Você está na página 1de 12

Weer en klimaat

Het verschil tussen weer en klimaat omschrijven. Weer: Weer is de toestand van de atmosfeer voor een korte periode en voor een beperkte oppervlakte. Het weer is veranderlijk. De factoren die het weer bepalen zijn temperatuur, de bewolking, de luchtvochtigheid, de neerslag, de luchtdruk en de wind. Klimaat: Het gemiddelde weer van een groot gebied gemeten in een periode van 30 jaar. De temperatuur en de neerslag heeft men over een lange termijn (30jaar) de gemiddelden van berekend. Die elementen vormen de elementen van het klimaat. Het kilmaat is dus over een lange periode gezien, onveranderlijk en vast. De factoren die het weer bepalen, de gebruikte meettoestellen en de eenheden opsommen. De 6 elementen die het weer bepalen zijn: de temperatuur, de neerslag, de luchtvochtigheid, de wind, de luchtdruk en de bewolking Temperatuur wordt gemeten met een thermometer en wordt uitgedrukt in Celcuis () Temperatuur Thermometer Celcuis Isothermen: Lijn die alle punten met eenzelfde gemiddelde temperatuur verbindt(weerkaart) Neerslag wordt gemeten met een pluviometer en wordt uitgedrukt in mm of l/m Neerslag Pluviometer -mm of l/m Isoheyten: Lijnen die alle plaatsen met dezelfde neerslag verbindt ( weerkaart) Luchtdruk wordt gemeten met een barometer en wordt uitgedrukt in HectoPascal (HPA) Luchtdruk Barometer - Hectopascal Isobaren: lijnen die alle plaatsen met dezelfde luchtdruk verbinden (weerkaart) Windsnelheid wordt gemeten door een anemometer en wordt uitgedrukt in km/u Windsnelheid anemometer km/u Windrichtingen worden waargenomen door een luchtzak, windhaan en windwijzer.

Op de wereldkaart de klimaten en de natuurlijke plantengroei situeren en beschrijven. De begrippen toendra, taiga, steppe, savanne, tropisch regenwoud, loofwoud, gemengd woud en naaldwoud omschrijven. Vegetatie: Toendra Koud klimaat met dooiseizoen *Lage begroeiing van rendiermossen, mossen, grassen, moerasplanten en dwergwilgen Komt voor: Noord-Canada, noorden van Scandinavi en het uiterste noorden in Rusland Vegetatie: Taiga (Russisch voor naaldbos) Koudgematigd klimaat met strenge winters *Eentonige wouden met naaldbomen en ook wel berken Komt voor: Noorden van Scandinavi, een groot deel van Rusland, Canada en Alaska Vegetatie: Gemengd woud Koelgematigd klimaat met koude winter (grote verschillen tussen winter en zomer) *Voorkomen van loofbomen en naaldbomen Komt voor: Binnenland van N-Amerika, Oost-Europa, Midden Scandinavi Vegetatie: Loofwoud Koelgematigd met zachte winter *Hoofdzakelijk loofbomen (eiken, beuken, kastanjes) met verlies of stilstand van de bladen in de winter Komt voor: Centraal en West- Europa, Zuiden van Chili, Westkust van de VS Vegetatie: Steppe Gematigd droog klimaat *Steppe met korte grassen en geen boomgroei (zeer weinig neerslag en zeer koude winters) Komt voor: Noord-Amerika(bekken), ZO van Rusland, Oekrane, Kazakstan

Vegetatie: Savanne Warm klimaat met nat seizoen *Hoge dichte grassen met verspreide bomen tijden het regenseizoen ziet de savanne er groen en plantenrijk uit en het droog seizoen verdort ze. De savanne herbergt ook een aantal zoogdieren zoals planteneters zijn er verruit in de meerderheid: zebras, olifanten, giraffen, doordat er veel planteneters zitten zijn er ook vleeseters: Leeuwen, hyenas, jakhalzen, Komt voor: De gordel van het tropisch regenwoud (Latijns-Amerikaan, Afrika en Zuid Azi) Vegetatie: Tropisch regenwoud Warm altijd nat klimaat *Boomgroei, weelderig woud, immergroen woud, grote variatie planten, dichte begroeiing, verschillende kruinlagen, hoge bomen (60m)

