Você está na página 1de 9

IAB-info pagina 1 van 9

Nuttige cijfers voor 2006

Wim Defoor
18/05/2006

Hierna volgt een overzicht van cijfers, refertes, referentievoeten en indexen die op het lopende jaar van toepassing
zijn, m.n.:

1) de revalorisatiecoëfficiënt;
2) de indexatiecoëfficiënt van het K.I.;
3) de rentevoet ter raming van het voordeel in natura in geval van goedkope leningen;
4) de rentevoet voor consignaties bij de Deposito- en Consignatiekas;
5) de tarieven inzake investeringsaftrek;
6) aftrek restaurantkosten;
7) de vermeerderings- en bonificatiepercentages bij de voorafbetalingen;
8) de gemiddelde brandstofprijzen;
9) de geïndexeerde voordelen van alle aard voor bedrijfswagens;
10) aftrek kosten kinderoppas;
11) voor beslag of overdracht vatbare bedragen;
12) vennootschapsbelasting: verlaagd tarief;
13) aftrek voor risicokapitaal.

1. Revalorisatiecoëfficiënt aj. 2006

Voor aanslagjaar 2006 (inkomsten 2005) bedraagt de revalorisatiecoëfficiënt 3,50 (K.B. 13 juni 2005, B.S.
17 juni 2005).

Zoals bekend is deze coëfficiënt in de personenbelasting van belang voor:

de berekening van het maximale kostenforfait inzake onroerende inkomsten uit de verhuring van gebouwen,
wanneer de huurder geen natuurlijke persoon is die het goed uitsluitend voor private doeleinden gebruikt.
Het wettelijk kostenforfait van 40 % mag volgens artikel 13 W.I.B./92 nooit meer bedragen dan 2/3 × (niet-
geïndexeerd) K.I. × revalorisatiecoëfficiënt;
de berekening van het bedrag van het huurinkomen dat tot beroepsinkomen wordt geherkwalificeerd in
geval van verhuring van een gebouwd onroerend goed door bedrijfsleiders aan hun vennootschap. Deze
herkwalificatie gebeurt zodra een plafond bereikt wordt, dat als volgt berekend wordt (ongeïndexeerd) K.I.
× 5/3 × revalorisatiecoëfficiënt (art. 32 en 33 laatste lid W.I.B./92).

2. Indexatiecoëfficiënt van het kadastraal inkomen - inkomstenjaar 2006

Het K.I. is de basis voor het bepalen van het inkomen uit onroerende goederen.

Wegens het uitstel van de inwerkingtreding van de nieuwe kadastrale perequatie, heeft de wetgever enkele jaren
terug beslist de K.I.'s voor de toepassing van de P.B. vanaf inkomstenjaar 1991 te indexeren
(art. 8 § 3 Hervormingswet 7 december 1988, zoals gewijzigd door art. 29 Wet 18 december 1990 en hernomen als
art. 518 W.I.B./92).
Deze maatregel werd door de Administratie toegelicht in een Circulaire van 23 augustus 1991 (Ci. RH 21/429.638,
Bull. 709, p. 2262).

Sindsdien wordt voor de toepassing van de artikelen:

7 tot 11 (het belastbaar onroerend inkomen);


16 (woningaftrek);
221, 1° -223, 2°(het in de rechtspersonenbelasting belastbaar onroerend inkomen);
234, 1° (sommige aan de belasting van niet-inwoners onderworpen onroerende inkomsten);
255 (onroerende voorheffing = 1,25 % van het K.I.);
277 (verrekening onroerende voorheffing),

onder "kadastraal inkomen" verstaan het kadastraal inkomen aangepast aan het indexcijfer van de
consumptieprijzen van het Rijk.

http://www.iab-info.be/modules/themes/themesprintarticle.jsp?idarticle=1147937550... 25/05/2006
IAB-info pagina 2 van 9

De aanpassing gebeurt met behulp van de coëfficiënt die verkregen wordt door het gemiddelde van de indexcijfers
van het jaar dat het jaar van de inkomsten voorafgaat, te delen door het gemiddelde van de indexcijfers van de
jaren 1988 en 1989.

Na toepassing van de coëfficiënt worden de bedragen afgerond tot het hogere of lagere honderdtal naargelang het
cijfer van de tientallen al of niet vijf bereikt.

