Você está na página 1de 41

SAMENVATTING RECHT

1. BURGERLIJK EN HANDELSRECHT 1.1 Bronnen van het recht Met bronnen van het recht bedoelen we hoe het huidige recht tot ons gekomen is en hoe het verder evolueert. Maw wat ligt er aan het ontstaan van ons recht. Traditioneel kunnen volgende bronnen opgesomd worden:

Grondwet Is de basiswet waarop alle andere wetten steunen of uit voortvloeien; zie ook 1.2

Wetten decreten - ordonnanties Wetten, decreten, ordonnanties: zij worden afgekondigd en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De wet is een bindend rechtsregel, opgelegd door de wetgevende macht (Kamer van Volksvertegenwoordigers en Senaat en bekrachtigd door de Koning). Er zijn soorten wetten: de dwingende wetten (deze moeten nageleefd worden, zoals bv van openbare orde en goede zeden); aanvullende wetten (deze zijn slechts geldig voor zover de partijen zelf geen ander overeenkomst hebben gesloten). Decreten worden uitgevaardigd op het vlak van gemeenschappen en de gewesten (door Vlaamse Raad, Franse Gemeenschapsraad, Waalse Gewestraad en de Raad van de Duitstalige Gemeenschap). Ordonnanties worden uitgevaardigd door de Brusselse Hoofdstedelijke Raad. Uitvoerende macht = de regeringen = ev. wetsontwerpen = zorgt ervoor dat de beslissingen van de parlementen (wetgevende macht) wordt uitgevoerd dmv besluiten. Wordt tevens gecontroleerd door haar parlement (wetgevende macht).

Gewoonten en gebruiken Gewoonten en gebruiken. Deze zijn gegroeid uit de manier van handelen van het volk. Bijvoorbeeld bij een openbare verkoop van onroerende goederen wordt in bepaalde verkoopzalen nog steeds gewerkt met een kaars. Is de vlam gedoofd dan wordt het goed toegewezen aan de laatste en hoogste bieder.

Rechtspraak Door de rechters wordt een verklaring gegeven van de geschreven wettekst door middel van hun vonnissen en arresten en in functie van de veranderende omstandigheden in de maatschappij letter en de geest van de wet. De rechtbanken spelen een grote rol bij de interpretatie van de wetten, vooral als ze getoetst worden in concrete situaties. Dan gaan ze niet alleen de wetten interpreteren, maar ook aanvullen of uitleggen.

Rechtsleer Dit zijn studies en commentaren van rechtsgeleerden die tot nieuwe of gewijzigde wetten aanleiding geven.

Verordeningen en richtlijnen In de Europese Unie vormt de Europese Ministerraad het zwaartepunt van de wetgevende macht. Een verordening van deze raad is rechtstreeks bindend zonder dat de lidstaten nationale uitvoeringsbesluiten moeten uitvaardigen. Richtlijnen daarentegen moeten wel in nationale wetgeving worden omgezet.

Samenvatting Recht

blz. 1

Internationale verdragen vb. Europese verdragen zoals het 'Europese verdrag van de rechten van de mens' en het 'Internationaal verdrag inzake de rechten van het kind'.

Het recht kan verder onverdeeld worden in het volgende: 1) Nationaal privaatrecht: tussen burgers onderling - burgerlijk recht: regelt rechtsverhoudingen inzake hun persoon, goederen, bekwaamheid, - handelsrecht: regelt daden als handelaar zoals winkel huren, oprichten en uitbaten, 2) Nationaal publiekrecht: tussen burgers en overheid - strafrecht - grondwettelijk recht: regelt staatsstructuur, -machten en de grondrechten en plichten tegenover de staat - fiscaal recht: regelt soorten belastingen, aangifte inkomsten en belast worden 3) Sociaal-economische recht - sociaalzekerheidsrecht: organisatie sociale zekerheid, sectoren, relaties begunstigden igv ziekte en invaliditeit, werkloosheid, pensioenen, - arbeidsrecht: verhouding tussen werkgevers en nemers via wetten arbeidsovereenkomsten, arbeidsreglementering, - economisch recht: reglementeren beroepsleven handelaren en ambachtsmensen, bv. wet op handelspraktijken, voorlichting consument, vestigingswet, 1.2 De grondwet en de staatsstructuur De grondwet = basiswet waarop alle ander wetten steunen of uit voortvloeien. Ze regelt het grondgebied, de grondbeginselen van de staatsstructuur, de inrichting en de werking van de 3 staatsmachten en de grondwettelijke vrijheden van de burgers. De grondwet staat boven de gewone wet en kan alleen volgens een speciale procedure gewijzigd worden. Deze grondwet ontstond in een periode van reactie tegen vormen van absoluut bewind en misbruik van macht. Bijgevolg is de grondwet zeer duidelijk wat betreft: a) koning en ministers De uitvoerende macht berust bij de Koning. Hij neemt de besluiten (KB) die voor de uitvoering van de wetten nodig zijn. Geen akte van de Koning kan gevolgen hebben dan indien zij mede ondertekend is door de Minister. De persoon van de Koning is onschendbaar. Zijn ministers zijn verantwoordelijk voor het Parlement. In het totaal zijn 25 artikels gewijd aan de rol van de koning op een totaal van 140. b) scheiding der machten De grondwet voorziet uitdrukkelijk dat alle machten uitgaan van de natie (= het volk). De wetgevende macht wordt uitgeoefend door de Koning, de Kamers van volksvertegenwoordiging en de Senaat. De uitvoerende macht berust bij de Koning en zijn Ministers. De rechterlijke macht wordt uitgeoefend door de hoven en rechtbanken. Elke macht oefent zijn bevoegdheden autonoom uit en zij gaan in elkaars bevoegdheden niet tussenkomen. c) grondwettelijke vrijheden Politieke rechten: kiesrecht vanaf 18 jaar en verkiesbaarheid Publieke rechten: alle belgen zijn gelijk voor de wet; persoonlijke vrijheden: onschendbaarheid van de woning, bescherming vh eigendomsrecht, briefgeheim, eerbiediging van het privleven

Samenvatting Recht

blz. 2

sociale vrijheden: vrijheid van godsdienst, onderwijs, pers, taal, vereniging, vreedzaam en ongewapend vergaderen en recht op een menswaardig bestaan.

Voor het overige handelt de grondwet nog uitvoerig over het grondgebied van het Koninkrijk en de bevolking, vooral over het feit wie is Belg en hoe men het kan worden. De staatsstructuur: door staatshervormingen is Belgie een federale staat geworden. Dat wil zeggen dat er nog een federale regering en een parlement bestaat, maar dat ook de gemeenschappen en de gewesten door een eigen regering en een eigen parlement verregaande bevoegdheden uitoefenen voor hun gemeenschap of gewest. Er zijn drie machten in Belgi, de wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechterlijke macht. Belgi telt drie Gemeenschappen : de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap. De Gemeenschappen, die op basis van de bevolking gevormd worden, zijn bevoegd voor cultuur, onderwijs en de zogenoemde persoonsgebonden materies. Dat zijn beleidszaken waarbij de dienstverlening van de overheid nauw samenhangt met de taal waarin dat moet gebeuren, de gezondheidszorg bijvoorbeeld, of de jeugdbescherming. Daarnaast telt Belgi ook drie Gewesten: Het Vlaamse Gewest, Het Waalse Gewest en Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De Gewesten, die delen zijn van het Belgisch grondgebied, zijn bevoegd voor een aantal beleidszaken van economische aard, zoals o.a. ruimtelijke ordening, leefmilieu, huisvesting, openbare werken en vervoer. Ze zijn ook verantwoordelijk voor het toezicht op de gemeenten, deprovincies en de intercommunales. Elke Gemeenschap en elk Gewest beschikt over een eigen rechtstreeks verkozen parlement en een eigen regering. De

Vlaamse Overheid bestaat uit de Vlaamse Raad, de Vlaamse regering, het ministerie van openbare instellingen.
heet:

de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Het parlement van de

Vlaamse Gemeenschap Vlaams Gewest Franse Gemeenschap Waals Gewest Duitse Gemeenschap Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Vlaamse Raad Vlaamse Raad


Franse Gemeenschapsraad Waalse Gewestraad Duitstalige Gemeenschapsraad Brussels Hoofdstedelijke Raad

Belgi telt tien provincies: West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Antwerpen, Limburg , Vlaams-Brabant, WaalsBrabant, Henegouwen, Namen, Luxemburg, Luik. Het grondgebied van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest valt buiten de indeling van Belgi in provincies. De provincies zijn autonome instellingen die verantwoordelijk zijn op hun grondgebied voor alles wat van provinciaal belang is, dus alles wat in het belang van de provincie moet gebeuren en niet valt onder het algemeen belang van de federale Staat, de gemeenschappen of de Gewesten, of onder het gemeentelijk belang. Hoewel ze autonome instellingen zijn, staan de provincies onder toezicht van de federale Staat, van de Gemeenschappen en (vooral) van de Gewesten. Elke provincie heeft een Provincieraad, waarvan de leden rechtstreeks en voor zes jaar gekozen worden. De Provincieraad duidt onder zijn leden zes bestendigde afgevaardigden aan, die dan de Bestendige Deputatie vormen. De Bestendige Deputatie oefent uiteenlopende bevoegdheden uit en staat in voor het dagelijkse bestuur. Zo heeft ze o.m. de bevoegdheid om vergunningen af te leveren voor de exploitatie van industrile, ambachtelijke, commercile en landbouwvestigingen die risico's inhouden of schadelijk zijn en die dan ook gecontroleerd moeten worden. De Bestendige Deputatie wordt voorgezeten door de Provinciegouverneur. Deze wordt niet verkozen maar,

Samenvatting Recht

blz. 3

onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Binnenlandse Zaken, benoemd en afgezet door de Koning. Hij beschikt over een reeks bevoegdheden inzake veiligheid en ordehandhaving. Belgie telt 589 gemeenten. Aan het hoofd van de gemeente staat een burgemeester. Hij is voorzitter van het College van Schepenen en Burgemeester. Het College van Schepenen en Burgemeester wordt door en uit de Gemeenteraad (7 tot 55 leden, afhankelijk van het aantal inwoners) gekozen. De gemeentelijke autonomie is in Belgi heel belangrijk. De gemeentelijke bevoegdheden zijn dan ook erg ruim en omvatten alles wat te maken heeft met het zogenoemde "gemeentelijk belang" (= de collectieve noden van de inwoners). In theorie kan een gemeente alles doen wat haar niet is verboden. Ze is bevoegd voor openbare werken, sociale bijstand, ordehandhaving, huisvesting, onderwijs, enz. De Gemeenteraad regelt alles wat van "gemeentelijk belang" is, door middel van gemeentereglementen. Naar gelang van de uitgeoefende bevoegdheden staan de gemeenten onder toezicht van resp. De federale Staat, de Gemeeschappen of de Gewesten

Wetgevende macht : maakt de wetten koning Federaal parlement Kamer van Volksvertegenwoordigers (150 leden) Senaat (71 leden)

Ondertekent de wet
samen met n of meerdere ministers

Politieke controle: goedkeuren van doet wetsvoorstellen

Treedt op tussen belangenconflicten tussen begrotings- en rekeningswetten en controle het federale parlement en de parlementen (= raden) van de deelstaten op federale regering

kondigt de wet af in het


Belgisch Staatsblad

keurt wetsontwerpen van de regering


Wijzigen de grondwet keuren internationale verdragen goed wijzigen bijzondere wetten wetgeving die de betrekkingen tussen de federale staat, de gemeenschappen en de gewesten regelt

Uitvoerende macht: staat in voor de uitvoering van de wetten koning Ministers (een minister leidt een federale overheidsdienst Maken de koninklijke en ministerile besluiten noodzakelijk voor de praktische uitvoering van de wetten dienen wetsontwerpen in bij het parlement stellen jaarlijks de begroting op en leggen deze voor ter goedkeuring aan het parlement

Samenvatting Recht

blz. 4

Rechterlijk macht Rechtbanken en gerechtshoven De eigenlijke taak van de rechtbanken is het toepassen van de wetgeving op de individuele gevallen. De uitspraak is alleen bindend voor de personen die in het geding betrokken waren en geldt niet voor soortgelijke gevallen en kan rechters van een andere plaats niet binden. De rechtbank veroordeelt strafbare daden en beslecht geschillen, dit kunnen in de ruime zin van het woord commercile, sociale, administratieve zaken zijn.

1.3

De persoon als lid van Een gezin Als lid van een gezin wordt jouw identiteit bepaald door een naam (een familienaam om je te onderscheiden van je medeburgers, een naam om je te onderscheiden van je familie), een woonplaats (hoofdverblijfplaatsbetreft de uitoefening van zijn burgelijke rechten en verblijfplaats is waar men werkelijkheid vertoeft) en nationaliteit (= de rechtband die een natuurlijk persoon met het land bindt hieruit ontstaan rechten en plichten). Een familie Bloedverwantschap is de juridische band tussen personen die ofwel van elkaar afstammen, ofwel van een gemeenschappelijke stamouder afstammen. De afstand tussen twee personen van eenzelfde familie wordt de graad van bloedverwantschap. De opvolging van graden noemen een lijn. Een rechte lijn: vader, grootvader. Een zijlijn: oom, tante. Aanverwantschap is de juridische band die ontstaat door huwelijk: schoonouders (rechte lijn) en schoonzusters (zijlijn) Van de gemeenschap Voor alle belangrijke rechtsfeiten in het leven van de natuurlijke personen wordt een akte opgemaakt door de ambtenaar van burgerlijke stand: geboorte, huwelijk, echtscheiding, overlijden, ... Bij een geboorte wordt de aangifte gedaan door n vd ouders of beiden bij de ambtenaar op de geboorteplaats van het kind binnen de 15 dagen na geboorte.

1.4 Huwelijksgoederenstelsels Naast persoonlijk aspect is er belangrijk zakelijk aspect ivm de goederen van de aanstaande trouwers eenmaals ze getrouwd zijn en hoe gebeurd het verweren, het behoud en het verzaken van goederen in het huwelijk voor beide partners? Tegenwoordig beter omschreven als het huwelijksvermogenstelsel. Dit huwelijksvermogen is des te meer belangrijk omdat bij een eventuele scheiding een exacte en eerlijke verdeling moet gemaakt worden van ieder zijn bezittingen. Soorten stelsels In Belgi hebben de partners volledige vrijheid in de keuze van de partner en de keuze waarop zij hun bestaande en toekomstige vermogens zullen samenbrengen in het huwelijk. Daartoe kan gekozen worden uit 3 stelsels: het wettelijk stelsel, het gemeenschappelijk stelsel en de scheiding van goederen. Dit kan gebeuren via het al of niet afsluiten van een speciaal huwelijkscontract waarbij afgeweken wordt van het door de wet voorziene stelsel. In het huwelijkscontract kan allerlei specifieke wensen concretiseerd worden welke het beste past.

