hetwelk echter bij nadere
enz. zijn voordeel vergroot heb­ onderzoeking niet afdoende
ben. bleek te zijn.
19. TclXc2 Lf5Xc2 21 Tc8—c6
20. Tfl—cl Tf8—c8 22. Db4—a5 h7—h6
23. b2—b4 Lc2—a4
Stelling na 20 Tf8—c8 24. TclXcó ....
Het oorspronkelijke plan was
ZWART
24. Tel—c5 ! ? b7—b6 25.
Da5Xa4, b6Xc5 26. b4—b5 ;
met 26 Tc6—c8 ! 27.
Da4Xa6 (of 27. d4Xc5, a6xb5)
c5—c4 ! enz. had zwart zich
echter voldoende kunnen ver­
dedigen.
24 Dd7Xc6
25. Da5—d8f Dc6—e8
26. Dd8—c7 De8—c6
27. Dc7—b8f Kg8—h7
28. Le2—d3f g7—g6
29. Kgl —h2
WIT Stond de pion op h4 dan
zou 29. h4—h5 onaangenaam
21. h2—h3 zijn. (29 Dc7—elf 30.
Kgl—h2, Del—f4f 31. Kh2—
Het moment voor het „lucht­ h3, Df4xf2 of Xd4 32. h5Xg6f
gat" is juist gekozen — maar Kh7—g7 33. Db8xb7 enz.).
deze noodzakelijkheid moest 29 Kh7—g7
met het idee van een initiatief
Het eenvoudigste. Op 29
op den koningsvleugel verbon­
Dc7—c3 zou wit zonder risico
den worden. Na 21. h2—h4 !
den looper voor drie pionnen
zou zwart in ieder geval de
kunnen offeren : 3L. Ld3Xg6f,
zetten, welke hij in de partij
f7Xg6 (indien Kh7Xg7 gespeeld
speelt, niet hebben kunnen
wordt volgt mat in twee zetten).
kiezen (zie de opmerking bij
31. Db8xb7f enz.
den 29sten zet), waardoor zijn
remise-kansen verkleind wer­ 30. Db8—d8 La4—c2 !
den. Met den tekstzet speelde Remise.
Geanalyseerd door Dr. A. Aljechin
39
TWAALFDE PARTIJ
GESPEELD OP 29 OCTOBER TE AMSTERDAM (SCHAAK­
CLUB VAN DE EFFECTENBEURS)
Koningsindische partij
WIT: EUWE ZWART : ALJECHIN
1. d2—d4 Pg8—f6 Oorspronkelijk beoogde
2. c2—c4 g7—g6 zwart hier voort te zetten met
3. Pbl—c3 d7—d5 9 b4 gevolgd door 10. .. .
4. Ddl —b3 d5Xc4 Pe4:, maar nu ziet hij, dat deze
5. Db3Xc4 Lf8—g7 manoeuvre zou falen op 10.
Dit is stellig beter dan 5 Pa4, Pe4: ? 11. Pb6 met stuk­
Le6 zooals in de tweede partij winst. Zoodoende is zwart in
geschiedde. deze op zichzelf reeds moeilijke
stelling bovendien nog een be­
6. e2—e4 .... langrijken pion kwijt geraakt
En hier brengt wit een ver­ en staat derhalve op verlies.
betering in vergelijking met de Om nog eenige practische kan­
vierde partij : het opspelen van sen te behouden, moet hij
den tweeden centrum-pion is dameruil vermijden.
natuurlijker en ook sterker dan
6. Lf4. 10. Lfl—e2 ....
6 0—0 Wit behoeft ook thans b5—
7. Pgl—f3 a7—a6 1 b4 niet te vreezen ; wel zou nu
Deze zet is evenals de vol­ 11. Pa4 niet gaan, maar 11.
gende gebaseerd op een mis­ Pd5, Pd5: 12. ed5: is gunstig
rekening. Aangewezen was 7.... genoeg omdat spoedig d5—d6
c6, 7 Pbd7, of misschien volgt. Toch had zwart in ieder
7 b6. geval tot deze voortzetting moe­
ten besluiten.
8. Lel—f4 b7—b5 1
Zie de voorafgaande opmer­ 10 Pb8—c6
king. Zwart had 8 Pe8 Zwart bereidt een wanhopige
öf 8 c6 moeten spelen. offer-combinatie voor.
In beide gevallen zou wit toch
een voortreffelijk spel gekregen 11. d4—d5 Pc6—b4 ?
hebben, daar de zwarte toeleg,
Iets betere kansen bood
een aanval op e4 door middel
11 e5.
van b5 en Lb7, mislukt is.
9. Dc4Xc7 Dd8—e8 12. 0—0 Pf6Xe4

40
Stelling na 12 Pf6Xe4 Wit kon ook 21. b3 spelen^
want na 21 a5 22. Da3,
Lc5 23. Del, Lf2:f 24. Tf2:,
Tel: 25. Tel: zou hij nog La4
veroveren en dan met toren
en drie lichte stukken tegen
de dame over een beslissend
overwicht in materiaal beschik­
ken.
21 Ld4—c5
22. Db4—h4 La4—c2
23. Tbl—cl f7—f6
Anders volgt 24. Pg5.
24. Le2—c4t !
WIT Stelling na 24. Le2—c4f !
Aldus verkrijgt zwart het
initiatief, maar het geofferde
stuk wordt daardoor niet ge­
compenseerd. Na andere voort­
zettingen zou wit het nog ge­
makkelijker hebben, daar Pb4
reeds in gevaar is. B.v. 12
Pc2 13. Tacl, b4 14. Pbl !
enz.
13. Pc3Xe4 Pb4xd5
14. Dc7—cl Lc8—f5
15. Pe4—g3 Ta8—c8
16. Del—d2 Pd5xf4
17. Dd2xf4 Lf5—c2
17 Lb2: zou falen op WIT
18. Pf5:, Lal: 19. Dh6 ! en
Dit is veel beter dan 24. Tc2:
mat, daar de dreiging 20. Pg5
niet te pareeren is. (Lf2:f 25. Tf2:) hetgeen ook
wel voldoende geweest was.
18. Df4—b4 De8—d8 Wit stelt zich met het hand­
19. Pf3—el Lc2—a4 haven van een vol stuk tevre­
20. Tal—bl den, met het gevolg, dat hij
Dreigt 20. b3. nu ook nog aanval verkrijgt.
20. .... Lg7—d4 24 b5 x c4
21. Pel-f3 25. Dh4Xc4f Kg8—g7
41
26. Dc4xc2 Dd8—a5 32. De2Xa6 Tf8—c8
27. Dc2—e2 e7—e5 33. Pg3—fl
Op 27 Da2: volgt 28. Dreigt 34. Pe7: (Del: 35.
Te5:, Tc5: 29. De7:f en Dc5: Df6: mat).
28. a2—a3 Lc5—e7 33 Tc8-b8
29. Pf3—d4 Tc8Xcl 34. Pc6Xe7 Dc7Xe7
30. Tflxcl Kg7—h8 35. Tel—c8f Tb8Xe8
31. Pd4—c6 Da5—c7 36. Da6Xe8f Zwart geeft op.
Geanalyseerd door Dr. M. Euwe

42
DERTIENDE PARTIJ
GESPEELD OP 31 OCTOBER EN 1 NOVEMBER TE
AMSTERDAM, (SCHAAKCLUB WATERGRAAFSMEER)
Spaansche opening
WIT : ALJECHIN ZWART: EUWE
1» e2—e4 e7—e5 10 b5—b4
2. Pgl—f3 Pb8—c6
Er dreigde 11. ab5:, b.v.
3. Lfl—b5 a7—a6
4. Lb5—a4 Pg8—f6 10 0—0 11. ab5:, ab5:
12. Ta8:, Da8: 13. Ld5:, Td8
5. 0—0 Pf6Xe4
14. Lc6:, Dc6: 15. Dc2 en zwart
Deze verdediging, ook wel heeft wel aanvalskansen, maar
de „open verdediging" genoemd, het is twijfelachtig of deze den
geeft zwart een goede ontwik­ verloren pion kunnen compen-
keling voor zijn stukken, wit seeren. Na 10 Tb8 i.p.v.
daarentegen de beste pionnen- den tekstzet zou wit met 11.
stelling. De kansen zijn on­ ab5: de open a-lijn verkrijgen.
geveer gelijk. In de moderne
tournooien is de tekstzet minder 11. Pf3—d4 ! ?
gebruikelijk. Een nieuwe zet, die tot groote
6. d2—d4 b7—b5 complicaties leidt. Wit offert
7. La4—b3 d7—d5 een pion en verschaft zich
8. d4Xe5 Lc8—e6 daardoor een gevaarlijken aan­
9. c2—c3 Lf8—e7 val. In de partij lijdt deze wel
Ook 9 Lc5 is hier een schipbreuk, maar het is niet
bekende zet. Echter beant­ buitengesloten dat er nog een
woordt 9 Le7 meer aan voortzetting gevonden zal wor­
den aard der stelling: zwart den, die wit een bevredigend
moet trachten zijn c-pion naar spel geeft. De Russische mees­
c5 te brengen om van zijn ter Rjumin heeft den tekstzet
pionnenmeerderheid op den zelfs voorzien van een uitroep-
damevleugel gebruik te maken, teeken. Volgens mijn opvatting
en daarom is het in het alge­ kan het pionoffer echter onmo­
meen niet voordeelig voor hem, gelijk gunstig zijn voor wit,
op c5 een stuk te plaatsen. want voor een dergelijke onder­
10. a2—a4 neming schijnt mij de witte
ontwikkeling onvoldoende.
De meest gespeelde zet is
hier 10. Tel, waarop 10 11 Pc6Xe5
0—0 volgt. Vrij gedwongen. Na andere
43
zetten zou wit zonder risico ; toch een bron van moeilijk­
een gunstig spel verkrijgen. heden worden. Daarom is na
12. f2—f4 Pe5—c4 14. Dg4, Pe5 ! de sterkste
voortzetting : 15. Dg7: Lf6 16.
Deze zet is echter niet het
Dh6, c5 !
best en had zwart in moeilijk­
heden moeten brengen. Juist 14 Lc8—b7
was 12 Lg4! 13. Dc2 15. c3Xb4 c7—c5 !
(gedwongen) 13 Pg6 en Dezen zet heeft wit waar­
nu blijft zwart zoowel na 14. schijnlijk onderschat of zelfs
f5, Pe5 15. h3, c5 ! als ook na heelemaal niet verwacht.
14. Le3, c5 15. Pc6, Dd6 16. 16. f5—f6
Pe7:, Pe7: in het voordeel. De keuze was zeer moeilijk.
13. f4—f5 Wit mocht niet op c5 ruilen,
Nu maakt wit op zijn beurt daar dan 16 Lc5: volgt en
een zwakken zet. Veel beter Pd4 in een fatale binding zou
was 13. De2 (dreigt stukwinst), geraken ; als Pd4 zich naar e2
13 Pa5 14. Lc2 (dreigt of f3 terugtrekt, volgt gewoon
opnieuw stukwinst door ruil 16 cb4: en zwart hand­
op e4 en e6 gevolgd door haaft den pluspion bij goed
Dh5f en Da5:) 14 0—0 spel; ten slotte zou 16. Pc2,
15. Pd2 ! (beter dan gewoon cb4: 17. Pb4: ? falen op 17
den pion te heroveren) 15 Db6f en stukwinst. Met den
Pf6 16. Pe6:, fe6: 17. De6:f, tekstzet beoogt wit het aange­
Kh8 18. Pf3 met kansrijk spel vallen paard naar het sterke
voor wit. veld f5 te brengen.
13 Le6—c8 16 Le7Xf6
17. Pd4—f5 0—0
Deze looper gaat op b7 een 18. b4Xc5 Tf8—e8
zeer actieve stelling innemen. 19. Del—b4
14. Ddl—el De witte dame heeft geen
Dreigt op de reeds aange­ beteren zet.
geven manier stukwinst, maar 19 Dd8—c8
leidt desondanks tot beslissend
Zooals spoedig blijkt staat
nadeel. Relatief beter was 14.
Dg4, h5 15. De2 ! (natuurlijk de dame hier beter dan op c7.
niet 15. Dg7: 1 wegens 15 20. Lb3Xc4 a6—a5 !
Lf6 en damewinst) ; zwart staat Een belangrijk zetje.
nu na 15 Lb7 niet slecht
21. Db4—a3
(16. Lc4: 1, dc4: 17. Dc4:,
Dd5 !), maar de door h7—h5 Opnieuw het eenige. Na 21.
verzwakte koningsvleugel kan Db3, dc4: 22. Dc4: ? volgt

44
22 La6 met verovering Op den 22sten zet was het
van de kwaliteit. Als echter de probleem der stelling op tweeër­
zwarte dame te voren naar c7 lei wijze oplosbaar voor zwart
gegaan was, had wit nu 21. en daarom kon de zet 22
Db6 kunnen probeeren. Pc5: niet afgekeurd worden.
21 d5Xc4 Met den tekstzet is dit laatste
22. Pbl—c3 echter wèl het geval. Zwart kon
Op 22. Le3 zou zeer sterk onmiddellijk winnen als volgt:
22 Te5 volgen. 24 Te5 ! (dreigt 25
22 Pe4Xc5 Tf5: enz. en daarom mag wit
ook niet 25. Lc5: spelen) 25.
Zwart verzekert zich van een Pd4 (gedwongen ; 25. Pg3 faalt
pluspion, welk voordeel in ver­ °P 25 Te3: enz.) 25
binding met de beste ontwik­ De8 26. T3fl (opnieuw het
keling en het looperpaar stellig eenige ; op 26. T3f2 beslist
beslissend is. Echter had zwart
26 Te3: 27. Dc5:, Telf
hier ook direct op konings- en ten slotte De3f met stuk­
aanval kunnen spelen, n.1. winst) 26 Pb3 ! 27. Pb3:,
22 Pc3: 23. bc3:, Te2 Te3: ; nu heeft het aangevallen
24. Ta2, Lg2: ! 25. Te2:, Lfl: paard drie zetten, welke alle
<26. Kfl:, Df5:f) en de openge­ geforceerd tot verlies leiden :
scheurde witte koningsstelling a) 28. Pel, Dc6 en wint;
maakt een hopeloozen indruk. b) 28. Pd2, Ld4! 29. Khl,
23. Lel—e3 Dc8—c6 Dc6 en wint omdat 30. Pf3
24. Tfl—f3 Pc5—d3 op 30 Tf3: 31. Tf3:,
Stelling na 24 Pc5—d3 Df3: ! enz. faalt en 30. Tgl
op 30 Td3 ; c) 28. Pc5,
ZWART Ld4! 29. Khl, Lg2:f! 30.
Kg2:, Dc6f en wint.
JNa den minder consequenten
tekstzet kan wit nog tegenstand
bieden.
25. Tal—fl Te8Xe3 !
Ook daarmee had zwart de
partij moeten winnen.
26. Pf5Xe3 Lf6—d4
Dreigt 27 Le3:f enz.
27. Da3—e7
De eenige verdediging. 27.
WIT Pcdl zou falen op 27 Te8.

45
27 Pd3—e5 partij dadelijk kunnen beslissen;
Natuurlijk niet 27 Te8? na 31. Tg3 volgt doodgewoon
wegens 28. Df7:f en mat in 31 Db2: enz. en op 31.
Pc4: speelt zwart 31 Db4!
twee zetten.
met verovering van de kwaliteit
28. Kgl—hl (32. Db4:, ab4:). Na den tekst­
Er dreigde opnieuw Le3:f ; zet raakt zwart het looperpaar
na den tekstzet zou 28 kwijt en houdt alleen den plus­
Le3: zonder schaak geschieden pion over. Maar zelfs dit gere­
zoodat wit 29. De5: zou kun­ duceerde voordeel had nog kun­
nen antwoorden. nen beslissen.
28 Pe5xf3 31. De7Xe3 Dc6—e6
29. Tflxf3 Ta8—f8 32. Tf3—g3
30. h2—h3 Dame- en torenruil zou na­
De witte koning moet een tuurlijk zwart's taak aanzienlijk
vluchtveld hebben. 30. Pf5 ? vergemakkelijken.
zou falen op 30 Df3: ! 32 Tf8—e8
enz. 33. De3—g5 De6—e5
30 Ld4Xe3 ? 34. Dg5Xe5 Te8Xe5
35. Tg3—g4 Te5—e3 ?
Stelling na 30 Ld4Xe3 ?
Sfpllinc na 35 Te5—e3 ?

WIT
WIT
Tot nu was het zwarte voor­
deel nog ruim voldoende om De laatste twintig zetten was
te winnen. De tekstzet is echter zwart voortdurend in den aan­
een ernstige misgreep. Met val en hij meent dezen ook
30 Db6 ! had zwart de thans nog te kunnen voort-

46
zetten. Dit is echter een ver­ 39. .... ab4:'? zou nog
gissing en stelt wit in de gele­ steeds verkeerd zijn.
genheid, zich op fraaie wijze 40. Tc4—d4 !
definitief te redden. Juist was
eenvoudig 35 Tc5 b.v. Niet 40. b5, g6 en zwart
behoudt nog winstkansen, en
36. Td4, Kf8 37. Td7, Lc6 en
de witte toren moet langs de ook niet 40. ba5: ? wegens
d-lijn terug, want 38. Tc7 ? faalt 40 La6 41. Pb5, Tb5: !
en zwart wint.
op 38 Lg2:f en 38. Ta7
op 38 Tg5. Als wit 40 g7 —g6
i.p.v. 37. Td7 eerst 37. Kgl Logischer was 40 Kf8.
speelt, dan volgt 37 Ke7 41. b4Xa5 ....
en wit heeft heelemaal geen
De witte sluitzet.
tegenspel meer.
41 Tb2—c2
36. Khl—gl ! ....
Zwart kan de partij niet
Wit loopt niet in den val : meer winnen ; hij heeft wel
36. Tc4: ?, Th3:f 37. Kgl, Tg3 de beste pionnenstelling en een
38. Tc7, Tg2:f 39. Kfl, Tb2: sterken looper, maar de witte
40. Pb5, La6 en als nu 41. a-pionnen zijn zeer gevaarlijk.
Ta7 volgt, dan wordt Pb5 met Zoo b.v. zou 41 Lg2f
schaak genomen en verkrijgt 42. Kei (Kgl), Lh3: een stuk
zwart den tijd om zijn koning kosten wegens 43. Td8f ge­
een vluchtveld te openen. volgd door 44. a6.
36 Te3—d3 42. Pc3—b5 Kg8—g7
37. Tg4Xc4 Td3—d2 43. Kfl—el Tc2 —c5
38. b2—b4 44. Td4—d6
De reddende zet, die alleen Het begin van een manoeuvre,
mogelijk is geworden, doordat welke wit opnieuw in moei­
Pc3 op het oogenblik niet aan­ lijkheden brengt. De voorkeur
gevallen staat. verdiende 44. Kd2.
38 Td2Xg2f 44 Lb7—c6
45. a5—a6 ....
38 ab4: was niet gun­
stig voor zwart wegens 39. Tb4:; Beter 45. Td4.
nu zou 39 Tg2:f 1 na 45 Lc6xb5
40. Kfl een stuk kosten, terwijl
46. a6 —a7 Lb5 —c6
39 Td7 i.p.v. Tg2:f even­
47. Td6Xc6 Tc5—a5
eens ongunstig is, omdat wit
48. Tc6—c7 Ta5Xa4
een sterken vrijpion over houdt.
Zwart heeft nu weer een
39. Kgl—fl Tg2—b2 pluspion en dreigt bovendien
47
op den koningsvleugel twee Daarmee geeft zwart zijn
verbonden vrijpionnen te ver­ laatste winstkans weg. Juist was
krijgen. 55 Ta4 ! ; dit zou den
witten koning het belangrijke
49. Kei —d2 g6—g5
veld f4 ontnomen hebben en
50. Kd2—c3 h7—h5
50 h6 gevolgd door het is niet te zien, op welke
manier wit daarna het beslis­
Kg6, is te langzaam.
sende oprukken van de zwarte
51. Kc3—b3 Ta4—al vrijpionnen zou kunnen belet­
52. Kb3—c4 g5—g4 ten, b.v. (55 Ta4) 56.
53. h3Xg4 h5Xg4 Kd5, f6 ! (niet f5 wegens 57.
54. Kc4—d4 Kg7—g6 Ke5, f4 58. a8D ! en remise)
55. Kd4—e5 ? 57. Kc5, Kg5 en zwart wint.
Stelling na 55. Kd4—e5 ? De eigenlijke pointe van den
zet 55 Ta4 ! ligt hierin,
ZWART dat 56. Tc4 met f6f beant­
woord wordt: 57. Ke6, Ta6f
58. Kd5, Kg5 enz.
56. Ke5—f4
Thans kan wit zonder moeite
remise bereiken, want zwart
kan zijn f-pion nooit naar f4
brengen zonder den g-pion te
verliezen.
56 Tal—a4f
57. Kf4—g3 f6—f5
Of 57 Kg5 58. Tg7f,
Kf5 59. Kh4 !
WIT 58. Kg3—h4! Kg6—f6
59. Tc7—b7
De witte koning streeft naar
f4 of g3 ; hij had echter moeten Remise.
probeeren, deze velden via e3 Op 59 Ke5 volgt 60.
te bereiken ; na den tekstzet Tb5f en de zwarte koning
is wit verloren. mag de vierde rij niet betreden
55 f7—f6f ? wegens 61. Tb4f enz.