Deze indexatiecoëfficiënt wordt jaarlijks gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Voor het
inkomstenjaar 2005 bedroeg hij 1,3889.

De indexatiecoëfficiënt voor inkomstenjaar 2006 bedraagt 1,4276 (Bericht, B.S. 26 januari 2006, ed. 2, p. 4430).

Deze coëfficiënt wordt tevens toegepast op de basisbedragen vermeld in artikel 16 § 1 W.I.B./92 (woningaftrek
eigen woonhuis):

het basisbedrag van 3 000 EUR wordt aldus voor aj. 2007 gebracht op 4 283,00 EUR;
het basisbedrag van 250 EUR (verhoging voor echtgenoot en personen ten laste) wordt aldus voor
aj. 2007 gebracht op 357,00 EUR.

Aangezien de forfaitaire woningaftrek eigen woonhuis met ingang van aanslagjaar 2006 afgeschaft werd en
vervangen door de vrijstelling van het kadastraal inkomen van de gezinswoning (nieuw
art. 12 § 3 W.I.B./92 ingevolge de Programmawet van 27 december 2004), heeft deze indexatiecoëfficiënt evenwel
weinig praktische relevantie voor artikel 16 § 1 W.I.B./92.

3. De rentevoet ter raming van de voordelen van alle aard bij goedkope leningen

Naar jaarlijkse gewoonte werd het koninklijk besluit gepubliceerd waarin een update wordt gemaakt van een aantal
rentevoeten ter raming van het voordeel van alle aard in geval van goedkope lening, zoals deze van toepassing
zullen zijn voor aanslagjaar 2006 (K.B. 17 maart 2006, B.S. 24 maart 2006).

In geval van goedkope lening, dient het voordeel van alle aard te worden berekend op basis van het verschil
tussen:

enerzijds, de referentievoet die hierna per type van lening is aangegeven, en


anderzijds, de rentevoet aan de ontlener aangerekend, waarbij de renteverlaging wegens kinderlast buiten
beschouwing wordt gelaten.

3.1. Hypothecaire leningen met veranderlijke rentevoet

Zoals vorig jaar meegedeeld, gelden er bijzondere rentevoeten voor hypothecaire leningovereenkomsten die zijn
afgesloten vanaf 1 januari 1995 en waarin overeenkomstig artikel 9 van de Wet van 4 augustus 1992 op het
hypothecair krediet een veranderlijke rentevoet is bedongen.

De referentievoet komt overeen met de referteindex die staat op de oorspronkelijke rentevoet en die in de
vestigingsakte van de lening is vermeld. Bij elke latere aanpassing van de rentevoet van de lening is de
referentievoet gelijk aan de referte-index die volgens de bepalingen van voormelde vestigingsakte voor die
aanpassing in aanmerking moet worden genomen.

De lijst van deze referte-indexen wordt maandelijks door toedoen van de Controledienst der Verzekeringen in het
Belgisch Staatsblad bekendgemaakt en jaarlijks als bijlage tot dit koninklijk besluit.

Hierna het overzicht van de referte-indexen van 2005, aangevuld met de referte-indexen van begin 2006.

Maandelijkse referte-indexen voor hypothecaire leningen waarin een veranderlijke rentevoet is bedongen:

Belgisch Index Index Index Index Index Index Index Index Index Index
Periode
Staatsblad A B C D E F G H I J
20-01-2005 -ed.
01/2005 2,210 2,428 2,635 2,826 3,000 3,159 3,307 3,439 3,555 3,649
2
02/2005 21-02-2005 2,187 2,407 2,616 2,801 2,963 3,110 3,241 3,363 3,475 3,564
03/2005 21-03-2005 2,201 2,454 2,688 2,893 3,070 3,224 3,363 3,490 3,603 3,690

04/2005 2,219 2,470 2,707 2,916 3,094 3,251 3,390 3,519 3,634 3,726
20-04-2005 -ed.

http://www.iab-info.be/modules/themes/themesprintarticle.jsp?idarticle=1147937550... 25/05/2006
IAB-info pagina 3 van 9