Samenvatting Recht

blz. 5

Wettelijk stelsel Het principe van dit stelsel rust op de erkenning van 3 afzonderlijke vermogens: dit van de man, dit van de vrouw en dit welke gemeenschappelijk is. Elk vermogen vormt een afzonderlijk bezit bestaande uit goederen, rechten, schuldvorderingen, maar ook schulden. Elk echtgenoot beslist vrijelijk over het zijne en gezamenlijk over het gemeenschappelijke. Eigen vermogen: alle goederen, vorderingen en schulden voor het huwelijk en tevens de goederen die verworven worden door schenking, erfenis of testament. Gemeenschappelijk vermogen: inkomsten die de echtgenoten beroepshalve verdienen en opbrengsten die hun eigen vermogens opleveren. Tevens ook de schenkingen of erfenissen aan beide en goederen waarvan niet uitgemaakt kan worden aan wie ze eigenlijk behoren. Eigen schulden: dezelfde regels als voor het vermogen. Ieder behoudt zijn eigen schulden van voor het huwelijk, alsook de schulden verworven tengevolge een schenking of erfenis ten persoonlijke titel. Ook de schulden aangegaan door n der echtgenoten in het belang van zijn eigen vermogen blijven persoonlijk. Ook de schulden tengevolge van een veroordeling of onrechtmatige daad blijven persoonlijk. Gemeenschappelijke schulden: samen aangegaan, aangegaan ten behoeve van de huishouding en de opvoeding der kinderen, aangegaan in het belang van het gemeenschappelijk vermogen, ontstaan door gemeenschappelijke giften, schenkingen of legaten, ontstaan op grond van onderhoudsgeld tegenover bloedverwanten in nederdalende lijn, deze welke niet gendividualiseerd kunnen worden. Rechten schuldeisers: kunnen hun rechten enkel uitoefenen op het vermogen van man / vrouw indien deze individueel werden aangegaan. Voor gemeenschappelijke schulden kan het gemeenschappelijk vermogen aangesproken worden, hetzij ieders vermogen afzonderlijk. Bestuur gemeenschappelijk vermogen: alle daden die ertoe strekken de goederen te beheren, zoals aankopen, verkopen, lenen, schenken enz. In deze gevallen moeten beide echtgenoten gelijktijdig en gezamenlijk optreden. Gemeenschappelijk stelsel Hierbij wordt afgeweken van het strikte wettelijk stelsel in de mate dat de huwelijkpartners specifieke wijzigingen kunnen opnemen via een huwelijkscontract, om hun tegenwoordige en toekomstige goederen in de algemene gemeenschap te brengen. Scheiding van goederen Hierbij kan gekozen worden om via een huwelijkscontract een totale scheiding van goederen te bedingen. In dit geval bestaat er geen gemeenschappelijk vermogen meer en de goederen zullen bijgevolg enkel nog toebehoren aan hetzij man of vrouw. Opgelet: gezamelijke aankopen kan nog, maar dan zijn ze mede-eigenaar en bestaat er een band van onverdeeldheid. In de praktijk zijn het vooral handelaars die een stelsel van volledige scheiding van goederen verkiezen. 1.5 De voornaamste contracten Het koopcontract Definitie Het koopcontract is een verbintenis waarbij een partij de eigendom van een zaak overdraagt aan de andere partij, die daarvoor een prijs betaalt. Essentieel in de koop is: - overdracht van eigendom - betalen van een geldprijs Wanneer is de koop gesloten? Wanneer beide partijen zich akkoord verklaren over de zaak en de prijs. Enmaal gebeurd moet automatisch de overdracht van eigendom volgen alsook de betaling.

Samenvatting Recht

blz. 6

Vorm van de koop: geen enkele voorwaarde vereist, maar in vele gevallen zal men voor roerende goederen een geschreven tekst opstellen om over een bewijsmiddel te beschikken. Bij een koop van onroerende goederen (huis, grond) openbaar of uit de hand wordt overgeschreven bij de hypotheekbewaarder. Hiervoor is een authentieke akte vereist, meestal een notarile akte. Opgelet! Indien geen geldprijs bedongen, heeft men het over een schenking of een ruil. Overdracht van eigendom kan slechts geschieden door de koop, schenking of testament. Geldigheid Om geldig te bestaan moet het contract voldoen aan de volgende geldigheidseisen. 1) Toestemming: zodra partijen het eens zijn over de zaak en de prijs is de koop voltrokken. Deze is echter ongeldig indien de toestemming gegeven is door het volgende: door dwaling, door geweld, afpersing of door bedrog. 2) Bekwaamheid: kunnen kopen en verkopen zijn al diegenen aan wie de wet het niet verbiedt. De wet sluit dus de gekende handelsonbekwamen uit, denk hierbij bv. aan minderjarigen. 3) Voorwerp: - om geldig te zijn moet er een zaak zijn. - daarenboven moet deze zaak bestaan of kunnen bestaan ( huis op plan kopen, oogst dat nog gezaaid moet worden). - de zaak moet in de handel zijn (moet legaal te verkrijgen zijn: mag bv niet drugs, bedorven voedingswaren) - de zaak moet eigendom zijn van de verkoper. 4) Geoorloofde oorzaak: de oorsprong van de koop moet geoorloofd zijn (het mag niet gestolen waar zijn) Gevolgen Zodra een verkoper zich verbindt een goed over te dragen aan een koper die ermee akkoord gaat de daarvoor bepaalde prijs te betalen, is de verkoop gesloten en zijn beide partijen gebonden. Tenietgaan Alle verkoopvoorwaarden die de koper te sterk benadelen tegenover de verkoper, kunnen door de rechter nietig worden verklaard. De wet bevat een lijst met voorwaarden die verboden zijn, bijvoorbeeld: de wettelijke waarborg voor verborgen gebreken op te heffen of te verminderen, een onredelijke korte termijn, in geval betwisting de consument doen afzien van elk middel tot verhaal tegen de verkoper, de consument verbieden de ontbinding van de overeenkomst te vragen ingeval de verkoper zijn verbintenis niet nakomt, ... Rechten en verplichting van de verkoper 1) Levering:de verkoper moet de zaak ter beschikking stellen. De levering is de zichtbare overdracht. De verkoper is niet verplicht de zaak te leveren als de betaling nog niet gebeurd is (dit noemt men retentierecht of recht van terughouding op de zaak). 2) Vrijwaring: a) de koper het ongestoorde bezit van de verkochte zaak verzekeren (onbeschadigd leveren, dieren moet verzorgd en gevoederd worden). zaak opeist, eigendom bezit, enz.. b) de koper beschermen tegen verborgen gebreken van die zaak of tegen Bovendien moet de verkoper kunnen verzekeren dat er niemand anders opduikt die n of ander recht op de

koopvernietigende gebreken = garantie. Het moet gaan over gebreken die de koper zelf niet had kunnen waarnemen. De koper moet dat binnen een bepaalde termijn melden.

Samenvatting Recht

blz. 7

Rechten en verplichting van de koper 1) Prijs betalen: de prijs betalen volgens de voorwaarden vermeld in het contract. 2) Zaak in ontvangst nemen: de goederen aanvaarden Het huurcontract Definitie Een huurcontract is een verbintenis tussen de verhuurder (die zich ertoe verbindt het gebruik of het genot van een (on)roerend goed of een deel ervan af te staan voor een bepaalde duur tegen een bepaalde prijs) en de huurder (die betaalt). Volgende mogelijkheden worden hierbij onderscheiden: de huur van goederen en de huur van diensten. Kenmerken: - de huur is een contract onder bezwarende titel = beide partijen beogen een voordeel. De huurder krijgt het genot van andermans zaak doch moet hiervoor een prijs betalen. - de huur is een wederkerig contract = beide partijen gaan een verbintenis aan waarbij de ene het genot van het goed levert en de andere betaalt een prijs. Huurovereenkomsten die onder de woninghuurwet (= hoofdverblijfplaats) vallen, moeten verplicht schriftelijk worden opgesteld. In andere gevallen is een geschrift als zodanig niet vereist om te huren. Geldigheid Een huurovereenkomst bestaat zodra een persoon (de verhuurder, die meestal ook de eigenaar is) het gebruik of genot van een woning verhuurt aan een andere persoon (de huurder). In ruil betaalt de huurder een huurprijs aan de verhuurder. Elke meerderjarige persoon (ouder dan 18 jaar) en elke ontvoogde minderjarige kunnen een geldige huurovereenkomst sluiten. Een bestaande overeenkomst tussen huurder en verhuurder kan schriftelijk of mondeling zijn vastgelegd. Vanaf 15 juni 2007 moet iedere huurovereenkomst echter verplicht schriftelijk worden afgesloten. Elke partij moet een exemplaar van deze overeenkomst krijgen. In de praktijk zullen er dus altijd minstens drie exemplaren nodig zijn: een voor de huurder, een voor de verhuurder en een voor de verplichte registratie van het contract. Mondelinge huurcontracten die al vr 15 juni 2007 zijn afgesloten blijven geldig, maar zowel de huurder als de verhuurder kan van de tegenpartij eisen dat de overeenkomst alsnog schriftelijk wordt vastgelegd. Dit gebeurt door de tegenpartij per aangetekende brief of bij deurwaardersexploot in gebreke te stellen Tenietgaan Is het verhuurde goed door toeval tijdens de huurtijd volledig tenietgegaan, dan is het huurcontract van rechtswege ontbonden. Door gerechtelijke ontbinding, als n van beide partijen haar verbintenissen niet nakomt. Door onderling akkoord van de partijen zoals dit het geval is bij iedere wederkerige overeenkomst. Verplichtingen verhuurder Hieronder worden bepalingen weergegeven van het "gemene" huurrecht. Dat wil zeggen dat de partijen er meestal in het huurcontract van kunnen afwijken. Dit in tegenstelling tot de bepalingen van de Woninghuurwet waar men niet kan van afwijken.

Samenvatting Recht

blz. 8

De verhuurder moet de woning in goede staat afleveren. De verhuurder moet de woning bij het begin van de huur "in goede staat van onderhoud" leveren. De verhuurder moet er dus voor zorgen dat de nodige herstellingen en onderhoudswerken (vb. schilderen, behangen,) zijn gebeurd wanneer de huurder er gaat wonen. Zo moet de woning (volgens de Woninghuurwet) altijd voldoen aan de elementaire vereisten van veiligheid, gezondheid en bewoonbaarheid. De verhuurder kan de bepaling ook enkel inroepen voor de "zichtbare" toestand van de woning. Dit betekent dat wanneer bepaalde gebreken van de woning pas na een tijdje zichtbaar worden, de verhuurder zich niet op deze bepaling zal kunnen beroepen. Als de verhuurder de woning niet in goede staat levert, kan de huurder uiteraard stappen ondernemen: - de huurder kan de ontbinding van de huurovereenkomst (met schadevergoeding) vragen - de huurder kan stoppen met het betalen van de huur zolang de verhuurder in gebreke blijft - de huurder kan aan de rechter toelating vragen om zelf de nodige werken (op kosten van de verhuurder) te laten uitvoeren - de huurder kan aan de rechter vragen dat de verhuurder de nodige werken uitvoert.

De verhuurder moet (op vraag van de huurder) een plaatsbeschrijving opmaken. De verhuurder moet de woning onderhouden en herstellen. Ook tijdens de duur van de overeenkomst moet de verhuurder het goed onderhouden. Dat betekent dat hij ook bepaalde herstellingen moet uitvoeren. De verhuurder kan uiteraard maar herstellingen doen als hij weet dat er iets beschadigd is. Daarom moet de huurder aan de verhuurder melden dat er bepaalde herstellingen nodig zijn. Doet hij dat niet dan riskeert hij een schadevergoeding te moeten betalen aan de verhuurder. De verhuurder moet enkel de "nodige herstellingen" doen. Onder dit ruime begrip vallen o.a. herstellingen aan de muren, deuren, trappen, dak(goten), vloeren,

De verhuurder moet de privacy van de huurder respecteren. De verhuurder mag niet zomaar zijn woning betreden. Hij mag alleen binnen als hij daar een goede reden voor heeft. Zo kan hij bijvoorbeeld op het einde van de huur langskomen met nieuwe huurders. De verhuurder mag ook binnenkomen om na te gaan of er geen dringende herstellingen nodig zijn en om dringende herstellingswerken te doen. Het is echter vereist dat het om echt dringende werken gaat. Schilderen en behangen omdat er een nieuwe huurder komt is bijvoorbeeld geen dringende herstelling. Dringende herstellingen zijn werken die niet meer tot na het einde van de huur kunnen worden uitgesteld. Als de dringende herstellingen langer dan veertig dagen duren, heeft de huurder recht op een vermindering van de huurprijs. Wordt de woning onbewoonbaar door de dringende werken dan kan de huurder het huurcontract laten ontbinden.

De verhuurder mag de gedaante van de woning niet veranderen. De verhuurder mag niet zomaar de vorm of de gedaante van de woning veranderen. Grote werken die het uitzicht van de woning veranderen zijn verboden tijdens de huurtijd. Dit is logisch. De huurder heeft het huurcontract gesloten met het oog op een bepaalde woning. Als die woning helemaal verandert, kan hij niet verplicht worden verder te blijven huren.

De verhuurder moet de huurder beschermen tegen "de rechtsstoornissen van een derde". Dit betekent bijvoorbeeld dat de verhuurder de huurder moet beschermen tegen een derde die beweert dat hij bepaalde rechten op het gehuurde goed heeft.

De verhuurder moet de "verborgen gebreken" van de woning verhelpen. De verhuurder moet ervoor zorgen dat er geen (verborgen) gebreken zijn die het gebruik van het verhuurde goed verhinderen. Als de huurder tijdens de huur bijvoorbeeld vaststelt dat de zekering afspringt wanneer hij zijn wasmachine aanzet, dan is dit een verborgen gebrek. Toen hij de woning bent ging bekijken om ze te huren, is dit gebrek immers voor hem verborgen gebleven. Hij stelt het pas vast zodra hij erin woont (en begint te wassen). Als hij had geweten dat de elektriciteitsleidingen onvoldoende sterk waren, had hij waarschijnlijk geen (of een ander) huurcontract gesloten. Zelfs wanneer de verhuurder het gebrek bij het begin van de huur niet kende, is hij verplicht om het te verhelpen. Indien door de gebreken enig verlies voor de huurder is ontstaan, moet de verhuurder hem daarvoor schadeloos stellen.

Samenvatting Recht

blz. 9

Rechten verhuurder - De huurder moet de huurprijs betalen. Deze verplichting is een logisch gevolg van de huurovereenkomst. De verhuurder stelt iets ter beschikking van de huurder en ontvangt in ruil daarvoor een som geld. Meestal is in het huurcontract bepaald wanneer de huur uiterlijk moet worden betaald. Indien de huurder niet betaalt, kan de verhuurder stappen ondernemen. - De huurder kan niet beletten dat er een "plaatsbeschrijving" wordt opgemaakt. Om oeverloze discussie te vermijden (omtrent welke beschadigingen reeds bestonden voor u in het huis ging wonen) kan u best een plaatsbeschrijving opmaken. Hierin neemt u alle reeds bestaande beschadigingen op. Op het einde van de huur kan u dan de begintoestand van de woning (vastgelegd in de plaatsbeschrijving) vergelijken met de eindtoestand van de woning. Als u besluit om uw plaatsbeschrijving zelf op te maken, let er dan op dat u dit zeer gedetailleerd en nauwgezet doet. Iedere partij kan eisen dat er in het bijzijn van de beide partijen een gedetailleerde plaatsbeschrijving wordt opgemaakt. Ieder betaalt daarbij de helft van de kosten. - De huurder moet in de woning voldoende meubelen (en huisraad) plaatsen. - De huurder moet de woning "normaal" gebruiken. De wet bepaalt dat de huurder de woning moet gebruiken als "een goed huisvader en overeenkomstig haar bestemming". Dit betekent dat hij de woning "normaal" moet gebruiken. Zo zal de huurder de woning moeten verwarmen, schoonmaken, verluchten en de nodige herstellingen doen. De huurder moet de woning ook "volgens haar bestemming" gebruiken. Zo kan een huurder een woonhuis niet zomaar gebruiken als winkel. De huurder mag in de woning wel bepaalde (kleine) veranderingen aanbrengen zolang hij de globale inrichting of structuur van de woning niet verandert. - De huurder moet de woning op het einde teruggeven in goede staat. - De huurder is aansprakelijk voor brand. De huurder is aansprakelijk voor brand tenzij hij bewijst dat de brand buiten zijn schuld is ontstaan. Zo is de huurder niet aansprakelijk als de brand is ontstaan door: overmacht (bijvoorbeeld een blikseminslag), fout van een derde (bijvoorbeeld kinderen die met lucifers speelden) , slechte toestand van de woning (bijvoorbeeld kortsluiting door slechte elektriciteitsleidingen) . Opmerking : Sommige huurders vragen om hun aansprakelijkheid voor brand in het contract uit te sluiten of te beperken. Als verhuurder gaat u hier best niet op in wanneer u zelf een brandverzekering voor de woning hebt afgesloten. Door de aansprakelijkheid van de huurder contractueel uit te sluiten, kan u immers problemen krijgen met uw brandverzekering. Opmerking : U kan als verhuurder de aansprakelijkheid van de huurder voor brand uitbreiden. Rechten huurder Hieronder worden bepalingen weergegeven van het "gemene" huurrecht. Dat wil zeggen dat de partijen er meestal in het huurcontract van kunnen afwijken. Dit in tegenstelling tot de bepalingen van de Woninghuurwet waar men niet kan van afwijken. Recht op een woning in goede staat. Recht op een plaatsbeschrijving. Recht op onderhoud en herstelling van de woning. Recht op privacy. Recht op een onveranderde woning. Recht op bescherming tegen 'de rechtsstoornissen van een derde'.

- Recht op verhelping van 'verborgen gebreken' van de woning. Verplichtingen huurder 1. De huurder moet de huurprijs betalen. Deze verplichting is een logisch gevolg van de huurovereenkomst. De verhuurder stelt iets ter beschikking van de huurder en ontvangt in ruil daarvoor een som geld.