Geanalyseerd door Dr. M. Eutve

48
VEERTIENDE PARTIJ
GESPEELD OP 2 NOVEMBER TE GRONINGEN
Koningsindische partij
WIT : EUWE ZWART : ALJECHIN
1. d2—d4 Pg8—f6 Stelling na 9 0—0
2. c2—c4 g7—g6
3. Pbl—c3 d7—d5
4. Lel—f4 Pf6—h5

Een ernstige strategische fou


Aljechin onderschat de betei
kenis van de open h-lijn e
overschat de kracht van h<
looperpaar onder deze omstai
digheden. Misschien ook hoopt
hij op 5. Pd5: ? Pf4 : 6. Pft
e5 ! 7. de5: ? Lb4f en mai

5. Lf4—e5 ....

Eerst wordt de zwarte kc


ningsvleugel nog verzwakt.
Het eenige was 9 dc4:,
5 f7—f6 waarna wit met 10. Lc4: het
6. Le5—g3 Ph5Xg3 beste spel behoudt (niet 10.
7. h2Xg3 c7—c6 Th7: ?, cd3: 11. Tg7: Kf8 12.
8. e2—e3 Lf8—g7 Tg6: Lf5). Speelt zwart echter
9. Lfl—d3 9 f5, dan komen we met
10. cd5: cd5: in de variant van
Nauwkeuriger was hier eersi den vorigen zet.
9. cd5:, omdat zwart na d<
10. ThlXh7 !
partijvoortzetting nog dc4: hac
kunnen spelen. Na 9. cd5: cd5: Op deze voor de hand lig­
10. Ld3, f5 (gedwongen) 11, gende wijze wint wit een pion.
g4! 0—0 12. gf5: Lf5: 13.
Lf5: Tf5: 14. g4, Tf7 (14 10 f6—f5
Tf8 15. Db3) 15. f4 staat wit Natuurlijk niet 10 Kh7:
geweldig. 11. Dh5f, Kg8 12. Lg6: en
wart moet om de matdreiging
9. ..«* 0—0 e pareeren een toren geven.
Schaken 4
49
11. Th7—hl e7 —e5 23. Tf8:f, Kf8: 24. Pe6f) 23.
12. d4Xe5 Lg7Xe5 Th7f, Ke8 24. Dd5: ! Er dreigt
13. Pgl—f3 .... nu De6f en De7 mat. Speelt
zwart echter Dc7 weg, om een
Wit bekommert zich natuur­
vluchtveld te verkrijgen, dan is
lijk niet om de verdubbeling
Pd7 onvoldoende gedekt.
van zijn pionnen, daar hem de
ruil van den verdedigenden 20 Pd7—f6
koningslooper zeer welkom is. 21. Tc4—h4 Dd6—c5
22. Lb5—a4 Dc5—c3
13 Le5Xc3f
14. b2Xc3 Dd8—f6 Om Dal te verhinderen
15. c4xd5 ! (22 Le6 23. Pg5, Lf7 24.
Dal ! d4 25. Td4:)
Wit geeft den pion terug,
om zijn aanval te versterken. 23. Pf3—g5
15 Df6Xc3f Zwart vindt den eenigen weg,
om zoo lang mogelijk stand te
16. Kei—fl Dc3—f6
cd5: 17. Tel, Df6 leidt tot houden.
23 Kg8—g7
dezelfde stelling. 24. Pg5—h7 Tf8—d8
17. Tal—cl c6xd5 25. Ph7xf6 Kg7xf6
18. Tel—c7 Pb8—d7 26. Th4—h7 Lc8—e6
Thh7 mag in geen geval Om na 27. Tb7: met d4 !
toegelaten worden. tegenkansen te verkrijgen.
19. Ld3—b5 27. Thl—h6
Het begin van de beslissende Dreigt 28. Tg6:f Kg6: 29.
combinatie. Behalve Dd5:f Dh5f, Kf6 30. Dh6f, Ke5 31.
dreigt ook Ld7: Dg7f met damewinst.
19 Df6—d6 27 Le6—f7
20. Tc7—c4 1 Niet 27 d4 wegens 28.
Een aanzienlijke vertraging Tg6:f, Kg6: 29. Dh5f Kf6 30.
van de winst. Op het beslis­ f4 ! met doodelijken aanval
sende moment was de wit- (30 Delf 31. Ldl). Ook
speler er niet zeker van, dat 27 Tac8 faalt op dezelfde
het torenoffer 20. Dd4 wer­ voortzetting.
kelijk ging. De correctheid hangt 28. Kfl—gl
weliswaar aan een zijden draad, Nu de koning in veiligheid
maar is niettemin een feit, gebracht kan worden, dreigt
zooals blijkt uit de volgende Dh5 en Tf7sf
variant: 20. Dd4, Dc7: (20....
28 Td8—g8
Pf6 21. Thh7 !) 21. Th8f, Kf7
22. Pg5f, Ke7 (22 Ke8 29. g3—g4

50
Stelling na 29. g3—g4 De laatste zwarte pion wordt
verwijderd.
34. • i * • Lf 7 —gó
34 Tg8 faalt op 35.
Tf7:f, Kf7: 36. Dd5:f. Dezelfde
weerlegging volgt op 34
Tclf 35. Kg2, De4.
35. Th7xb7 De5—alf
36. Kgl—g2 Tc8—h8
Leidt geforceerd tot mat.
37. g4—g5f ....
Stelling na 37. g4—g5+

Wit heeft niet anders te


doen, dan de laatste zwarte
pionnenbarricades weg te rui­
men.
29 Tg8—g7
30. g4xf5 Tg7xK7
31. Th6xh7 g6xf5
32. La4—b3 ....
Dreigt reeds Tf7:f gevolgd
door Dd5:f.
32. .... Dc3—e5
33. Ddl—f3 Ta8—c8
37 Kf6Xg5
Met de dreiging Tclf, welke 38. Df3—f4f Kg5—f6
echter gemakkelijk gepareerd 39. Df4—d6f Kf6—g5
kan worden. Beter was 33 40. f2—f4f Kg5—h6
Dalf 34. Kh2, De5f 35. g3,
Td8. Er volgt dan 36. Th4. Ook op 40 Kh6 beslist
. De7.
34. g2—g4 41. Dd6—e7 Zwart geeft OD.
Geanalyseerd door Dr. M. Euwe

51
VIJFTIENDE PARTIJ
GESPEELD OP 5 EN 6 NOVEMBER TE BAARN
(BADHOTEL)
Slavische verdediging van het damegambiet
WIT : ALJECHIN ZWART : EUWE
1. d2—d4 d7—d5 7. e2—e3 ....
2. c2—c4 c7—c6 Volgens Bogoljubow is direct
3. Pgl—f3 Pg8—f6 7. Pf3 het best en dit schijnt
4. Pbl—c3 d5Xc4 wel zoo te zijn, als men het
Zwart wil dezelfde variant volgende antwoord bekijkt. Na
spelen als in de eerste match­ 7. Pf3 speelt zwart natuurlijk
partij, omdat hij dacht de daar weer 7 Lf5 en wit moet
aangewende verdediging te kun­ öf een anderen zet doen, öf met
nen verbeteren. remise genoegen nemen.
5. a2—a4 Lc8—f5 7 e7—e5 !
6. Pf3—h4 8. d4Xe5 ? ....
Dit verschaft zwart een sterk
Het schijnt, alsof wit de
initiatief. Met 8. Pf3 en op
opvatting van zijn tegenstander
8 ed4: 9. Pd4: of 9. Dd4:
deelt, in ieder geval kiest hij
zou wit ongeveer gelijk spel
een andere opstelling ; deze is
echter ongeschikt om zwart verkregen hebben.
moeilijkheden te bereiden. Be­ 8 Dd8Xdlf
halve 6. Pe5, komt alleen 6. e3 9. Pc3xdl
ernstig in aanmerking. 9. Kdl: is ongunstig wegens
6 Lf5—c8 9 Pg4 enz.
In een partij Aljechin-Stoltz. 9 Lf8—b4f
Veldes 1931, geschiedde 6. . . . 10. Lel—d2
e6, waarna wit met 7. Pf5 10. Pc3, Pe4 11. Ld2, Pd2:
spoedig in het voordeel kwam is evenmin bevredigend voor
Zonder te willen vaststellen wit, omdat het zwarte looper-
dat 6 e6 beslist ongunstij paar zeer gevaarlijk zou worden.
is, schijnt deze door Bogolju 10 Lb4xd2f
bow aanbevolen tekstzet vee
11. Kelxd2 Pf6—e4f
gemakkelijker. Het tempover
lies Lf5—c8 is gebaseerd oj Na 11 Pg4 12. f4 zou
de veronderstelling, dat wi het zwarte koningspaard buiten
eveneens een tempo moet offe spel komen te staan, na den
ren, om Ph4 in het spel teru; tekstzet daarentegen dreigt een
te brengen. eventueel Pc5 en Pb3.

52
12. Kd2—el Wit's beste kans. Na 18.
Op de c-lijn zou de witte Ld3:, Td3: 19. Thdl, Thd8
koning geëxponeerd staan. zou wit geen voldoende ver­
12 Lc8—e6 dediging hebben tegen de drei­
13. f2—f4 Pb8—a6 ging 20 Tb3. Het pion­
14. Pdl—f2 Pe4xf2 offer is moeilijk te weerleggen.
15. Kelxf2 0—0—0 18 Pd3xb2
19. Pf3—d4
Stelling na 15 0—0—0
Nu dreigt 20. Pe6: gevolgd
ZWART door 21. Thcl met herovering
van den pion en goed spel
voor wit.
19 Td8xd4 !
Stelling na 19 Td8xd4 !

WIT

Het resultaat van de opening


is droevig voor wit : zwart
heeft zijn ontwikkeling voltooid,
wit daarentegen heeft geen enkel
stuk naar buiten gebracht, tenzij
men Ph4 als ontwikkeld wil WIT
beschouwen.
Met dit kwaliteitsoffer houdt
16. Ph4—f3 zwart zijn voordeel vast. Hij
Er dreigde 16 Td2f enz. verkrijgt een tweeden pion en
Het witte paard had ook van een sterken aanval tegen de
gl naar f3 kunnen komen en aan alle kanten verzwakte witte
daarom kon Ph4 toch niet stelling.
tellen als een ontwikkeld stuk.
20. e3xd4 Th8—d8
16 Pa6—c5 21. Kg3—f2 Td8xd4
17. Lfl—e2 Pc5—d3f 22. Kf2—e3 c6—c5
18. Kf2 —g3 23. Tal—a3 ....

53
Wit verdedigt zich zoo goed volgen als ook — en in dit
mogelijk. geval misschien nog beter dan
Lc6 — 26 Ld3, dreigende
23 Le6—f5 27 Te4f terwijl na 27.
24. g2—g4 Ld3: cd3: zwart over een reeks
Wit probeert gebruik te ma­ ernstige dreigingen beschikt, in
ken van zijn eenige tegenkans, de eerste plaats over 28
de meerderheid van pionnen Pc4f.
op den koningsvleugel. 26. a4—a5 Pb2—d3
24 Lf5—e4 Vanzelfsprekend mag wit dit
25. Thl—fl Le4—c6 ? paard niet slaan : 27. Ld3: cd3:
28. Td3:, Td3:f 29. Kd3: Lb5f
Stelling na 25 Le4—c6 ? enz.
27. Ta3—c3 Td4—e4t
28. Ke3—d2 Pd3Xf4
Dit had zwart met zijn 25sten
zet beoogd en hij dacht op deze
wijze wit's meerderheid op den
koningsvleugel onschadelijk te
maken. Daarbij heeft hij echter
geen rekening gehouden met
het openkomen van de f-lijn.
29. Le2Xc4 Te4—d4f
30. Kd2—c2 Lc6—e4f
31. Kc2—b3 g7—g5
Zwart is gedwongen pion f7
WIT in den steek te laten. De
schijnbaar betere zet 31
Men zou het haast voor Lg6 zou n.1. falen op 32. Tcf3
onmogelijk houden, dat na en na een paardzet 33. Tf7: !
dezen zet, die er zoo goed uitziet, Lf7: 34. Tf7:. Aldus zou wit
de kansen volledig keeren en gezien zijn binnengedrongen
zwart in de grootste moeilijk­ toren, zijn goeden looper en zijn
heden geraakt. sterken vrijpion in beslissend
Zeer in aanmerking kwam voordeel komen.
25 Ld3, maar het best 32. Lc4xf7 b7—b6
was wel 25 a5 om eerst 33. Kb3—a3 Kc8—d7
pion a4 vast te leggen en dan 34. Lf7—b3 Kd7—c6
met 26 Lc6 voort te zet­
ten. Na 26. f5 kon dan zoowel Met 34 Ld3 had zwart
26 Lc6 27. Tf4, Td5 ! den nu volgenden torenruil

54
kunnen beletten en misschien Wit's afgegeven zet. Als deze
een kansrijker spel kunnen min of meer toevallige tactische
behouden. aardigheid er niet in had
35. Tc3—c4 Td4Xc4 gezeten, zou zwart nog steeds de
36. Lb3Xc4 b6—b5 beste kansen gehad hebben ;
37. Lc4—f7 c5—c4 nu echter wordt de situatie
Zwart gaat pion e5 veroveren, buitengewoon moeilijk voor
maar daardoor verkrijgen ko­ hem.
ning en toren van wit een al te 41 Le4—d3
groote activiteit. Betere kansen
bood 37 Kd7, waarna In verband met de vol­
voor zwart geen ernstig verlies- gende paardmanoeuvre de
gevaar bestond. eenige kans. Den looper mag
zwart niet slaan, b.v. 41
38. Ka3—b4 Pf4—d3f
Kb5: 42. Tel, Pg4: (looper-
39. Kb4—c3 Pd3Xe5
zetten zijn evenmin voldoende)
40. Lf7—e8f
43. Te4:, Ph2: 44. Te5f en
Niet 40. Kd4 wegens 40 het is eigenaardig, dat wit dank
Pf3f 41. Ke3, Kc5 ! en als zij den a-pion de partij toch
wit nu twee keer op f3 slaat, nog wint en zelfs gemakkelijk
verovert zwart eerst nog den wint. De varianten zijn hoogst
a-pion en wint daarna door het belangwekkend. Gaat de zwarte
oprukken zijner vrijpionnen. koning naar a6 (44 Ka6),
40 Kc6—c5 dan volgt 45. Kb4, 46. Te6f,
41. Le8xb5 ! met verovering van den c-pion
door den koning. Vervolgens :
Stelling na 41. Le8xb5 !
koningsmarsch naar c5, het
ZWART oprukken van den a-pion naar
a6, een torenschaak op de
zevende rij en ten slotte ver­
overing van den zwarten a-pion.
Dezelfde methode beslist als
zwart 44 Kc6 speelt. Al­
dus blijft nog de zet 44
Ka4 over, maar deze verliest
als volgt: 45. Tg5:, a6 (of a,
b, c) 46. Kc4: (dreigt 47. Tg2)
46 Pf3 47. Tg2 !, Ka5:
48. Kc5, Ka4 49. Tg4f gevolgd
door 50. Tg3 en stukwinst ;
a) 45 Pfl 46. a6, h6 47.
Te5, Pg3 48. Kc4:, h5 49.
55
Kc5 en wit wint, daar 49 Stelling na 47. Lb7—e4
Ka5 op 50. Te3 faalt en anders ZWART
de dreiging Kc5—c6—b7Xa7
beslist ; b) 45 Pf3 46.
Tf5, Ph4 47. Tc5 !, Pg6 48.
a6, Pf8 49. Tc7, Ka5 50. Ta7:,
Pg6 51. Th7: en wit wint,
daar 51 Ka6: faalt op 52.
Th6 en stukwinst ; c) 45
h6 46. Th5, Pg4 47. Kc4:,
Pf6 48. Th6:, Pd7 49. Ta6,
Pb8 50. Ta7:, Pc6 51. Ta8,
Pa5:f 52. Kc5 en wint.
42. Tfl—el Pe5—g6
Ook thans mag zwart niet
WIT
op b5 slaan: 42 Kb5:
43. Te5:f, Ka6 44. Kb4 en meende men, dat wit met 47.
wit wint zonder veel moeite. a6 i.p.v. Le4 gewonnen zou
Na den tekstzet komt het hebben. Deze bewering schijnt
paard met tempowinst naar d5, echter twijfelachtig, als men
de witte koning wordt terug­ eens de consequenties van 47.
gedreven, pion c4 wordt sterk a6 nagaat : zwart speelt 47
en zwart verkrijgt daardoor nog Pb3f en nu is 48. Kei stellig
practische tegenkansen. ongunstig wegens 48 c3
43. Lb5—a6 .... enz. ; daarom is 48. Ke3 noo-
Zwart wil veld d5 dekken om dig, waarop zwart 48 Pc5
Pd5f te beletten. Veel sterker antwoordt, met het gevolg dat
49 c3 dreigt, terwijl Lb7
was echter 44. La4, Pf4 45.
Te5f, Pd5f 46. Kb2 en wit pion a6 moet blijven dekken,
moet op den duur wel winnen. want als wit dezen pion op­
geeft, zou hij de partij nooit
43 Pg6—f4 meer kunnen winnen. Dus moet
44. La6—b7 Pf4—e2f wit (na 47. a6, Pb3f 48. Ke3,
45. Kc3—d2 Pe2—d4 Pc5) wel met 49. Tc7 -1) voort­
46. Tel—e7 Kc5—b4 zetten om 49 c3 te be­
47. Lb7—e4 .... letten. Maar zwart speelt dan
(Zie diagram). 49 Lbl of 49 Lfl
Daarna bereikt zwart een (50. Th7:, c3 51. Tc7, c2 52.
geforceerde remise. Na de partij Kd2, Ld3 enz.) en dreigt op-

i) Ragosin laat zien, dat 49. Lc8, c3; 5o. Tb7tl, Kc^; 5i. Lf5 1 voor wit wint.