2
20-05-2005 -ed.
05/2005 2,117 2,319 2,514 2,699 2,869 3,025 3,171 3,304 3,427 3,526
2
20-06-2005 -ed.
06/2005 2,054 2,203 2,359 2,523 2,686 2,836 2,976 3,109 3,228 3,328
2
20-07-2005 -ed.
07/2005 2,002 2,119 2,253 2,415 2,589 2,745 2,884 3,016 3,138 3,326
2
08/2005 22-08-2005 2,099 2,242 2,393 2,553 2,713 2,856 2,986 3,116 3,237 3,335
09/2005 20-09-2005 2,094 2,212 2,340 2,483 2,629 2,758 2,880 3,003 3,118 3,210
20-10-2005 -ed.
10/2005 2,162 2,294 2,426 2,552 2,670 2,778 2,880 2,990 3,093 3,173
2
11/2005 21-11-2005 2,380 2,545 2,699 2,837 2,952 3,045 3,134 3,229 3,322 3,390
20-12-2005 -ed.
12/2005 2,608 2,735 2,862 2,988 3,096 3,175 3,250 3,335 3,416 3,472
2
01/2006 25-01-2006 2,679 2,799 2,908 3,000 3,072 3,128 3,186 3,255 3,320 3,365
02/2006 20-02-2006 2,720 2,869 2,998 3,092 3,159 3,217 3,277 3,339 3,393 3,435
03/2006 20-03-2006 2,805 2,986 3,134 3,234 3,298 3,354 3,416 3,472 3,518 3,557
04/2006 20-04-2006 2,989 3,199 3,370 3,472 3,534 3,587 3,649 3,701 3,743 3,775

Index A betreft de rentevoet van schatkistcertificaten op 12 maanden; indexen B tot J slaan op lineaire obligaties
van resp. 2, 3 tot 10 jaar.

3.2. Hypothecaire leningen met vaste rentevoet

Voor in 2005 gesloten hypothecaire leningovereenkomsten met vaste rentevoet waarvan de terugbetaling door een
gemengde levensverzekering is gewaarborgd, geldt als referentievoet 4,89 %. Voor de andere hypothecaire
leningen met vaste rentevoet geldt 3,90 %.

3.3. Niet-hypothecaire leningen met vaste looptijd

Voor niet-hypothecaire leningen met vaste looptijd en waarvan de leningovereenkomst vanaf 1 januari 2005 is
gesloten, wordt de rentevoet:

ofwel vastgesteld op basis van een maandelijks lastenpercentage van 0,22 % voor leningen gesloten om de
aankoop van een wagen te financieren of op 0,29 % voor andere leningen;
ofwel vastgesteld op basis van het reële lastenpercentage voor het desbetreffende jaar berekend volgens de
formule:
p × 24 × n
i=
n+1
waarin i = reëel jaarlijks lastenpercentage
p = maandelijks lastenpercentage
n = terugbetalingstermijn in maanden

3.4. Niet-hypothecaire leningen zonder welbepaalde looptijd

Voor niet-hypothecaire leningen zonder welbepaalde looptijd en waarvan de leningovereenkomst


vanaf 1 januari 2005 is gesloten, bedraagt de referentievoet 8,00 %. Dit soort krediet treffen wij voornamelijk aan
bij bedrijfsleiders in de vorm van lopende rekeningen (rekening-courant). Men wordt geacht het voordeel te hebben
verkregen op het einde van elke kalendermaand waarin u over de geleende (voorgeschoten) bedragen heeft
kunnen beschikken. Het voordeel wordt per maand berekend, door het saldo begin en einde maand op te tellen en
vervolgens door twee te delen, waarop dan bovenvermelde rentevoet speelt.

4. De rentevoet voor consignaties bij de deposito- en consignatiekas

De uit te keren interesten voor de bij de Deposito- en Consignatiekas in bewaring gegeven consignaties, vrijwillige
deposito's en borgtochten bedragen:

1,75 % voor het in bewaring geven van consignaties, vrijwillige deposito's en borgtochten van alle
categorieën;
2,25 % voor bedragen ontvangen bij toepassing van de artikelen 3 en 5 van het K.B. van

http://www.iab-info.be/modules/themes/themesprintarticle.jsp?idarticle=1147937550... 25/05/2006
IAB-info pagina 4 van 9

10 januari 2002 betreffende het beheer van de door een notaris ontvangen sommen, effecten en
geldswaardige papieren aan toonder en betreffende het toezicht op de boekhouding van de notarissen;
2,70 % voor bedragen die geconsigneerd worden of blijven in toepassing van artikel 51 Faillissementswet
van 8 augustus 1997 (vanaf 1 februari 2005).