De mens verovert de aarde en de ruimte


alle plaatsen Aardrotatie De aarde draait rond haar as van west naar oost (in tegenwijzerszin) in 24 uur. De omtrek van de aarde is 40 000 km, dus heeft een punt op de evenaar een snelheid van 40 000 km per dag of ongeveer 1666 km/uur. Gevolgen: De opeenvolging van dag en nacht: De zon verlicht altijd een halve wereldbol. Als gevolg van de aswenteling in 24 uur zal er dus een dagelijks afwisseling komen van dag en nacht Tijdverschil: Het is op een bepaalde plaats middag (12u) wanneer de zon op die plaats en op dat moment haar hoogste punt bereikt (=zuiden). Voor alle plaatsen op de eenzelfde meridiaan of lengtecirkel bereikt de zon op hetzelfde ogenblik haar hoogste stand, ze hebben dus dezelfde tijd ten opzichte van de zon. We spreken van Tijdzones. Als we naar het westen verplaatsen (=tegen de rotatie van de aarde in) is het daar ochtend; naar het oosten toe is het avond. Per graad die we ons van west naar oost verplaatsen overbruggen we een theoretisch tijdsverschil van 4 minuten. Omdat het onmogelijk is overal een andere tijd te hebben heeft men de aarde verdeeld in 24 uurgordels. Aarderevolutie De omwenteling van de aarde rond de zon. De duur van de omwenteling duurt 365 dagen 5uur 48 minuten, 97 seconden Het burgerlijk jaar of kalenderjaar telt 365 dagen en is dus 5uur 48 minuten 45,97 seconden te kort dus om de 4 jaar is er een schrikkelijkjaar met dan telkens een dag toegevoegd. Winter en zomer verklaren op het Noordelijk Halfrond Wanneer de zon loodrecht staat op de Kreeftskeerkring (NH) op 21 juni begint bij ons de zomer (langste dag ). Daarna beweegt de loodrechte zon zich weer naar het zuiden en als de zon dan loodrecht op de evenaar is begint bij de herfst op 21 september. De loodrechte zon gaat weer naar het zuiden en daar aangekomen loodrecht op de Steenbokskeerkring is het bij ons koud het is dan winter op 21 december. De zon staat op een gegeven moment weer loodrecht met de evenaar en dat is op 21 maart en dan begint bij ons de lente. Op het zuidelijk Halfrond is het allemaal andersom.

Het zonnestelsel omschrijven Ons zonnestelsel is een onderdeel van een veel groter stelsel namelijk de Melkweg. De zon, de bron van energie: De zon vervult het belangrijkste in ons in ons zonnestelsel. Niet alleen is de grootste maar was ze ook cruciaal in het ontstaan van het zonnestelsel en in het ontstaan en onderhouden en leven op aarde. De terristische of aardachtige planeten: -Mercurius of de hete planeet -Venus -aarde of de blauwe planeet -Mars of de rode planeet -Planetodengordel ( Een zone waar niet n enkele planeet maar een hele hoop miniplaneetjes liggen) De gasreuzen: -Jupiter (de grootste onder de planeten) -Saturnus ( de geringde planeet) -Uranus -Neptunus (de gekantelde planeet) Ijswereld: Pluto (de kleinste onder de planeten) ?Planeet? Planeten zijn koude hemellichamen en stralen zelf geen licht uit wel weerkaatsen ze het zonlicht zodat we ze soms kunnen zien. De planeten draaien min of meer in eenzelfde vlak rond de zon met uitzondering van Pluto. De duur en omwenteling noemt men de omwentelingstijd of de revolutie. Elke planeet draait ook rond zijn eigen as (=rotatie). 7 van de 9 planeten zijn ook vergezeld van n of meer natuurlijke satellieten (de maan). Andere hemellichamen: Planetoden: De kleine planeetje die afgekoelde restanten zijn van gasophopingen die bij vorming van planeten overbleven. Geschat op 50 000 aantal. De diameters variren van 1,6 tot 400 km. Meteroden: Wanneer een planetode of een ander brokstuk wordt aangetrokken door een planeet of maan spreken astronomen over meteroden. Wanneer een meterode in de atmosfeer van de aarde terecht komt wordt ze door de wrijving gloeiend heet en spreken we over een vallende ster of meteoor. Wanneer de brokstukken niet volledig verdampen op het aardoppervlak inslaan spreken we van een metoriet