Samenvatting Recht

blz. 10

2. De huurder is aansprakelijk voor brand. De huurder is aansprakelijk voor brand tenzij hij bewijst dat de brand buiten zijn schuld is ontstaan. Zo is de huurder niet aansprakelijk als de brand is ontstaan door: overmacht (bijvoorbeeld een blikseminslag), fout van een derde (bijvoorbeeld kinderen die met lucifers speelden), slechte toestand van de woning (bijvoorbeeld kortsluiting door slechte elektriciteitsleidingen). Opmerking: de huurder kan zijn aansprakelijkheid voor brand in het contract uitsluiten of beperken. De verhuurder kan de aansprakelijkheid van de huurder uitbreiden. 3. De huurder moet in de woning voldoende meubelen (en huisraad) plaatsen. 4. De huurder moet de woning "normaal" gebruiken. De wet bepaalt dat de huurder de woning moet gebruiken als "een goed huisvader en overeenkomstig haar bestemming". Dit betekent dat hij de huurwoning "normaal" moet gebruiken. Zo zal de huurder de woning moeten verwarmen, schoonmaken, verluchten en de nodige herstellingen doen. De huurder moet de huurwoning ook "volgens haar bestemming" gebruiken. Zo kan een huurder een woonhuis niet zomaar gebruiken als winkel. De huurder mag in de woning wel bepaalde (kleine) veranderingen aanbrengen zolang hij de globale inrichting of structuur van de woning niet verandert. 5. De huurder moet de woning op het einde teruggeven in goede staat. Woninghuurwet De Woninghuurwet is van toepassing als drie voorwaarden zijn voldaan: Er moet een huurovereenkomst (mondeling of schriftelijk) betreffende een woning zijn. De gehuurde woning moet door de huurder tot zijn "hoofdverblijfplaats" bestemd worden. De "hoofdverblijfplaats" is de plaats waar men slaapt, eet, zich ontspant,... Er moet toestemming van de verhuurder zijn om de gehuurde woning tot "hoofdverblijfplaats" te bestemmen. Bij het begin van de huur kan deze toestemming uitdrukkelijk of stilzwijgend worden gegeven. Tijdens de loop van de huurovereenkomst moet de toestemming schriftelijk gegeven worden. Twee uitzonderingen: De Woninghuurwet is niet van toepassing wanneer de huurovereenkomst ondergeschikt is aan de hoofdovereenkomst die betrekking heeft op de functie of bedrijvigheid van de huurder. De Woninghuurwet is niet van toepassing wanneer men dit in het huurcontract opneemt. Voorbeeld: men kan in het contract opnemen dat de woning niet tot hoofdverblijfplaats van de huurder mag dienen. De verhuurder moet wel een uitdrukkelijke en ernstige reden geven waarom hij de woninghuurwet niet toepasselijk verklaart. Hij moet in de huurovereenkomst ook vermelden welke dan wel de werkelijke hoofdverblijfplaats van de huurder (in de loop van het contract) is. Registratie (is ook een fiscale verplichting) huurcontract: moet gebeuren binnen 4 maand na ondertekening (huurder & verhuurder). De kosten worden normaalgezien verdeeld tussen huurder en verhuurder. Huishuur Betwistingen: er kunnen betwistingen ontstaan betreffende het bestaan zelf van het huurcontract. Het bewijs van het huurcontract mag enkel worden geleverd door het geschrift, de eed of de betekening. Indien het een betwisting betreft over de huurprijs zal men als bewijs een kwijtschrift aanvaarden, of de eed, of zal de prijs door een deskundige geschat worden. Huurprijs kan aangepast worden door indexatie of door herziening. Indexactie kan eenmaal per jaar op de verjaardag van datum inwerkingtreding aangepast worden en kan enkel: - indien er een schriftelijke overeenkomst is en indien het niet uitdrukkelijk werd uitgesloten in de overeenkomst. Hiervoor wordt het indexcijfer van de gezondheidsindex gebruikt, namelijk volgende formule: Basishuurprijs * nieuw indexcijfer / aanvangsindexcijfer = nieuwe huurprijs.

Samenvatting Recht

blz. 11

Duur woninghuurcontract Gewoon contract: duurt 9 jaar en opzeg moet gebeuren 6 maanden voor het verstrijken van de vervaldag, zoniet automatische verlenging van 3 jaar. Bepaalde duur contract: maximaal 3 jaar en opzeg 3 maanden voor het verstrijken van de vervaldag. Lange duur contract (meer dan 9 jaar): opzeg 6 maanden door n van de partijen. Levenslang contract: eindigt van rechtswege bij overlijden van de huurder. Verhuurder kan niet opzeggen, tenzij anders vermeld in het contract. Huurder kan opzeggen met een opzeg van 3 maanden. Opzeg woninghuurcontract Moet altijd schriftelijk gebeuren. Na de dood van de verhuurder blijven tevens de erfgenamen en de huurder verbonden aan het contract. Door huurder: op elk tijdstip mits een opzeg van 3 maanden en een schadevergoeding van 3 maand tijdens 1ste jaar, 2 maand tijdens het 2de jaar en 1 maand tijdens het 3de jaar, daarna jaarlijks opzegbaar zonder schadevergoeding. De huurder moet ook geen schadevergoeding betalen als hij na het krijgen van een opzeg door de verhuurder (6 maand) een tegenopzeg doet (1 maand). Door verhuurder: kan het contract opzeggen mits een opzeg van 6 maanden na een periode van 3 jaar en in bepaalde gevallen is de verhuurder schadevergoeding (bv opzeg na driejare periode en zonder geldig motief) verschuldigd. Geen schadevergoeding verschuldigd indien: persoonlijk of naaste familielid de woning betrekt (min. 2 jaar), bij verbouwing en uitvoeren van werken na een driejarige verhuurperiode en na een verhuurperiode van 9 jaar. Door andere: door teniet gaan van het goed, gerechtelijke ontbinding of in onderling akkoord. Recente wijzigingen woninghuurwet Huurprijs moet vermeld zijn, contract moet schriftelijk opgesteld worden, verhuurder moet het contract registreren, maximaal 2 maanden waarborg gestort op een gendividualiseerde rekening van de huurder of bankwaarborg (max 3 maanden). Wanneer moet de plaatsbeschrijving worden opgemaakt? Als de huurtijd meer dan n jaar bedraagt : ofwel in de periode dat de woning niet wordt gebruikt ofwel tijdens de eerste maand dat ze wordt gebruikt. Als de huurtijd minder dan n jaar bedraagt: ofwel in de periode dat de woning niet wordt gebruikt ofwel tijdens de eerste vijftien dagen dat ze wordt gebruikt. Als de partijen het niet eens geraken over de plaatsbeschrijving kunnen zij zich met een verzoekschrift (ingediend voor het verstrijken van 15 dagen of een maand) tot de vrederechter wenden. Die zal dan een deskundige aanwijzen. Als er belangrijke wijzigingen worden aangebracht na het opmaken van de plaatsbeschrijving, kan elk van de partijen eisen dat er een bijvoegsel wordt opgemaakt. Elk van de partijen zal hiervan de helft moeten betalen. Bij onenigheid kan men zich ook tot de vrederechter wenden. Waarborg Indien de huurder volgens het contract een waarborg moet stellen die bestaat uit een som geld (dus niet als de waarborg bestaat uit aandelen, kasbons, goud,), mag de waarborg maximum twee maanden huur bedragen. De beperking tot twee maanden huur is enkel geldig waneer de huurder de waarborg ineens volledig betaalt. Deze waarborg moet bij een financile instelling op een gendividualiseerde rekening op naam van de huurder worden geplaatst; de interest wordt gekapitaliseerd en de verhuurder verkrijgt een voorrecht (d.w.z. dat hij voorgaat op andere schuldeisers) op het saldo van de rekening voor elke schuldvordering voortvloeiend uit de gehele of gedeeltelijke niet-nakoming door de huurder van zijn verplichtingen.

Samenvatting Recht

blz. 12

Zo heeft de verhuurder bijv. een voorrecht voor de gelden die hij moet ontvangen voor beschadigingen (aangericht door de huurder) of de niet-betaling door de huurder. !!! Opmerking : Wanneer de huurder kiest voor een bankwaarborg die hij in schijven aan de bank betaalt, dan mag de huurwaarborg drie maanden huur bedragen. Ook huurcontracten die voor 18 mei 2007 werden afgesloten, behouden de huurwaarborg van drie maanden huur. Het verzekeringscontract Definitie Is een wederkerige overeenkomst tussen de maatschappij en de verzekerde waarbij tegen betaling van een premie een bepaald risico verzekerd is. Als het risico zich voordoet spreken we van een sinister (een ramp, een ongeluk) en zal een vergoeding uitbetaald worden om de geleden schade te herstellen. Geldigheid Toestemming beide partijen, geoorloofde oorzaak, bekwaam. a) belang b) risico c) volledige verklaring Enkel via geschrift = polis = bewijs! Gevolgen Om het verlies van waardevolle zaken te verzekeren tegen mogelijke risico's. Tenietgaan Als de verzekeringnemer opzettelijk gegevens over het te verzekeren risico verzwijgt of onjuist meedeelt en de verzekeraar misleidt bij de beoordeling van het risico, is de overeenkomst nietig. Rechten en plichten verzekeraar De overeengekomen prestatie uitvoeren wanneer het overeengekomen risico zich voordoet, vergoeden van alle kosten die gemaakt werden om schade te beperken. De maatschappij kan ontslagen worden van de vermelde verplichtingen indien: de schade te wijten is aan een zware fout van de verzekerde of direct gevolg is van een gebrek aan de verzekerde zaak of gevolg is van oproer en oorlog. Tevens heeft de verzekeraar de volgende rechten: weigeren om te verzekeren, weigeren om uit te betalen bv onderverzekering. Rechten en plichten verzekeringsnemer Mededelingsplicht: te verzekeren risico nauwkeurig omschrijven, premie en eventuele andere kosten betalen, aangifte doen van risicoverzwaring, voorkomen en beperken van de schade. Polis Het bewijs van het contract kan enkel geleverd worden door middel van een geschrift, de verzekeringspolis. Dit is het document dat de algemene en bijzondere voorwaarden bevat die de verzekeringsonvereenkomst regelen. De wordt ondertekend door beide partijen in twee exemplaren, voor iedere partij n. Franchise Een franchise is een percentage of vast bedrag van de verzekerde som waaronder schade niet voor rekening van de verzekeraar komt. In tegenstelling tot bij een eigen risico vergoedt de verzekeraar de gehele schade wanneer het schadebedrag de hoogte van de franchise overschrijdt.

Samenvatting Recht

blz. 13

Door opname van een franchise beoogt de verzekeraar de schadelast te beperken. De verzekeraar hoeft minder kleine schades af te wikkelen. Hierdoor wordt de schadelast van de verzekeraar beperkt. Daarnaast brengt de afwikkeling van een kleine schade (bagatel- of kruimelschade genoemd) relatief hoge kosten met zich mee. Daarnaast hoopt de verzekeraar dat de verzekerde enige voorzichtigheid in acht neemt. Hij kan er tenslotte niet vanuit gaan dat elke schade zonder meer wordt vergoed. Dat is onder meer zo voor de brandverzekering en de gezinsverzekering. Soorten - Verzekering van zaken en goederen. Door de wet onderscheiden in zaakschade (woning-, oogst-, krediet en borgtocht-, tegen diefstal-, annulerings- en bagageverzekering) en vermogenschade (aansprakelijkeheids-, motorrijtuigen- en familiale verzekering). - Verzekering van personen. Onderscheiden in levensverzekering (gewone, gemengde en schuldsaldo verzekering) en andere (ziekte-, ongevallen- en zorgverzekering. - Verzekering van arbeidsprestaties in dienstverband, dit zijn sociale verzekeringen die vallen onder het sociaal verzekeringsrecht. Burgerlijke aansprakelijkheid Regelt de verhoudingen tussen burgers onderling. Algemeen kan worden gesteld dat het burgerrechtelijke aansprakelijkheidsrecht vooral een preventieve en compensatoire karaktertrek in zich draagt. Preventief daar het burgers moet aanzetten om zorgvuldig te handelen en compensatoir (vergoedend) daar het gericht is op het herstellen van contractuele/buitencontractuele schade die iemand oploopt ten gevolge van een (contractuele) fout. Het burgerrechtelijke aansprakelijkheidsrecht bepaalt dus o.a. welke personen je als schadelijder kan aanspreken om vergoeding te bekomen voor de schade die hun fouten hebben teweeggebracht. Soms kan het verwarrend zijn wanneer je hoort spreken over burgerlijke partijstellingen in een strafzaak. Dat betekent eigenlijk niets meer dan dat partijen aan de rechter vragen om zich onmiddellijk na de strafuitspraak ook te buigen over de vergoeding voor de slachtoffers. De rechter zal dan eerst het strafrecht hanteren om de straf van de overtreders te bepalen en daarna het burgerlijk recht om de schadevergoedingen voor de schadelijders te bepalen. Verplichte verzekering auto, arbeidsongevallen, ziekteverzekering (RSZ).

Samenvatting Recht

blz. 14

2. DE ZELFSTANDIG ONDERNEMER 2.1 Wie kan handelaar zijn? (handelaar, ambachtsman / vrouw) Er moet voldaan zijn aan 4 voorwaarden: 1) Persoon: natuurlijk of rechtspersoon 2) Bekwaamheid: meerderjarig zijn, niet crimineel zijn, niet gek zijn (uitgesloten beroepen zijn magistraten, geestelijken, ambtenaren, advocaten, leraren, ...) 3) daden van koophandel = uitvoeren 4) beroep = kooplieden (hoofdzakelijk of aanvullend) Begrip ambachtsman / vrouw Dat is een natuurlijk persoon die voor eigen rekening arbeidsprestaties levert (zonder of slechts toevallig zonder levering van waren) bv. Smid, schoenmaker, enz 2.2 Wat zijn de vestigingsvoorwaarden? Wettelijke verplichtingen die moeten worden vervuld bij de opstart van een zaak + instellingen waar men die kan bekomen. Voorafgaande verplichtingen Handelsnaam: De handelsnaam is de naam waaronder een onderneming zaken doet. Voor een eenmanszaak kiest men er vaak voor om zijn eigen naam voor de zaak te gebruiken. Dit is niet verplicht, men mag ook een naam verzinnen.In Belgi wordt er een onderscheid gemaakt tussen de handelsnaam en de maatschappelijke benaming van een vennootschap. De naam waaronder een vennootschap naar buiten treedt (BVBA, NV,...) noemt men een vennootschapsnaam. Deze wordt beschermd door de vennootschapswet, de handelsnaam valt onder de Wet op de Handelspraktijken. Men is vrij om zelf een handelsnaam te kiezen. De enige beperking is dat de naam die u kiest niet dezelfde mag zijn als deze van een bestaande onderneming. Indien de naam toch reeds wordt gebruikt door een andere onderneming en er zou verwarring kunnen ontstaan, mag elke belanghebbende eisen dat de naam wordt gewijzigd Ondernemingsnummer: wie zich vroeger in het Handelsregister wilde inschrijven, moest zich richten tot de griffie van de Rechtbank van Koophandel die bevoegd is voor de plaats waar hij zijn handelsactiviteit wil voeren. Indien er specifieke regels zijn inzake toegang tot het beroep diende hij bovendien via de kamers van ambachten en neringen een toelating vragen om het beroep in kwestie te mogen uitoefenen. Vanaf 1 juli 2003 verlopen deze twee procedures via een zelfde kanaal. De commercile of ambachtelijke onderneming richt zich voortaan tot een ondernemingsloket van haar keuze en kan zich daar laten inschrijven in het handelsregister en de formaliteiten vervullen om toegang te krijgen tot het beroep. De ondernemingsloketten hebben als taak het unieke identificatienummer (ondernemingsnummer) toegekend door KBO aan ondernemingen mee te delen.Het handelsregister is geen afzonderlijk gegevensbestand meer, maar een deel van de kruispuntbank van ondernemingen. Rekeningnummer: een zelfstandig handelaar of vakman moet een zichtrekening hebben bij een in Belgi 4gevestigde bank, spaarkas of post. De rekening moet op naam staan. De rekeningnummer moet vermeld staan op alle facturen, brieven, bestelbons. Zoniet, kan men aan slechte betalers geen nalatigheidsintresten aanrekenen, de handelaar kan zelfs een geldboete krijgen.