(M.B. 28 februari 2006, B.S. 14 maart 2006, 14861)

5. Tarieven inzake investeringsaftrek aanslagjaar 2007

Investeringen die aan de wettelijke voorwaarden voldoen en gedaan zijn tijdens het belastbare tijdperk dat aan het
aanslagjaar 2007 verbonden is, geven recht op een investeringsaftrek die als volgt wordt bepaald (Bericht, B.S.,
23 maart 2006, p. 16787):
Voor natuurlijke personen bedraagt de basisaftrek 4,5 %.
Voor investeringen in verband met octrooien, alsmede energiebesparende investeringen, en milieuvriendelijke
investeringen voor onderzoek en ontwikkeling geldt een verhoogde investeringsaftrek van 14,5 %. Investeringen in
beveiliging geven recht op een verhoogde investeringsaftrek van 21,5 %.

Met ingang van aanslagjaar 2007 wordt de gewone investeringsaftrek voor vennootschappen (zowel Belgische
KMO-vennootschappen als andere vennootschappen) op nul gezet.
Investeringen tot aanmoediging van het hergebruik van verpakkingen van dranken en nijverheidsproducten
verlenen recht op een investeringsaftrek van 3 %. Voor investeringen in verband met octrooien, alsmede
energiebesparende investeringen, en milieuvriendelijke investeringen voor onderzoek en ontwikkeling geldt een
verhoogde investeringsaftrek van 14,5 %. Investeringen in beveiliging door een Belgische KMO-vennootschap
geven recht op een verhoogde investeringsaftrek van 21,5 %.
Binnenlandse vennootschappen die uitsluitend winst uit zeescheepvaart verkrijgen hebben recht op een
investeringsaftrek van 30 % voor investeringen in zeeschepen.

Belastingplichtigen (natuurlijke personen) met minder dan 20 werknemers kunnen, indien zij dit wensen, de
investeringsaftrek spreiden. Voor investeringen gedaan tijdens het belastbaar tijdperk dat aan het
aanslagjaar 2007 verbonden is, is die aftrek gelijk aan 11,5 % van de jaarlijkse afschrijving.

De Wet van 16 april 1997 heeft bovendien de keuzemogelijkheid ingevoerd voor een gespreide verhoogde aftrek
voor zgn. "groene" investeringen, d.w.z. vaste activa die worden gebruikt ter bevordering van het onderzoek en de
ontwikkeling van nieuwe producten en toekomstgerichte technologieën die geen effect hebben op leefmilieu of die
beogen het negatieve effect op het leefmilieu zoveel mogelijk te beperken: 21,5 % van de jaarlijkse afschrijving.
Let wel, voor deze groene gespreide aftrek is er geen tewerkstellingsvoorwaarde van maximaal 20 werknemers
vereist. De groene gespreide investeringsaftrek staat open voor natuurlijke personen en vennootschappen.

De aandacht wordt erop gevestigd dat vennootschappen die voor het belastbare tijdperk dat aan het
aanslagjaar 2007 verbonden is, onherroepelijk opteren voor het in artikel 289quater W.I.B.92 vermelde
belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling, niet meer kunnen genieten van de gewone investeringsaftrek voor
octrooien en milieuvriendelijke investeringen voor onderzoek en ontwikkeling noch van de gespreide
investeringsaftrek voor milieuvriendelijke investeringen voor onderzoek en ontwikkeling.

De attesten die met betrekking tot de energiebesparende investeringen en de milieuvriendelijke investeringen voor
onderzoek en ontwikkeling moeten worden voorgelegd, dienen naargelang de plaats van de investering, bij de
volgende instanties te worden aangevraagd.