Kometen: Bestaan uit stof, gruis, bevroren water, methaan en CO. Ze bewegen rond de aarde in grote afgeplatte ellipsen of in parabolische banen rond de zon. Kometen met een ellipsvormige baan kunnen we regelmatig terug zien op tijdstippen (vb De komeet halley om 76 jaar). De diameter van een komeet is erg klein. De staart kan enorme afmetingen hebben. Verschil tussen planeet en ster? Sterren geven licht, planeten niet. De zon is dus een ster en de aarde is een planeet. De maan lijkt licht te geven maar dat is niet zo. De maan weerkaatst het licht rond de zon. De maan is dus een planeet. Planeten draaien altijd rond de zon of andere hemellichamen. Het belang van kunstsatellieten omschrijven Worden gebruikt om via de ruimte radio, televisie en telefoonverbindingen te maken (ook GPS) Geostationeerde Satelliet: Is een satelliet die zich steeds boven hetzelfde punt op aarde bevindt. De satelliet moet daarvoor een cirkelvormige baan beschrijven en dat aan dezelfde snelheid als de snelheid van de aardrotatie. Voor telecommunicatie worden geostationaire satellieten gebruikt omdat dan de antenne die erop gericht wordt vast kan blijven aangezien de satelliet onbeweeglijk aan de hemel hangt. Polaire Satelliet: Soms wil men veel meer details kunnen zien dan 1km, en is er een constante observatie niet zo belangrijk. Polaire Satellieten draaien rondjes om de aardbol Over de Noord en Zuidpool. Daarbij scannen ze steeds een smalle reep van de aarde. Van N naar Z of van Z naar N. Na een rondje is de aarde een klein beetje gedraaid en begint de satelliet een nieuw strookje van de aarde te verkennen.

Energie
Vier alternatieve energiebronnen benoemen en de voor- en nadelen bespreken. Steenkool, aardolie en aardgas zijn fossiele energiebronnen omdat ze schadelijk voor het milieu zijn en is ook een uitputtelijke bron.Daarom moeten we op zoek naar alternatieve energie zoals energie van duurzame energiebronnen die weinig of geen vervuiling met zich meebrengen en die onuitputtelijk is. (zon, golven, wind, enz.) Zonne-energie (via Zonnepanelen, zonneboilers) + De zon is onuitputtelijk +milieuvriendelijk (minder co uitstoot) +Voordelig op lange termijn - Het aanbod is het kleinst in de winter wanneer de vraag naar energie het grootst is. -Het aanbod op aarde is zeer ongelijk verdeeld, plaatsen met de meeste zon zijn meestal plaatsen waar het energieverbruik minder is. -De installaties zijn duur en renderen pas op lange termijn -Zonnepanelen moeten op je dak liggen en dit is meestal niet mooi Windenergie ( via windmolens) +Vermindering van het verbruik van fossiele brandstoffen +Milieuvriendelijk (minder co uitstoot) +verminderde afhankelijkheid van de olieproducerende landen +duurzaamheid van windenergie -Slagschaduw en geluidsoverlast voor omwonende -windmolens zijn lelijk voor het landschap -Hogere kosten (anderhalf tot driemaal zo duur als grijze stroom) -De productie van elektriciteit is enorm afhankelijk van de windkracht -Vogels worden door de windmolens uit de lucht geslagen