56
nieuw c4—c3. De situatie is 51. Kg2 gaat niet wegens
dan voor wit heel moeilijk 51 Kb3 ! b.v. 52. Kh2:,
geworden en hij moet met het c3 53. Te6, c2 enz. of 52.
oog op den sterken c-pion zelfs Te6, c3 53. Ta6:, c2 54. Tc6,
zeer oppassen met deze winst­ Pg4: met de dreiging 55
pogingen. Pe3f gevolgd door 56 Pc4.
Het schijnt, dat Aljechin het
51 Kb4Xa5
gevaarlijke van 47. a6 wel ge­
52. Te4Xc4 Ka5—b5
voeld heeft en daarom den 53. Tc4—e4 a6—a5
tekstzet koos ; wit neemt daarbij 54. Te4—e5f
geen risico en zwart komt
slechts op het kantje af in Op 54. Kd2 gaat de a-pion
veiligheid. naar voren ; de zwarte koning
wordt daardoor van den ande­
47 Ld3Xe4 ren vleugel afgeleid en de zwarte
48. Te7Xe4 Pd4—f3f koning marcheert naar g4.
49. Kd2—e2 Pf3xh2
54 Kb5—b4
Ph2 is nu wel ingesloten en 55. Te5Xg5 a5—a4
kan door wit veroverd worden, 56. Ke2—d3
maar in dat geval zou de zwarte
Of 56. Th5, Pg4: 57. Th4,
c-pion of — na verovering van h5 enz.
a5 — de zwarte a-pion aan
wit's toren het leven kosten. 56 a4—a3
Aldus loopt het volgende ge­ 57. Kd3—c2 a3—a2
deelte van het eindspel ten 58. Kc2—b2 a2—alDf
slotte op remise uit. 59. Kb2Xal Kb4—c3
60. Tg5—g7 h7—h6
50. Ke2—f2
61. Tg7—g6 Kc3—d3
Op 50. a6 volgt 50
Kb5, b.v. 51. Te5f, Ka6: 52. Remise,
Tg5:, h6 ! en op 50. Te7 volgt
want wit kan den ruil van zijn
50 a6.
laatsten pion niet beletten.
50 a7 —a6 Een moeilijke en veelbewo­
51. Kf2—e2 gen partij.
Geanalyseerd door Dr. M. Euwe

57
ZESTIENDE PARTIJ
GESPEELD OP 7 EN 8 NOVEMBER TE 's-HERTOGENBOSCH
(CASINO)
Slavische verdediging van het Damegambiet
WIT : EUWE ZWART : ALJECHIN
1. d2—d4 d7—d5 Pa5—c4 enz. positioneel weer­
2. c2—c4 c7—c6 legd zou worden. Daarom moet
3. Pgl—f3 Pg8—f6 wit met den volgenden ruil ge­
4. e2—e3 Lc8—f5 ! noegen nemen.
5. c4xd5 c6xd5 13. Ld2Xa5 Dd8Xa5
6. Pbl—c3 e7—e6 14. Pa4—c5 Le7Xc5
7. Ddl—b3 15. d4Xc5
Een afwijking van de elfde Voor het geval wit hiermede
partij waarin allereerst 7. Pf3— in het voordeel dacht te komen,
e5, Pf6—d7 ! gespeeld werd. heeft hij zich vergist. Echter
Beide voortzettingen zijn voor om gelijk spel te krijgen, is de
zwart ongevaarlijk. tekstzet beter dan 15. TclXc5,
7 Dd8—c8 Pf6—e4, 16. Tc5—cl, Lf5—
8. Lel—d2 Pb8—c6 g4 ! enz.
9. Tal—cl Lf8—e7 15 Pf6—e4
10. Lfl—b5 0—0 Deze zet dreigt o.a. 16
11. 0—0 a7—a6.
Pc3—a4 — hier of op den 16. Db3—a4 Da5Xa4
vorigen zet zou met Pf6—e4 17. Lb5Xa4 Tf8—c8
enz. afdoende beantwoord zijn. 18. c5—c6 ....
11 Dc8—d8 ! Wederom het eenvoudigste.
Na 18. b2—b4, a7—a5 ; 19.
Een belangrijke zet waardoor c5—c6, b7—b5 ! ; 20. Le4xb5,
de onaangename mogelijkheid a5xb4 enz. zou zwart meer
Pc3—a4 — zooals men dadelijk troeven dan zijn tegenstander
bemerken zal — voor goed te hebben overgehouden.
niet gedaan wordt. 18 b7Xc6
12. Pc3—a4 Pc6—a5 19. La4Xc6 Ta8—b8
(Zie diagram).
De pointe van deze tegen-
manoeuvre bestaat daarin, dat 20. Pf3—d4 !
de oogenschijnlijk plausibele zet Met ontroerende eensgezind­
13. Db3—c3 door 13 a7 heid hebben de heeren van de
—a6 ! 14. Lb5—e2 (14. Dc3X Pers dezen goeden zet met een
a5 ? zou een stuk verliezen) vraagteeken toegerust. De be-

58
Stelling na 19 Ta8—b8 Pas na dit gewichtig tempo­
ZWART verlies geraakt zwart definitief
in het voordeel. Door 24. f2—
f3 ! Tc8—c5 ; 25. e3—e4, Tb2
—b5 ; 26. Ld5—b3, a7—a5 ;
27. e4Xf5, a5—a4 ; 28. Lb3—
dl, Tb5—b2 ; (of a4—a3, 29.
Ldl—b3) 29. a2—a3 had wit
nog steeds materieel verlies
kunnen vermijden.
24 Tc8—c5
25. f2—f3
Reeds is er niets beters te
vinden tegen de dreiging a7—
a5—a4.
WIT
25 a7—a5
doeling daarvan was wit gelijk 26. e3—e4 a5—a4
spel te bezorgen, terwijl na 20. 27. Lb3—d5 Tb2—b5 !
b2—b3, zooals de glossatoren 28. h2—h3 Kg8—g7
hebben aanbevolen, dit resul­ 29. Tel—c2 Pc3xd5
taat volstrekt niet zeker ge­
weest zou zijn. B.v. 20 Tc8 De andere mogelijkheid den
—c7 ; 21. Pf3—d4, Tb8-^8 ; pion te winnen door 29
22. b3—b4, Pe4—d6 ! 23. a2 Pc3Xe4 zou in de variant 30.
—a4, Lf5—d3 ; 24. Tfl—dl, Ld5Xe4, f5Xe4 ; 31. Tc2Xc5,
Ld3—c4 enz. Tb5Xc5 ; 32. f3Xe4, Tc5—c2 ;
33. Tfl—al, Tc2—e2 enz.,
20 Tb8xb2 weliswaar aanlokkelijker ge­
21. Pd4xf5 e6xf5 weest zijn maar wit zou 31.
22. Lc6xd5 ?
Tc2—e2 ! gespeeld hebben en
Brengt wit in eenige moeilijk­ met 2 torens meer remise­
heid. Goed ware 22. f2—f3 en mogelijkheden hebben behou­
pas na een terugtocht van het den dan in de partij.
paard 23. Lc6Xd5 enz. met 30. Tc2Xc5 Tb5Xc5
gelijk spel.
31. e4 xd5 Tc5xd5
22 Pe4—c3 !
23. Kgl—hl In het nu volgend toren­
eindspel bezit zwart behalve het
Gedwongen wegens de drei­ kleine materieel overwicht nog
ging 23 Pc3—e2f. twee andere belangrijke voor­
23 g7—gó deden. Ten eerste een agres­
24. Ld5—b3 ? sieve opstelling der torens, ten
59
tweede in verband hiermede 40. Kg3—f4 f7—f6
een grootere bewegingsmoge­ 41. Te2—c2 Kd6—d5
lijkheid voor zijn koning. Dit 42. g2—g3
overwicht was voldoende om Een treurige noodzakelijk­
bij juiste toepassing de over­ heid : daar de witte toren bij
winning te behalen. logische ontwikkeling der om­
standigheden gedwongen wordt
32. Tfl—f2
tot tegenaanval over te gaan,
Hier en ook bij de volgende moet de g-pion in geval van Ta3
zetten had wit niet veel keus ; Xa2 aan den aanval den toren
er dreigde nl. 32 Td5— onttrokken worden. Maar nu
d2 enz. staat de witte koning pat !
32 Kg7—f6
Stelling na 42. g2—g3
33. Tf2—e2 Td5—e5
34. Te2—c2 Te5—e3 ! ZWART
35. Khl—h2 Te3—a3
36. Kh2—g3 Kf6—e5
37. Tc2—d2
Het komt er maar op aan,
in zoover dit mogelijk is, den
koning den weg naar den dame­
vleugel te versperren.
37 h7—h6
Dreigt door f5—f4f den wit­
ten koning naar h2 te drijven.
Dadelijk schaak zou wegens
38. Kg3—g4, f7— f5f 39. Kg4
—g5 enz. te vroeg zijn. WIT

38. h3—h4 h6—h5 42 g6—g5f 1


Na den laatsten pionnenzet Deze afwikkeling is ongetwij­
van wit besluit zwart zijn tactiek feld te vroeg en te onbegrijpe­
te veranderen. Hij wil de vijan­ lijker daar zwart met groote
delijke pionnenstelling op den moeite bijna het doel zijner
koningsvleugel onder vuur ne­ wenschen bereikt had. Na den
men en deze door tempodwang eenvoudigen afwachtenden zet
42 Kd5—d6 zou wit slechts
verzwakken.
de keus tusschen 43. Tc2—c8
39. Td2—e2f Ke5—d6 of 43. Tc2—d2f, Kd6—c5 ;
Nog niet 39 Ke5—d4 44. Td2—d8 gehad hebben (43.
wegens 40. Te2—e7. g3—g4 zou nu en later niet

60
deugen wegens 43 f5Xg4 ; Tf3—g3 gevolgd door Kd4—e3
44. f3Xg4, Ta3—h3 enz.). Beide enz. niet mogelijk is.
voortzettingen bleken achteraf 46. Kg5xh5 f5—f4
onbevredigend b.v. 1) 43. Tc2
47. g3xf4 Tf3xf4
—c8, Ta3xa2; 44. Tc8—g8, 48. Kh5—g5 Tf4—e4
Ta2—b2; 45. Tg8xg6, Kd6— 49. Kg5—f5 Te4—e5f
e6 ; 46. Tg6—g8, Tb2—b4f ; 50. Kf5—f4
47. Kf4—e3, a4—a3 ; 48. Tg8
—a8, f5—f4f ! 49. g3xf4, Tb4 Hier kon ook zonder gevaar
—b3f ; 50. Ke3—e2 (Ke3—e4, 50. Kf5—f6 geschieden. Inder­
f6—f5f) Ke6—d5 ; 51. Ta8— daad voeren van hier vele wegen
naar Rome.
a6, Tb3— b2f; 52. Ke2—d3,
a3—a2 II) 43. Tc2—d2f, Kd6 50 Te5—e8
—c5 ; 44. Td2—d8, Ta3Xa2; 51. Kf4—f3
45. Td8—g8, Ta2—b2 ; 46. Tg8 Of ook 51. Tg2—d2f ; Kd4
Xg6, a4—a3 ; 47. Tg6—g8 —c3 ; 52. Td2—h2, a4—a3 ;
(47. Tg6xf6 ? Tb2—b5 !) a3— 53. Kf4—f3, Tc8—b8; 54.
a2 ; 48. Tg8—a8, Kc5—b6. Kf3—e3, Tb8—b2 ; 55. Th2—
In beide gevallen wint zwart e2 ! enz. met remise tot slot.
makkelijk. Nu komt het echter 51 Kd4—d3
tot een eigenaardig eindspel, 52. Tg2—b2 Te8—f8f
waarin zwart slechts ten gevolge 53. Kf3—g3 1
van onnauwkeurige behandeling
Ofschoon wit zelfs na het
van den tegenstander, de zege verlies van den pion de partij
behaalt.
nog zou kunnen houden, moet
43. h4Xg5 f6Xg5f deze zet toch als fout bestem­
44. Kf4Xg5 peld worden. Het eenvoudige
Na 44. Kf4xf5, Ta3xf3f ; 53. Kf3—g2 zou het indringen
45. Kf5Xg5, Tf3Xg3f ; 46. Kg5 van den toren naar fl verhin­
Xh5, Kd5—d4 enz. zou hij derd en de taak van wit aan­
inderdaad verliezen. merkelijk verlicht hebben.
53 Kd3—c3
44 Ta3xf3
54. Tb2—b7 ! Tf8—fl
45. Tc2—g2 ! Kd5—d4
55. Tb7—b8 Tfl—al
Na 45 Kd5—c4 ; 46. 56. Kg3—f3 TalXa2
Kg5xh5, f5—f4 zou 47. g3— 57. Kf3—e3 ?
g4 kunnen volgen hetgeen na Ongetwijfeld was 57. Tb8—
den tekstzet wegens 43 a8 x), ten einde den vijandelijken

Khi ™eeJIes' 57' Ta8 als volSt: Ta' 58. Ke3, a3 59. Tc8t,
![jr fi6°' ™ ,K"t e®t. Kde 62. Td8t, Kc61 63. Tch, a2 64. Tel
Jvd5 65. Td2f, Kc4 66. Te2, Kb3 enz.

61
toren in zijn bewegingsvrijheid meen beweerd is) wordt het
te hinderen, beter. Merkwaar­ beslissende tempo cadeau ge­
digerwijze kon het ook op deze maakt. Nog steeds moest 58.
manier gebeuren. Menigmaal Tb8—a8 ! geschieden ; indien
zijn er een ongelooflijk aantal hierop 58 Kc3—b3, dan
onnauwkeurigheden, zelfs fou­ 59. Ke3—d3 en zwart kan Kc3
ten noodig, om een partij te of Kc2 niet verhinderen waar­
verliezen. door remise mogelijk wordt;
57 Ta2—h2 ! indien echter 58 Th2—
h4, dan 59. Ta8—c8f en
De eenige kans op winst. achtervolging van den koning,
58. Tb8—c8f ? zoolang tot hij de a-lijn betreedt,
en dan eveneens Ke3—d3—c3
Stelling na 58. Tb8—c8f
(c2).
ZWART
58 Kc3 —b2
59. Tc8—b8f Kb2— cl
60. Tb8—c8f ....
Natuurlijk heeft 60. Tb8—
a8 geen doel wegens 60
a4—a3.
60 Kcl—bl
61. Tc8—b8f Th2—b2
62. Tb8—a8 Tb2—b3f
63. Ke3-=-d4 a4—a3
64. Kd4—c4 Kbl—b2
65. Ta8—h8 Tb3—c3f
Opgegeven.
WIT Een ondanks eenige nalatig-
Eerst hiermede (en niet bij leden van beide spelers leer­
voorgaande zetten zooals alge­ dam eindspel.

Geanalyseerd. door Dr. A. AIjechin

62
ZEVENTIENDE PARTIJ
GESPEELD OP 9 NOVEMBER TE EINDHOVEN
Damepionopening.
WIT : ALJECHIN ZWART : EUWE
1. d2—d4 d7—d5 Stelling na 11 Pf6—e4
2. Pgl—f3 Pg8—f6
3. e2—e3 Lc8—f5 ZWART
4. Lfl—d3 e7—e6
5. Ld3xf5 e6xf5
Tegenover de verzwakking
van de zwarte pionnenstelling
staat het bezit van veld e4.
6. Ddl—d3 Dd8—c8
Er dreigde behalve Df5: ook
Db5f.
7. b2—b3 Pb8—a6
Dit schijnt tegenover de meer
gebruikelijke zetten c6 of Le7
een verbetering te zijn. De
WIT
bedoeling is het zwarte centrum
van b4 uit te kunnen hand­ 12. Tfl—cl Tf8—d8
haven. Op welke wijze dat 13. Dd3—e2 Dc8—e6
gaat, zal spoedig blijken. 14. a2—a3 ....
8. 0—0 Lf8—e7 Om niet meer met Pb4 reke­
9. c2—c4 0—0 ning te moeten houden.
10. Pbl—c3 c7—c6 14 Pa6—c7
11. Lel—b2 .... 15. c4—c5 ....
Op 11. cd5: zou Pb4 en Wit had eigenlijk geen keuze.
Pbd5: volgen. Het is voor zwart Zwart kan zijn positie op den
van groot belang, veld d5 met koningsvleugel op allerlei ma­
een stuk te bezetten. nieren verbeteren en wit moet
11 Pf6—e4 derhalve trachten, een aanval
Deze zet is mogelijk door de op den damevleugel in te leiden.
sterke positie van Pa6. Op 15 Td8—e8
12. cd5: volgt n.1. Pb4 13. 16. b3—b4 f5—f4
De2, Pc3: 14. Lc3: Pd5: met Leidt tot een snelle afwikke­
goed spel voor zwart. ling, welke practisch op remise
63
uitloopt. Wèl behoefde zwart | Stelling na 23. Tal—dl
niet op remise aan te sturen, ZWART
maar de stelling is toch geens­
zins van dien aard, dat een
eventueele aanval op den ko­
ningsvleugel beslissende kracht
zou hebben. Dit werd o.a.
bewezen in een partij Schenk—
Spielmann (Praag, Dec. 1935).
17. e3Xf4 Pe4Xc3
18. De2Xe6 Pc7Xe6
19. TclXc3 Pe6xf4
20. Tc3—b3 a7—a6
21. g2—g3 Pf4—e6
22. a3—a4 Le7—f6
Verhindert 23. b5, dat nu als WIT
volgt weerlegd zou worden :
meening, dat zwart hier met
23 ab5: 24. ab5: Tal:f
g5 voordeel kon verkrijgen. Ik
25. Lal: Pc5:
heb nog geen meester gesproken,
23. Tal—dl die met deze zienswijze accoord
gaat. Heeft wit na 24. Pel, Kg7
Op voorstel van wit remise 25. Pc2, Kg6 26. Pe3 inderdaad
gegeven. Dr. Lasker is van nog veel te vreezen ?
Geanalyseerd door Dr. M. Euwe

64
ACHTTIENDE PARTIJ
GESPEELD OP 12 NOVEMBER TE AMSTERDAM
(MILITIEZAAL)
PYl ^ i. i_' *
W i l : E UW E
ZWART : ALJECHIN
1. c2—c4 e7—e5
7 d7—d5
2. Pgl—f3 e5—e4 8. C4xd5
3. Pf3—d4 Pb8—c6
Stelling na 8. c4xd5
In aansluiting aan den vori-
zet, de eenvoudigste manier
om zwart een gelijkwaardig spel
te verschaffen.
4. Pd4—c2
Ook na 4. Pd4Xc6, d7Xc6 ;
5. d2—d4, e4xd3 (e. p.) 6.
Ddlxd3, Dd8xd3 ; 7. e2xd3,
Lc8—f5, 8. d3—d4, 0—0—0
enz. (Dr. Tartakower—Dr. Al-
jechin, Warschau 1935) zou wit
geen voordeel hebben.
j Pg8- -f6
5. Pbl—c3 Lf8- -c5
6. b2—b3
Indien wit zijn koningslooper 8* . . • • Pr6 Ki
zou willen fianchetteeren zou Zwart trekt niet de conse­
hij dit beter onmiddellijk gedaan quenties van zijn vorigen goeden
hebben door : g2—g3, 0 0 zet. Alhoewel de tekstvoort­
7. Lfl—g2 enz. zetting gemakkelijk tot gelijk
6. • • •« 0—0 spel leidt, was de zwartspeler er
7- g2—g3 toe gerechtigd hier naar meer
voordeel te streven. Met 8.
Zooals het vervolg aantoont, Pf6 g4 ! had hij, eventueel
is dit een grove fout, welke met pionoffer, zijn tegenstander
onaangename gevolgen heeft. in een moeilijke positie kunnen
Al of niet vrijwillig had 7. brengen. B.v. I. 9. Pc3Xe4,
Lel -b2 moeten geschieden, Dd8xd5 ; 10. Lfl—g2 (10. f2
b.v. 7 Tf8—e8 ; 8. d2— f3, Dd5Xe4) Lc5xf2f; 11.
d4, e4xd3 (e. p.) 9. Ddlxd3, Kei—fl, Dd5—f5 enz. II. 9.
Pc6 e5 ; 10. Dd3—d2 enz. e2—e3, Pc6—e5: A. 10. d2—AA

Schaken 5
65
(of 10. Lfl—e2, Pe5—d3f ! 11. 11. 0—0 Lc8—f5
Le2xd3, e4Xd3 enz.) Pe5—f3f 12. Lel—b2 Pf6xd5
11. Kei—e2, Pg4xh2 ! ; 12. 13. Pc3Xd5 Dd8Xd5
d4Xc5, Lc8—g4 enz. B. 10. Zwart heeft nog steeds een
Pc3Xe4, Dd8xd5 ; 11. f2—f3, voorsprong in de ontwikkeling,
f7—f5 ! 12. Pe4Xc5, Pe5xf3f ; echter leidt deze, na den vol­
13. KelXe2, Dd5Xc5 enz. III. genden vereenvoudigingszet tot
9. Pc2—e3, Lc5Xe3 ; 10. f2 X geen resultaat.
e3, Dd8—f6; 11. Ddl—c2 14. d2—d3 Ta8—d8
(het kwaliteitsoffer 11. Pc3X 15. d3Xe4 Lf5Xe4
e4 is niet voldoende) Df6—f2f;
12. Kei—dl, Df2—f5 ! ; 13. Natuurlijk gaat 15 Dd5
Kdl—el (of 13. Pc3Xe4, Pc6— —c6 of e6 niet wegens 16.
b4 benevens Df5Xe4 enz.) Pc6— e4xf5.
b4 enz. Zonder de gecompli­ 16. Ddlxd5
ceerde stelling uit te putten, Op 16 Le4xd5 speelt wit
toonen deze varianten vol­ 17. Tfl—dl, op 16 Td8
doende aan, welke gevaren wit Xd5 echter 17. Lg2Xe4, Te8X
door zijn 7den zet uitgelokt e4 18. Tfl—dl en in beide
heeft. Thans lukt het hem, zich gevallen kan pion e2 wegens
boven water te houden. de dreiging Tdl—d8f benevens
9. Pc2xb4 Lc5xb4 Lb2—a3 niet genomen wor­
10. Lfl—g2 Tf8—e8 den. Daarom : Remise.