Samenvatting Recht

blz. 15

BTW-inschrijving: Bij een inschrijving in de KBO wordt er een ondernemingsnummer toegekend. Dat nummer moet voor de start van de activiteiten, geactiveerd worden als btw-nummer bij het btw-kantoor in de buurt.

Huwelijksstelsel: Gehuwden moeten hun huwelijksstelsel bekendmaken bij de oprichting van hun zaak. Voor vennootschappen gebeurt dit bij de notaris bij de opmaak van de vennootschapsakte. Eenmanszaken maken hun huwelijkstelsel bekend aan het ondernemingsloket. Voor zelfstandigen is het belangrijk de verschillende gevolgen van de huwelijksstelsels grondig na te gaan bij een notaris of een advocaat. Aansluiting sociale verzekering en ziekenfonds: Iedere persoon die met een zelfstandig of een vrij beroep begint, moet zich binnen de 90 dagen na de aanvangsdatum aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds. Laattijdige aansluiting wordt beboet! De zelfstandige moet zich aansluiten bij een ziekenfonds teneinde zijn rechten te vrijwaren inzake ziekte- en invaliditeitsverzekering. Elke zelfstandige is verzekerd tegen grote en kleine risicos door het betalen van sociale bijdragen aan zijn sociaal verzekeringsfonds. De zelfstandige die sociale bijdragen betaalt aan zijn sociaal verzekeringsfonds opent rechten in 4 takken van de sociale zekerheid: het recht op kinderbijslag, ziekte- en invaliditeitsvergoedingen, pensioen. Beroepsuitoefeningvoorwaarden Vestigingswet: is een Belgische wet en bestaat sinds 1958, die voor een aantal beroepen bepaalt dat iemand over vastomschreven 'beroepsbekwaamheden' moet beschikken voor hij dat beroep als zelfstandige mag uitoefenen. De wet schrijft ook voor dat iedere handelaar een basiskennis van bedrijfsbeheer moet hebben. De wet is ingevoerd om de kwaliteit van de beroepsbeoefening te waarborgen en om te voorkomen dat er te veel starters zonder de nodige toerusting aan een onderneming zouden beginnen. Vanaf 1 september 2007 bleven er nog 26 verschillende gereglementeerde beroepsbekwaamheden over. De vestigingtoelating wordt aangevraagd bij het ondernemingloket. Andere reglementeringen en vergunningen Aannemer: registratie als aannemer bij de commissie van hun provincie aanvragen. Indien niet geregistreerd loopt de klant de kans om hoofdelijk aansprakelijk te worden gesteld voor sommige (sociale en fiscale) schulden van de aannemer. Dit is niet te verwarren met de erkenning van een aannemer! Ambulante handel (leurhandel): vergunning of leurkaart (strikt persoonlijk) aanvragen bij het ondernemingloket. Vestigingsplaats Keuze van de vestigingsplaats: via een marktonderzoek een goede vestigingsplaats bepalen (koopgewoonte toekomstige klanten, bereikbaarheid, parkeergelegenheid, bestedingpatroon potentile klanten, behoeftevraag, directe concurenten). Aankoop, huur of leasing gebouw / grond Kopen voor: je beslist over je eigen pand, belangrijke borg bij afsluiten ve lening, gebouw: het boeken van een jaarlijkse waardevermindering. Tegen: een belangrijk bedrag is onbeschikbaar, sterke band met vestigingspunt, eventuele waardedalingen vastgoedmarkt. Nodig: notarile akte: eerst onderlinge voorlopige akte (voorschot 10%). Bij niet-naleving betalen tot schadevergoeding of voorschot kwijt. Authentieke akte binnen 4 maand na voorlopig akkoord. Huren

Samenvatting Recht

blz. 16

voor: opzegbaar, geen dood kapitaal, aftrekbaarheid huurkosten, de verhuurder draagt de grote onderhouds- en herstellingskosten. Tegen: opzegbaar door verhuurder, huurindexering, eigenaar kan soms moeilijk doen. Nodig: huurcontract alleen voor kleinhandel en bedrijven die in rechtstreeks contact staan met klanten. Duur is 9 jaar. De opzeg kan door de huurder geschieden na iedere 3-jaarlijkse periode mits 6 maand vooropzeg. Door de verhuurder kan opgezegd worden mits de opzeg voorzien is in het contract of indien hijzelf een handel wil opzetten mits een vooropzeg van 1 jaar. Het huurcontract kan verlengd worden per aangetekend schrijven tussen 18de en 15de maand voor de vervaldatum. Verhuurder moet binnen 3 maand antwoorden, zoniet stilzwijgend akkoord. Leasen voor: na leasingsperiode beschikt de ondernemer over een aankoopoptie door betaling van een overeengekomen restwaarde; het leasekost wordt door de fiscus aanvaard, leasekost is een vast bedrag. Tegen: leasetermijn van onroerende goederen is meestal niet opzegbaar en de eigenaar beslist over de verkoop van het onroerend goed. Het bouwen van een bedrijfsgebouw vraagt een ernstige inspanning. Indien de investering te groot is kan men zich wenden tot een leasemaatschappij. Zij zal het gebouw optrekken op eigen kosten en bij de uitvoering rekening houden met de wensen van de toekomstige uitbater. Nadien verhuurt de leasmaatschappij (eigenaar) het gebouw aan de uitbater (gebruiksrecht) Wet op de handelsvestigingen: voor het verkrijgen van een sociaal-economische vergunning is er een nieuwe wet in voege vanaf 01/03/05 op de opening van een nieuwe handelsvestiging. Hierbij worden de gemeente en het Nationaal Sociaal-Economisch Comit voor de Distributie betrokken bij de aanvraagprocedure. Voor een handelsonderneming met een verkoopoppervlakte vanaf 400 tot 1.000 m (meer dan dit is het comit bevoegd) moet de gemeente binnen 45 dagen na de aanvraag beslissen en dit moet binnen 5 dagen aan de aanvrager en het Comit bekendgemaakt worden. Duur is dus 50 dagen. (Ver-) bouwvergunning: een bouwvergunning is vereist indien men een gebouw bouwt, verbouwt, afbreekt of herbouwt. Eveneens indien bepaalde wijzigingen aan gebouwen gebeuren die de hoofdfunctie van het gebouw zouden veranderen. Niet voor onderhouds- of instandhoudingswerken en bepaalde kleine bouwwerken. Inlichten kunnen verkregen worden bij de gemeente of nationaal sociaal-economisch comit voor distributie. Milieuvergunning: moet aangevraagd worden voor alle activiteiten of inrichtingen die hinderlijk kunnen zijn voor het milieu of mensen, bv lichthinder, geluidsoverlast, verfspuitkabine. Deze vergunning kan aangevraagd worden bij de gemeente of provincie (naargelang de grootte van de klasse) 2.3 Tegemoetkomingen Advies starterdiensten Dit zijn kanalen waarlangs startende ondernemingen advies kunnen verkrijgen. Onder meer bij financile instellingen, bedrijvencentra, sociaal secretiaat, boekhoudkantoren, beroepsverenigingen, interprofessionele instanties, kamer van koophandel, peterschap, vlaams instituut voor zelfsstandig ondernemen (VIZO), gewestelijk ontwikkelingsmaatschappij (GOM), nationaal instituut voor statistiek (NIS), balanscentrale. Steunmaatregelen voor starters De startlening: biedt niet-werkende werkzoekenden de mogelijkheid om een zelfstandige activiteit op te starten met de steun van een voordelige lening. De lening bedraagt maximaal 30.000 EUR en de aanvrager moet zelf 25 % van het gevraagde bedrag inbrengen (via eigen middelen of bankkrediet). Voor de aanvraag van een startlening en de begeleiding kan u steeds terecht bij UNIZO Startersservice.

Samenvatting Recht

blz. 17

Adviescheques voor extern bedrijfsadvies: Wanneer u een beroep doet op een erkend extern adviseur voor bedrijfsadvies, voorziet de Vlaamse overheid in het kader van de Adviescheques onder bepaalde voorwaarden, in een tussenkomst van 50 tot 75 % (voor startende kleine ondernemingen) in de advieskosten. De cheques hebben een waarde van 30 EUR, waarvan de helft door de Vlaamse overheid wordt betaald, de andere helft door de onderneming. Op jaarbasis kan u maximum 820 adviescheques aankopen. Groeipremie:tweemaal per jaar wordt er door de Vlaamse regering een "wedstrijd" uitgeschreven en kan u een dossier indienen. Uw dossier wordt beoordeeld op de levensvatbaarheid van uw onderneming en de mate waarin het beantwoordt aan de criteria die de Vlaamse regering belangrijk vindt. Om deze groeipremie aan te vragen moet je een investeringsdossier indienen via internet. Voor een KMO jonger dan 5 jaar bedraagt het minimuminvesteringsbedrag 12.500 EUR (tot een maximum van 8.000.000 EUR). Investeringsaftrek bij investeringen: door de investeringsaftrek wordt de belastbare winst vrijgesteld tot een bepaald gedeelte van de door de onderneming aan een nieuwe investering bestede som. Het is een federale maatregel. Steun door het participatiefonds: wil de eigen middelen van kmo's verstevigen, de werkloosheid bestrijden en de overdracht van ondernemingen vergemakkelijken. Hiervoor werden de volgende formules uitgewerkt: de instap/overdrachtlening, de solidaire lening, de progressielening, de 50+ Lening. Export en innovatie: de overheid verleent ook steun voor export en innovatie. Steun bij aanwerving: met verschillende banenplannen en andere maatregelen, verleent de overheid steun bij aanwerving. Voor starters is ondermeer het Plan-plus-n interessant. Dit voorziet in een (tijdelijke) vrijstelling van patronale bijdragen bij aanwerving van een eerste personeelslid. Informatie over de verschillende maatregelen kan u krijgen bij de RVA, RSZ of VDAB. Uiteraard kan u ook terecht bij een sociaal bureau zoals ADMB of SOFIM. 2.5 Bijzondere reglementeringen Wet op de handelspraktijken en op de voorlichting en de bescherming van de consument Deze wet heeft de volgende doelstellingen: de handelaars verplichten de consument voldoende te informeren, de consument te beschermen, de eerlijke concurrentie tussen handelaars verzekeren. prijs- en hoeveelheidaanduiding voorlichting consument: de prijs schriftelijk en ondubbelzinnig aanduiden, op verpakte goederen hoeveelheid en prijs per meeteenheid aanduiden, de taal gebruiken van het gebied waar het product verkocht wordt, enz. koopjes: versnelde afzet tegen verminderde van producten met het oog op seizoenopruiming. Wordt aangekondigd als opruiming, solden, soldes, schlusverkauf (zijn dus perioden van solden). Buiten deze periode is het sperperioden. uitverkoop: versnelde verkoop van een deel of alle goederen bv. bij overlijden, brand- of waterschade, overname, verhuizing, stopzetting, verbouwingen van meer dan een maand verkoop met verlies: is verboden (elke verkoop tegen een prijs die niet ten minste gelijk is aan de prijs waartegen het bij bevoorrading werd gefactureerd & iedere verkoop met slechts een uitzonderlijke beperkte winstmarge). Het verbod is niet meer van toepassing bij: uitverkoop, opruiming of solden, voor producten met een houdbaarheidsdatum, en producten vervaardigd voor speciale doeleinden (bv kalenders 2 mnd na nieuwjaar, paaseieren na pasen, enz..) en beschadiging oneerlijke handelspraktijken: de wetgever onderscheidt hierbij oneerlijke, misleidende en agressieve handelspraktijken.

Samenvatting Recht

blz. 18

Gezamenlijk aanbod: is verboden, het gratis krijgen van producten gekoppeld aan de aankoop van een hoofdproduct. Enkele uitzondering: producten en diensten die een geheel vormen (haarknippen + wassen), die gelijk zijn op voorwaarde dat elke product kan afzonderlijk gekocht worden tegen gewone prijs en koper is daarover ingelicht en prijsvermindering is niet meer dan 1/3 van samengestelde prijs. Het is wel toegelaten om een gratis bijproduct aan te bieden (bv verpakking fototoestel, potloden, voorwerpen met reclame). Tevens mogen kortingszegels met geldwaarde of getrouwheidskaarten aan te bieden zolang het 1/3 van de totale prijs niet overtreft. Reclame: heeft tot doel verkoop van dienst/goederen te bevorderen. Moet duidelijk vermeld staan en de voorwaarden moet toegepast worden. De wet verbiedt wel misleidende gegevens, bedrieglijke vergelijkingen, afbrekende gegevens tov andere verkopers. Wel vergelijkende reclame (reizen met reizen) zonder aantasting van naam concurrentie. Bedenktijd bij aankopen: annulatie mogelijk binnen 7 werkdagen na ondertekening contract (zaterdag is ook een werkdag). Annulatie liefst per aangetekend schrijven. Geldt niet voor aankopen op beurzen, salons en tentoonstellingen indien de prijs minder dan 200 euro of minder bedraagt of als ter plaatse het volledige bedrag werd betaald. Geldt ook niet op openbare markt, aankoop aan huis. Openingstijden Wekelijkse rustdag: verplicht. Begint vanaf 5 uur of om 13 uur en eindigt hetzelfde uur de volgende dag. Zondagssluiting: is een wekelijkse rustdag voor veel handelaars, maar is niet verplicht. Openingsuren: de avondsluiting loopt van 20 uur tot 5 uur. Op vrijdagen en dag voor een wettelijke feestdag mogen handelszaken tot 21 uur open blijven. Er bestaan wel uitzonderingen: hotels, frituren, Nachtwinkels: gesloten tussen 7 uur en 18 uur. Activiteit is beperkt tot verkoop van basisbehoeften en uitzonderlijke noden. Uitgesloten zijn bakkers, beenhouwers, enz.. Badplaatsen en gemeenten die als toeristische centra erkend zijn genieten van uitzonderingen op deze reglementering. De wet op de privacy

Persoonsgegevens: de naam van een persoon; een foto; een telefoonnummer (zelfs een telefoonnummer
op het werk); een code; een bankrekeningnummer; een e-mailadres; een vingerafdruk; Sedert 1992 bestaat in Belgi een wet die ervoor zorgt dat persoonlijke gegevens niet zomaar kunnen worden verwerkt. Deze wet is beter gekend als de privacywet. De privacywet wil de burger beschermen tegen het gebruik van zijn persoonlijke gegevens en bepaalt de rechten en plichten van de persoon wiens gegevens verwerkt worden, net als de rechten en plichten van de

verwerker zelf. Journalisten, schrijvers en kunstenaars moeten niet alle regels uit de privacywet naleven
wanneer ze gegevens verwerken. Gegevensverwerking: begint met het verzamelen van gegevens. Maar voor de gegevens worden verzameld moet de verantwoordelijke

voor de verwerking bij de Commissie aangifte doen van die verwerking

waarin wordt vermeld: waarom hij uw persoonsgegevens wil verkrijgen; zijn contactgegevens doorgeven; wie uw gegevens zal krijgen; vermelden dat u het recht hebt uw gegevens in te kijken en te verbeteren en dat u zich kosteloos mag verzetten tegen het gebruik van uw gegevens voor direct marketing, zoals bijv. reclameacties. De verantwoordelijke voor de verwerking mag geen bepaald doel nastreven terwijl hij met de verzamelde gegevens andere bedoelingen heeft; handelen zonder uw medeweten. Persoongegevens mogen enkel worden verzameld als ze noodzakelijk zijn om het aangekondigde doel te bereiken en ze ter zake kunnen dienen. Zo mag een handelaar de naam en het adres van zijn klanten vragen