VLAAMS GEWEST
Energiebesparende investeringen
Departement Economie, Werkgelegenheid, Binnenlandse Aangelegenheden en Landbouw
Administratie Economie
Afdeling Natuurlijke Rijkdommen en Energie
North Plaza B
Koning Albert II-laan 7
1210 Brussel
tel. (02) 553 46 00, fax (02) 553 46 01

Milieuvriendelijke investeringen
Departement Leefmilieu en Infrastructuur
Administratie Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer
Afdeling Algemeen Milieu- en Natuurbeleid
Graaf de Ferraris-gebouw
Koning Albert II-laan 20, bus 8
1000 Brussel
tel. (02) 553 80 67, fax (02) 553 80 55

http://www.iab-info.be/modules/themes/themesprintarticle.jsp?idarticle=1147937550... 25/05/2006
IAB-info pagina 5 van 9

BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST


Energiebesparende investeringen en milieuvriendelijke investeringen
Brussels Instituut voor Milieubeheer
Gulledelle 100
1200 Brussel
tel. (02) 775 78 74, fax (02) 775 76 79

WAALS GEWEST
Energiebesparende investeringen
Direction générale des Technologies, de la Recherche et de l'Energie
Division de l'Energie
Avenue Prince de Liège 7
5100 Jambes
tél. (081) 33 55 06, fax (081) 33 55 11

Milieuvriendelijke investeringen
Direction générale des Ressources naturelles et de l'Environnement
Direction de la Coordination de l'Environnement
Avenue Prince de Liège 15
5100 Jambes
(081) 33 51 60, fax (081) 33 65 10

INVESTERINGEN IN BEVEILIGING
De goedkeuringsattesten die moeten worden voorgelegd inzake investeringen in beveiliging worden nader
toegelicht op de volgende website www.vps.fgov.be rubriek preventie.

6. Aftrek restaurantkosten

De Wet van 10 mei 2004 (B.S., 24 mei 2004) heeft zowel voor natuurlijke personen als voor vennootschappen de
regels inzake de aftrekbaarheid van restaurantkosten gewijzigd.

Het aftrekbare gedeelte van de beroepsmatige restaurantkosten bedraagt 69 % voor de uitgaven gedaan
vanaf 1 januari 2005.

Om de fiscale minderontvangst te compenseren werd tegelijk beslist om vanaf 1 januari 2004 een aantal
administratieve uitzonderingen en toleranties op te heffen. Voortaan vallen ook de volgende uitgaven onder de
aftrekbeperking (Bericht, B.S., 24 mei 2004):

restaurants die in het buitenland zijn gevestigd;


maaltijden die begrepen zijn in hotelrekeningen in het kader van het onthaal van buitenlanders;
maaltijden bij seminaries en colloquia; en
bedrijfsrefters voor bedrijfsleiders en zakenrelaties.

De restaurantkosten bij seminaries en colloquia moeten voortaan afzonderlijk op de factuur worden vermeld.

7. Vermeerderings- en bonificatiepercentages bij de berekening van de voorafbetalingen


voor aanslagjaar 2007 (B.S., 31 maart 2006, ed. 2)

7.1. Vermeerderingspercentage

Voor het aanslagjaar 2007 bedraagt het tarief van de vermeerdering 6,75 % (B.S. 31 maart 2006, ed. 2). Voor
aanslagjaar 2006 was dit eveneens 6,75 %. Om het bedrag van de verschuldigde vermeerdering te bekomen,
volstaat het aldus de grondslag van de vermeerdering (nl. bij natuurlijke personen: 106 % van de vooraf te betalen
belasting) te vermenigvuldigen met 6,75 %. We herinneren eraan dat bij natuurlijke personen de vermeerdering
slechts voor 90 % in aanmerking wordt genomen.
Geen vermeerdering is verschuldigd indien het bedrag ervan lager is dan ofwel 1 % van de belasting waarop zij is
berekend, ofwel 30,00 EUR.

7.2. Vermeerdering vermijden door voorafbetalingen

Om belastingvermeerdering te vermijden, dienen de belastingplichtigen de belasting vooraf te betalen die


betrekking heeft op de inkomsten die vatbaar zijn voor vermeerdering.
Voor het aanslagjaar 2006 moeten de voorafbetalingen geschieden:

voor het eerste kwartaal (VA 1): uiterlijk op 10 april 2006;

http://www.iab-info.be/modules/themes/themesprintarticle.jsp?idarticle=1147937550... 25/05/2006
IAB-info pagina 6 van 9

voor het tweede kwartaal (VA 2): uiterlijk op 10 juli 2006;


voor het derde kwartaal (VA 3): uiterlijk op 10 oktober 2006;
voor het vierde kwartaal (VA 4): uiterlijk op 20 december 2006.