Kernenergie (Energie opwekken door kernreacties) +goedkope energie +Lage co uitstoot (er komt veel minder co vrij dan bij gas-of kolencentrales) +Veiligheid ( de hoeveelheid straling ligt 100maal lager als bij kolencentrales) +Politieke onafhankelijkheid (Uranium is nodig bij het opwekken van elektriciteit en die is afkomstig uit veel stabielere landen dan waar aardolie en gas komen) -Niet duurzaam (uranium is beperkt voorradig) -schade aan het milieu

-terrorisme (Kerncentrales zijn een potentieel doelwit) -Het opslaan en verwerking van radioactief afval is zeer duur en niet zonder gevaar en enorm milieubelastend -de radioactieve straling die zou vrijkomen bij een ongeluk kunnen veel slachtoffers maken. Denk maar aan kernramp tsjernobyl) -Risico op ontwikkeling van kernwapens (de technologie is hetzelfde) -Nieuwe kerncentrales bouwen is zeer duur Waterenergie (via waterkrachtinstallatie) + De dammen die gebruikt worden helpen tegen overstromingen +levert gemiddeld tot veel energie +waterenergie is duurzaam en heel milieuvriendelijk +Goedkope manier om stroom op te wekken +levensduur ligt 2 tot 10 keer zo lang als kool en kernenergie-centrales +onderhoudskosten heel laag - Waterkrachtcentrale heeft veel ruimte nodig (veel natuur gaat verloren) -Door aanwezigheid van reservoirs en dammen kan het gebeuren dat vissen niet meer naar de zee kunnen -Er is veel waterkracht voor nodig om stroom te kunnen maken. Niet overal is er evenveel stroomkracht -Enkel lokaal

Je hebt ook nog andere alternatieve energie zoals Biomassa, getijdencentrales, Brandingsenergie, Geothermische energie

De fossiele energiebronnen benoemen en de voor- en nadelen bespreken Steenkool, aardolie en aardgas zijn niet duurzame energiebronnen dat wil zeggen dat ze dat ze op kunnen geraken (uitgeput zijn) Bij verbranding(verbinden met zuurstof geven ze vooral warmte-energie af. We noemen ze ook wel Fossiele brandstoffen. Fossiel betekent: bedolven resten van organisme op aarde hebben geleefd. Fossiele brandstoffen zijn afkomstig van plantaardige materie die niet tot ontbinding is overgaan; de energie blijft erin opgesloten tot ze verbrand worden. Nadelen fossiele brandstoffen: -Luchtvervuiling (co ) -Opwarming atmosfeer (broeikaseffect) -Oorzaak van zure regen - kunnen uitgeput worden -kunnen milieurampen veroorzaken

Aardgas +weinig onderhoud +Kosten liggen relatief lager dan bij duurzame-energie +Lage installatiekosten + Het gebruik van aardgas geeft minder uitstoot van co en vervuilende stoffen dan het gebruik van steenkool of olie. -Wereldwijd geraken de toegankelijke bronnen uitgeput (over zestig jaar naar schatting) -Aardgas is explosief -Bij verbranding komen schadelijke stoffen vrij -Niet vernieuwbaar -Bij een lekkage sterven planten en dieren aardolie De meest begeerde fossiele brandstof en is afkomstig van afgestorven bacterin, plankton, zeedieren en planten die op de zeebodem onder het slib bedolven werden