Samenvatting Recht

blz. 19

om hen facturen toe te sturen of hen over zijn commercile activiteiten te informeren. Hij heeft echter geen geldige reden om de geboortedatum of het beroep van zijn klanten te vragen. De verwerker is niet altijd verplicht om zich rechtstreeks tot u te richten om uw gegevens te verkrijgen. Hij kan de gegevens ook bekomen bij een andere persoon of bij instellingen of maatschappijen die over gegevensbanken beschikken. bv. een huisarts stuurt de gegevens van een patint naar een specialist; De verantwoordelijke legt de doelstelling vast bij het begin en dit bepaalt het verdere verloop van de activiteiten. Als de verantwoordelijke uw gegevens gebruikt voor andere doeleinden die onverenigbaar zijn met het oorspronkelijk doeleinde dan is dat strafbaar.bv. de fitnessclub die zijn ledenlijst verkoopt aan een bedrijf dat vermageringskuren aanbiedt; Het spreekt vanzelf dat het moet gaan om een gerechtvaardigd doel. Dit betekent dat de belangen van de verantwoordelijke voor de verwerking in evenwicht moeten zijn met uw belangen als betrokken persoon. Een doelstelling die uw privacy bovenmatig zou aantasten is geen gerechtvaardigd doel. Bijvoorbeeld: het samenstellen van een bestand met bijna-zestigers om hen op hun zestigste verjaardag documentatie toe te sturen over een begrafenisverzekering omdat het tijd wordt hierover na te denken, is geen gerechtvaardigd doel. Het nadeel dat deze personen hierdoor ondervinden is ongetwijfeld groter dan het commercieel belang van de persoon die het bestand samenstelt. Eens de verantwoordelijke een gerechtvaardigd doel heeft vastgelegd, moet hij daarbij nog minstens n van de volgende voorwaarden vervullen. Hij mag uw gegevens slechts verwerken als: u daarvoor uw

ondubbelzinnige, vrije en genformeerde toestemming geeft; of als de verwerking noodzakelijk


is voor de uitvoering van een overeenkomst die u met de verantwoordelijke hebt afgesloten (bijv. de bank die u een hy pothecaire lening heeft toegekend); of als de wet dat eist. De werkgever is bijvoorbeeld verplicht om aan de sociale zekerheid bepaalde gegevens over zijn personeel mee te delen; of als de verwerking voor u van levensbelang is; of als de verwerking moet gebeuren om een taak van openbaar belang te vervullen. Zo heeft de Post het recht een bestand te maken met de adreswijzigingen van haar klanten zodat ze de post na de verhuizing verder kan bezorgen; of als de gegevensverwerking noodzakelijk is om een gerechtvaardigd

belang te behartigen van de verantwoordelijke of een andere persoon, tenminste als de belangen van de
betrokken persoon niet zwaarder doorwegen. De verantwoordelijke mag wel gevoelige

gegevens (met uitzondering van de gerechtelijke gegevens) over

u verwerken als: hij uw schriftelijke toestemming heeft gekregen; dat noodzakelijk is om u de nodige zorgen te verstrekken; dat verplicht is door de arbeidswetgeving. Politieke partijen, congregaties, vakbonden, ziekenfondsen en andere instellingen mogen uiteraard de gegevens van hun leden registreren en gebruiken. Zij mogen die gegevens echter niet aan iemand anders meedelen zonder toestemming van de betrokken personen. De gerechtelijke gegevens (over verdenkingen, vervolgingen en veroordelingen) mogen worden verwerkt door een overheidsinstantie als dat noodzakelijk is voor de uitoefening van haar taken. De verantwoordelijke voor de verwerking moet zorgen dat de gegevens nauwkeurig moeten zijn; voor de vertrouwelijkheid van de gegevens; de veiligheid van de gegevens; dat hij gegevens niet langer mag bewaren dan nodig is om zijn doel te bereiken. Rechten van de gegevensverlener: recht op informatie. De wet bepaalt welke informatie de verantwoordelijke voor de verwerking aan u moet verstrekken; het recht vragen te stellen aan de verantwoordelijke. Hij moet u meedelen welke gegevens hij over u heeft en waarom, welke soort gegevens het zijn en wie die gegevens zal ontvangen; recht op rechtstreekse toegang tot uw gegevens. Dit betekent dat u altijd kennis mag hebben van uw gegevens; recht op onrechtstreekse toegang. Er zijn bepaalde gegevens die u niet zomaar kunt inkijken, ook niet als het uw gegevens zijn. Dit is het geval voor de gegevens die worden bijgehouden voor de bescherming van de veiligheid van het land, openbare veiligheid, landsverdediging of voor preventie of bestraffing van misdrijven.

recht op verbetering van uw gegevens. Als u merkt dat er onjuiste, onvolledige, overbodige of verboden
gegevens over u circuleren, kunt u dit kosteloos laten rechtzetten, laten wissen of verbieden te gebruiken.

Samenvatting Recht

blz. 20

recht op verzet. U kunt zich altijd verzetten tegen het gebruik van uw gegevens, maar dan moet u daar ernstige redenen voor hebben. U kunt zich niet verzetten als het gaat om een gegevensverwerking die is opgelegd door een wet of reglementaire bepaling. het recht niet aan een geautomatiseerde beslissing te worden onderworpen. Het zou niet goed zijn mocht een bepaalde beslissing die u aanbelangt enkel en alleen afhangen van de beslissingen van een machine. Zo is het dan ook bij wet verboden dat een beslissing die ingrijpende gevolgen voor u zou hebben, genomen wordt op basis van een geautomatiseerde gegevensverwerking die bepaalde aspecten van uw persoonlijkheid evalueert. het recht een klacht in te dienen bij de Commissie of bij de rechtbank. Als u moeilijkheden ondervindt bij het uitoefenen van uw rechten of als u merkt dat een verantwoordelijke zijn plichten niet nakomt, kunt u een klacht indienen bij de Commissie. De Commissie probeert dan te bemiddelen om de zaak in der minne te regelen. De Commissie behandelt uw klacht gratis. Auteursrechten Onder het auteursrecht valt elk werk en de verspreiding ervan, voor zover het oorspronkelijk is en in een bepaalde vorm uitgedrukt. Denkt u daarbij aan schilderijen, boeken, foto's, computerprogramma's e.d. Een idee op zich is dus niet te beschermen. Auteursrecht onstaat op het moment van de creatie zelf. Over het algemeen zijn er voor het verkrijgen van auteursrechten geen speciale formaliteiten vereist. Echter, in sommige landen ligt dit anders. Daar biedt alleen registratie in een speciaal register recht op bescherming SABAM: is de beheersvennootschap van het werk van verschillende scheppende kunstenaars. Sabam treedt op als vertegenwoordiger van die auteurs, en int voor hen het geld dat de organisator verschuldigd is bij het uitvoeren van dat werk. Het werk moet origineel zijn en ontstaan bij een natuurlijk persoon. Is echter niet beperkt tot kunst, maar ook reclameslogans, kranteartikels, ) Softwarelicenties: niet meerdere malen gebruiken of x maal kopiren Milieuwetgeving In Belgi zijn de bevoegdheden over leefmilieu verdeeld over de federale overheid en de gewesten. De gewesten kregen de bevoegdheden over landinrichting, natuurbescherming en natuurbehoud en de bescherming van het leefmilieu toegewezen. Deze laatste bevoegdheid is zeer breed en omvat de bescherming van bodem, water en lucht en de strijd tegen geluidshinder. Afvalstoffenbeleid, waterproductie en voorziening en de controle van industrile activiteiten behoren eveneens tot de bevoegdheden van de gewesten. De federale regering is bevoegd voor het productnormeringsbeleid, de bescherming tegen ioniserende stralingen, met inbegrip van het radioactief afval, de doorvoer van afvalstoffen, het dierenwelzijn, de in-, uit- en doorvoer van uitheemse plantensoorten en van uitheemse diersoorten en hun krengen, en de bescherming van het marine milieu. Deze overheden zien erop toe dat internationale milieuakkoorden voor themas waarover zij bevoegd zijn gemplementeerd worden. Zij moeten dan ook nauw betrokken worden bij de voorbereiding van de standpunten van Belgi ten aanzien van het internationale beleid. VLAREM: Vlaams Reglement betreffende de Milieuvergunning. Het is het ` lijvige - uitvoeringsbesluit van het Vlaamse milieuvergunningsdecreet, en bestaat uit twee delen: VLAREM I en VLAREM II. MILIEUVERGUNNINGEN: Als je een inrichting wil exploiteren die hinderlijk wordt geacht voor mens en leefmilieu, is een milieuvergunning of melding vereist. Er wordt gesproken van een klasse 1, 2 of 3 inrichting, afhankelijk van de aard en de belangrijkheid van de milieu-effecten. Klasse 3 inrichtingen zijn enkel meldingsplichtig bij het gemeentebestuur, het betreft activiteiten die weinig hinder veroorzaken. De activiteit mag uitgevoerd worden van zodra de melding gebeurd is. Klasse 2 inrichtingen dienen een milieuvergunningsaanvraag in zevenvoud in bij het gemeentebestuur. Sinds 1 januari 2008 volstaat het om 1 exemplaar op papier en ditigaal exemplaar in te dienen. De aanvraag wordt eerst onderzocht op ontvankelijk- en

Samenvatting Recht

blz. 21

volledigheid. Daarna volgt een openbaar onderzoek van n maand waarbij op de plaats van de inrichting een affiche wordt aangeplakt.

Bij sommige aanvragen wordt ondertussen advies gevraagd aan overheidsinstanties ( OVAM, Vlaamse Milieumaatschappij,). Binnen de drie maand na het volledig en ontvankelijk verklaren moet het College een uitspraak doen. De beslissing wordt aan de aanvrager schriftelijk en aan het publiek via een aanplakking kenbaar gemaakt. Voor klasse 1 inrichtingen dient een aanvraag in tienvoud ingediend te worden bij de Deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen. Na de ontvankelijk- en volledigheidsverklaring organiseert de burgemeester een openbaar onderzoek van n maand. Naast de aanplakking wordt de aanvraag bekendgemaakt in 1 dag- of weekblad en op de gemeentelijke website. Eveneens worden alle eigenaars binnen een straal van 100 m van de inrichting persoonlijk aangeschreven. Na het openbaar onderzoek en de evaluatie van de ingediende bezwaren brengt het Schepencollege een advies uit. De vergunning wordt verleend door de Deputatie binnen een termijn van 4 maanden te rekenen vanaf de ontvankelijk- en volledigverklaring. De milieuvergunning is gekoppeld aan de bouwvergunning. Dit wil zeggen dat de ene vergunning niet uitvoerbaar is zolang de andere vergunning niet verleend is. Een bodemattest is een document dat beschikbare informatie bevat over het al of niet verontreinigd zijn van grond. Het wordt opgemaakt per kadastraal perceel door de Openbare Vlaamse Afvalstoffen Maatschappij (OVAM). Het heeft als doel de verwerver van een grond te beschermen. Wat staat erop? kadastrale gegevens de identiteit van de eigenaar en gebruiker samenvattende omschrijving van de ernst van de bodemverontreiniging eventuele gebruiksbeperkingen of voorzorgsmaatregelen 2.5 Ondernemingsvormen Eenmanszaak Oprichtingsvoorwaarden: handelsnaam kiezen, inschrijving in handelsregister, openen bankrekening, inschrijving btw, bekendmaken huwelijksstelsel. De eigenaar is natuurlijke persoon en hij heeft tevens de leiding in eigen handen (bv kleinhandelszaken, sanitair installateur). voordelen: lage oprichtingskosten, beperkte formaliteiten bij start, alle beslissingsmacht berust bij de ondernemer als enige eigenaar, de zaak kan zich soepel aanpassen aan gewijzigde omstandigheden, de winst is voor de eigenaar. Nadelen: geen scheiding tussen priv-vermogen en bedrijfsvermogen, het vermogen is beperkt tot financieel vermogen van de eigenaar (rem mogelijke uitbreiding), ziekte van eigenaar is een ramp, overlijden eigenaar meestal stopzetting zaak tot gevolg; hogere belastingen op winst dan bij vennootschappen, onbeperkte aansprakelijkheid. Vennootschappen Een vennootschap heeft een rechtspersoonlijkheid en eigen identiteit los van de aandeelhouders en eigen vermogen. Geschikt voor kleine en grote ondernemingen die grote kapitaalbehoefte hebben, voor ondernemingen in uitbreiding en behoefte hebben aan gelden van derden. Een vennootschap is een rechtspersoon (een fictief persoon met kenmerken van een natuurlijk persoon, nl. eigen naam, eigen woonplaats, eigen nationaliteit, eigen vermogen gescheiden van dat van de vennoten, eigen rechten en plichten). Dus kan slechts handelen dmv natuurlijke personen die als raad van bestuur of als zaakvoerder optreden. Voordelen: met uitzondering van npersoonsvennootschap zijn er in principe meer personen om de nodige financile middelen bij mekaar kan brengen, de vennoten zijn slechts aansprakelijk voor hun inbreng, de

Samenvatting Recht

blz. 22

vennootschap heeft een onbeperkte levensduur, bij moeilijke beslissingen overleg met meerdere personen, het fiscale regime is voordeliger dan de personenbelasting.

Nadelen: hoge oprichtingskosten, winst wordt verdeeld onder vennoten, omwille beperkte aansprakelijkheid vennoten zijn formaliteiten strenger, minder snel genomen beslissingen Soorten vennootschapsvormen Naamloze vennootschap = NV Besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid = BVBA Coperatieve vennootschap = CV Eenpersoonsvennootschap met beperkte aansprakelijkheid =EVBA Vennootschap onder firma = VOF Deze handelsvennootschappen komen het meeste voor: nv & bvba. De wet verplicht de vennootschappen bepaalde andere akten openbaar te maken

oprichtingakte: via authentieke akte (notarile), bevat basisregels of de statuten van de vennootschap. Als de

levensduur niet werd bepaald, bestaat de vennootschap voor onbepaalde duur. De akte wordt neergelegd en een uittreksel ervan in het vennootschapsdossier op de griffie vd rechtbank van koophandel. Binnen de 15 dagen na neerlegging dient het uittreksel gepubliceerd en bekendgemaakt te worden in de bijlagen tot het BS door de griffier de benoeming en afzetting van bestuurders, zaakvoerders, ... de oproeping voor de algemene vergadering de verandering van de zetel de vermindering van het kapitaal de jaarrekeningen enz

Verklarende woordenlijst Inbreng van kapitaal: dit kan gebeuren in geld of in natura (goederen, arbeid). Bij de inbreng van natura moeten de oprichters bij sommige vennootschapvormen in een schriftelijk verslag vermelden waarom de inbreng in natura van belang is voor de vennootschap, maar ook waarom de waardebepaling eventueel afwijkt. Te volstorten kapitaal: gedeelte kapitaal dat op een geblokkeerde rekening op naam van de vennootschap gestort wordt. Onbeperkte aansprakelijkheid: het vermogen van de onderneming, maar ook het priv-vermogen van de ondernemer. Beperkte aansprakelijkheid: enkel de goederen of het ingebrachte geld van de onderneming is aansprakelijk financieel plan: waarin maatschappelijk kapitaal wordt verantwoord. bij faling binnen de drie jaar na oprichting en uit het financieel plan blijkt dat het maatschappelijk kapitaal ontoereikend was voor een normale uitoefening van de voorgenomen bedrijvigheid gedurende 2 jaar, zijn de oprichters hoofdelijk aansprakelijk voor alle schuld van de vennootschap. Bestuur en controle: in de nv 3 verplichte organen: Raad van bestuur, Commissarissen, Algemene vergadering van de aandeelhouders Naamloze vennootschap Dat wil zeggen zonder dat de naam van n of meer vennoten er in voorkomt. De vennoten blijven als het ware buiten beeld; zij zijn anoniem. Kernmerken: minimum 2 vennoten

Samenvatting Recht

blz. 23

Kapitaal: 25% van de aandelen dient volgestort te worden met een minimum van 61.500,-. Aandelen: op naam of aan toonder Akte: notarile akte noodzakelijk Overdracht van aandelen: in de regel vrij Beheer: door een raad van bestuur met minstens drie bestuurders, die geen aandeelhouder moeten zijn Oprichtingsformaliteiten: minimumkapitaal van 61 500 euro, bankattest, financieel plan, authentieke akte. Voordelen van een vennootschap: Beperkte aansprakelijkheid Verzekering voortbestaan Lagere vennootschapsbelasting Nadelen van een vennootschap: Minimumkapitaal vereist Grote administratie Hoge oprichtingskosten besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid - bvba Een ondernemingsvorm waarbij het maatschappelijk aandelenkapitaal verdeeld is in aandelen die niet vrij overdraagbaar zijn; de aandelen staan op naam. Kenmerken: Beperkte aansprakelijkheid en de rechtspersoonlijkheid Aantal vennoten: normaal minimum 2 Kapitaal: Het minimum kapitaal bedraagt 18 550,00 euro volledig geplaatst, Aandelen: uiteraard enkel op naam, niet aan toonder Akte: notarile akte noodzakelijk Overdracht van aandelen: in de regel vrij Bestuur: door n of meer zaakvoerders, deze zetelen in het college van zaakvoerders. Oprichtingsformaliteiten: minimumkapitaal, bankattest, financieel plan, authentieke akte.