7.3. Berekening vermeerdering in geval van onvoldoende voorafbetaling

De in principe verschuldigde globale vermeerdering wordt verminderd met het totale bedrag van de voordelen
verbonden aan de gedane voorafbetalingen.

Vervolgens wordt het saldo, wat de natuurlijke personen betreft, slechts voor 90 % in aanmerking genomen.

Voor het aanslagjaar 2006 is het bedrag van deze voordelen gelijk aan de som van de volgende producten:

bedrag van VA 1 × 9 %;
bedrag van VA 2 × 7,5 %;
bedrag van VA 3 × 6 %;
bedrag van VA 4 × 4,5 %.

7.4. Voorafbetalingskrediet

Voor de zelfstandige die op dat ogenblik niet over voldoende liquiditeiten beschikt, kan de eerste en belangrijkste
voorafbetaling door een financiële instelling worden geleend.
De interesten die ingevolge deze financiering aan de bank worden betaald, zijn in hoofde van de belastingplichtige
aftrekbaar op voorwaarde dat de voorafbetaling betrekking heeft op beroepsinkomsten.

In deze context is het systeem van voorafbetaling minder interessant voor de zelfstandige die over voldoende
gelden beschikt. Buiten het vermijden van een belastingvermeerdering en het bekomen van een bonificatie brengen
de overgemaakte gelden hem niets meer op. Op deze situatie werd door bepaalde financiële instellingen handig
ingespeeld: een bepaald krediet wordt toegestaan aan de belastingplichtige die tot waarborg van zijn krediet bij
dezelfde bank een belegging plaatst.

Door de combinatie van de twee voormelde overeenkomsten (krediet en belegging) werd door de belastingplichtige
het volgende resultaat bekomen:

aftrekbare beroepskosten (betaalde intresten) ingevolge het krediet voor de gefinancierde voorafbetalingen;
roerende inkomsten, onderworpen aan de bevrijdende roerende voorheffing (15 %) ingevolge de belegging.

7.5. De combinatie van belegging en financiering van voorafbetaling in strijd met de


"anti-misbruik"-bepaling

In antwoord op een parlementaire vraag oordeelt de Minister van Financiën dat het toegestane krediet en de
geplaatste geldbelegging het voorwerp zijn van een en dezelfde transactie. Doordat de interesten van de
kredietovereenkomst als beroepskosten worden afgetrokken, zullen de inkomsten die uit de correlatieve
beleggingsovereenkomst worden verkregen, als belastbare beroepsinkomsten (winsten of baten) worden
gekwalificeerd (toepassing van art. 344 § 1 W.I.B./92) (Parl. Vr. nr. 157 van 20 november 1995, Vr. enAntw.
Kamer 1995-96, 2149).

7.6. Bonificaties

Voor zelfstandigen kan het gedeelte van de voorafbetalingen dat niet nodig is om belastingvermeerdering te
vermijden, aanleiding geven tot een bonificatie, waarbij de oudste stortingen bij voorrang worden aangewend om
vermeerdering te vermijden.

Het bedrag van de bonificatie is voor het aanslagjaar 2007 gelijk aan de som van de volgende producten:

van VA 1 × 4,5 %;
van VA 2 × 3,75 %;
van VA 3 × 3 %;
van VA 4 × 2,25 %.

P.S. Een bonificatie is niet belastbaar.

7.7. Rekeningen

http://www.iab-info.be/modules/themes/themesprintarticle.jsp?idarticle=1147937550... 25/05/2006
IAB-info pagina 7 van 9

De rekeningnummers waarop de voorafbetalingen dienen te gebeuren, zijn:

vennootschappen en intercommunales moeten gebruik maken van de rekening "679-2002330-56" op naam


van de "dienst voorafbetalingen .vennootschappen";
natuurlijke personen moeten gebruik maken van de rekening "679-2002340-66" op naam van de "dienst
voorafbetalingen .natuurlijke personen".

7.8. Volledige decumul

Met ingang van aanslagjaar 2005 worden alle inkomsten van gehuwde belastingplichtigen en wettelijk
samenwonenden gedecumuleerd belast.