Geanalyseerd do - Dr. A. AIjechin

66
NEGENTIENDE PARTIJ
GESPEELD OP 14 EN 15 NOVEMBER TE ZEIST
(HOTEL FIGI)
Slavische verdediging] van het Damegambiet.
T?PU TXT
WIT: ALJECHIN
ZWART : F.I7WP
1. d2—d4 d7—d5 geluk spreken) heeft de analyse
2. c2—c4 c7—c6 zelfs eenige „Löcher".
3. Pgl—f3 Pg8—f6
4. Pbl—c3 10. 0—0 Pe4Xc3
d5Xc4
5. a2—a4 11. b2Xc3 c5xd4
e7—e6 12. c3Xd4 ....
Het nemen op c4 op den In verband met den vol­
vorigen zet is slechts doelmatig genden zet de meest plausibele
in combinatie met de ontwik­ voortzetting, maar ook 12. Pf3
keling van den looper naar f5. Xd4, Lb4—e7 (of 12 Lb4
Na den tekstzet verkrijgt wit, —c5, 13. Pd4—f3; of 12
eventueel door een pionoffer, Dd5Xe5; 13. c3xb4, De5xd4;
het voortdurende initiatief, dat 14. Lel—b2) was veelbelovend.
tegen het materiaal rijkelijk
opweegt. 12 c4—c3
13. Lel—d2 ....
6. e2—e4 Lf8—b4 Wint den pion met ontwik-
7- e4—e5 Pf6—e4 kelingsvoorsprong terug.
°°k 7 Pf6—d5 ; 8. 13 Dd5—a5 ?
Lel—d2. Lb4vrl • Q Een tempo-verlies, hetwelk
b7 b5 ; 10. Pf3—g5 ! enz. is de ook na de natuurlijke zetten
gunstig voor wit. 13 Pb8—c6 (14. Ld2Xc3,
8. Ddl—c2 Dd8—d5 Lb4Xc3; 15. Dc2Xc3, 0—0;
9. Lfl—e2 c6—c5 16. a4—a5 enz.) reeds moeilijke
situatie van zwart nog verergert»
Indien 9 b7—b5 dan 14. Ld2Xc3 l Lb4Xc3
10. 0—0, Lb4Xc3 ; 11. b2Xc3, 15. Tal—a3 ....
® 0 ; 12. Pf3—el ! (het een­ Zie diagram, pag. 68
voudigste). Overigens over­ 1-* Pb8—c6
tuigde de zekerheid en snelheid Essentieel voor de beoor­
waarmede mijn anders zoo be­ deeling der ontstane stelling is
dachtzame tegenstander zijn zet­ het feit, dat zwart hier niet
ten uitvoerde, mij er van, dat
1-* Lc8—d7 ; 16. Ta3X
ik met een voorbereide variant :3, Ld7Xa4 mag spelen. Daar­
te doen had. Tot mijn geluk op zou niet b.v. 17. Tc3
(hier kan men werkelijk van :8f ?, Ke8—d7 ; 18. Le2—b5f
67
Stelling na 15. Tal—a3 18 Da5 —d8
Op 18 Da5 —c7 zou
19. Pf3—g5 volgen, wat
vroeger nog met f7—f5 ! had
kunnen worden beantwoord.
19. TblXb7 Ld7—c8
20. Tb7—bl Pc6Xd4
Ook na 20 Pc6—e7 ;
21. Pf3—g5, Pe7—g6 ; 22. Le2
f3 enz. was de kwaliteit niet
te redden.
21. Pf3xd4 Dd8xd4
22. Le2—f3
Daarna had de partij eigenlijk
niet lang meer mogen duren.
WIT
22 Lc8—d7
Pb8—c6 !, maar dadelijk 17. 23. Lf3Xa8 Tf8Xa8
Le2—b5f ! ! met spoedige winst
voor wit volgen. Stelling na 23 Tf8Xa8
16. Ta3Xc3 Lc8—d7
Indien 16 0—0 dan 17.
Tfl—bl (dreigt 18. Tc3Xc6)
Da5—c7 ; 18. Pf3—g5 enz. met
gemakkelijk te voeren mat-
aanval.
17. Tfl—bl 0—0 ?
Het pionoffer is hopeloos.
Na 17 Ta8—b8 zou wit
ondanks het eclatante stellings­
voordeel over niets beslissends
beschikt hebben. Een sterke
voortzetting van den aanval
ware dan o.a. 18. Tc3 c5, WIT
Da5—d8 ; 19. Dc2—e4 enz.
24. a4—a5
18. Tc3—c5 ....
Technisch eenvoudiger dan Laat nog een langdurigen te­
het eveneens mogelijke 18. Tbl genstand toe, te meer daar Euwe
Xb7, Pc6—b4; 19. Tc3—c5, zijn geringe kansen op redding
Pb4Xc2 ; 20. Tc5Xa5, Ld7— met bewonderenswaardige vin­
c6 ; 21. Tb7Xa7, Ta8—b8 enz. dingrijkheid uitbuit. Na het
68
eenvoudige 24. Tbl—dl, Dd4 Op 36 g6—g5 zou wit
Xa4 ; 25. Dc2Xa4, Ld7Xa4 ; over het snel beslissende ant­
26. Tdl—cl, met gedwongen woord 37. f3—f4 ! hebben be­
torenruil en verovering van den schikt.
a-pion, had zwart gerust op 37. Kg3—f4 g6—g5f
kunnen geven. 38. Kf4—e3 Tg2—e2f
24 g7—g6 39. Ke3—d4 Te2—d2f
25. Tbl—dl Dd4—b4! 40. Kd4—e3 ....
26. Dc2—c4 Ta8—b8 Natuurlijk slechts om tijd
27. Dc4xb4 Tb8xb4 te winnen.
28. h2—h3 40 Td2—e2f
Exacter was 28. Tc5—c7, 41. Ke3—d4 Te2—d2f
Ld7—a4; 29. Tdl—d8f, Kg8 42. Kd4—c3 Td2—d3f
—g7; 30. h2—h3, La4—b5; 31. 43. Kc3—c2 Td3— a3
Td8—a8, a7—a6; 32. Ta8—a7, Het alternatief was 43.....
Tb4—f4 ; 33. g2—g3, Tf4—f5 ; Td3—d5 met de hoofd variant
34. f2—f4 enz. 44. Tf7Xa7, Lflxh3 ; 45. a5—
28 Ld7—b5 a6, Td5—a5 ; 46. Kc2—b3,
29. Tc5—c8f Kg8—g7 Lh3—fl ; 47. Ta7—c7 !•, LflX
30. Tdl—d8 Tb4—blf a6 ; 48. Tc7—cl en wint.
31. Kgl—h2 Tbl—b2 Stelling na 43 Td3—a3
32. Kh2—g3
ZWART
Verleidelijk maar nauwelijks
overtuigender dan de tekstzet
was 32. g2—g4 (32 Tb2X
f2f 1; 33. Kh2—g3 benevens
g4—g5) daar zwart 32
g6—g5! zou hebben kunnen
antwoorden.
32 Tb2—b3f
33. f2—f3 Tb3—b2
Thans is de witte g-pion niet
gemakkelijk te dekken en wit
moet het vervolg nog nauw­
keurig spelen om den tegen­
WIT
stander geen ernstige remise­
kansen te verschaffen. 44. f3—f4 !
34. Td8—g8f Kg7— h6 Met de bedoeling om lang­
35. Tc8—c7 Lb5—fl zamerhand een matnet te con-
36. Tc7xf7 Tb2Xg2f strueeren. Andere voortzettingen
69
zouden wit voor niet te onder­ Aardiger zou het volgende
schatten technische moeilijk­ slot geweest zijn : 49 Ta3
heden hebben geplaatst. Xa5 ; 50. Tg6xh6f ; Kh5—g5 ;
44 g5xf4 51. Tf6—g6f, Kg5—f5; 52.
45. Tf7xf4 Lfl—e2 Tg6—g4 ! met looperwinst we­
gens de matdreiging op h5.
Natuurlijk faalt 45 Lfl 50. Kd2—c2 Td3—d7
—d3f wegens 46. Kc2—b2.
51. TgóXhóf Kh5—g5
De looper wordt nu niet in de
52. Kc2—c3 Lc4—d5
gelegenheid gesteld de diago­
53. Kc3—d4 ! Ld5—hlf
naal bl—h7 te bestrijken.
54. Kd4—e3 Lhl—d5
46. Tf4—f6f Kh6—h5 55. Th6—g6f Kg5—h5
47. Kc2—d2 ! Le2—c4 56. Ke3—f4 Td7—h7
Niet 47 Le2—d3 ; 48. 57. h3—h4
Tf6—f3. Met de niet te pareeren
48. Tg8—g7 h7—h6 dreiging 58. Kf4—g3.
49. Tg7—g6 Ta3—d3f Opgegeven.

Geanalyseerd door Dr. A. Aljechin

70
TWINTIGSTE PARTIJ
GESPEELD OP 16 NOVEMBER TE AMSTERDAM
(MILITIEZAAL)
Slavische verdediging van het Damegambiet.
WIT : EUWE ZWART : ALJECHIN
1. d2—d4 d7—d5 Meer gebruikelijk dan de
2. c2—c4 c7—c6 tekstzet is tegenwoordig 6. e3
3. Pgl—f3 Pg8—f6 en de met dezen zet opgedane
4. Pbl—c3 ervaringen zijn heel gunstig voor
Uit de 11de en 16de partij wit. Desondanks werd 6. e3
bleek, dat wit met 4. e3 geen in geen der dertig partijen
voordeel kan behalen wegens aangewend, en in plaats daarvan
4 Lf5 ! enz. de scherpe tekstzet (behalve
4 d5Xc4 in de 15de partij, waar Aljechin
6. Ph4 probeerde, hetgeen ech­
„Aangenomen Slavisch", dus ter na 6 Lc8 een remise-zet
dezelfde verdediging die ook bleek te zijn).
in de 1ste en 15de partij toe­
gepast werd, maar toen had 6 Pb8—d7
Aljechin beide malen wit. An­ Wit dreigt met 7. f3 en 8. e4
dere voortzettingen zijn 4 een zeer stepk centrum te krijgen
e6, wat na 5. e3 tot deMeraner en dit kan alleen door de vol­
verdediging leidt (5 Pbd7 gende manoeuvre belet worden.
6. Ld3, dc4: enz.), of 4 7. Pe5Xc4 Dd8—c7
g6 (Alapin—Schlechter-verde­ 8. g2—g3 e7—e5
diging, die ook uit de Grünfeld- 9. d4Xe5 Pd7Xe5
variant van de Indische ver­ 10. Lel—f4 Pf6—d7
dediging ontstaan kan : 1. d4, 11. Lfl—g2 f7—f6
Pf6 2. c4, g6 3. Pc3, d5 4. Pf3, Deze en de volgende zet van
c6).
zwart vormen een verbetering
5. a2—a4 .... in vergelijking met de voort­
In de 23ste partij speelde zetting der eerste match-partij,
wit (Aljechin) 5. e3. De vraag waar 11 Le6 12. Pe5:,
welke zet, 5. a4 of 5. e3, het Pe5: 13. 0—0, Le7 14. Dc2
best is, is nog niet definitief geschiedde.
beantwoord. 12. 0—0 Ta8—d8
5 Lc8—f5 13. Ddl—cl
Wat betreft 5 e6 6. e4 ! Hier zit het verschil: door­
zie de 19de partij. dat Lf5 nog niet naar e6 is
6. Pf3—e5 gegaan, kan wit zijn dame niet
71
direct naar c2 brengen en moet De zwarte dame stond onge­
hij voorloopig met het minder dekt en dit gaf wit de kans
sterke veld cl genoegen nemen. tot allerlei aanvallen met Pd5
Waarschijnlijk heeft Aljechin of Pb5, b.v. 13 Le7 14.
om deze reden tot dezelfde Pe5:, Pe5: 15. Pd5 ten gunste
variant besloten, welke hem van wit. Daarom speelt zwart
in de 1ste partij zoo'n mooi zijn dame naar een ander veld,
succes (voor wit) opleverde. De hoewel hij daarbij een belangrijk
heele speelwijze schijnt voor tempo verliest. De voorkeur
beide partijen veel te moeilijk verdiende 13 Le6 om Pc4
te zijn om reeds op grond van tot een verklaring te dwingen.
enkele toepassingen definitieve Wit had dan op e5 moeten
conclusies mogelijk te maken. ruilen (14. Pe5:) en dit zou
De verdediging is reeds sedert zwart's taak in tactisch opzicht
het tournooi te Karlsbad 1929 vergemakkelijkt hebben (zie de
bekend, maar is nooit populair 21ste partij).
geworden en geraakte de laatste 14. Pc3—e4 Lf8—e7
jaren bijna in vergetelheid. Daar 15. Del—c3 0—0
zwart met de ontwikkeling van 16. Tal—dl Lf5—e6
zijn stukken geen moeilijkheden
heeft, is men geneigd aan te Een beetje te laat ; wit komt
nemen, dat hij wel gelijk spel nu met een kleine combinatie
krijgen kan. Of dit echter juist in het voordeel.
is, moet de toekomst leeren. 17. Pc4Xe5 ....
13 Dc7—b8 De offercombinatie 17. Td7:,
Stelling na 13 Dc7—b8 Td7: 18. Pe5:, fe5: 19. Le5: om
20. Lg7: met voordeel te laten
ZWART
volgen, zou na 19 Lb4 !
niet het gewenschte resultaat
opgeleverd hebben, maar zou
aan den anderen kant ook niet
zoo slecht geweest zijn, als
velen meenden, b.v. 20. Lb8:,
Lc3: 21. Ld6, Te8 22. bc3:,
Lf5 23. Pc5, Td6: 24. Pb7: en
wit zal wel niet verliezen.
17 Pd7Xe5
Op 17 fe5: volgt het
best 18. Le3.
18. Pe4—g5 ! ....

72
Stelling na 18. Pe4—g5 ! voordeel is dan duidelijk, maar
ZWART nog geenszins beslissend.
19. Lf4Xe5 Le7—f6
20. Le5xb8 Lf6Xc3
21. Lb8—d6 Tf8—f7 !
22. b2Xc3 Tf7—d7
Zoodoende herovert zwart
het stuk, maar ....
23. Tdl—bl !
Wit maakt een pion buit.
23 Td7Xd6
24. Tblxb7 Td8—d7
25. Tb7xd7
WIT
In aanmerking kwam 25.
Tb8f, Kf7 (gedwongen) 26. f4 ;
Daarmee verkrijgt wit in zwart antwoordt echter 26
ieder geval het looperpaar, waar­ g4 en heeft dan met zijn twee
bij nog op te merken valt, dat torens meer kans op tegenspel
zwart den in deze stelling zeer dan in de partij.
belangrijken damelooper moet
25 Le6Xd7
laten ruilen. Le6 is voor zwart 26. Lg2—e4
zoo belangrijk, omdat de velden
van de witte kleur verzwakt Om 26 Td2 met 27.
werden door f7—f6. Ld3 (27 Ta2 1 28. Lc4f)
te beantwoorden.
18 f6Xg5
26 c6—c5
Zwart antwoordt met een 27. c3—c4 ••• •
tegencombinatie, maar deze
leidt na een paar zetten tot Eenvoudiger was 27. Lc2 om
verlies van een pion. De aan­ op 27 Td2 met 28. Lb3f
gevallen looper kon niet spelen en 29. Tdl voort te zetten.
langs de diagonaal h3—c8 we­ 27 Ld7Xa4 ?
gens 19. Db3f, Kh8 20. Le5: In ieder geval een fout, die
gevolgd door 21. Pf7f enz. wel te verklaren is uit het
Minder gunstig was ook 18 feit, dat zwart geen rekening
Ld5, omdat wit na twee keer gehouden heeft met den 30sten
ruilen de beste pionnenstelling zet van wit. Zwart kon beter
verkrijgt, terwijl ook 19. e4 27 Ta6 spelen of 27
dan zeer sterk is. Relatief het Td2. Wel blijft wit in beide
best was 18 Lf7 b.v. 19. gevallen in het voordeel, maar
Pf7:, Tf7: 20. Lh3, Tff8 ; wit's de winst is zeer lastig b.v.
73
27 Ta6 28. Tbl, T of omdat de witte toren dan ge­
La4: 29. Tb8f, Kf7 30. Lh7: dekt staat. Zwart's stelling is
enz., of 27 Td2 28. Tbl, nu ineens volkomen hopeloos
Te2: 29. Ld5f, Kf8 30. Tb7 en geworden ; hij staat voor goed
nu a) 30 La4: 31. Tf7f, verlamd en kan niets onder­
Ke8 32. Ta7: b) 30 Lh3 nemen tegen het oprukken van
31. Tf7f, Ke8 32. f4 c) 30 wit's meerderheid op den ko­
Telf 31. Kg2, Te7 32. a5. ningsvleugel.
30 Kf8—e7
28. Le4—d5f Kg8—f8
29. Tfl—al Td6—a6 31. f2—f4 g5xf4
32. g3Xf4 Ke7—f6
Op looperzetten (behalve
29 Lc6 wat na 30. Ta6 Hier had zwart een soort­
de kwaliteit kost) volgt 30. gelijke keuze als bij den 29sten
Ta7: met een gemakkelijk ge­ zet : met 32 Tg6f gevolgd
door een looperzet kon hij de
wonnen eindspel voor wit.
verlamming van zijn stukken
30. Tal—a2 ! opheffen, maar dan volgt Ta2X
Stelling na 30. Tal—a2 ! a7 en wit wint eveneens ge­
makkelijk.
ZWART
33. e2—e4 g7—g5
34. f4—f5 ....
Ook 34. e5f zou gewonnen
hebben. Wit heeft echter geen
haast en wil hier en met de
volgende zetten den meest ge-
makkelijken weg kiezen.
34 h7—h5
35. h2—h4 ! g5xh4
36. Kgl— h2 Kf6—g5
37. Kh2—h3 Ta6—a5
Wanhoop.
38. Ld5—b7
WIT Nog beter dan 38. 1x6.
38 Kg5—f6
Dezen zet heeft zwart bij zijn
39. Lb7—d5 Kf6—g5
vooruitberekening blijkbaar over
40. Ld5—b7 Kg5—f6
het hoofd gezien. Hij wilde
zich met Lb5 bevrijden en 41. Lb7—c8 !
aldus een gelijk eindspel be­ Dezen zet had wit afgegeven.
reiken, maar na den tekstzet Zwart gaf op, zonder de partij
faalt 30 Lb5 ? op 31. cb5: te hervatten.
Geanalyseerd door Dr. M. buwe
74
EEN EN TWINTIGSTE PARTIJ
GESPEELD OP 19 NOVEMBER TE ERMELO
Slavische verdediging van het Damegambiet.
WIT : ALJECHIN ZWART : EUWE
1. d2—d4 d7—d5 zwart 16 Le7 dan kan
2. c2—c4 c7—c6 17. Pc5, Lc8 18. Dc3, 0—0
3. Pgl—f3 Pg8—f6 19. Db3f volgen.
4. Pbl—c3 d5Xc4
5. a2—a4 Lc8—f5 17. Pe4—c5 Le6—c8
6. Pf3—e5 Pb8—d7 18. Lf4Xe5
7. Pe5Xc4 Dd8—c7 Wit hoopt aldus een aanval
8. g2—g3 e7—e5 te verkrijgen en een tijdlang
9. d4Xe5 Pd7Xe5 ziet het er ook wel gevaarlijk
10. Lel—f4 Pf6—d7 voor zwart uit. De tekstzet
11. Lfl—g2 Ta8—d8 is vrij scherp, maar de stelling
12. Ddl—cl f7—f6 is van dien aard, dat wit zich
13. 0—0 niet met een rustige voort­
Deze stelling ontstond ook zetting tevreden kan stellen.
in de vorige partij. B.v. 18. Pd3. Pd3: ! 19. ed3:
13 Lf5—e6 De7 ! of 19. Lc7: Pel: in beide
Dit is sterker dan het in de gevallen met duidelijk voor­
twintigste partij gespeelde Db8. deel voor zwart.
14. Pc4Xe5 Pd7Xe5 Stelling na 18. Lf4Xe5
15. a4—a5 ....
Waarschijnlijk niet het beste. ZWART
In aanmerking komt direct 15.
Pe4 met de dreiging Pc5. Na
15 Da5 16. Ld2, Lb4
17. Lb4: Db4: 18. Df4 ! heeft
zwart enkele moeilijkheden te
overwinnen. De tekstzet dwingt
weliswaar tot a7—a6, maar
heeft het nadeel, dat pion a5
zwak wordt.
15 a7—a6
16. Pc3—e4 Lf8—b4
Een belangrijke zet; de loo-
per staat hier zeer sterk. Speelt