+Makkelijk te transporteren via pijpleidingen en mammoettankers +eenvoudig uit de grond te halen +goedkoop -Niet herbruikbaar -Als politiekmachtsmiddel kan gebruikt worden bepaalde plaatsen die het bezitten -Veroorzaken milieurampen bij ongelukken transport -aardolie is uitputtelijk -watervervuiling -zure regen -luchtvervuiling -broeikaseffect -Bodemvervuiling -Milieu Steenkool Steenkool ontstaat uit koolstof van bomen en planten dat niet weggerot is. Bomen komen in de moerasbodem terecht, en worden met modder bedekt en van de lucht afgesloten. (zo vergaat het hout niet) Miljoenen jaren wordt het hout samengeperst en er ontstaat een inkoling: Het koolstofgehalte stijgt. +Steenkool is goedkoop +steenkoolmijnen bestaan al heel lang dus moeten we ze niet meer bouwen +Snel uit te grond te halen +wereldvoorraad erg groot

-Niet vernieuwbaar -Bij het verbranden komen veel schadelijke stoffen vrij -winning van steenkool is gevaarlijk en smerig -Blijven er hopen puin over die lelijk in het landschap staan.

Studie van de bevolking


De bevolkingsdichtheidkaart van Belgi beschrijven. De minst dicht bevolkte gebieden en de dichtst bevolkte gebieden verklaren De economische en maatschappelijke veranderingen die voortkwamen uit de industrile revolutie leidde tot verstedelijking. Belgi heeft ongeveer een oppervlakte van 30 500 km en telt ongeveer een 10 miljoen inwoners. Bevolkingsdichtheid voor Belgi= ongeveer 328 inwoners. In het Vlaamse Gewest wonen 437 inwoners per vierkante meter tegenover 197 inwoners per vierkante meter in het Waalse Gewest, en 5906 inwoners per vierkante meter in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.Vlaanderen is het meest bevolk met ongeveer 5,9 miljoen inwoners en Walloni telt ongeveer een 3,3 miljoen inwoners. De bijna 1 miljoen inwoners inwoners van Brussel vertegenwoordigt 9,4% van de totale bevolking. In Belgi zijn de provincies Vlaams-Brabant en Antwerpen en steden zoals Gent en Brugge goed voor zon 13,6% van de bevolking. Het grootste gedeelte van de Vlaamse bevolking leeft in de gevormde driehoek van Antwerpen- Brussel-Leuven. In deze driehoek kan is er veel industrie en een groot werkgelegenheid. De dunst bevolkte provincie in Vlaanderen is Limburg. In Walloni is de dichtstbevolkte provincie Henegouwen. In Walloni is de bevolkingsdichtheid het grootst op de industrie-as Bergen-Chareloi-Luik. De dichtstbevolkte gebieden in Belgi zijn Antwerpen, Vlaams-Brabant en het Brussel Hoofdstedelijk Gewest. Het minst aantal Belgen wonen in de provincie Henegouwen. De kaart met de spreiding van de vreemdelingen in Belgi beschrijven en de vastgestelde concentraties verklaren. In Belgi zijn er in het algemeen veel Italianen, Marokkanen, Turken, Nederlanders, Congolezen en Spanjaarden. 1. Veel vreemdelingen wonen in en rond de hoofdstad omdat ze daar in fabrieken kunnen werken waarover ze geen diploma nodig hebben. En ze vinden er ook veel landgenoten en lotgenoten. 2.In Brussel vinden we ook veel Congolezen omdat ze daar toekomen met het vliegtuig 3. Ook in industriegebieden voorbeeld in Henegouwen, Luik en rond de zeehavens vinden we veel vreemdelingen omdat er daar veel werk is en rond de zeehavens kan je veel nationaliteiten vinden omdat ze daar dikwijls toekomen en blijven. 3. In de Waalse steenkool mijnen kwamen vroeger veel Italianen werken en in de Limburgse veel turken. Die mijnen zijn nu gesloten maar die mensen zijn daar blijven wonen. 4.In en rond Brussel wonen ook veel Europese Ambtenaren die in Brussel hun werk hebben. 5.Veel Nederlanders zijn bij ons komen wonen omdat ze bij ons geen belasting betalen op het vermogen die mensen wonen meestal aan de Nederlandse grens.