In geval van toepassing van het huwelijksquotiënt of toekenning van een meewerkinkomen blijft de oorspronkelijke
kwalificatie van het toegekende of toegerekende inkomen behouden. De toekenning of toerekening gebeurt ook
evenredig op het soort beroepsinkomen waarvan een deel wordt toegekend of toegerekend (art. 89 laatste lid
W.I.B.92).
Door het invoeren van de volledig gescheiden berekening binnen het stelsel van een gemeenschappelijke aanslag,
waarbij verminderingen en verrekeningen per echtgenoot gebeuren, is het ook voor de toepassing van de
belastingvermeerdering of bonificaties bij voorafbetalingen van belang te weten welk soort inkomen wordt
toegekend of toegerekend.
Elke "echtgenoot" zal dus persoonlijk voorafbetalingen moeten/mogen doen rekening houdende met zijn of haar
persoonlijke beroepsinkomsten.

8. Gemiddelde brandstofprijzen 2005

De gemiddelde brandstofprijzen, zoals jaarlijks bekendgemaakt door het Ministerie van Economische Zaken, dienen
als referentie voor diegenen die hun werkelijke autokosten in aftrek kunnen brengen. Personen die echter onder de
toepassing van de 6 BEF per km regel vallen voor gewone woon-werkverplaatsingen, dienen hiermee geen rekening
te houden.

Incl. BTW Excl. BTW


EUR EUR
95 octaan zonder lood 1,0535 1,2747 98
octaan zonder lood 1,0823 1,3096
Diesel 0,8600 1,0406
LPG 0,3599 0,4355

9. Voordeel van alle aard: bedrijfswagens aj. 2007

Het kosteloze privégebruik van een firmawagen door een werknemer of bedrijfsleider wordt beschouwd als een
belastbaar voordeel van alle aard. De belastbare basis bekomt men door het aantal privaat gereden kilometers
(inclusief woon-werkverkeer) te vermenigvuldigen met de tarieven van artikel 18 § 3, 9° van het K.B./W.I.B.92 die
gekoppeld zijn aan het fiscaal vermogen van de wagen. Sinds 1997 zijn de tarieven voor het voordeel van alle aard
voor het gratis gebruik van een bedrijfswagen gekoppeld aan de spilindex.

Een administratieve circulaire van 5 februari 2004 schrijft voor dat - met ingang van 1 januari 2004 - het aantal
privaat gereden kilometers forfaitair zal worden vastgesteld op 5.000 of 7.500 naargelang de afstand tussen de
woonplaats en de vaste plaats van tewerkstelling hoogstens 25 of meer dan 25 kilometer (enkele rit) bedraagt.
Belastingplichtigen die geen woon-werkverplaatsingen maken zijn belastbaar op een voordeel van alle aard dat voor
privéverplaatsingen forfaitair op 5.000 kilometer wordt berekend.

Hierna de tarieven voor zowel aanslagjaar 2006 (inkomsten 2005) als aanslagjaar 2007 (inkomsten 2006)
(K.B. 17 februari 2006, B.S. 23 februari 2006):

Voordeel per afgelegde km


Fiscaal vermogen in PK Geïndexeerd inkomstenjaar Geïndexeerd inkomstenjaar
Basisbedrag in EUR
2005 in EUR 2006 in EUR
4 0,1380 0,1585 0,1617
5 0,1620 0,1861 0,1898
6 0,1790 0,2056 0,2097
7 0,1980 0,2274 0,2320

http://www.iab-info.be/modules/themes/themesprintarticle.jsp?idarticle=1147937550... 25/05/2006
IAB-info pagina 8 van 9

8 0,2160 0,2481 0,2531


9 0,2350 0,2699 0,2753
10 0,2600 0,2987 0,3046
11 0,2850 0,3274 0,3339
12 0,3020 0,3469 0,3539
13 0,3210 0,3687 0,3761
14 0,3330 0,3825 0,3902
15 0,3470 0,3986 0,4066
16 0,3570 0,4101 0,4183
17 0,3640 0,4181 0,4265
18 0,3730 0,4285 0,4370
19 en meer 0,3800 0,4365 0,4452

De fiscaal aanvaarde kilometervergoedingen voor het beroepsgebruik van een privé-auto lopen thans niet meer
gelijk met de tarieven voor het voordeel van een firmawagen en zijn sinds 1 september 2000 vastgelegd op 10 BEF
per kilometer, aangepast tot 10,63 BEF (voor de periode van 1 juli 2001 tot 30 juni 2002) en in euro
uitgedrukt 0,2636 EUR.
De vergoeding voor de periode van 1 juli 2005 tot 30 juni 2006 bedraagt 0,2841 EUR.