75
18. f6Xe5
Ook De5: was mogelijk :
19. Pd3, Db5 (19 De7 1
20. Ta4 !) met ongeveer gelijke
kansen.
19. f2—f4
De consequentie van het
vorige. Op 19. Pd3 zou zwart
op a5 kunnen slaan (20. Dc5,
Lb6 21. De5:f De5: 22. Pe5:
Ld4) ; eveneens na 19. Ta4.
Op 19. Dc4 echter volgt Td4.
19 Lb4—d2
Direct 0—0 ging niet wegens
Dc4f. 23 Lc8—e6
20. Del—c4 Verleidelijk was 23
Op 20. Dc2 zou eenvoudig De2: 24. Tael, Le3f 25. Khl,
0—0 volgen. Td3: Wit speelt echter 24.
Tfel, Le3f 25. Khl, Td3:
20 Td8—d4 26. Da4 ! Dd2 27. Tadl enz.
21. Dc4—b3 .•• •
24. Db3—a3 ....
Op 21. Pe6 volgt Df7 (niet Of 24. Dc2, Le3f 25. Khl,
21 Tc4: 22. Pc7:f, Kd8 0—0 met goede aanvalskansen
23. Pa8) enz. voor zwart.
21 e5xf4 24 Le6—c4
22. g3Xf4 25. Kgl—hl De7Xa3
Sterker was 22. Khl. Zwart 26. TalXa3 0—0
kan dan niet goed op g3 nemen Zwart heeft belangrijk voor­
zonder zich aan een gevaarlijken deel in dit eindspel, niet alleen
aanval bloot te stellen. Ook door het bezit der beide loo-
dan was De7 de beste voort­ pers, maar bovendien door de
zetting geweest. .... uiteengerukte witte pionnen-
formatie. Bijna alle witte pion­
22 Dc7—e7
nen zijn zwak.
Leidt na afwikkeling tot een 27. Ta3—a4
voordeelig eindspel voor zwart. Deze binding van Lc4 levert
23. Pc5—d3 •••• niets op en den volgenden zet

76
gaat de witte toren weer terug. Stelling na 31. Lg2—fl
Het is echter de vraag, of wit
beter had ; hij kan niets onder­ ZWART
nemen en moet afwachten, op
welke wijze zwart voortzet.
27 Tf8—d8
28. Ta4—a3 ....
In de hoop, dat zwart zal
voortzetten met 28 Ld3:
29. ed3: Td3: 30. Td3: Td3:,
waarna 31. Tdl nog remise­
kansen geeft. Het verleidelijke
28. Pc5 levert niets op : Le2:
29. Td4: Td4: 30. Tf2, Lc4
met de dreiging Le3.
28 Lc4xd3 WIT
29. e2xd3 ....
Op 29. Td3: volgt Td3: Wit moet nog een poging
30. ed3: La5: doen, zijn looper in het spel
te brengen, daar anders de
29. .*£?. Td4—b4 zwarte koning opmarcheert.
Zwart neemt den pion niet Men merke op, dat zwart zijn
onmiddellijk, om zijn positie­ toren zorgvuldig op de b-lijn
voordeel niet kwijt te raken. houdt, om pion b7 niet aan
30. Tfl—f2 Tb4xb2 gevaar bloot te stellen.
31. Lg2—fl
36 Kf7—f6
[Zie diagram.
37. Tal—el Ld6—b4
Vergemakkelijkt de winst 38. Tel—al Tb2—d2
voor zwart. Juist was 31. Le4 ! 39. Lfl—c4 Td2xd4
b.v. 31 Tblf 32. Kg2, 40. Lc4—e6 Td4—d8
Le3 33. Tf3, Tglf 35. Kh3,
Td6 36. Tg3 ! Het best was Belet Lc8.
dan 33 Tb2f 34. Kg3, Wit gaf hier op, zonder de
Lgl geweest. afgebroken partij te hervatten.
31 Td8—d4 Er dreigt g7—g6 met winst van
32. f4—f5 Td4—f4 een derden pion ; 41. Tbl
33. Tf2xf4 Ld2xf4 levert wegens c6—c5 niets op.
34. h2—h3 Lf4—d6 (Wit's afgegeven zet was 41.
35. Ta3—al Kg8—f7 Lb3, waarna zwart b.v. met
36. d3 —d4 .... Td3 kan winnen).
Geanalyseerd door Dr. M. Euwe
77
TWEE EN TWINTIGSTE PARTIJ
GESPEELD OP 24 NOVEMBER TE 'S-GRAVENHAGE
(HOTEL DE WITTE BRUG)
N imzowitsch'Verded.igin g
WIT : EUWE ZWART : ALJECHIN
1. d2—d4 e7—e6 e5, d6Xe5 gevolgd door even­
2. c2—c4 Pg8—f6 tueel Lc8—g4—h5—-gó zou
3. Pbl—c3 Lf8—b4 zwart gemakkelijk gelijk spel
4. Ddl—c2 Pb8—c6 verkrijgen.
Dit in de laatste jaren in 10 Pc6—b8
Rusland, Polen en Zwitserland 11. Lfl—d3
dikwijls toegepast systeem is Met dezen en den volgenden
zeker niet minder kansrijk dan zet tracht wit de stelling een
de gebruikelijke zetten : 4 scherper karakter te verleenen,
d7—d5 en 4 c7—c5. bereikt echter het tegenover­
5. Pgl—f3 gestelde : een tamme positie.
Op het rustiger 11. Lfl—e2
Op 5. e2—e3 zou dadelijk
zou zwart allereerst zijn dame­
5 e6—e5 kunnen volgen.
vleugel ontwikkelen (Lc8—g4
5 d7—d6 en Pb8—d7) om daarna met
6. Lel —d2 .... f7—f5 voort te zetten of het
Hierop komt zwart zonder witte centrum door c7—c6 of
moeite tot e6—e5 en bereikt b7—b5 te versplinteren.
daardoor een gelijkwaardig spel. 11 Pb8—d7
Onaangenaam voor zwart zou Dreigt e5—e4.
zijn: 6. a2—a3, Lb4Xc3 7.
12. Pf3—g5 g7—g6 !
Dc2Xc3, 0—0 ; 8. b2—b4 ge­
volgd door Lel—b2 enz. Veel beter dan 12 h7—
h6 waarop 13. h2—h4 (Pd7—
6 0—0
c5 ; 14. Ld3—h7f gevolgd door
7. a2—a3 Lb4Xc3
15. b2-b4) zeer kansrijk zou zijn.
8. Ld2Xc3 Dd8—e7
13. Pg5—e4 ....
Hierna is het oprukken van
De erkenning, dat uit de
den e-pion niet te verhinderen.
stelling niets meer te halen is.
9. e2—e3 e6—e5 Inderdaad zou op 13. h2—h4
10. d4—d5 .... zoowel eenvoudig 13 Pd7
Na het afsluiten van het —c5 als ook nog krachtiger
centrum heeft het looperpaar 13 b7—b5 met gunstige
weinig toekomst. Maar ook na combinaties voor zwart kunnen
10. d4Xe5, Pc6Xe5 ; 11. Pf3X volgen.

78
13 Pf6Xe4 17 De7—h4
14. Ld3Xe4 Pd7—c5
Op 17 Lf5—d3 zou
15. 0—0!
volgen 18. Tfl—cl, Ld3Xc4 ;
De eenige zet waarmede wit 19. Lc3Xe5, De7Xe5 ; 20. Tel
nadeel vermijdt. Gevaarlijk zou Xc4, De5xb2 ; 21. Df3—dl !
b.v. zijn : 15. Le4—f3 wegens en wint den pion terug. Na
het antwoord: 15 De7— den tekstzet staan beide partijen
h 4 ! gevolgd d o o r L c 8 — f 5 volkomen gelijk. Wit antwoordt
enz. het eenvoudigst:
15 Pc5Xe4 18. Df3—e2
16. Dc2Xe4 Lc8—f5
17. De4—f3 Remise.

WIT

Geanalyseerd door Dr. A. Aljechin

79
DRIE EN TWINTIGSTE PARTIJ
GESPEELD OP 26 NOVEMBER TE AMSTERDAM
(SCHAAKCLUB VAN DE EFFECTENBEURS)
Slavische verdediging van het Damegambiet.
WITt: ALJECHIN ZWART : EUWE

1. d2—d4 d7—d5 Dit leidt tot niets.


2. c2—c4 c7—c6 13 Pd7—c5
3. Pgl—f3 Pg8—f6 14. pbl—d2 Dd8—c7
4. Pbl—c3 d5Xc4 15. Ddl—c2
5. e2—e3 b7—b5 Na 15. Lf3 kan zelfs e5
6. a2—a4 b5—b4 volgen : 16. Dc2, e4 17. Pe4:
7. Pc3—bl Lc8—a6 Pe4: 18. Le4: b3 ! 19. Lh7:f,
8. Lfl—e2 Kh8 20. Df5, g6.
Wit ziet voorloopig van de 15 Ta8—d8
herovering van c4 af. Vermoe­ 16. Le2—f3 ?
delijk een zeer goede tactiek. Leidt tot beslissend nadeel.
Vroeger geschiedde hier steeds Beter was 16. b3, hoewel wit
Pe5, Pfd2, Pbd2 of Dc2. ook in dat geval nog vele
8 e7—e6 moeilijkheden te overwinnen
9. Pf3—e5 Lf8—e7 heeft.
10. 0—0 0—0 16 Pf6—d5
11. Pe5Xc4 17. b2—b3 Le7—f6
Inconsequent. De voorkeur
verdiende 11. Pbd2. Zwart kon Stelling na 17 Le7- -f6j
dan moeilijk c3 spelen : 12.
ZWART
La6 : cd2: 13. Lb7, dcl:D 14.
Tel: Pbd7 15. Pc6:, maar zou
ook in dat geval met 11
c5 hebben moeten voortzetten.
11 c6—c5
12. d4Xc5 Pb8—d7
Zooals het vervolg leert, be­
hoeft zwart den gambiet-pion
niet onmiddellijk te nemen en
daarom verdient de tekstzet,
welke het paard naar c5 brengt,
de voorkeur boven het slaan
met den looper.
13. c5—c6 .... WIT

80
Tijdens de Zandvoortsche partij. Een der hoogtepunten van den strijd.
De Militiezaal te Amsterdam in spanning.
Het is belangrijk, den witten Z5. IdlXd2 Pc5xb3
damelooper te ruilen, omdat 26. Tal—dl
dan de zwakte van veld c3
zooveel ernstiger is. Of 26. Td6, Pal: 27. Ta6:,
b3 28. Ta7: b2 29. Tb7, Tc8
18. Lel—b2 Lf6xb2 30. Pc4, g6.
19. Dc2xb2 Dc7Xc6
20. Tfl—dl Dc6—c7 26 Pb3xd2
21. Lf3xd5 27. Tdlxd2 Tf8—c8
Anders volgt Pc3. 28. f2—f4 f7—f6
29. Pe5—f3 Kg8—f8
21 Td8xd5
Met de dreiging Tfd8, waarna Hier kwamen twee andere
de binding langs de d-lijn fataal voortzettingen in aanmerking,
voor wit is. waarmee de sterke b-pion ge­
handhaafd werd :
22. e3—e4 Td5—d3
23. Db2—e5 a- 29 b3 30. Pd4, Tclf
Ook deze uitval baat niet. 31. Kf2, Lc4 32. Tb2, Tc3.
Wit had overigens geen keuze, b- 29 Lb7 30. Td4, a5
daar 23. Pe5 met Tc3 beant­ 31. Pd2, f5 ! ! 32. ef5: Ld5
woord wordt en 23. Tdcl op 33. fe6: Le6: en wit staat
Pb3: 24. Pb3: Lc4: faalt (25. machteloos tegenover den op-
Pd2, Tfd8 ! en wit kan wegens marsch van den zwarten vrij­
mat niet op c4 slaan). pion.
23 Dc7Xe5 30. Td2—b2 Tc8—c4
24. Pc4Xe5 Td3xd2 31. Pf3—d2
Stelling na 24 Td3Xd2
Met dezen tegenaanval maakt
7WART
wit den gevaarlijken vrijpion
onschadelijk, echter zonder daar­
mee de partij te redden.
31 Tc4—d4
32. Pd2—b3 Td4Xe4
33. Pb3 —c5 Te4—elf
34. Kgl—f2 Tel—flf
35. Kf2—e3 La6—c4
36. Tb2xb4 Lc4—d5
37. Tb4—b8f Kf8—e7
38. Tb8—g8 Ke7—d6
38 Kf7 39. Tc8 Tel
had ook zijn bezwaren : 40. g4 !
WIT met de dreiging 41. Tc7f. Ke6
Schaken 6
81
42. Pe6:, daar nu 42 Telf Ook 40 g6 schijnt niet
faalt op 43. Kf2 ! Te6: ? 44. f5f. meer te winnen en wel wegen-
41. Td8f. Niet 41. Tg7 wegens
39. Pc5—e4f
Tf2 en zwart behoudt winsts
Stelling na 39. Pc5—e4f kansen.
ZWART 41. Tg8Xg7 (de afgegeven zet)
TalXa4f
42. Ke4—f3 h7—h5
43. Tg7—f7 Ta4—a3f
44. Kf3—f2 f6—f5
45. Tf7—h7 Kd6—d5
46. Th7xh5 Kd5—e4
Zwart moet een pion geven,
maar hoopt nog profijt te trek­
ken van zijn betere konings­
stelling.
47. Th5—h6 Ta3—a6
48. Kf2—g3 Ta6—d6
WIT 49. Th6—h7 Td6—d3f
39 Ld5Xe4 50. Kg3—f2 ....
Juist was 39 Kc6 40. Ook met Kh4 kon wit zich
Pc3, Lg2: 41. Tg7: Tf3f 42. van remise verzekeren.
Kd2, Lfl 43. Ta7: Th3 of 43. 50 Ke4xf4
Th7: Tf4: 44. Ta7: Th4. 51. Th7Xa7 Td3—d2f
In beide gevallen behoudt 52. Kf2—fl e6—e5
zwart een gezonden pluspion. 53. Ta7—g7 Kf4—e3
Na den tekstzet ontstaat een 54. Tg7—g3f Ke3—d4
toreneindspel, dat niet meer te 55. h2—h4 e5—e4
winnen is, doordat de meeste 56. h4—h5 Td2—dlf
zwarte pionnen zwak worden. 57. Kfl—e2 Tdl—hl
40. Ke3Xe4 Tfl—al 58. Tg3—g5 Remise.

Geanalyseerd door Dr. M. Euwe

82
VIER EN TWINTIGSTE PARTIJ
GESPEELD OP 28 NOVEMBER TE DELFT
Hollandsche verdediging
WIT : EUWE ZWART : ALJECHIN
1. d2—d4 e7—e6 gename positie om gelijk spel
2. c2—c4 f7—f5 te moeten vechten. Daarom was
3. g2—g3 Lf8—b4f 9. Ddl—c2, Pe4xd2 ; 10. Dc2
4. Lel—d2 Lb4—e7 Xd2 enz. beter. Het looper-
Deze manoeuvre heeft een paar van zwart zou gezien zijn
dubbel doel : a) de witte paar­ slechte ontwikkeling weinig te
den het veld d2 te ontnemen, beteekenen hebben !
b) de ontwikkeling der dame 9 f5Xe4
op de d-lijn te belemmeren. 10. Pf3—el Lf6xd4 !
Daarom is dit zonder twijfel
sterker dan den looper oogen- Dit ziet er gewaagd uit, maar
blikkelijk naar e7 te ontwik­ is inderdaad de eenige manier
kelen. om zonder groot risico de
5. Lfl—g2 Pg8—f6 partij een scherp karakter te
6. Pbl—c3 0—0 geven. JNa het eenvoudige
7. Pgl—f3 10 d7—d5 ; 11. Ld2—c3,
gevolgd door Pel—c2 en f2
Te verkiezen was 7. Pgl—h3, f3 zou wit tot een harmoni-
want de volgende paardzet van schen opbouw komen.
zwart bezorgt dezen minstens
gelijk spel. 11. Lg2Xe4 Ld4xb2
7 Pf6—e4 Verlokkend, maar ongunstig
voor zwart zou zijn 11
Stond de witte damelooper
d7—d5 wegens 12. c4xd5, e6
nog op cl dan zou deze zet
Xd5 ; 13. Ddl—b3 ! enz.
met 8. Pc3Xe4, f5Xe4; 9.
Pf3—d2 enz. beantwoord kun­ 12. Le4xh7f Kg8xh7
nen worden. 13. Ddl—c2f Kh7—g8
8. 0—0 Le7—f6 14. Dc2xb2 Pb8—c6
(Zie diagram op blz. 84).
Niet slecht; maar nog sterker 15. Pel—f3
schijnt 8 b7—b6 !, zoo­
als in de zes en twintigste Na dit tactische intermezzo
partij gespeeld werd. is de stand in zooverre duide­
lijk geworden, dat de kansen
9. Pc3Xe4 ....
voor beide partijen zonder
Wit verkeert nu in de onaan- moeite te onderscheiden zijn :
83
Stelling na 14. Pb8- echter den nauwelijks te ver­
mijden paardruil na 16. Pf3—
ZWART
e5 waarna loopers van onge­
lijke kleur overblijven.
16. c4—c5 !
Dit pionoffer — haast een
strategische noodzakelijkheid
om e6—e5 enz. te verhinde­
ren — is inderdaad op dit
oogenblik de beste kans om
gelijk spel te krijgen.
16 d6Xc5
17. Ld2—c3 Dd8—e7
18. Tal—dl b7—b6
19. Db2—c2 Lc8—b7
WIT
Eindelijk heeft zwart het
wit moet zich vóór alles moeite
vraagstuk van den damelooper
doen een aanval tegen den
opgelost. Nu rest hem nog
ietwat onbeschermden koning
slechts de kleine dreiging tegen
te ondernemen, zwart daaren­
den koningsvleugel te pareeren
tegen heeft de keus, öf deze
om rustig de toekomst tege­
poging door passieven tegen­
moet te kunnen zien. De vol­
stand en ruiltactiek te paree-
gende zet van den tegenstander
ren, öf een succesbelovende
vergemakkelijkt deze taak.
tegenactie in het centrum en
zelfs op den koningsvleugel op 20. Dc2—g6 ?
touw te zetten. Daar pion c4 In ieder geval bood 20.
zeer zeker geen sieraad van h2—h4 heel wat betere kansen.
het witte spel is, mogen de Hierop zou zwart de keus
papieren van zwart wel iets gehad hebben, of zich door
beter beoordeeld worden. Be­ 20 Tf8—f5; 21. Pf3—
halve de tekstzet kwam ook g5, Ta8—e8 ; op een kansrijk
nog in aanmerking 15. Ld2— kwaliteitsoffer voor te berei­
c3, Dd8—e7 ; 16. f2—f4, den (22. g3—g4, Tf5xg5 ;
waarop zwart met d7 —d6 indien 22. Dc2—b3, dan Pc6—
antwoordt. B.v. 17. Pel—f3, d8) of met 20 Pc6—b4 ;
e6 —e5 ! ; 18. f4Xe5, d6Xe5 ; 21. Lc3xb4, Lb7xf3 ; 22. Lb4
19. Pf3Xe5, Lc8—h3 enz. Xc5, b6Xc5 ; 23. e2xf3, Tf8X
15 d7—d6 f3 ; 24. Dc2—e4, Ta8—f8 enz.
Plausibel en even goed was te vervolgen, hetgeen hem een
15 b7—b6; zwart „vreest" duidelijk, zij het ook niet ge-