Voordelen van een BVBA: Oprichting door n persoon Opvolgers in statuten te bepalen Geen gevaar voor raiders Nadelen van een BVBA: Aandelen niet vrij overdraagbaar Beperkt kapitaal Aandelen niet op beurs Coperative vennootschap - CV samenwerkende vennootschap is in Belgi een coperatie in vennootschapsvom. Zij bestaat uit minimum drie vennoten. Het beheer gebeurt door een of meer zaakvoerders die vennoten kunnen zijn. Het opmerkelijke aan een coperatieve vennootschap is dat vennoten vrij kunnen uittreden. Ebvba bvba met 1 vennoot: dat is dan de gebruikelijke vorm voor een eenspersoonvennootschap, afgekort tot ebvba (Eenpersoon Besloten Venootschap met Beperkte Aansprakelijkheid

Samenvatting Recht

blz. 24

Eenmanszaak Kenmerken Mogelijkheden van overdracht aandelen aansprakelijkheid Aandelen Grondvoorwaarden Min. Aantal personen Min. In te brengen kapitaal Te volstorten kapitaal 1 Geen minimumkapitaal / / Onbeperkt Geen aandelen

(e)bvba

nv

1) Cvba 2) cvoa

Alleen met eenparige toestemming van vennoten Beperkt tot inbreng Enkel op naam

Vrij overdraagbaar Beperkt tot inbreng Aan toonder of op naam

Niet aan derden overdraagbaar 1) beperkt tot inbreng 2) onbeperkt en hoofdelijk Op naam

1 18.550 euro Bvba: ten bedrage van 1/5 met een min. 6.200 euro ebvba: min. 12.400 euro In geld of in goederen Ja Ja Ja

2 61.500 euro Min. 61.500 euro

3 1) 18.550 euro 2) geen minimum kapitaal 1) ten bedrage van met een min. 6.200 euro 2) niet bepaald 1) in geld of in goederen 2) geen voorschriften 1) Ja 2) neen 1) ja 2) neen Ja

Inbreng van kapitaal Financieel plan verplicht? Verificatie bedrijfsrevisor bij inbreng van goederen? Voorleggen bankattest aan notaris Vormvoorwaarden oprichtingsakte Bestuur

/ Neen /

In geld of in goederen Ja Ja Ja

Geen Zaakvoerder

Notarile akte 1 of meerdere zaakvoerders

Notarile akte Raad van bestuur: min 3 leden (aan toonder) min 2 leden (op naam) Dubbele boekhouding vennootschapsbelasting

1) notarile akte 2) onderhandse akte 1 bestuurder al dan niet vennoot

Boekhoudkundige verplichtingen Fiscaliteit Voordelen Nadelen

Vereenvoudigde (bij omzet max. 495.787,04 euro, excl. btw) Personenbelasting

Dubbele boekhouding vennootschapbelasting

Dubbele boekhouding vennootschapsbelasting

Samenvatting Recht

blz. 25

Verzekeringen tegen allerlei risicos Noodzakelijke (zijn verplichte) burgerlijke aansprakelijkheid: dekt alle schade brandverzekering: dekt alle schade aan derden autoverzekering: de verzekering "burgerlijke aansprakelijkheid auto" is wettelijk verplicht. Bij een ongeval wordt alle aan derden veroorzaakte schade gedekt. De schade aan het eigen voertuig dient u zelf te betalen, tenzij u een aanvullende verzekering afsluit. Deze aanvullende verzekering is niet verplicht. Wenselijke (o.m. risicoaansprakelijkheidsverzekering) Beroepsaansprakelijkheidsverzekering: voor bepaalde sectoren zijn extra verzekeringen vereist. Bijvoorbeeld de beroepsaansprakelijksheidverzekering. Die beschermt u tegen eventuele klachten na een beroepsfout. Voor

bepaalde beroepen zoals bijv. boekhouders, architecten e.a. is zo een verzekering verplicht. Ook voor andere
beroepsactiviteiten kan die of een aanvullende verzekering aangewezen zijn. Uw beroepsorganisatie kan u adviseren welke regels er voor u van toepassing zijn. Deze verzekeringen hebben enkel betrekking op de zelfstandige activiteit.

Samenvatting Recht

blz. 26

3. SOCIALE WETGEVING 3.1 De arbeidsovereenkomst begrip Een arbeidsovereenkomst is een overeenkomst waarbij de werknemer zich verbindt werk te verrichten onder gezag van de werkgever en waarbij de werkgever zich verbindt loon te betalen. Zowel het gewone loon als voordelen in natura, opzeggingsvergoedingen, vergoedingen voor ziekte en kort verzuim en vakantiegeld (dubbel en enkel) moeten worden beschouwd als loon wanneer ze ten laste zijn van de werkgever. Naast een arbeidsovereenkomst bestaat ook het contract van aanneming. Dit is een overeenkomst waarbij de aannemer van werk zich ertoe verbindt tegenover de opdrachtgever een bepaalde werkprestatie te leveren op een zelfstandige wijze = geen ondergeschiktheid. ontstaan De basis van de arbeidsovereenkomst wordt hoofdzakelijk geregeld door de wet van 3 juli 1978. De arbeidsovereenkomst is een consensueel contract. Het kan uitdrukkelijk (mondeling of schriftelijk) of stilzwijgend worden gesloten. Wanneer er geen schriftelijk contract, is het getuigenbewijs toegelaten, onafhankelijk van het bedrag van het geschil. Voor sommige arbeidsovereenkomsten is een geschrift echter vereist: proefcontract, overeenkomst bepaald werk, deeltijds werk, concurrentiebeding en vervangingsovereenkomst. soorten - Op basis van het verrichte werk 1) Arbeidsovereenkomst voor werklieden / arbeiders: hoofdzakelijk voor het verrichten van handarbeid. 2) Arbeidsovereenkomst voor bedienden: hoofdzakelijk hoofdarbeid verrichten 3) Arbeidsovereenkomst voor handelsvertegenwoordigers: opsporen van klanten tbv de werkgever 4) Arbeidsovereenkomst voor dienstboden: het verrichten van hoofdzakelijk huishoudelijk werk 5) Arbeidsovereenkomst voor studenten: vanaf 15 jaar als ze onderwijs met volledig leerplan volgen - Op basis van de duur Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd: geen bepaling van duurtijd, ook als er geen contract werd opgesteld en de overeenkomst mondeling was. Arbeidsovereenkomst bepaalde tijd of bepaald werk: dit is een overeenkomst waarbij duidelijk het tijdstip bepaald wordt wanneer de overeenkomst begint en eindigt of die gesloten wordt voor de uitvoering van een welomschreven werk. Hierbij is altijd een geschrift vereist, zoniet is het automatisch contract onbepaalde duur. Ook als het werk vergezet wordt na het verstrijken van het termijn. - Op basis van de omvang van de arbeidsprestaties De voltijdse arbeidsovereenkomst: de arbeidsduur is gelijk aan deze die de wet bepaalt of het bevoegd paritair comit. In principe is de arbeidsduur 38 per week en 8 uur per dag. Arbeidsovereenkomst deeltijdse arbeid: arbeidsduur is korter dan deze voorzien door de arbeidswet of bevoegd paritair comit. Regelmatige tijdstippen en wordt vrijwillig beoefend.

Samenvatting Recht

blz. 27

Schorsing van de overeenkomst Een schorsing van de uitvoering van een arbeidsovereenkomst is geen beindiging van de arbeidsovereenkomst. Een schorsing is een onderbreking in de uitvoering van de wederzijdse verbindingen zonder dat dit wezenlijk de juridische band tussen partijen benvloedt, op voorwaarde dat de onderbreking tijdelijk en rechtmatig is (met of zonder behoud van loon). In sommige gevallen is het zo dat gedurende de schorsing een opzegtermijn niet kan beginnen of niet verder kan lopen. Schorsing met behoud van loon: politiek mandaat, studieverlof, klein verlet, jaarlijks verlof (bedienden) sollicitatieverlof (bij ontslag), medisch onderzoek, feestdagen, technische storingen of weersomstandigheden, ziekte en ongeval, arbeidsongeval en beroepsziekte, moederschapsverlof, kort verzuim. Schorsing zonder loon: overmacht, faling, vrijwaring vh leefmilieu, zetelen in arbeidsgerecht, militaire verplichtingen, sociale promotie, staking Recht op het behoud van loon: wanneer de werknemer zich op het werk aanbiedt maar er niet kan werken wegens omstandigheden los van zijn wil geniet hij voor die dag zijn volle loon. Ook voor het te laat komen onafhankelijk van zijn wil. Ziekte Bij ziekte moet de werkgever zo op gelijk welke manier zo vlug mogelijk verwittigd worden. Zo het voorzien is in het contract, arbeidsreglement, CAO of door de werkgever geist wordt moet dit gebeuren binnen de twee dagen met een attest van de geneesheer. De werknemer mag niet weigeren zich te laten onderzoeken door de geneesheer die door de werkgever aangeduid en betaald word. Loonbetaling bij arbeiders: de werkgever betaalt de eerste 7 dagen volledig loon en vanaf dag 8 tot dag 30 een deel van het loon. Bij ziekte minder dan 14 dagen moet de eerste dag niet betaald worden, is een Carensdag. Loonbetaling bij bedienden: de werkgever betaalt de eerste 30 dagen het volledige loon, daarna betaalt de ziekenfonds 60% of 55% (samenwonenden). Arbeidsongeval en beroepsziekte De werkgever betaalt de eerste 30 dagen, daarna betaalt de verzekeraar voor arbeidsongevallen of het Fonds voor Beroepsziekten. De ziekenkas komt er niet in tussen. Moederschapsverlof Duur: mag 6 weken (prenataal verlof) vr de bevalling en moet 9 weken (postnataal) na de bevalling. Als het prenataal verlof niet opgenomen werd mag het aansluiten op het postnataal verlof. En week moet wel vooraf genomen worden. Bij een meerling wordt het moederschapsverlof verlengd met 2 weken prenataal en 2 weken postnataal (totaal 19 weken). Is volledig ziekenfonds. Vaderschapsverlof duur: 10 dagen te nemen binnen de 30 dagen na de bevalling. Krijgt 3 dagen loon en daarna 7 dagen ziekteuitkering. Adoptieverlof duur: 10 dagen binnen een periode van max 6 weken indien het kind bij aanvang nog geen 3 jaar is, indien ouder max binnen de 4 weken. Voor een kind van 8 jaar is er geen adoptieverlof meer voorzien. Het verlof kan verdubbeld worden indien het kind een zware handicap of een ernstige aandoening heeft. Indien niet opgenomen vervalt het recht en het verlof moet in volledige weken opgenomen worden. Door werkgever worden de eerste 3 dagen betaald, daarna is het ziekenfonds.

Samenvatting Recht

blz. 28

Kort verzuim Met behoud van loon bij het volgende huwelijk: 2 dagen huwelijk kind, broer, schoonbroer: 1 dag geboorte: 3 dagen overlijden echtgenoot, kind, vader, schoonvader: 3 dagen overlijden broer, kleinkind, achterkleinkind, schoonbroer, grootouders, overgrootouders, schoonzoon: 2 of 1 dag (afhankelijk van het inwonen bij de werknemer) plechtige communie, feest vrijzinnige jeugd: 1 dag adoptie: 3 dagen Dwingende reden is een niet voorziene gebeurtenis, bv ziekte echtgenoot, ongeval, brand, stormschade. Maximum 10 dagen per jaar en er wordt geen loon uitbetaald. einde van de overeenkomst - overlijden werknemer (niet door overlijden werkgever), of overmacht, of zware fout - verstrijken van contract bepaalde tijd of werk - door opzegging vd overeenkomst onbepaalde duur - door werkgever: via deurwaardersakte of via aangetekend schrijven - door werknemer: via deurwaardersakte of via aangetekend schrijven of door afgifte opzegbrief (werkgever ondertekent dubbel voor ontvangst) Inhoud van de opzegging: begin opzegtermijn en duur van de opzegtermijn, zoniet is de opzegging nietig Start opzegtermijn: Duur opzegtermijn: Arbeiders (afhankelijk van aantal dienstjaren (ancinniteit) Dienstjaren < 6 maand < 20 jaar Vanaf 20 jaar werkgever 7 dagen 28 dagen 56 dagen Vd opzegtermijnen mag afgeweken worden in het voordeel van de werknemer Bedienden (afhankelijk van jaarlijks loon & ancinniteit) Loon: < 28.580 euro/jaar < 5 jaar > 5 tot < 10 jaar > 10 tot 15 jaar > 15 tot 20 jaar Per 5 jaar meer 3 maanden 6 maanden 9 maanden 12 maanden Telkens 3 maanden erbij 1,5 maand 3 maanden Idem Idem Idem Werknemer 3 dagen 14 dagen 28 dagen - arbeider: op de maandag die volgt na de kennisgeving - Bediende: op de eerste dag van de maand die volgt na de kennisgeving

Loon: > 28.580 euro/jaar: wordt overeengekomen tussen werkgever en nemer en dit ten vroegste bij de opzegging, maar mag niet minder zijn dan de wettelijke opzegtermijnen. Indien geen akkoord ligt de beslissing bij de rechtbank, deze houdt evenwel rekening met ancinniteit, leeftijd en wedde (formule Claeys III) Tijdens de opzeg hebben arbeiders en bedienden recht op 2halve dagen per week sollicitatieverlof. Indien de ziekteperiode langer duurt dan 6 maanden mag de werkgever een einde maken aan de overeenkomst. Daartoe moet hij een vergoeding uitbetalen gelijk aan de normale duur van de opzeggingsperiode.

Samenvatting Recht

blz. 29

einde wegens dwingende reden Een zware fout waardoor het verder werken onmogelijk maakt = een ernstige tekortkoming (diefstal, onwettige afwezigheid, meerdere keren telaat komen) kunnen een reden zijn voor de werkgever. Ook de werknemer kan ontslag indienen indien de werkgever in de fout is gegaan. In vele gevallen zal de arbeidsrechter deze feiten beoordelen of zal dit duidelijk vermeld staan in het arbeidsreglement In dit geval is er geen opzegtermijn en geen schadevergoeding en kan gebeuren binnen de 3 dagen nadat het feit bekend is en moet tevens de reden bekendgemaakt worden via: deurwaardersakte of een aangetekende brief of afgifte brief en dubbel aftekenen voor ontvangst) (zowel voor arbeiders als voor bedienden) 3.2 De reglementering van de arbeid het arbeidsreglement Enkel toepasselijk op werkgevers en werknemers van de private sector. Dit zijn regels die een aantal toestanden regelt die eigen zijn aan het bedrijf. De meeste zijn opgelegd door de wet en moeten hierin vermeld zijn, zoals: arbeidstijdregeling, betalingwijze, duur opzegtermijn, einde van het contract, straffen en boetes, rechten en plichten toezichthouders. De overige zijn nuttige inlichtingen: plaats EHBO, datum jaarlijkse vakantie, namen leden ondernemingsraad en comit VG en vakbondsafgevaardigden, adres arbeidsinspectie, dagen ter vervanging feestdagen, naam vertrouwenspersoon, enz Opstelling: Het arbeidsreglement wordt door de ondernemingsraad opgesteld en gewijzigd, indien er geen is wordt dit gedaan door de werkgever (rekening houdend met de mening van de werknemers). Iedere werknemer ontvangt hiervan een afschrift en tevens wordt het uitgehangen op een goed zichtbare plaats. Het gaat in voege na 15 dagen. wettelijke bescherming van het loon wetgeving ziet toe: hoe, waar het loon betaald wordt, welk gedeelte van het loon mag worden ingehouden, en in welke vorm het loon mag uitbetaald worden. Het loon kan uitbetaald worden in geld, fooien en bedieningsgeld, voordelen natura (deze laatste is beperkt en moet vooraf bepaald worden, max 1/5 van het brutoloon). Het minimum is bepaald in een CAO die betrekking heeft op de onderneming. Het mag evenwel hoger zijn dan het mininum. Voltijdse tewerkstelling heeft een gewaargborgd minimum. De betaling gebeurt van hand tot hand of in giraal geld (di via storting op bank of post, een circulaire cheque of postassignatie). Bij elke uitbetaling moet een afrekening worden bijgevoegd waar de werknemer detail kan controleren. Wanneer: arbeiders tweemaal per maand en bedienden eenmaal per maand. Indien jonger dan 18 jaar kan loon ontvangen, maar ouder kunnen zich verzetten. Het loon voor hetzelfde werk moet gelijk zijn ongeacht sexe. Schulden: - afstand loon: zelf vragen aan de werkgever om een deel in te houden - beslag loon: door de rechtbank toch blijft een deel van het netto beschermd: tot 944 niks 944 tot 1014: max 20% 1014 tot 1119: max 30% 1119 tot 1224: max 40% meer dan 1224: onbeperkt