Zie ook A. Kiekens, "Forfaitaire vergoedingen voor autokosten die als terugbetaling van kosten eigen aan de
werkgever aangemerkt kunnen worden, beperkt tot 10 BEF per kilometer?", Nieuwsbrief Notariaat Fiscaal 2000,
nr. 16, p. 2.
Ambtenaren krijgen dezelfde vergoeding voor het gebruik van hun eigen wagen in dienst van hun werkgever.

10. Aftrek kosten kinderoppas

In het Belgisch Staatsblad van 3 februari 2000 is het K.B. verschenen over de verhoogde aftrek van de uitgaven
voor kinderoppas. Het maximaal aftrekbare bedrag bedraagt 11,20 EUR per dag dat het kind bij de kinderoppas
verblijft. De verhoging geldt vanaf aanslagjaar 2000 (inkomsten van 1999) en het aftrekbare bedrag is met ingang
van aanslagjaar 2001 (inkomsten van 2000) niet langer onderworpen aan de aftrekbepaling tot 80 %.

Ingevolge artikel 170 van de Wet van 27 december 2005 houdende diverse bepalingen (B.S., 30 december 2005)
werd de reglementering inzake aftrek van kosten voor kinderoppas (art. 113 § 1 W.I.B. 92) vanaf
aanslagjaar 2006 grondig gewijzigd. Voortaan komen ook de uitgaven die betrekking hebben op "het vergoeden
van kinderoppas buiten de normale lesuren tijdens hetwelk het kind onderwijs volgt" (naschoolse opvang - ook
tijdens de vakanties) voor aftrek in aanmerking, en dit voor kinderen tot 12 jaar (100 % aftrekbaarheid met een
maximum van 11,20 EUR per dag en per kind).

11. Voor beslag of overdracht vatbare bedragen

De bedragen die niet voor beslag vatbaar en niet overdraagbaar zijn, worden verhoogd (K.B. van 6 december 2000,
B.S. 14 december 2000). De in de wet genoemde basisbedragen (art. 1409 § 1 en § 1bis Ger.W.) van 27.000,
29.000, 32.000 en 35.000 BEF worden vanaf 1 januari 2006 gebracht op 907 EUR, 974 EUR, 1.075 EUR,
1.175 EUR. Die bedragen zijn te verhogen met 56 EUR per kind ten laste. (K.B. 7 december 2005, B.S.
15 december 2005).

12. Vennootschapsbelasting: verlaagd tarief

Om in aanmerking te komen voor het verlaagd opklimmend tarief moet een vennootschap onder meer aan ten
minste één van haar bedrijfsleiders een bepaalde minimumbezoldiging toekennen ten laste van het resultaat van
het belastbaar tijdperk (art. 215 lid 3, 4° W.I.B. 92).

Bij Wet van 8 januari 2004 (B.S., 26 januari 2004) werd het bedrag van deze minimumbezoldiging opgetrokken
van 24.500 EUR naar 30.000 EUR voor aanslagjaar 2006 (inkomsten balans 2005) (resp. 33.000 EUR voor
aanslagjaar 2007 en 36.000 EUR voor aanslagjaar 2008).

13. Aftrek voor risicokapitaal -f aj. 2007

De belangrijkste fiscale maatregel van het jaar 2005 voor vennootschappen is de invoering van de belastingaftrek
voor risicokapitaal.
Zie ook Anne Van de Vijver, "De notionele interestafrek", in Nieuwsbrief Notariaat 2006, nr. 7.

http://www.iab-info.be/modules/themes/themesprintarticle.jsp?idarticle=1147937550... 25/05/2006
IAB-info pagina 9 van 9

Voor aanslagjaar 2007 bedraagt het in artikel 205quater § 2 W.I.B. bedoelde tarief 3,442 % (Bericht B.S.,
16 januari 2006). Voor kleine vennootschappen wordt het tarief verhoogd tot 3,942 %.

publication origin : [9]

Venster sluiten

http://www.iab-info.be/modules/themes/themesprintarticle.jsp?idarticle=1147937550... 25/05/2006