De begrippen natuurlijke aangroei, geboorte- en sterftecijfer, migratiesaldo, emigratie en immigratie kennen en hun invloed op het bevolkingsaantal en de bevolkingsevolutie verwoorden Natuurlijke aangroei: Het verschil tussen het geboortecijfer en het sterftecijfer. Geboortecijfer: Het aantal geboorten per 1000 inwoners op een burgerlijk jaar

Sterftecijfer: Het aantal sterfgevallen per 1000 inwoners in een burgerlijk jaar Migratiesaldo: Het verschil tussen het aantal inwijkelingen en het aantal afwijkelingen Emigratie: Mensen die hun geboorteland verlaten om zich in het buitenland te vestigen Immigratie: Zich vestigen in een ander land Bevolkingsevolutie: Het bevolkingsaantal van een land is voortduren in beweging, in evolutie. Om deze evolutie te verklaren onderzoekt men verschillende mogelijkheden. Het verschil tussen het aantal geboorten en het aantal sterfgevallen noemt men de natuurlijke aangroei of afname. Wanneer het geboortecijfer groter is dan het sterftecijfer spreekt men van een aangroei, wanneer het geboortecijfer kleiner is dan het sterftecijfer spreekt men van een afname of negatieve groei. Een bevolking verandert ook door de mensen die inwijken of uitwijken. Het verschil tussen inwijking (=immigratie) en uitwijking (emigratie) noemt men de kunstmatige aangroei of afname of ook nog het Migratieoverschot. Leeftijdshistogrammen lezen en vergelijken. Bevolkingspiramide of histogram is een grafische voorstelling van de bevolking. Verticaal wordt de leeftijd uitgezeten en horizontaal worden er stroken getekend die het aantal vrouwen en mannen van elke leeftijdsgroep voorstelt.

De actieve bevolking volgens beroep plaatsen in primaire, secundaire, tertiaire en quartaire sector. De betekenis van deze sectoren en de evolutie in de tewerkstelling verwoorden. Primaire sector: De sectoren die zorgen voor de grondstoffen en voedsel Voorbeeld: Visserij, landbouw, jacht, delfstofwinning, veeteelt, Secundaire sector: Zij zorgen voor dat de grondstoffen worden verwerkt Voorbeeld: Metselaar, elektricien, kleermaker, Tertiaire sector: Dienstensector (afgewerkte producten) Voorbeeld: Winkels, Horeca, kappers, zakelijke dienstverleners, Quartaire sector: Non-profit sector (Deze bedrijven streven niet naar winst) Voorbeeld: Ziekenhuis, brandweer, religie, cultuursector, wetenschapsector, Minister, onderwijs, dokter,

Voor de eerst wereldoorlog werkte het merendeel van de mensen in de primaire sector en heel weinig in de tertiaire sector. Na de tweede Wereldoorlog kwamen er veel fabrieken en schakelden veel arbeiders van de primaire naar de secundaire sector. Toen er veel machines in de landbouwsector (primaire) kwamen schakelden heel veel mensen over naar de secundaire sector. Na 1960 gingen de fabrieken veel meer over tot automatisatie en bleef de jeugd ook veel langer studeren. Het gevolg daarvan was dat de meeste mensen nu werken op kantoor, in scholen, in ziekenhuizen. Dit is de Tertiaire Sector en de quartaire sector. Nu werken er veel meer mensen in de tertiaire en de quartaire sector dan in de secundaire en primaire sector.

Van ontwikkelingsland naar industrieland

1 ste fase hoog stationaire 2 de fase vroege expansie 3 de fase late expansie 4 de fase laag stationaire