Samenvatting Recht

blz. 30

arbeidsduur, zondagsrust, betaalde feestdagen Onder arbeidsduur verstaat men de periode dat de werknemer ter beschikking staat van de werkgever, dus niet alleen de tijd dat er effectief gewerkt wordt. De arbeidsduur mag niet meer bedragen dan 8 uur/dag en 38 uur/week en dit tussen 6 en 20 uur. De arbeidsduur moet minstens 3 uur bedragen. Tussen het beindigen en hervatten van het werk moet ten minste 11 uur rusttijd tussen zitten. Speciale regimes: hospitalen, opeenvolgende ploegen, continubedrijven, ongevallen en natuurrampen, balansen en inventarissen, dringende bestellingen, diverse afwijkingen, ... Het is wettelijk verboden om te werken tijdens de zondag of feestdagen. Er zijn wel uitzonderingen deze zijn vermeld in de wet en het KB. Indien er toch moet gewerkt worden is de compensatie dag indien < 4 uur gewerkt en 1 dag indien > 4 uur gewerkt. vrouwen- en jeugdarbeid - Jeugdarbeid Deze zijn alle minderjarige werknemers die 15 jaar of ouder zijn en die niet meer onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht.
arbeid neen Geen voltijdse Ja leeftijd Jonger dan 15 jaar Tussen 15 en 18 jaar Hun deeltijdse opleiding wordt gelijkgesteld met arbeidstijd opmerkingen

Jobstuden en ouder dan 15 jaar indien het werk deel uitmaakt van hun
vorming en voor sommige activiteiten in de spektacelsector

Ja tussen 8 19 uur Ja tussen 8 22 uur Ja tussen 8 23 uur

tot en met 6 jaar Tot en met 11 jaar Vanaf 12 jaar

Spectakelsector, mits toelating sociale inspectie en ouders idem idem

Wettelijk is het verboden voor jeugdige werknemers om bepaalde arbeid te verrichten (bv slachterijen, bedienen graafwerkmachines, slopen van gebouwen, onderhouden of herstellen elektrische installaties). Ze mogen niet langer dan 8 uur en max. 38 uur/week werken. Verplichte rustijden van uur als er 4u30 gewerkt wordt, 1 uur als er meer dan 6 uur gewerkt wordt en er moet een rusttijd van 12 uur voorzien zijn bij hervatting van werk. En ze mogen niet werken op zon- en feestdagen, wel in bepaalde gevallen, namelijk: dringende arbeid aan machines of materieel, als een ongeval zich heeft voorgedaan of bij dreigend ongeval. In geen geval mogen ze meer dan n zondag op twee worden tewerkgesteld. Tevens nachtarbeid is verboden, enkel voor drie uitzonderingen: horeca tot 22 uur, bij ploegenarbeid, of bij ongeval of dringend arbeid aan machines.

Vrouwen Zwanger & borstvoeding: verbod uitvoeren bepaalde werken, namelijk geen overwerk en geen werk dat gevaarlijk kan zijn voor de gezondheid of voor die van het kind. Rustperiode: totaal 15 weken: 9 weken na de bevalling (postnataal) en 6 weken waarvan 1 week verplicht voor de bevalling (prenataal). Indien mogelijk kunnen de overige 5 weken toegevoegd worden aan de postnatale periode. Bij een meerling komen er 2 voor en 2 na de bevalling bij (dus 19 weken totaal). Indien arbeidsongeschikt tijdens de prenatale periode komt er op vraag van de werknemer een week bij mits een medisch attest. De uitkering in is volledig verzekerd door de ziekenfonds.

Samenvatting Recht

blz. 31

Ontslag: neen, vanaf de datum dat de werkgever op de hoogte wordt gesteld tot n maand na het postnataal verlof. Tenzij de reden niks te maken heeft met de zwangerschap. Indien toch dan betaald de werkgever de duur van de opzegtermijn en een schadevergoeding van 6 maanden loon. gezondheid, veiligheid en hygine op het werk Algemeen: de reglementering ivm veiligheid en gezondheid op het werk is vooral gericht om problemen te vermijden. Het zijn maatregelen ter bevordering van: arbeidsveiligheid, bescherming gezondheid werknemer op het werk, arbeidshygine, verfraaiing werkplaats, bescherming werknemer tegen geweld, pesten, sexuele intimidatie. Tevens wordt door de werkgever preventiemaatregelen genomen waarbij de werknemer eigen veiligheid en die van een ander naar best vermogen en volgens instructies en opleiding volgt. Organen: minder 20 werknemers: preventieadviseur mag de werkgever zijn of beroep doen op een erkende dienst. 20 tot 50 werknemers: erkende dienst meer dan 50 werknemers: preventieadviseur erkende dienst en een comit voor preventie en bescherming (dit zijn afgevaardigden van het personeel en de werkgever met als doel de werknmers inspraak te geven in het bedrijf inzake welzijn bij de werkzaamheden) Gezondheidstoezicht: is verplicht voor werknemers in risicoposten. Risicoposten zijn: waar motorvoertuigen, kranen, machines gebruikt worden die gevaarlijke installaties in werking zetten waar permanent toezicht op een installatie die bij gebrek daaraan de veiligheid of gezondheid van de

werknemers in gevaar kunnen brengen

activiteiten met een risico voor de gezondheid of te zware belasting werkzaamheden met voedingswaren

vormen: medische controle indiensttreding, nmaal per jaar, na een arbeidsongeschiktheid van 4 weken of na een bevalling. Speciale regeling: voor 15 jaar of ouder (jeugdige werknemers), personen verbonden aan een leercontract ongeacht leeftijd, jobstudenten ongeacht hun leeftijd zijn onderworpen aan een voorafgaande medische controle indien ze jonger zijn dan 18 jaar, nachtarbeid verrichten of blootgesteld worden aan ernstige risico's. De kosten van de medische controle is ten laste van de werkgever. Werkplaatshygine: door een externe dienst wordt onderzocht of de werkplaats zuiver, droog, verlucht, verlicht, verwarmd is. En tevens of er voldoende refters, kleedkamers en wasruimtes zijn. Bescherming: maatregelen moet door de werkgever genomen worden inzake: algemeen: machines voldoende afschermen, beveiliging tegen wegslingeren scherven, de machines moeten veilig gebouwd zijn, voorzorg nemen inzake brandgevaar, ontploffingsgevaar, schadelijke gassen en stralingen. persoonlijke: veiligheidskledij en materiaal aanvoeren Geweld, sexueel gedrag, pesten: de werkgever moet een preventieadviseur en een vertrouwenspersoon aanduiden, waarbij de werknemer zich kan wenden (ook tot de medische dienszt). Indien er geen oplossing is dan komt het tot de arbeidsrechtbank. Na een klacht van de werknemer kan hij niet ontslagen worden, behalve om een reden die vreemd is aan de klacht. Discriminatie: elke vorm is verboden (geslacht, ras, huidskleur, afstamming, nationaliteit of etnische afkomst, sexuele geaardheid, burgelijke stand, fortuin). Zoniet arbeidsrechtbank

Samenvatting Recht

blz. 32

3.3 De sociale zekerheid RSZ: `Sociale zekerheid` is een publiek stelsel dat bedoeld is om inkomen en / of verzorging te garanderen voor natuurlijke personen of gezinnen (of andere samenlevingsvormen) die daar, tijdelijk of blijvend, zelf niet (langer) toe in staat worden geacht. Dat geldt bijvoorbeeld bij pensioen, ziekte, arbeidsongeschiktheid, overlijden van naasten of werkloosheid. Doel is aan alle werknemers een menswaardig bestaan verzekeren in alle omstandigheden, zeker in geval van onmogelijkheid tot het verrichten van arbeid en zich zo een inkomen te verschaffen via: - een vervangend inkomen: ziekte, werkloosheid, ouderdom - een aanvullend inkomen: kinderlast, vakantie - een arbeidsongeval valt echter niet onder sociale zekerheid. Soorten: werkloosheidsverzekering (RVA), kinderbijslagen (RKW), rust- en overlevingspensioen (RP), ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV), jaarlijkse vakantie werklieden (RJV), beroepsziekteverzekering (FBZ), arbeidsongevallen (FAO).

? ziekte, invaliditeit: RIZIV (Rijksinstituut voor ziekte-en invaliditeitsverzekering ? pensioen: RVP(Rijksdienst voor pensioenen) ? werkloosheid: RVA(Rijksdienst Voor arbeidsvoorziening) ? kinderen: RKW(Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers) ? vakantiegeld: RJV (Rijksdienst voor Jaarlijks Vakantie ? ongevallen op het werk: FAO (Fonds voor Arbeidsongevallen)

Samenvatting Recht

blz. 33

? ziekten opgedaan op werk:FBZ (Fonds voor Beroepsziekten

Bijdragen: het is een verplichting, de financiering gebeurt via bijdragen op het brutoloon door de werknemer en de werkgever (indirect loon). Het tekort wordt aangevuld door de overheid. De bijdragen worden doorgestort bij en beheerd door Rijksdienst Sociale Zekerheid. De bijdrage van de werknemer bedraagt 13,07% op het brutoloon (op 108% brutoloon van de arbeiders). De bijdrage van de werkgever wordt bepaald door de grootte van het bedrijf??? Verplichting werkgever: aansluiten RSZ, kwartaalaangiften, betaling der bijdragen kenmerken: sociale verzekeringen zijn verplicht, financiering door bijdragen werknemers en werkgevers, beheer berust bij RSZ diverse sectoren arbeidsongevallen en beroepsziekten Arbeidsongevallen: is een ongeval dat de werknemer treft op het werk al of niet wegens het uitvoeren van het werk of op de weg van en naar het werk en dat letsel veroorzaakt. Voorwaarden: het zich voordoen van een ongeval, tijdens of door uitvoering van het werk, op weg van en naar het werk, aanwezig zijn van een lichamelijk letsel. Ieder arbeidsongeval moet verplichtend en onmiddellijk aangegeven worden bij de werkgever en ziekenfonds. De werkgever doet tevens aangifte bij verzekering en arbeidsinspectie. Beroepsziektes:via een KB wordt een lijst aangelegd met de erkende beroepsziektes. Aldus moet de werknemer bewijzen dat zijn ziekte voorkomt op deze lijst; dat hij werd blootgesteld aan het risico dat zulk een ziekte veroorzaakt; of tewerkgesteld zijn in een soort onderneming welke op de lijst voorkomen. Arbeidsongevallen Een arbeidsongeval is elk ongeval dat de werknemer overkomt tijdens de uitvoering van het werk en op weg van en naar het werk. Materile schade wordt niet vergoed. De werkgever is aansprakelijk voor de gevolgen van een arbeidsongeval. Hij is verplicht een verzekering af te sluiten om zijn aansprakelijkheid te dekken. Wanneer bijgevolg een arbeidsongeval voorkomt moeten de vorderingen ingesteld worden tegen de verzekeraar en niet tegen de werkgever. Het bedrag dat de verzekeraar moet betalen is afhankelijk van de duur en de graad van de arbeidsongeschiktheid. De geneeskundige verzorging wordt volledig terugbetaald door de verzekeraar. Bij overlijden betaald de verzekeraar de begrafeniskosten en een jaarlijks bedrag dat afhankelijk is van de graad van verwantschap tussen de rechthebbende en het slachtoffer. Beroepsziekten een beroepsziekte is het rechtstreekse gevolg van de uitoefening van een beroep. Door een KB wordt de lijst van die ziekten vastgesteld. De werkgevers is verplicht een bijdrage te betalen aan de RSZ voor het Fonds voor Beroepsziekten. De uitkeringen door het Fonds komen overeen met de vergoedingen in geval van arbeidsongeval. De collectieve arbeidsovereenkomsten: begrip De CAO is een akkoord tussen de werkgevers en de werknemerorganisaties. Deze mag afwijken van de wettelijke bepalingen, maar nooit in het nadeel van de werknemers. Daarin kunnen volgende zaken vastgelegd worden: arbeidsduur, minimumloon, duur jaarlijkse vakantie, duur opzeggingstermijn, enz We onderscheiden drie soorten CAO's: - op vlak van de nationale arbeidsraad: geldig voor alle ondernemingen in het land - op vlak van het paritair comit: geldig voor de sectoren die hieronder vallen - op vlak van de onderneming: in dit geval wordt ze ondertekend door de werkgever en door n of meer werknemerorganisaties.

Samenvatting Recht

blz. 34

3.4 Sociaal statuut van de zelfstandige Zelfstandige in hoofdberoep: in Belgi een beroepsbezigheid uitoefenen zonder verbintenis door een arbeidsovereenkomst of een overheidsstatuut. Hiertoe behoren: uitbaters van een eenmanszaak, vrije beroepen, zaakvoerders en bestuurders van een vennootschap, werkende vennoten. Zelfstandige in bijberoep: als loontrekkende in hoofdberoep of een uitkering genieten of als gepensioneerde en een zelfstandige activiteit uitoefenen. De beroepsinkomsten blijven beperkt. Helper: een zelfstandige bijstaan of soms vervangen. Zeker geen ondergeschikte. Meestal gezinsleden die helper zijn. Zoniet beschouwd als werknemer indien: voor een zelfstandige werkt en steeds onder zijn leiding staat, geen vrije beslissing over de werkuren, er maandelijks een vast inkomen is, er met het gereedschap, grondstoffen en producten van de zelfstandige werkt. Echtgeno(o)t(e)-help(st)er: mag helpen en is niet onderworpen aan het sociaal statuut. Kan wel aansluiten bij het sociaal verzekeringsfonds van de partner, maar enkel voor arbeidsongeschiktheidverzekering. Het verschil tussen bediende / arbeider en een zelfstandige: de een is verbonden door een arbeidsovereenkomst en de ander is eigen baas. 3.5 Tegemoetkomingen bij aanwerving personeel Adviesmogelijkheden sociale secretariaten: berekening nettolonen, aflevering loonbrieven, aangifte en doorstorting RSZ, opmaak RIZIV bijdragebons, opmaken individuele rekeningen, opstellen jaarlijkse belastingfiches, indienen aangifte arbeidsongevallenverzekering, arbeidsreglementen, personeelsregister, .... Steunmaatregelen bij aanwerving De afgelopen jaren werden er heel wat maatregelen uitgewerkt om de tewerkstelling van personen uit de kansengroepen te stimuleren. Werkgevers die deze doelgroep willen tewerkstellen kunnen vaak genieten van een korting in de RSZ - bijdragen, een loonpremie of andere voordelen. Deze tewerkstellingsmaatregelen zijn echter vrij divers qua modaliteiten en gaan uit van verschillende beleidsniveaus. Hierna volgen er enkele: - ACTIVA voor 45-plussers: Dit is een steunmaatregel bij aanwerving van 45-plussers, om hun herinschakeling in het normale arbeidscircuit te bevorderen door: Een vermindering van de werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid Een geactiveerde werkloosheidsuitkering die de werkgever in mindering kan brengen van het nettoloon. De RVA betaalt deze uitkering aan de werknemer - Aanwerving van de eerste drie werknemers - vermindering RSZ werkgeversbijdragen - Vergoeding tewerkstelling - gehandicapten (Vlaanderen)