84
makkelijk realiseerbaar voordeel h5—h6, g7—g6 ; 26. Tdl—d7
verzekerd zou hebben. en wint — doch 24 Pc6—
20 De7—f7 d4 en ingeval 24. Lc3Xe5, dan
21. Dg6—g5 24 Pc6Xe5 ; 25. Dg5Xe5,
In dit geval vrijwel het beste. Tf8—e8 ; 26. De5—b2, Lb7x
De poging 21. Dg6—g4, Ta8— f3 ; 27. e2xf3, Df7xf3 — in
d8 ; 22. Pf3—g5 ? zou door beide gevallen is de winst ge­
22 Df7xf2f, volkomen makkelijk te behalen. De tekst­
weerlegd worden. zet bemoeilijkt deze.
21 Ta8—d8 24. Lc3xd4 c5xd4 ?
22. h2—h4 Hierdoor verkrijgt wit een
Op 22. Pf3—e5 volgt een­ kans geforceerd remise af te
voudig Df7—f5. dwingen. Noodzakelijk was 24.
22 Td8xdl .... Lb7xf3 ; 25. Ld4Xc5 ;
23. Tflxdl (het beste) b6Xc5 ; 26. e2xf3,
Df7xf3 ; 27. Tdl—d2, c5—
Stelling na 23. Tflxdl c4 ! enz. met uitstekende winst­
kansen.
ZWART
25. Tdlxd4 Lb7xf3
26. Td4—f4 Df7—h5
27. Tf4xf8f ?
Juist hierop had zwart merk­
waardigerwijze gerekend, en het
nu ontstaande pionneneindspel
terecht voor hem als gewonnen
getaxeerd. Beide spelers zagen
hier over het hoofd, dat wit zich
door 27. Tf4xf3 !, Dh5Xg5 ;
28. Tf3xf8f, Kg8xf8 ; 29. h4X
g5 enz. kon redden, b.v. 29
b6—b5 ; 30. f2—f4, a6—a5 ;
WIT 31. Kgl—f2, a5—a4 ; 32. Kf2—
e3, c7—c5 ; 33. Ke3—d3, Kf8—
23 Pc6—d4
e7 ; 34. e2—e4, Ke7—d6 ; 35.
Ofschoon niet beslist af te g3—g4 gevolgd door f4—f5
keuren, is dit toch zeker niet enz. Het voornaamste verschil
de kortste weg naar vereenvou­ met de voortzetting van de
diging ; deze zou beginnen met partij bestaat daarin, dat wit
23 e6—e5 ! en als dan voortdurend in staat geweest
24. h4—h5 zou volgen dan zou zijn den vijandelijken
niet 24 e5—e4 ? ; 25. koning van een beslissend in-
85
grijpen op den damevleugel af zet a tempo in den waan dat
te houden. dit evenals 32 a7—a5
27 Kg8xf8 met 33. Ke2—d3, beantwoord
28. Dg5—f4f Dh5—f7 moest worden.
29. Df4xf3 Df7xf3 Na 32 a7—a5 zou wit
30. e2xf3 e6—e5 ! net zoo goed hebben kunnen
opgeven, want de weg naar
De winnende zet, waarmede winst zou kinderspel zijn : 33.
f3—f4 verhinderd wordt. Ke2—d3, a5—a4; 34. Kd3—
31. Kgl—fl b6—b5 c3, c7—c5 ; 35. g3—g4, Kf8—
32. Kfl—e2 e7, 36. Kc3-—d3, (na g4—g5
komt de koning naar h5 ;
Stelling na 32. Kfl—e2 op h4—h5 echter komt hij naar
ZWART f4 waarna e5—e4 enz. beslist)
Ke7—d6 ; 37. Kd3—c3, Kd6
—d5 ; 38. a2—a3, Kd5—e6 ;
39. Kc3 —d3, Ke6—d6 ; 40.
Kd3—c3, Kd6—d5 ; 41. Kc3
—d3, b5—b4 ; 42. a3xb4, c5
Xb4 ; 43. Kd3—c2, Kd5—c4 ;
44. Kc2—b2 (h4—h5, Kc4—
d5 enz.) a4—a3f; 45. Kb2—a2,
Kc4—c3 enz. Ongetwijfeld
heeft deze verschrikkelijke bok
invloed uitgeoefend op mijn
spel in de laatste 6 partijen
van de match.
W i l 33. Ke2—e3 !
32 c7—c5 11 Hierop is de remise-zet 34.
f3—f4 niet te verhinderen.
Een ongelooflijke onoplet­
tendheid. Zwart deed dezen Remise.
Geanalyseerd door Dr. A. Aljechin

86
VIJF EN TWINTIGSTE PARTIJ
GESPEELD OP 1 EN 2 DECEMBER TE AMSTERDAM,
(MILITIEZAAL)
Cambridge—Springs-variant van het Dame-gambiet.
WIT : ALJECHIN ZWART : EUWE
1. d2—d4 d7—d5 9. Lfl—d3
2. c2—c4 c7—c6 Wit stoort zich niet aan de
3. Pgl—f3 Pg8—f6 bovengenoemde dreiging in de
4. Pbl—c3 e7—e6 hoop aanval voor den pion te
5. Lel—g5 .... krijgen. Met 9. a3 zou een
Wit wil blijkbaar het pro­ belangrijk tempo verloren gaan.
bleem van de Meraner verdedi­ In aanmerking kwam nog 9.
ging niet entameeren. Tel, Pc3: 10. bc3:, Pd5 11.
Lc4, b.v. 11 b5 12. Lb3,
5 Pb8—d7
Pc3: 13. 0—0, b4 en wit heeft
6. e2—e3 Dd8—a5
goede aanvalskansen.
7. c4Xd5 ....
9 Pd5Xc3
Deze voortzetting is in den 10. b2Xc3 Pb6—d5
laatsten tijd opnieuw in de 11. Tal—cl Pd5Xc3
mode gekomen. Het is echter
Dit paard mag natuurlijk
niet zeker of c4xd5 beter is
niet genomen worden wegens
dan het ouderwetsche 7. Pd2.
I 11 Lb4.
7 Pf6xd5 12. 0—0
Ondernemender dan 7 Gezien wit's grooten voor­
ed5:, waarna wit met 8. Ld3 sprong in ontwikkeling schijnt
een rustig en goed spel behoudt. dit pionoffer zeer kansrijk.
8. Ddl—d2 Pd7—b6 12 Lf8—b4
Gebruikelijker is de andere 13. a2—a3 ....
methode om den aanval tegen Wit heeft geen goeden zet
c3 voort te zetten, nl. 8 met de dame en hij moet nog
Lb4 met het gevolg 9. Tel, f6 een tweeden pion offeren om
10. Lh4, 0—0 11. e4, Pc3: tot aanval te komen.
12. bc3:, La3 enz. De tekstzet
dreigt pionwinst door ruil der 13 Da5Xa3
paarden op c3 en daarna Pd5 ; 14. Tel—al Da3—b3
pion c3 is dan niet meer te 15. Ld3—c2
dekken, want op Tel volgt Drijft de zwarte dame op
toch Pc3: enz. betere velden en verzwakt daar-
87
door den aanval. Zooals Alje- waarna de dames geruild wor­
chin na de partij aantoonde, den. Bovendien dreigt zwart
was 15. Pe5 de juiste voort­ met zijn a- en b-pion op te
zetting. Zwart mag dan niet rukken, zoodat wit in geen
direct 15 Pe4 spelen we­ geval mag afwachten.
gens 16. De2, Pg5: 17. Dh5 16 Pc3Xe4
met herovering van het stuk 17. Dd2xb4 Pe4Xg5
en buitengewoon sterken aan­ 18. Pf3—e5
val ; ook 16 Dd5 i.p.v.
16 Pg5: is niet gunstig De pointe van het derde
wegens 17. Dg4, Pg5: 18. Dg5:, pionoffer ; wit heeft een ver-
0—0 19. Dh5 en zwart moet schrikkelijken voorsprong in
zijn koningsstelling verzwakken, ontwikkeling, terwijl zwart niet
waarna wit met f4 en Tf3 zeer rocheeren kan en zoowel Dd5
goede kansen verkrijgt. Zwart als ook Pg5 geëxponeerd staan.
moet daarom trachten, de vijan­ 18 a7—a5
delijke dame voorloopig op d2 19. Db4—a3
vast te houden ; hij speelt (na Natuurlijk, want zwart mag
15. Pe5) 15 0—0 en pas toch niet met 19 Dd4: ?
na 16. Lc4, Pe4, b.v. 17. De2, ook nog de d-lijn openen.
Dc3 18. Tacl, Dd2 19. Dg4,
Pg5: 20. Tcdl. Gaat nu de 19 f7—f6
zwarte dame naar c2, dan volgt 20. Lc2—g6f ? ....
21. Ld3 en wit verkrijgt een Een foutieve combinatie,
zeer gevaarlijken aanval, speelt welke tot ruil der dames en
zwart echter 20 Dc3, dan daarmee tot een voor zwart
volgt 21. Tel en wit kan remise gewonnen eindspel leidt.
houden door de vijandelijke Na 20. Lb3, Dd8 21. Pc4,
dame voortdurend aan te vallen. Pf7 22. Tfel was de verdediging
15 Db3—d5 nog vrij moeilijk voor zwart,
b.v. 22 b6 23. Pb6: !,
Deze zet maakt het wit moei­
Db6: 24. Le6: en wit's aanval
lijker dan 15 Pe4, waarop
is onweerstaanbaar, of 22
16. Ddl volgt.
De7 23. Pb6, Da3: 24. Ta3:,
16. e3—e4 .... Tb8 25. Ta5: en wit herovert
De witte aanval gaat nu in­ minstens nog een pion, zoodat
eens niet goed verder, b.v. 16. hij remise-kansen behoudt. Als
Tfbl, c5 ! (niet 16 Pbl: ? echter zwart dit gevaar inziet
17. Db4: ! en wit verkrijgt en 22 Ta6 speelt om
twee lichte stukken voor den 23 De7 voor te bereiden,
toren) met duidelijk voordeel moet wit's aanval op den duur
voor zwart, of 16. Dd3, Db5 !, toch tot stilstand komen.
88
20 h7Xg6 26. Pd3—c5 b7—b6
21. Pe5Xg6 Pg5—f3f ! 27. Kgl—g2 Tf3—f4
28. Pc5—b3 e6—e5
Stelling na 21 Pg5—f3f !
Van kamp is geen sprake
ZWART meer en zwart kan op ver­
schillende manieren winnen.
Met 28 La6 ging het
misschien nog vlugger.
29. d4Xe5 Lc8—e6
30. Pb3—cl 0—0—0
31. e5xf6 Tf4—g4f
32. Kg2—f3 Td8—f8
33. Kf3—e3 Tf8Xf6
34. f2—f4 g7—g5
35. Pel—d3 Le6—c4
36. f4—f5 Tg4—h4
37. Tal—dl Th4xh2
38. Ke3—e4 Th2—e2f
WIT 39. Ke4—f3 Te2—e8
De eenvoudige weerlegging 40. Kf3—g4 Te8—d8
van wit's combinatie. Niet alleen Afgebroken. Na de hervat­
redt zwart de kwaliteit, maar ting volgde nog :
hij dwingt ook tot ruil der 41. Pd3—e5 (wit's afgegeven
dames. Pf3 moet natuurlijk ge­ zet) Td8xdl
slagen worden en 22. gf3: zou De kortste weg.
falen op 22 Dg5f met
stukwinst. 42. Tflxdl Lc4—e2f
43. Kg4Xg5 Tf6xf5f
22. Da3xf3 Dd5xf3 44. Kg5xf5 Le2xdl
23. g2xf3 Th8—h5 45. Pe5Xc6 a5—a4
24. Pg6—f4 Th5—f5 Wit geeft op, want de a-pion
25. Pf4—d3 Tf5xf3 kost het paard.
Geanalyseerd door Dr. M. Euwe

89
ZES EN TWINTIGSTE PARTIJ
GESPEELD OP 3 DECEMBER TE ZANDVOORT. VOORT­
ZETTING 4 DECEMBER TE AMSTERDAM, (MILITIEZAAL)
Hollandsche Verdediging.
WIT : EUWE ZWART : ALJECHIN
1. d2—d4 e7—e6 13. Dd3, Pbc6 14. Pc6: en
2. c2—c4 f7—f5 nu is zoowel 14 Pc6: 15.
3. g2—g3 Lf8—b4f La8:, Da8: (16. Dd7: ?, Pe5f)
4. Lel—d2 Lb4—e7 als ook 14 dc6: 15. La8:,
Zwart herhaalt de in de 24ste Da8: (16. Dd4: ?, c5f) gunstig
partij toegepaste manoeuvre. De voor zwart. In plaats van den
witte damelooper ontneemt nu tekstzet was 10 d6 niet
aan het eigen Jconingspaard (Pf3) goed wegens 11. Pe4: ! en wit
veld d2 en daardoor heeft verovert minstens een pion,
zwart meer kans tot bezetting b.v. 11 fe4: (11 de5:
van het belangrijke veld e4 te 12. Pf6f ditmaal met een gun­
komen. Bovendien kan het een stiger winst van de kwaliteit)
bezwaar zijn, dat pion d4 niet 12. Le4:, Le4: 13. De4: enz.
door Ddl gedekt is. In aanmerking kwam nog
steeds d7—d5, hoewel de loo­
5. Lfl—g2 Pg8—f6
perontwikkeling op b7 niet
6. Pbl—c3 0—0
goed met de „Stonewall" har­
7. Pgl—f3 Pf6—e4
monieert.
8. 0—0 b7—b6
In de 24ste partij speelde 11. Ld2Xc3 Lb7Xg2
Aljechin 8 Lf6 en kwam 12. KglXg2 Dd8—c8
in moeilijkheden. De tekstzet 13. d4—d5 !
schijnt meer consequent, is
echter evenmin geschikt om Wit verkrijgt nu een klein
volkomen gelijk spel te ver­ positioneel voordeel, daar zijn
krijgen. Te dien aanzien geeft looper beter wordt en de zwarte
de „Stonewall" (7 d5 of looper daarentegen iets slechter.
8 d5) betere kansen. 13 d7 —d6
9. Ddl—c2 Lc8—b7 Deze en de volgende zet van
10. Pf3—e5 Pe4Xc3 zwart zijn vrijwel gedwongen en
Een in soortgelijke stellingen leiden tot de hierboven uiteen­
bekend offer van de kwaliteit, gezette verandering. Gezien zijn
dat wit niet goed aannemen kan: achterstand in ontwikkeling mag
11. Lb7:, Pe2:f 12. Kg2, Pd4: zwart het openen van toren-

90
Stelling na 13. d4—d5 ! 19. Pb4—c2 Pb8—d7
20. Pc2—e3 Le7—f6
ZWART
De witte looper werkt blijk­
baar beter dan zijn zwarte
collega en daarom tracht zwart
deze twee stukken te ruilen.
Het oogenblik daartoe is echter
niet gunstig, zooals het vervolg
leert.
21. Pe3xf5 !
Stelling na 21. Pe3xf5 !
ZWART

WIT

lijnen in het centrum niet toe­


laten. Zonder den tekstzet zou
dan ook f4 en e4 geschied zijn.
14. Pe5—d3 e6—e5
15. Kg2—hl
Wit had ook direct 15. f4
kunnen spelen ; deze zet loopt
echter niet weg.
15 c7—c6 WIT
16. Dc2—b3 .... Een correcte combinatie,
Dreigt 17. c5 ! b.v. 17 welke wit in beslissend voor­
bc5: 18. Pe5:, de5: 19. dóf enz. deel brengt. Van een offer kan
16 Kg8—h8 men eigenlijk niet spreken, om­
dat wit voldoende materiaal
Ook 16 c5 was moge­ krijgt (drie pionnen voor het
lijk. Daarna volgt eveneens 17. stuk). De volgende zetten zijn
f4, e4 18. Pel en het paard gedwongen.
komt via g2 naar het sterke
veld e3. 21 Lf6Xc3
22. Pf5xd6 Dc8—b8
17. f2—f4 e5—e4 23. Pd6Xe4 Lc3—f6
18. Pd3—b4 ! c6—c5 24. Pe4—d2 !
Er dreigde 19. dc6: en 20. Dreigt e2—e4—e5 enz. De
Pd5. consequenties van het offer zijn
91
nu duidelijk: wit heeft als f3—g5) en het oprukken der
compensatie drie sterke pionnen vrijpionnen te steunen. Daar­
verkregen, waaronder twee ver­ tegen was zwart totaal machte­
bonden vrijpionnen in het cen­ loos geweest (b.v. 29 Pf6
trum en deze laatste moeten 30. Pf3, Lb2: 31. Tabl enz.).
vroeg of laat minstens een stuk 29 De8—g6
kosten. 30. Tfl—gl
24 g7—g5 ! Dit werd met 29. Pf3 be­
oogd. Op 30. Pg5 zou 30
Zonder twijfel de beste tegen-
Pe5 volgen, waarna zwart een
kans. Zwart moet probeeren een
kansrijk tegenspel verkrijgt.
koningsaanval te verkrijgen,
daar anders de witte vrijpionnen 30 Ld4Xgl
onweerstaanbaar zouden op- 31. TalXgl Dg6—f6?
marcheeren. De schaduwzijden Deze zet leidt tot verlies.
van den tekstzet zijn echter, Juist was 31 Df5 ! ge­
dat wit nu zelfs drie verbonden weest. Het verschil zal dadelijk
vrijpionnen verkrijgt, terwijl bo­ blijken.
vendien de zwarte konings­ 32. Pf3—g5 !
stelling verzwakt wordt.
Stelling na 32. Pf3—g5 !
25. e2—e4 g5xf4
26. g3xf4 Lf6—d4
27. e4—e5 Db8—e8
28. e5—e6 Tf8—g8
Daarna mag wit niet op d7
slaan wegens 29 De2 !
waarmee zwart het geofferde
stuk dadelijk herovert. Onjuist
was 28 Pf6 wegens 29.
Pf3 en de sterke Ld4 wordt
geruild.
29. Pd2—f3
Tot hier heeft wit zijn voor­
deel op de juiste wijze uitgebuit. WIT
De tekstzet is echter minder
goed en geeft de winst weg. Nu komt wit opnieuw in
Aangewezen was 29. Dh3 ! met beslissend voordeel. Na 31
de drievoudige bedoeling : de Df5 ! zou echter de tekstzet
eigen koningsstelling te bevei­ niet goed geweest zijn wegens
ligen, de zwarte koningsstelling 31 h6 !. Wit zou dus (na
te bedreigen (eventueel Pd2— 31 Df5) gedwongen zijn

92
met 31. ed7:, Tgl:f 32. Kgl:, Beter was 37 Te6 :;
Dd7: 33. Kf2 voort te zetten, 38. de6 : Tf5! (niet 38
waarna de kansen ongeveer Te8; 39. Kg2, Te6: ; 40. Tel,
gelijk zijn. Kg7; 41. Kf3); 39. Tel, Kg8,
32 Tg8—g7 waarna het toreneindspel nog
zeer lastig is. Na 40. Kg2, Kf8
Zwart heeft geen beteren zet. kan wit niet 41. Tfl spelen,
32 h6 zou thans falen op omdat zwart na torenruil beide
33. Pf7f, Kh7 34. Dd3f, Tg6 pionnen verovert. Het beste is
35. Pe5 ! Pe5: (35 Pf8 dan: 40. Te3!, Kf8; 41. Ta3,
36. e7 !) 36. fe5:, Dg7 37. d6 Te5 : (41 a5 ; 42. Tb3) ;
met de niet te pareeren dreiging 42. Ta7 :, Te6: ; 43. b3 !, Te2 ;
38. Dg6:f, Dg6: 39. Tg6:, Kg6: 44. Th7:, Ta2:; 45. Tb7 enz.
40. d7 en 41. e7.
Bovendien is (i.p.v. den tekst­ 38. Tgl—el
zet) ook 32 Tg5: niet
voldoende wegens 33. fg5:, Dd4 Geeft zwart de gelegenheid
34. Dc3 ! en de witte vrij­ in de bovengenoemde variant te
pionnen winnen. Als echter komen (38 Te6 :; 39. de6
de zwarte dame op f5 stond, Kg8). Juist was 38. Tg5 !,
zou 32 Tg5: gevolgd door Tg5 :; 39. Pg5:, Kg7 (39 h6
33 De4f onmiddellijk tot 40. d6 ! enz.) 40. d6 ! en wit
remise leiden. wint, b.v. 40 Te5: 41.
d7, Telf 42. Kg2, Tdl 43.
33. e6Xd7 Tg7xd7 d8D, Td8: 44. Pe6f, of 40
34. Db3—e3 Td7—e7 Td7 41. Pe6f, Kf7 42. Pf4, Ke8
34 Db2: mag niet we­ 43. Kg2, Tg7f 44. Kf3, Kd7
gens 35. De6 enz. 45. Ke4, Kc6 46. Pd5 enz.
35. Pg5—e6 Ta8—f8 38 h7—h6
Opnieuw was 35 Db2: Zwart maakt geen gebruik
onmogelijk : 36. d6 ! Tee8 37. van zijn kansen (beide spelers
d7, Te7 38. d8Df, Td8: 39. verkeerden in tijdnood).
Pd8: ! enz. of 36 Td7 37. Als zwart i.p.v. den tekstzet
Pc7, Tf8 38. De5f enz. 38.... Kg8 gespeeld had, zou
36. De3—e5 39. Tglf gevolgd zijn en op
39 Kf7 40. Pd8f en 41.
Leidt tot een voor wit ge­ Pc6, terwijl na 39 Kh8
wonnen eindspel, dat echter nog de zet 40. Tg5 tot de hierboven
allerlei aardigheden bevat. uiteengezette winstvariant leidt.
36 Df6Xe5
37. f4Xe5 Tf8—f5 39. Pe6—d8 ....
93
Nu hebben de witte pionnen 41. Pd8—c6 (de afgegeven
vrij baan (pion e5 is indirect zet) Te7—e8
gedekt) en de winst is slechts 42. e6—e7 b6—b5
een kwestie van een paar zetten. 43. Pc6—d8 Kh8—g7
39 Tf5—f2 44. Pd8—b7 Kg7—f6
40. e5—e6 Tf2—d2 45. Tel—e6f Kf6—g5
Hier werd de partij afge­ 46. Pb7—d6 Te8Xe7
broken. 47. Pd6—e4f Zwart geeft op.

Geanalyseerd door Dr. M. Euive

94
ZEVEN EN TWINTIGSTE PARTIJ
GESPEELD OP 6 DECEMBER TE 's-GRAVENHAGE
(HOTEL DE WITTE BRUG)
Weensche partij.
WIT : ALJECHIN ZWART : EUWE
1. e2—e4 e7—e5 9. 0—0, Pd4xb3 ; 10. a2xb3,
2. Pbl—c3 Pg8—f6 Pd6—e8 ; enz. met ongeveer
3. Lfl—c4 Pf6Xe4 gelijk spel.
4. Ddl—h5 Pe4—d6 8. Dh5Xe5 0—0
5. Lc4—b3 .... 9. Pc3 —d5 !
Met Dh5Xe5f, Dd8—e7 enz. Het was van belang den zet
bereikt wit natuurlijk slechts Le7—f6 te verhinderen. Van
gelijk spel. De tekstzet zou tot nu af zal zwart hoe hij
groote verwikkelingen hebben ook speelt, met moeilijkheden
kunnen leiden, die zwart, in hebben te kampen.
aanmerking genomen den stand
9 Tf8—e8
van de match, slechts wenschelijk
10. 0—0 Le7—f8
hadden kunnen zijn nl. indien
hij zich in plaats van: 11. De5—f4 c7—c6
5 Lf8—e7 Daar zwart niet tot d7—d5
komt, brengt de tekstzet geen
met Pb8—c6 op het sinds
oplossing van het ontwikke­
eeuwen bekende kansrijke kwa­
lingsprobleem. In overweging
liteitsoffer (6. Pc3—b5, g7—
kwam 11 b7—b6 omdat
g6 ; 7. Dh5—f3, f7—f5 ; 8.
12. Pd5Xc7 (Dd8Xc7 ; 13. Lb3
Df3—d5, Dd8—f6; 9. Pb5x
Xf7f) wegens het antwoord
c7f, Ke8—d8; 10. Pc7Xa8, b7
12 Te8—e4 slechts een
—b6 of b5 benevens Lc8—b7)
schijndreiging is.
zou hebben ingelaten. De tekst­
zet draagt een onschuldig ka­ 12. Pd5—e3 Dd8—a5
rakter. 13. d2—d4
6. Pgl—f3 Pb8—c6 Dit laat weliswaar het punt
Gevaarlijk zou zijn 6 e4 tijdelijk aan den tegenstander
0—0 wegens 7. h2—h4. over, maar verhindert Da5—e5.
De laatstgenoemde overweging
7. Pf3Xe5 Pc6Xe5 ? kwam mij belangrijker voor.
Daarop komt zwart door de
13 Da5— h5
ongunstige stelling van paard
d6 in ontwikkelingsnadeel. Juist 13 Te8—e4 ? 14. Lb3
was 7 0—0 en indien Xf7f enz.
8. Pc3 —d5 dan 8 Pc6—d4; 14. c2—c3 ....
95
Hiermede wordt op de meest Dreigt het paard te winnen
eenvoudige wijze de druk in en dwingt bij gevolg ruil af.
stand gehouden. 16 c6Xd5
14 Pd6—e4 17. Pe3xd5 Pg5—e6
Gaat het paard naar b5 dan 18. Df4—g4
wordt het door 15. a2—a4 De van verschillende zijden
aangevallen en na 15 Lf8 aanbevolen voortzetting 18. Df4
—d6 ; 16. Df4xf7f Dh5xf7 ; —g3, Dh5—g6 ; 19. f3—f4,
17. Lb3xf7f benevens 18. a4x scheen mij nu wegens 19
b5 ware wit duidelijk in het Lf8—c5f ; 20. Kgl—hl, Dg6
voordeel. Xg3 ; 21. h2Xg3, Ta8—b8
(22. f4—-f5, Pe6—f8) enz.
Stelling na 14 Pd6—e4
minder duidelijk.
ZWART 18 Dh5—g6
19. Lel —e3 b7 —b6
20. Tal—dl Lc8—b7
21. Dg4Xg6 ....
Nadat alle witte strijdkrach­
ten gemobiliseerd zijn, is thans
de tijd gekomen om tot het
eindspel over te gaan. Zwart
moet door zijn slechte pion-
nenstelling in beslissend nadeel
komen.
21 h7Xg6
22. Tfl—el Ta8—c8
WIT 23. Kgl—f2 Lf8—c5
15. f2—f3 ! Wat anders ? Op 23
Pe6—-c5 volgt eenvoudig 24.
De beslissende wending, daar
Lb3—c2 benevens versterking
zwart's d-pion nu onvermijde­
van den druk tegen d7 door
lijk geïsoleerd wordt.
verdubbeling der torens op de
15 Pe4—g5 d-lijn.
Indien nl. 15. .. . . Lf8—d6 24. Le3Xc5 Lb7xd5
dan 16. Df4xf7f enz. met Op 24 b6Xc5 wilde
pionwinst en indien 15 ik Pd5—e3—c4—d6 spelen.
Pe4—f6 dan 16. Pe5—g4 enz. Misschien echter zou 24
met duidelijk voordeel. Tc8Xc5 taaieren tegenstand
16. d4—d5 .... mogelijk hebben gemaakt.

96
Op sportieve wijze huldigt Dr. ALJECHIN den Wereldkampioen in
Bellevue te Amsterdam op 15 December 1935.
Van rechts naar links: DR. M. EUWE, DR. A. ALJECHIN en S. FLOHR voor de A.V.R.O.-Microfoon.
25. Lb3xd5 Pe6Xc5 28. Ld5Xe6 d7Xe6
26. TelXe8f Tc8Xe8 29. Tdl—d7 Te8—c8
30. Td7Xa7 Tc8Xc3
Stelling na 26 Tc8Xe8
31. Ta7—a8f Kg8—h7
32. a2—a4 ....
Deze stelling zweefde wit
voor oogen toen hij tot vereen­
voudiging besloot. Hier ver­
wachtte hij voornamelijk 32. . . .
TC3—c2f met de voortzetting
33. Kf2—e3 !, Tc2xg2; 34.
Ta8—a6, Tg2—a2, 35. Kc3—
d4, waarna wit door Kd4—c4
—b3 (of eventueel b5) het
optreden van twee verbonden
vrijpionnenverzekert en gemak­
kelijk wint1). Niettemin biedt
de door zwart gekozen voort­
WIT
zetting ook nog tegenstand.
27. b2—b4 ! 32 Tc3—b3
De beslissende wending in 33. b4—b5 g6—g5
het eindspel. Weliswaar ver­ 34. Kf2—e2 e6—e5
krijgt wit nog steeds geen mate­ 35. Ke2—d2 f7—f6
rieel voordeel, maar het door 36. Kd2—c2 Tb3—b4
den tekstzet ten tooneele ge­ 37. Kc2—c3 Tb4—d4
voerde toreneindspel, is dank 38. Ta8—a6 Kh7—g6
zij wit's meerderheid op den 39. Ta6Xb6 Td4Xa4
damevleugel en de afgelegen 40. Tb6—a6 Ta4—d4
stelling van den zwarten koning 41. b5—b6
tamelijk eenvoudig te winnen. Dit was de afgegeven zet.
27 Pc5—e6 De zwarte toren moet wegens
de dreiging b6—b7 de vierde
Hopeloos zou zijn 27 lijn verlaten en daarop wint
Pc5—a4 ; 28. Lb5—b3 bene­ wit door Kc3—c4—c5 bene­
vens 29. Tdl xd7 enz. vens b6—b7, Kc5—c6 enz.

') Latere onderzoekingen hebben geleerd, dat de winst in dat geval toch
niet zoo eenvoudig geweest was.

Geanalyseerd door Dr. A. Aljechin

Schaken 7 97
ACHT EN TWINTIGSTE PARTIJ
GESPEELD OP 8 EN 9 DECEMBER TE AMSTERDAM
(MILITIEZAAL)
Orthodoxe verdediging van het Damegambiet
WIT : EUWE ZWART : ALJECHIN
1. d2—d4 Pg8—f6 12 Pf6Xe4 !
2. c2—c4 e7—e6 13. Ld3Xe4
3. Pbl—c3 d7—d5 Lh4Xe7, Pe4Xc3 zou blijk­
4. Lel—g5 Lf8—e7 baar nog ongunstiger zijn.
5. e2—e3 Pb8—<17 13 Le7xh4
6. Pgl—f3 0—0 14. Le4Xc6 Ta8—a7
7. Tal—cl c7—c6 15. 0—0 Pd7—b6!
8. Lfl—d3 h7—h6
Na dezen beteekenisvollen
De afwikkeling 8 d5x zet, die zoowel 16. d4—d5
c4 ; 9. Ld3Xc4, Pf6—d5 ; 10. wegens 16 b5—b4 zoo
Lg5Xe7, Dd8Xe7 ; 11. 0—0, goed als verhindert en die
Pd5Xc3 ; 12. TclXc3, e6— e5 ; tegelijkertijd op eenige witte
geraakt ten gevolge van 13. Ddl velden druk uitoefent, is het
—c2 en 14. Lc4—b3 meer en duidelijk, dat wit voor zijn
meer in onbruik ! geïsoleerden pion geen tegen­
d5Xc4 wicht bezit. In plaats van zich
9. Lg5—h4
10. Ld3Xc4 b7—b5 daarbij neer te leggen en naar
a7—a6 gelijk spel te streven, probeert
11. Lc4—d3
hij de stelling ingewikkeld te
12. e3—e4 1
maken en geraakt daardoor
Dit opspelen van den pion, tamelijk vlug in een hopelooze
dat zonder den tusschenzet h7 positie.
—h6 zeer sterk zou zijn, moet 16. Pc3—e4 ....
hier foutief genoemd worden.
Wit had beter gedaan in
Zwart verkrijgt een sterk tegen­
plaats van een reeds ontwikkeld
spel. Doch ook met den plausi-
stuk een der reserve-krachten
belen zet 12. a2—a4 bereikt
mobiel te maken (16. Ddl—e2
wit niet veel. Interessant is
benevens Tfl—dl).
de door meester E. Klein ge­
vonden variant 12 b5X 16 Lh4—e7
a4 ; 13. DdlXa4, Ta8—b8 ; 17. Pf3—e5 Ta7—c7
14. Da4Xc6, Tb8xb2 ; 15. Ld3 18. Ddl—d3
Xa6 ? en nu wint zwart met Ook op 18. Pe4—c5 had
den verborgen zet 15 Le7 zeer goed 18 Pb6—c4
—a3 ! ! in alle varianten. gespeeld kunnen worden.

98
18 Pb6—c4 ! Stelling na 24. a2—a4 !
Dwingt tot ruil van den ZWART
witten looper, die in elk geval
een werkzame rol speelde.
19. Pe5Xc4 Tc7Xc6
20. Pc4—e5 TcóXcl
21. TflXcl Lc8—b7
Nu beheerscht zwart het ge-
heele bord. Het nadeel voor
wit bestaat daarin, dat ook al
zou hij zijn paard tegen een
looper ruilen, de overblijvende
looper sterker zou zijn dan het
overblijvende paard.
22. Pe4—c5
WIT
Na dezen zet geraakt wit in
een stelling, welke klaarblijkelijkeenige te Amsterdam vertoeven­
verloren is, maar ook na 22. de deskundigen beweerd, dat
Pc5—c6 zouden zijn vooruit­ zwart hier 24 Tf8—d8 had
zichten allesbehalve rooskleurig moeten spelen. Dit is onjuist,
geweest zijn, b.v. 22 Lb7 daar wit eenvoudig 25. a4xb5
Xc6 23. TclXcó, Dd8—a5 ; zou spelen en 25 f7—f6
24. Pe4—c3, Tf8—d8 ; met (a6xb5 ; 26. Dd3xb5 enz.) met
vervolgens Le7—f6 enz. 26. Pe5—c6, Dd6Xc5 ; 27. Pc6
22 Le7Xc5 Xd8 enz. beantwoorden zou.
23. TclXc5 25. Pe5—c4
Gedwongen, daar 23. d4Xc5 Weliswaar krijgt het paard
op Dd8—g5 faalt. nu meer bewegingsvrijheid,
23. .... Dd8—d6 maar dit kan het gemis van
den pion niet vergoeden.
Hierop heeft wit tegen de
dreiging 24 Tf8—d8 geen 25 Dd6—f4
voldoende verdediging meer. Hiermede brengt zwart zich
24. a2—a4 ! in onnoodige moeilijkheden.
Een zeer geestige wanhoops- Beter was 25 Dd6—d8 !
zet. ter wille van de bewaking van
(Zie diagram). veld b6 en pion d4.
24 b5Xa4 26. Dd3—e3 Df4—g4
Het aannemen van het pion­ 27. f2—f3 Dg4—g6
offer is de logische voortzetting. En hier zou 27 Dg4—
Na afloop van de partij hebben | h4 ! verlammend op het witte

99
spel gewerkt hebben. De uit­ 31. Pd6—c4 (Ld5xf3 ?; 32. Pc4
val der dame naar bl blijkt —e5) maar ten onrechte. Zwart
zonder gevaren te zijn. zou in dit geval allereerst door
31 Dg6—g5 een belangrijk
28. Pc4—d6 Lb7—d5
tempo winnen en dan met een
29. De3—c3 Kg8—h7 !
toren via b8 de zwakke pun­
Met de bedoeling na 30. ten b2 en d4 aanvallen. Het
Tc5—c8, Tf8Xc8 ; 31. Pd6X nu volgende gedeelte van de
c8, door het offer 31 partij speelt Euwe voorbeeldig.
Ld5xf3 ! 32. Dc3xf3. age­
31. Tc5Xc2 Kh7—g6
nt ; 33. Df 3 —f 1, Db1Xb2enz.
te winnen. Het vermijden van toren-
30. Dc3—c2 ruil brengt noodzakelijk het
opofferen van pion f7 met
Stelling na 30. Dc3—c2
zich mede. Na 31 Tf8
ZWART —b8 ; 32. Pd6xf7, Tb8—b4 ;
33. Tc2—d2, Tb4—b3 ; 34.
Pf7—e5, a4—a3 ; 35. b2Xa3,
Tb3Xa3 ; zou zwart door zijn
vrijpion nog altijd overwegend
staan. Echter is het nauwelijks
aan te toonen, dat de partij
gewonnen zou zijn, daar de
koning in deze variant moeilijk
actief te maken is.
32. Tc2—c8 Tf8Xc8
33. Pd6Xc8 Kg6—f6
34. Kgl—f2 g7—g5
35. Pc8—b6 Ld5—c6
WIT
36. Pb6—c4 Kf6—e7
30 Dg6Xc2 ? 37. Pc4—e3 Ke7—d6
38. Kf2—e2 f7—f5
Het blijkt, dat het eindspel
van looper tegen paard bij de Tot zoover lagen de zetten
beste verdediging van wit, welke voor beide partijen vrijwel voor
zeer zeker niet gemakkelijk is, de hand. Door het opspelen
niet te winnen is. Daartegen­ van den f-pion legt zwart zich
over staat, dat zwart na het zonder noodzaak vast, en stelt
voor de hand liggende 30 daardoor den tegenstander in
f7—f5 nog steeds een mogelijk­ de gelegenheid de pionnenop-
heid had gehad de overwinning stelling te stabiliseeren. Zooals
te behalen. Ik wilde dezen zet bekend, valt een dergelijke ma­
niet doen wegens het antwoord noeuvre ten voordeele uit van