Samenvatting Recht

blz. 35

4. FISCALE WETGEVING 4.1 Situering: begrippen belasting, begroting Belasting: Dit zijn in grote lijnen de financile bijdragen van de burgers in de uitgaven van een staat die zij betalen op basis van hun inkomsten die zij verwerven. Zowel natuurlijke als rechtspersonen betalen belasting. Het principe is dat er belastingen betaald worden op het ogenblik dat er een inkomen of een winst verworven wordt. Dit gebeurt onder de vorm van voorheffingen. Begroting: is een raming van de inkomsten en de uitgaven van de staatshuishouding. Dit noemt men een rijksbegroting. De Kamer stemt als wetgevende macht de begrotingswet voor het volgende jaar. De definitieve uitvoering ervan worden de rekeningen van de staat genoemd. Door deze wet wordt de regering gemachtigd tijdens dat jaar belastingen te heffen, niet-fiscale ontvangsten te innen, leningen uit te schrijven en uitgaven voor de werking van de staatshuishouding te doen. Belgi heeft een meervoudig begrotingstelsel met 2 luiken, namelijk meerdere uitgavensbegrotingen en n inkomstenbegroting. De overheidsinkomsten worden verdeeld over: federale overheid, gewesten en gemeenschappen, sociale zekerheid, gemeenten en provincies, Europese Unie. 4.2 Soorten belastingen directe en indirecte belastingen Directe belasting: wordt geheven op de jaarlijks verworven inkomsten van burgers en ondernemingen, namelijk personenbelasting, vennootschapsbelasting, rechtspersonenbelasting, belasting van niet-inwoners, verkeersbelasting op voertuigen, belasting op spelen en weddenschappen, op automatische ontspanningstoestellen, op de in verkeerstelling van een voertuig. Indirecte belasting: is een belasting op het verbruik van goederen en diensten en houden geen rechtstreeks verband met het verworven inkomen, bv eenzelfde btw-procent bij aankoop van voeding. Deze zijn onder meer: BTW, registratie- en hypotheekrechten, schenking- en succesierechten, zegelrechten en ermee gelijkgestelde rechten, douanerechten en accijnzen, openingsbelasting op de slijterijen van gegiste dranken. vaste, proportionele en progressieve belastingen Vaste belasting: is een heffing met een vast bedrag, bv. Een reispasport? proportionele belasting: Het tarief is een onveranderlijk percentage van de grondslag, bv kasbons, btw progressieve belasting: wordt hoger naarmate het inkomen stijgt, bv bedrijfsbelastingen de personenbelasting De personenbelasting is een inkomstenbelasting die wordt geheven tegen een stijgend aanslagtarief, door alle rijksinwoners jaarlijks verschuldigd is, wordt berekend op het totale netto-inkomen rekeninghoudend met: de samenlevingsvorm, de belastingvrije som, de personen ten laste. - Inkomsten uit onroerende goederen en onroerende voorheffing: dit betreft de inkomsten uit onroerende goederen waarop een onroerende voorheffing wordt geheven. Het inkomen van een onroerend goed bestaat uit het kadastraal inkomen (KI). Deze wordt bepaald door de Administratie van het Kadaster. Het wordt jaarlijks aangepast of gendexeerd. Iedere eigenaar van een onroerend goed betaald jaarlijks belasting. Het KI kan aldus omschreven worden als het fictieve, geschatte, gemiddelde normale netto inkomen van het onroerend goed gedurende n jaar.

Samenvatting Recht

blz. 36

Onroerende voorheffing: wordt geheven door het gewest (grondlasten). De provincies en gemeenten mogen op die onroerende voorheffing een toeslag heffen. Deze toeslag worden genoemd de opcentiemen (1 cent op 1 euro) - Inkomsten uit roerende goederen en roerende voorheffing: dit zijn inkomsten die voortvloeien uit spaarboekjes, obligaties, kasbons, zichtrekeningen. De aangifte is niet verplicht als bij het innen van deze inkomsten door de financile instelling roerende voorheffing werd ingehouden. Het belastbaar inkomen van de roerende goederen omvat: dividenden uit aandelen, intresten van obligaties, intresten van schuldvorderingen en leningen, inkomsten van verhuring roerende goederen, roerende inkomsten van buitenlandse oorsprong, intresten gelddeposito's (deze laatste zijn echter vrijgesteld tot 1630 euro). De innings- en bewaringskosten zijn aftrekbaar als de RI wordt aangegeven. - Inkomsten uit arbeid en bedrijfsvoorheffing: dit zijn inkomsten die rechtstreeks of onrechtstreeks voortkomen uit een beroepswerkzaamheid. De bedrijfsvoorheffing wordt ingehouden door de werkgever en doorgestort aan de FOD Financin. De bedrijfsinkomsten zijn veruit de voornaamste bron van inkomsten van de staat. - Diverse inkomsten: diverse inkomsten zijn in principe alle inkomsten die noch onroerend, noch roerend zijn en evenmin voortkomen uit de uitoefening van een beroepsactiviteit, deze zijn oa: inkomsten voor bewezen diensten, opbrengsten uit verhuring jacht-, vis- en vogelvangrecht, uitkering tot onderhoud gescheiden echtgenoot, verhuring gemeubeld goed, prijzen en subsidies toegekend aan geleerden, schrijvers en kunstenaars. Het brutobedrag mag verminderd worden met de werkelijke kosten en lasten gemaakt om deze inkomsten te verwerven, voor sommige wordt een forfaitaire aftrek toegelaten. - Globalisatie met eenvoudige aangifte = samentelling van de inkomsten inkomsten Uit onroerend goed Uit roerend goed beroepsinkomsten Totaal netto inkomsten - aftrekken Is totaal belastbaar inkomen (basis voor de belastingheffing) - Eenvoudige studie van het aanslagbiljet 4.3 De BTW Het begrip toegevoegde waarde De toegevoegde waarde is het verschil tussen de verkoopprijs en de aankoopprijs van de aangekochte goederen en diensten. De producenten en handelaars innen telkens de belastingen van de overheid. De verbruiker draagt de last. De BTW-tarieven 0% = vrijgesteld: verenigingen, scholen, ziekenhuizen, kortingen contante betalingen, advocaten, .. 6% = verlaagd tarief voor levensnoodzakelijke goederen, herstellingen 12% = verlaagd tarief voor courante verbruiksgoederen en voor diensten die economisch, sociaal of cultureel belangrijk zijn (magarine, luiers, sociale huisvesting, betaaltelevisie) 21% = normaal tarief voor alle niet andere vermelde goederen en diensten. Diverse inkomsten

Samenvatting Recht

blz. 37

De berekening (maatstaf en heffing) BTW wordt altijd berekend op de basisprijs vermeerder met de BTW-belastbare kosten en na aftrek van kortingen. Dit bedrag wordt dan maatstaf van heffing genoemd (verkoopprijs, excl. BTW) De BTW-plichtigen Iedereen die in de uitoefening van een activiteit geregeld en zelfstandig leveringen van goederen of van diensten verricht zoals omschreven in het wetboek van BTW, is onderworpen aan de BTW-plicht. Bedraagt je omzet maximum 5.580 EUR excl. BTW, dan kan je gebruik maken van de vrijstellingsregel en moet je geen BTW aangeven. Je moet geen BTW aanrekenen, maar kan zelf ook geen BTW aftrekken. Je moet ook in dat geval je BTW status laten activeren. De aftrekregeling het bedrag dat aan een btw-plichtige werd aangerekend door de leverancier, mag afgetrokken worden van het btw-bedrag dat de btw-plichtige zelf heeft aangerekend aan de klant. Dit gebeurt als volgt 1) BTW betaald aan de leveranciers is terug te vorderen van BTW-administratie 2) BTW ontvangen van de klanten is te betalen aan BTW-administratie = Het verschil wordt betaald aan de BTW-administratie of teruggestort aan de handelaar door de BTWadministratie. De administratieve verplichtingen per kwartaal of maandelijks BTW-aangifte indienen, gebruikmakend van voorgeschreven formulier en het verschuldigde bedrag overmaken (20ste). Op de facturen van voor intracommunautaire leveringen moet de verkoper prijs excl.vermelden, btw-tarief aanduiden, eventuele vrijstelling aanduiden. De BTW-plichtige moet een boekhouding voeren: aankoopdagboek, verkoopdagboek, financieel dagboek, inventaristabel. Het opmaken van een jaarlijkse listing van alle klanten die in de loop van het vorig jaar minstens 250 euro op factuur kochten en indienen bij BTW-administratie (maart). De verschillende aangiftemogelijkheden - op papier (via het modelformulier), mag niet meer - geautomatiseerde BTW-aangifte (bv. van een afdruk boekhoudpakket) - elektronische aangifte (via het EDIVAT- of INTERVAT-systeem), vanaf 2009 verplicht. 4.4 Fiscaal statuut van de zelfstandige Het fiscaal statuut van een zelfstandige verschilt van dat van een werknemer enkel inzake de beroepsinkomsten. Zelfstandige in hoofdberoep: wie een zaak in de vorm van een eenpersoonszaak exploiteert, wordt belast in de personenbelasting.Als vennootschapsvorm wordt de winst van de onderneming in de vennootschapswetgeving belast. Als bestuurder of werkend vennoot ontvang je van die vennootschap een bezoldiging die belastbaar is in de personenbelasting. De boekhouding wordt gebruikt om de bedrijfswinsten en bedrijfslasten te bewijzen. Zelfstandige in bijberoep: De zelfstandige in bijberoep wordt niet alleen overstelpt met allerlei te betalen bijdragen, hij mag ook niet vergeten dat hij bij het invullen van zijn jaarlijkse belastingaangifte voortaan ook het tweede deel zal moeten invullen. Dit deel 2, dat voorbehouden is aan de zelfstandigen, dient hij bij zijn controleur aan te vragen. De zelfstandige in bijberoep zal wel zijn werkelijke beroepskosten die verband houden

Samenvatting Recht

blz. 38

met zijn nevenactiviteit, kunnen aftrekken zonder daarbij het ambtshalve op de loontrekkenden toepasselijke kostenforfait te verliezen. Uiteraard zullen voor de berekening van de marginale belastingvoet de inkomsten uit zijn zelfstandige activiteit worden toegevoegd aan zijn inkomsten Voorafbetalingen: eenmanszaken en vennootschappen hebben de mogelijkheid om provisionele vierden te storten aan de diensten van de directe belastingen. Als de voorafbetalingen niet gebeuren moeten vermeerderingsintresten betaald worden. De voorafbetalingen moeten gestort worden ten laatste 10/april, juli, oktober, 20 december. Als je als zelfstandige start, zijn de eerste drie jaar vrijgesteld van vermeerderingsintresten. ook de zelfstandigen in bijberoep vanaf het vierde jaar van hun zelfstandige activiteit voorafbetalingen moeten storten. Doen zij dit niet, dan riskeren zij een belastingvermeerdering. De belastingaangifte

Samenvatting Recht

blz. 39

5. DIVERSEN Zekerheden / waarborgen Dit zijn speciale of bijkomstige garanties waarover de schuldeiser tegenover de schuldenaar beschikt om de uitvoering van een verbintenis te bekomen. De zekerheden vrijwaren de schuldeiser tegen onmacht of onwil van de schuldenaar

- persoonlijke

zekerheden: borgstelling: verbintenissen van 1 of meer personen die evenals de schuldenaar de

verplichting op zich nemen de schuld te betalen. De schuldeiser moet echter altijd eerst de schuldenaar tot betaling dwingen, vooraleer hij de borgsteller kan aanspreken bv borgtocht en hoofdelijkheid onder de schuldenaars

- zakelijke zekerheden: pand en hypotheek: worden 1 of meer zaken van het vermogen van de schuldenaar of van een
derde bestemd om als waarborg van de betaling te dienen. De schuldeiser zal er een zakelijk recht op bekomen en uit de prijs ervan betaald worden. Deze zaken kunnen in bezig gesteld worden van de schuldeiser (inpandgeving) of in het bezit blijven van de schuldenaar (hypotheek) Borgstelling: is een overeenkomst waarbij een derde persoon (borg) zich verbindt de schuld te betalen aan de schuldeisers als de schuldenaar dit niet doet op de vervaldag Inpandgeving pand is een overeenkomst waarbij een schuldenaar zijn schuldeiser een roerende zaak geeft tot zekerheid van de schuld. Het gaat hier om een bijkomende overeenkomst. Deze werd immers aangegaan tot waarborg van een hoofdverbintenis. Kenmerkend voor het burgerlijk pand is dat het goed in het bezit wordt gesteld van de schuldeiser (of derden). Dit om niet de indruk te wekken bij andere schuldeisers dat het goed nog deel uitmaakt van het gemeenschappelijk onderpand van de schuldenaar. De pandhouder moet de zaak als een goede huisvader bewaren, hij heeft het recht de zaak bij te houden tot de volledige betaling van de schuld. Hij mag de zaak niet gebruiken, hij mag slechts bij wanbetaling vragen aan de rechter hetzij het goed openbaar te verkopen, hetzij het hem als betaling voor zijn schuldvordering wordt toegewezen Bij louter afgeven van de zaak volstaat als overeenkomst. Om de overeenkomst te kunnen bewijzen is er voor zaken meer dan 371.84 een authentieke akte of een geregistreerde akte nodig hypotheek een hypotheek is een zakelijk recht op een onroerend goed, dat als waarborg verbonden is voor het nakomen van een verbintenis. Zakelijk recht: de hypotheekhouder heeft een onmiddellijk recht op het goed, hij heeft geen akkoord van de andere nodig De hypotheek verschaft aan de betrokken schuldeiser voorang, indien de schuldenaar zijn verbintenis niet nakomt zal de hypothecaire schuldeiser voor alle anderen met de opbrengst van het gehypothekeerde goed worden betaald De meeste hypotheken komen tot stand door overeenkomst (bedongen hypotheken). Meestal gaat het over een hypotheek die verbonden wordt aan een contract van lening. Hypotheken kunnen ook ontstaan via wet of testament De voorrechten Een voorrecht is een zakelijke zekerheid die niet door overeenkomst maar wel door de wet verstrekt wordt aan bepaalde schuldvorderingen. We spreken van niet-contractuele waarborgen Het voorrecht is van belang wanneer de goederen van de schuldenaar niet meer volstaan om al zijn schuldeisers te voldoen.

Samenvatting Recht

blz. 40

Administratieve organisatie aan- en verkoop De verkoopovereenkomst Het koopcontract: bestelbon: als de koper en verkoper tot een akkoord komen over de offerte, wordt een schriftelijke overeenkomst afgesloten waarin de afgesproken elementen van de koop voorkomen. Deze wordt bijna steeds opgemaakt door de verkoper en meestal in drievoud. Dit is het bewijs van een bestelling. Gegevens op een bestelbon: gegevens van verkoper & koper, datum en bestelbonnummer, aantal, omschrijving en eenheidsprijs, totale prijs, btw-tarief, handtekening koper en verkoper, eventueel overeengekomen voorschot en het nog te betalen saldo, leveringsdatum of termijn, verkoopsvoorwaarden. Geldigheid volwaardige toestemming zonder wilsgebreken (dit zijn bedrog, dwaling en geweld); bekwaamheid om een contract af te sluiten; de overeenkomst moet slaan op een bepaald en wettig voorwerp en de oorzaak van de handeling moet geoorloofd zijn. Bewijsmiddelen bestaan koopcontract: het bestaan kan bewezen worden door: een geschrift (bestelbon, factuur), door getuigen en vermoedens (best aangevuld met schriftelijk bewijs), door een begin van uitvoering (bv door gedeeltelijke betaling of door een gedeeltelijke of gehele aanvaarding van de koopwaar) Tenietgaan: als de verbintenissen tot voldoening van beide partijen wordt uitgevoerd, houdt het bestaan ervan op. De verbintenis gaat dan teniet. Het tenietgaan kan door onder andere: normaal verloop: door betaling, door kwijtschelding (verbintenis verdwijnt, bij overeenkomst, zonder betaling vanwege de schuldenaar), door schuldvergelijking of compensatie. Geen normaal verloop: door verbreking (als beide terugkomen op het door hen afgesloten contract), door ontbinding (als n van beide de verbintenissen niet nakomt), door nietigheid (als n van de geldigheidsvereisten ontbreekt of niet voldaan werd aan de essentile vermeldingen van het koopcontract). Rechten en plichten koper / verkoper: Koper: prijs betalen, goederen in ontvangst nemen, controleren, vastgestelde afwijkingen melden via aangetekend schrijven of bestelbon Verkoper: leveren, de koper vrijwaren tegen geborgen verbreken De verkoopvoorwaarden: deze worden tevens op de bestelbon en de factuur vermeld, de voornaamste verkoopsvoorwaarden zijn: aard, kwaliteit, kwantiteit: de hoeveelheid, prijsvermindering: de prijs kan verminderd worden met bepaalde kortingen: een handelskorting om het kopen aan te moedigen, een financile korting om contante betaling aan te moedigen en een rafactie, wijze van levering, betaling (contant, afbetaling, termijnbetaling). Als er geen verkoopsvoorwaarden vermeld zijn moet de koper de goederen halen en de verkoper moet de te innen bedrag halen.

Samenvatting Recht

blz. 41