100
het paard. De volgende voortzet­ 42 e6—e5
ting zou wit grootere technische 43. d4Xe5f Kd6Xe5
moeilijkheden gebaard hebben: 44. Kd2—c3
38 h6—h5 ; 39. g2—g3, Nu wordt alles duidelijk :
Lc6—b5f; 40. Ke2—<12, e6 zwart zal op den duur den
—e5 ! 41. Kd2—c3, f7—f6 enz. ruil van den f-pion niet kun­
39. g2—g3 Lc6—b5f nen verhinderen, waarop wit
40. Ke2—d2 f5—f4 slechts het paard voor den
Anders speelt wit natuurlijk h-pion hoeft te geven om remise
f3—f4 te maken. De volgende poging
41. g3xf4 g5xf4 van zwart moet dus zonder
Stelling na 41 g5xf4 resultaat blijven.
ZWART 44 Lb5—fl
45. Pg2—el Ke5—d5
46. Pel—c2 Kd5—c5
47. Pc2—d4 Lf 1 —h3
48. Pd4—e2 Lh3—g2
49. Pe2xf4 Lg2xf3
50. Pf4—d3f Kc5—b5
51. Pd3—e5 Lf3—h5
52. Pe5—c4
Nog eenvoudiger zou zijn
52. h2—h4, Kb5—c5 ; 53. Pe5
—d7f en op den volgenden zet
het paardoffer voor den h-pion.
52 Lh5 —-g4
WIT 53. Pc4—dóf Kb5—c5
42. Pe3—g2 54. Pd6—f7 h6—h5
De eenvoudigste uitweg. 55. Pf7—e5 Lg4—f5
Maar ook na 42. Pe3—g4 hoeft 56. Pe5—c4 Lf5—e4
wit niet te verliezen, daar na 57. Pc4—d2 Le4—g2
42 Kd6—d5 ; 43. Kd2— 58. h2—h4 Kc5—d5
c3, Lb5—e2 ; 44. Pg4—e5 het 59. Pd2—c4 Kd5—e4
looperoffer niet beslissen zou : 60. Pc4—d6f ....
b.v. 44 Le2xf3 ; 45. Pe5 Nu kan zwart Pd6—e8—g7
Xf3, Kd5—e4 ; 46. Pf3—e5, (f6) enz. niet verhinderen.
h6—h5 ! ; 47. Pe5—d7 !, h5— 60 Ke4—d5
h4 ; 48. Pd7—f6f, Ke4—e3 ; 61. Pd6—e8 Kd5—c5
(Ke4—f5; 49. Pf6—e8) 49. 62. Pe8—f6 Lg2—f3
d4—d5 ! enz. 63. b2—b3 Remise.
Geanalyseerd door Dr. A. Aljechin
101
NEGEN EN TWINTIGSTE PARTIJ
GESPEELD OP 12 EN 13 DECEMBER TE AMSTERDAM
(MILITIEZAAL)
Aljechin verdediging.
WIT : ALJECHIN ZWART : EUWE
1. e2—e4 Pg8—f6 oordeelen welke speelwijze —
2. e4—e5 Pf6—d5 deze of de gekozene — tot het
3. d2—d4 d7—d6 meest gecompliceerde spel kan
4. c2—c4 Pd5—b6 leiden, want slechts daarop
5. Pgl—f3 kwam het voor mij in deze
Alleen om een mogelijk spe­ partij aan. Remise beteekende
ciaal voorbereid nieuwtje in immers ongeveer hetzelfde als
de gebruikelijke met 5. f2—f4 verlies.
beginnende speelwijze — die 8 e4xf3
ik nog steeds voor de meest 9. Le2xf3 Lg4xf3
logische houd — uit den weg 10. DdlXf3
te gaan. Op een voordeel kan
wit na den tekstzet nauwelijks Stelling na 10. DdlXf3
bogen. ZWART
5 Lc8—g4
6. Lfl—e2 ....
In ieder geval een idee, dat
zwart voor problemen stelt.
Andere zetten zooals 5. h2—h3
of 6. e5xd6 zouden onschuldig
zijn, respectievelijk zelfs na-
deelig.
6 d6Xe5
7. c4—c5 !
De pointe ! De bedoeling is
om den ongedekten pion b7
als witte troef te benutten.
WIT
7 e5—e4
8. c5xb6 .... 10. a7xb6
Ook 8. Pf3—g5, Lg4Xe2 ; Men heeft dezen zet veroor­
9. DdlXe2, Pb6—d5 ; 10.0—0, deeld. Mijns insziens ten on­
Pb8—c6 ; 11. Tfl—dl enz. rechte, want hij verzekert zwart
kwam in overweging. Het was betere kansen op remise dan
echter niet gemakkelijk te be- het voor de hand liggende
102
10 Pb8—c6 met het ge­ behoevend en zwart heeft goede
volg 11. 0—0, Pc6xd4 (of vooruitzichten om mettertijd
a7Xb6 ; 12. d4—d5, Pc6—e5 ; een van beiden te veroveren.
13. Df3—e4 enz.) 12. Df3Xb7, 18. Tfl—el De7—c5
a7Xb6 ; 13. Lel—e3 enz. Wel 19. Tel—e3 Ta8—a3
blijft zwart na den tekstzet 20. Db7—f3 Tf8—e8
in voortdurend nadeel, maar
Wederom een zet, die door
dit draagt, zooals uit het ver­
de pers-élite sterk afgekeurd
volg blijkt, geen beslissend
karakter. werd en wel omdat zwart in
plaats daarvan met 20. Dc5—c4
11. Df3Xb7 Pb8—d7 den pion had kunnen terug­
12. Lel—f4 winnen. In dit geval echter
Staat den tegenstander een zou wit na 21. h2—h3 !, Ta3X
op juist stellingsgevoel berus­ a2 ; 22. TalXa2, Dc4Xa2 ; 23.
tend pionoffer toe, maar ook Df3—c6, Tf8—c8 ; 24. c3—c4
na 12. 0—0, e7—e6 ; 13. Lel (dreigend e5—e6) in duidelijk
—f4, Lf8—d6 of 12. Db7—c6, middenspelvoordeel gebleven
e7—e6 ; 13. Lel—f4, Lf8— zijn. De tekstvoortzetting daar­
b4f ; 14. Pbl—c3, Ta8—a7 ; entegen is meer met schijnbare,
15. 0—0, Lb4Xc3 benevens dan met werkelijke gevaren ver­
0—0 zou zwart over voldoende bonden en voert reeds na
verdedigingsmiddelen hebben weinige zetten tot den voor
beschikt. zwart wenschelijken dameruil.
12 e7—e5 ! 21. h2—h3 ! Ta3—a5
13. Lf4Xe5 Na 21 Te8Xe5 ; 22.
Het alternatief 13. d4Xe5, Tal—dl, h7—h6 ; 23. Tdl —
d7, Te5—f5 ; 24. Df3—e4 enz.
Lf8—b4f ; 14. Pbl—c3, Lb4
zou wit bij gelijk materiaal een
Xc3f; 15. b2Xc3, 0—0; 16.
0—0 (Tal—dl, Pd7—c5) Pd7 sterke aanvalsstelling hebben
verkregen.
—c5 ; 17. Db7—f3, Ta8—a3
enz. bood nog minder winst­ 22. Tal—dl Dc5—e7
kansen. (Zie diagram op blz. 104).

13 Pd7Xe5 Voor 22 Ta5Xa2 ; 23.


14. d4Xe5 Lf8—b4f Tdl—d7, Te8—f8 ; 24. Df3—
15. Pbl—c3 Lb4Xc3f g4 ! enz. geldt hetzelfde als het in
16. b2Xc3 0—0 de vorige opmerking vermelde.
17. 0—0 Dd8—e7 23. Df3—c6 !
De gevolgen van het pion­ Daarmede behoudt wit ten
offer worden nu duidelijk. De minste zijn materieel overwicht,
nionrien
r
pti rtin Kuln. | moet echter daartegenover dame-
"V"
103
Stelling na 22 Dc5—e7 ten a2 en c3 verzekeren zwart
uitstekende remise-kansen.
ZWART
28. Kgl—f2 c7—c6
29. a2—a4 Te7—a7
30. Td4—b4 b6—b5
Het eenvoudigste.
31. a4xb5 c6xb5
32. Kf2—f3 Ta7—c7 ?
Deze inconsequente zet brengt
zwart echter weer in gevaar.
Na 32 Ta7—-a3 ; 33. Kf3
—g4 (of Kf3—e4, Tc5Xc3 ;
34. Te3Xc3, Ta3Xc3 ; 35. Tb4
Xb5, Tc3—g3 enz.) Tc5Xc3 ;
34. Te3Xc3, Ta3Xc3 ; 35. Tb4
WIT Xb5, Kg8—g7 enz. zou bij
juiste, niet eens moeilijke, ver­
ruil toelaten. De pointe van
dediging winst voor wit niet
den zet bestaat daarin, dat
denkbaar zijn geweest.
zwart den e-pion niet mag
nemen : 23 Ta5Xe5 ? ; 24. 33. Tb4—b3 Kg8—f8
Dc6Xe8f! De7Xe8; 25. Te3 Stelling na 33 Kg8—f8
Xe5, De8—f8 (c8, b8, a8)
ZWART
26. Te5—d5 en wint.
23 Ta5—c5
De eenige parade tegen de
dreiging 24. Tdl—d7.
24. Dc6—d7
Op 24. Dc6—a4 zou niet
24 Tc5—a5, op 24. Dc6
—e4 echter 24 f7—f6 !
hebben kunnen volgen.
24 g7—g6
25. f2—f4 Tc5—c4 !
Dwingt ruil af zonder de
zevende lijn aan den tegenstan­ WIT
der over te laten.
26. Dd7Xe7 Te8Xe7 34. g2—g4 ?
27. Tdl—d4 Tc4—c5 Nadat zwart de bovenge­
De altijd nog bestaande zwak­ melde gelegenheid heeft ver-

104
zuimd, diende het eindspel van eventueel Tc5—c4 pion f4 ge­
5 pionnen tegen 4 eigenlijk door steund zou moeten worden.
wit gewonnen te worden. Een 35 g6xf5
eenvoudiger plan was eerst 34. 36. g4xf5 f7—f6
g2—g3, om dan door middel
van Kf3—e2—d2 een der to­ Verzekert een remise-slot.
rens van de zorg van c3 te 37. Kf3—f4 f6Xe5f
verlossen. Wel zou de daarop 38. Te3xe5f Tc5Xe5
volgende winstvoering geen een­ 39. Kf4Xe5 Tc7—c5f
voudige technische arbeid zijn 40. Ke5—e4 Ke7—f6
geweest, maar daar zwart geen 41. Tb3—a3 Tc5—c4f
effectief tegenspel ter beschik­
Ook 41 Tc5—e5f was
king heeft, zou deze opgave >ed genoeg.
nog wel uit te voeren zijn
geweest. De voorbarige tekstzet 42. Ke4—d3 Tc4—h4
voert slechts tot verderen pion- 43. Ta3—b3 Kf6xf5
nenruil en een onvermijdelijke 44. Tb3xb5f Kf5—e6
remise. 45. c3—c4 Th4xh3f
46. Kd3—d4 Ke6—d6
34 Kf8—e7 47. Tb5—bóf Kd6—c7
35. f4—f5 48. Tb6—f6 Th3—h5
Het in de vorige opmerking 49. Kd4—c3 Kc7—b7
aangegeven plan deugt hier niet 50. Kc3—b4 Kb7—c7
meer daar na Ke7—e6 benevens Remise.
Geanalyseerd door Dr. A. Aljechin

105
DERTIGSTE PARTIJ
GESPEELD OP 15 DECEMBER TE AMSTERDAM,
(BELLEVUE)
Aangenomen Damegambiet.
WIT : EUWE ZWART : ALJECHIN
1. dl—d4 d7—d5 Db3, h6 en het spel wordt heel
2. c2—c4 d5Xc4 ingewikkeld.
In zijn tweede match met 7. • • • • Lf8—g7
Bogoljubow heeft Aljechin het 8. Lfl—g2 0—0
damegambiet dikwijls en met 9. 0—0 Dd8—a5
succes aangenomen en daarom Zwart heeft eenige moeilijk­
is het merkwaardig, dat hij het heden bij de voltooiing van zijn
in dezen tweekamp pas in de ontwikkeling. De hiermee inge­
laatste partij deed. leide dame-manoeuvre schijnt
3. Pgl—f3 Pb8—d7 relatief het best te zijn.
Een nieuwe zet, die echter 10. e2—e4 Da5-—h5
geen bijzondere beteekenis heeft. 11. Dc4—d3 ....
Gebruikelijk is 3 Pf6. Eigenlijk niet de beste voort­
4. Ddl—a4 .... zetting, want zwart kan nu
De jongste ervaringen leeren, gelijk spel krijgen. Met 11. Lf4
dat de manoeuvre Ddl—a4Xc4 had wit een klein openings­
het best geschikt is om wit voordeel kunnen handhaven.
een klein voordeel te verze­ 11 Pd7—b6
keren. Het begin van een reeks van
4 c7 —c6 minder goede zetten, welke
5. Da4Xc4 Pg8—f6 zwart heel vlug in een verloren
6. g2—g3 g7—g6 stelling brengen. Objectief het
best was 11 e5, b.v. 12.
Aljechin moest deze partij
de5:, Pg4 13. De2 !, Pge5:
beslist winnen om den titel te
(Pde5: 14. h3 ! is gunstig voor
handhaven. Hij wil daarom geen
wit) 14. Lf4 ; zwart staat nu
theoretische variant spelen en
bevredigend, maar er bestaat
probeert in troebel water te
slechts weinig kans op com­
visschen. plicaties en de partij moet dan
7. Pbl—c3 ook remise worden. Onder de
7. Pg5 zou zwart's bedoelin­ gegeven omstandigheden betee-
gen in de hand werken, b.v. kende echter remise voor Alje­
7 Pd5 8. e4, P7b6 9. chin hetzelfde als verliezen en
106
daarom mag men bij de beoor­ partij een ingewikkeld karakter
deeling van deze partij niet de te geven, gefaald.
gewone maatstaf aanleggen. 14 g6—g5
12. Pc3—e2 .... Wanhoop. Zwart kon mate­
In de eerste plaats om 12 rieel nadeel vermijden met
Lh3 te beletten (13. Pf4 !)> 14 Lh6, maar na 15. Pf4,
maar ook om eventueel Pf4 Lf4: 16. Lf4: zouden zijn kansen
te dreigen. stellig niet beter zijn dan in
12 Tf8—d8 de partij.
13. a2—a4 ! .... 15. Pf3Xg5
Ontneemt de zwarte dame Sterker dan 15. Lg5:. Pe5 en
het vluchtveld b5. wit moet 16. Pe5:spelen, daar 16.
13 Pb6—d7 De3 ? op 16 Pfg4 faalt.
Om met de dame via a5 15 Pd7—e5
naar c7 te ontsnappen. 16. Dd3—c2
14. b2—b4 ! Een andere zeer sterke voort­
zetting was 16. Db3.
Stelling na 14. b2—b4 !
16 Pe5—g6
ZWART 17. h2—h3
Dreigt opnieuw direct te
winnen door 18. Lf3.
17 h7—h6
De eenige parade.
18. Lg2—f3
Met 18. g4 (Dh4 ? 19. Pf3)
kon wit een stuk veroveren,
maar zwart offert op g4 en
verkrijgt dan inderdaad nog
tegenkansen.
18 Pf6—g4 !
19. h3Xg4 Lc8Xg4
WIT 20. Lf3Xg4 Dh5Xg4
Daarmee wordt het net om Nu moet wit het stuk terug­
de zwarte dame dichtgemaakt geven. Zwart heeft het momen-
en er dreigt een directe beslis­ teele gevaar op aardige wijze
sing met 15. Pf4 enz. Zwart overwonnen, maar hij blijft
heeft daartegen geen voldoende toch op verlies staan.
verdediging en dus zijn de 21. Pg5xf7 Kg8xf7
gewelddadige pogingen om de 22. Dc2 —c4f
107
Bereidt den volgenden zet Oogenschijnlijk een fout,
voor. Onmiddellijk 22. f3 zou maar zwart heeft geen beteren
met 22 Ld4:f ! (23. Pd4:, zet. Op 26 Pf8 b.v. volgt
Dg3:f) beantwoord worden. 27. Th2, Dg6 28. Th6: enz.
22 e7—e6 27. Dc4Xe6f Kf7Xe6
23. f2—f3 Dg4—h5 28. Pe2—f4f Ke6—f7
Nu zou Ld4:f 1 niet gaan 29. Pf4xh5
wegens 24. Dd4: !• Dit eindspel is natuurlijk
24. Lel—e3 zonder meer gewonnen voor wit.
29 Lf6—e7
Ook 24. Kg2 was zeer sterk.
30. Kgl—h2 Ph4—g6
24 Td8—g8 31. Tf2—b2 Ta8—c8
25. Tfl—f2
Er dreigde 32. b5, waarop
Dreigt 26. Th2 (Df3: 27. nu 32 c5 zou volgen.
Tfl). 32. f3—f4 Pg6—f8
25 Lg7—f6 33. f4—f5 Le7—g5
Om na 26. Th2 toch op f3 34. Le3Xg5 Tg8Xg5
te kunnen slaan. 35. Ph5—f4 Pf8—h7
26. Tal—fl 36. Pf4—e6 Tg5—h5f
37. Kh2—g2 Ph7—f6
Opnieuw met de dreiging
38. Kg2—f3 Tc8—g8
Th2. Zwart verliest nu minstens
39. Pe6—f4 Th5—g5
een tweeden pion.
40. Tfl—gl
26 Pg6—h4
Toen hier het oogenblik ge­
Stelling na 26 Pg6—h4 komen was de partij af te
ZWART breken, verklaarde Aljechin zich
bereid mijn van te voren gedaan
remise-aanbod te willen aan­
vaarden en ik ging daarmee
accoord. Als het noodig geweest
was de partij voort te zetten,
zou wit wel spoedig gewonnen
hebben (er dreigt in de eerste
plaats b4—b5). De buitenge­
wone omstandigheden in aan­
merking nemend, is de uitslag
remise toch wel gerechtvaar­
digd : door riskant spel heeft
zwart zijn tegenstander abnor­
WIT maal groote kansen gegeven.
Geanalyseerd door Dr. M. Euwe
108
WEDELDI/AMPI OZNöCW AP öd-IAI^CN
PARTIJ-REGISTER
Blz.
Ie partij : Slavische verdediging van het Damegambiet. . 1
2e „ i Koningsindische partij 3
3e „ : Fransche partij 7
4e „ : Koningsindische partij 10
5e „ : Fransche partij 14
6e „ : Slavische verdediging van het Damegambiet . 17
7e „ : Fransche partij 22
8e ,, : Slavische verdediging van het Damegambiet. . . 26
9e „ : Fransche partij ...... 31
10e „ : Slavische verdediging van het Damegambiet. . . 35
11e „ : Slavische verdediging van het Damegambiet. . 38
12e „ : Koningsindische partij 40
13e ,, : Spaansche opening 43
14e „ : Koningsindische partij 49
15e „ : Slavische verdediging van het Damegambiet. . 52
16e „ : Slavische verdediging van het Damegambiet. . 58
17e „ : Damepionopening 63
18e „ : Engelsche partij 65
19e ,, : Slavische verdediging van het Damegambiet. . 67
20e „ : Slavische verdediging van het Damegambiet. . 71
21e ,, : Slavische verdediging van het Damegambiet. . 75
22e „ : Nimzowitsch-verdediging 78
23e „ : Slavische verdediging van het Damegambiet. . 80
24e „ : Hollandsche verdediging 83
25e „ : Cambridge-Springs-variant van het Damegambiet. 87
26e „ : Hollandsche verdediging 90
27e „ : Weensche partij 95
28e „ : Orthodoxe verdediging van het Damegambiet. 98
29e „ : Aljechin-verdediging 102
30e „ : Aangenomen Damegambiet 106

109